vrijdag 1 december 2017

Voorbereidingsrondje met barmsijzen

Nadat in het voorjaar met succes een Big Day was gehouden op IJsselmonde, was de vraag opgekomen hoeveel dat in de winter zou moeten kunnen opleveren. Morgen zal die proef op de som genomen worden en hopen vijf teams tegen elkaar te strijden voor de hoogste soortenlijst, gezelligheid en natuurlijk die knaller. Vanochtend ben ik vrij, dus ik besluit wat voorbereidend werk te doen rond Ambacht. Sommige dingen zijn nou eenmaal handig om te weten.

In eerste instantie wil ik beginnen met een trektelling in de Crezéepolder, maar als ik daar aankom duurt het niet lang of de hele polder is in dichte mist gehuld. Daar komt hij ook niet meer uit. Desalniettemin valt er nog wel wat te doen, namelijk kijken of de buidelmees en baardman nog present zijn. Een buidelmees werd bijna de gehele maand oktober in het gebied gehoord, dus die zou zomaar nog rond kunnen hangen. Dat blijkt inderdaad ook zo te zijn als ik de vogel een aantal keer hoor roepen en 'm zelfs ook nog even mooi in de kijker heb. Toch wel een erg fraaie soort!

Als even later ook nog een baardman aanwezig blijkt te zijn is het hoofdstuk Crezéepolder voor morgen nu al een succesverhaal. Ook op het veld blijken namelijk veel vinken, ringmussen, wat kepen en zelfs een groepje grote barmsijzen aanwezig te zijn. Die laatste blijken helaas weer snel vertrokken, maar die kepen zijn ook erg fijn voor morgen!
Graspieper
Door de barmsijzen ben ik toch wat nieuwsgierig of er wellicht nog meer rondhangen in Ambacht. Daarom fiets ik nog even langs wat ruige veldjes bij de Rietbaan, en inderdaad! Gelijk stuit ik op een groepje van 18 grote barmsijzen. Ze zijn reuze tam, tot op een paar meter te zien, maar m'n camera is tot mijn spijt helaas leeg. Een spannende lichte vogel zie ik zo snel niet ertussen zitten. Op het veld bij de Karwei blijkt even later ook een zevental tussen een flinke groep putters te zitten. Leuk! Dat moet morgen dus wel goed komen wat grote barmsijzen betreft...

's Middags blijkt er overigens uiteindelijk toch een zeer waarschijnlijke witstuitbarmsijs tussen te zitten. Er blijkt flink wat uitwisseling te zijn van de groep, wat zou kunnen verklaren dat ik 'm niet gezien heb. Misschien heb ik er ook wel gewoon overheen gekeken, aangezien toch m'n camera leeg was... Het is wel de eerste voor IJssemonde, maar gelukkig bleek het de volgende dag goed te komen...

zaterdag 25 november 2017

Barmsijzen en nog eens barmsijzen!

Elk najaar is het weer een verrassing of we nog een invasie van noordelijke soorten krijgen, zou het bijvoorbeeld eindelijk weer eens een notenkrakerwinter gaan worden? Helaas blijkt dat dit jaar weer niet te gebeuren, maar in genoeg andere soorten zit wel beweging. Zo komen veel grote kruisbekken, kruisbekken en ook opvallend veel appelvinken door dit najaar, maar nog meer! Vanaf november worden in Litouwen plotseling veel grote barmsijzen gevangen, tot wel over 500 op een dag, daar zit dus beweging in! Inderdaad duurt het niet veel langer dan een week voordat de eerste groepjes in Nederland worden gemeld en worden gevangen. Ondertussen zitten er al heel veel grote barmsijzen, die vermoedelijk door voedseltekort in Scandinavië naar het zuiden zijn getrokken.

Voor vandaag had ik eigenlijk gewoon weer een dag op IJsselmonde in m'n hoofd, maar dan om ergens grote barmsijzen te vinden. Gisteren vroeg Vincent van de Spek echter of ik kwam ringen, want met een grote barmsijzen kan het aardig losgaan op de ringbaan. De soort reageert fantastisch op geluid en hele groepen willen wel het net in vliegen. Dan is genoeg mankracht cruciaal. Een auto heb ik niet, maar gelukkig kan ik met Dave van de Spoel vanochtend in alle vroegte afreizen richting VRS Meijendel. Aangezien het de afgelopen dagen nogal onstuimig weer was, zijn niet veel barmsijzen gevangen. Toch hadden ze gisteren nog ruim zestig barmsijzen, maar wie weet wat vandaag het net in gaat vliegen met relatief mooi weer. De verwachting zijn hoog gespannen!

Om zeven uur lopen we de ringbaan op, waar gelijk de netten uitgeschoven moeten worden. De netten zijn zelfs aangevroren, dat is wel even geleden dat het zo koud was! Rond acht uur staat alles klaar en kunnen we los, maar een houtsnip lukt helaas in de schemer niet. Een soort die nog wel op m'n wenslijstje staat... Twee uilen zien we nog wel hoog overvliegen, vermoedelijk veld- of ransuilen, maar meer dan een silheout zien we niet.

Het eerste rondje is altijd goed voor lijsters, zo ook vandaag. Naast wat goudhaantjes, merels en een zanglijster hangt er nu ook een kramsvogel bij. Een schitterende soort die voor mij nog nieuw is op de ringbaan, leuk! Met nieuwe soorten is het altijd weer leuk om te kijken hoe die op de juist leeftijd gebracht moet worden, maar met kramsvogels gaat het net als met alle lijsters om een contrast in de grote dekveren, waarbij jonge veren en volwassen veren een contrast vormen.
Merel vrouw
Kramsvogel
Voordat we het tweede rondje lopen hebben we de eerste groepjes barmsijzen al over zien trekken, maar die leken weinig aanstalten te maken om te landen. Desalniettemin hangt gelukkig een netje aardig vol met grote barmsijzen, prachtig! Een kleine barmsijs die ertussen hangt is gelijk anders, dat blijkt over het algemeen niet zo lastig te zijn. Desalniettemin zijn er twee exemplaren waar we geen soortnaam aan durven plakken, zo is het dan ook wel weer. De overlap is er dus wel degelijk, maar de uiterste lijken niet eens op elkaar... Qua formaat niet, maar ook de kleurtint is totaal verschillend.
Grote barmsijs
Kleine barmsijs
Dat maakt de kwestie van deze (onder)soorten natuurlijk lastig, aangezien de verspreiding van de grote en kleine barmsijs aanzienlijk verschilt. De kleine barmsijs is namelijk een broedvogel van veel gematigdere streken en broedt ook in Nederland, terwijl de grote barmsijs een broedvogel is van het arctisch gebied.
Kleine (links) en grote barmsijs


De variatie binnen grote barmsijs is echter ook groot, waardoor het wel echt lastig blijkt te zijn om een eventuele witstuitbarmsijs te determineren. Sommige stuitjes zijn echt behoorlijk wit en ook de onderstaartdekveren kunnen bij grote barmsijs zo goed als ongestreept zijn. Twee kenmerken die normaal goed passen op witstuitbarmsijzen, maar die ook de complexiteit van deze soorten laat zien...
Op het oog bijna witte onderstaartdekveren
Lichte stuit
Wat betreft de leeftijd is het vrij eenduidig. Net zoals met veel soorten is dat namelijk goed te bepalen aan de hand van de puntigheid van de staartpennen. De jonge vogels hebben puntige, verse staartpennen, terwijl bij de oudere de staartpunten zijn gesleten en dus meer afgerond zijn. Tevens is ook bij de jonge barmsijzen een ruicontrast te zien in de grote dekveren, waarbij de 'jonge' veren korter en anders gekleurd zijn dan de volwassen veren.
Adult grote barmsijs (ronde staartpennen)
1kj kleine barmsijs (puntige staartpennen)
Het verschil tussen man en vrouw is er dan ook nog, maar bij de oude vogels is dat wel erg duidelijk. Sommige fel gekleurde mannetjes zijn echt schitterend, waarbij het roze ook op de stuit en een groot deel van de flanken te vinden is. Wat een leuke beestjes in de hand!
Adult vrouw grote barmsijs

Mooi gekleurde mannetje grote barmsijs
Uiteindelijk blijven Dave en ik tot half twee hangen, wat ons totaal ruim tachtig grote en enkele kleine barmsijzen opleverd. Een erg mooi aantal, maar helemaal los is het qua aantallen niet gegaan. Desalniettemin hoor je ons natuurlijk niet klagen, of het moest zijn om de boomleeuwerik die onder het slagnet vandaan wist te ontsnappen door een mankementje. Dat hoort er ook bij...
Grote barmsijs, de mooiste...
Voor de totalen zie hier

Rond een uur of half drie zijn we weer op IJsselmonde, dus dat is mooi op tijd om nog even grote barmsijs op de IJsselmondejaarlijst toe te voegen. Afgelopen zondag werd een prachtige groep van 70 exemplaren gevonden bij de Wevershoek in Barendrecht, maar door drukte kon ik daar van de week helaas niet gaan kijken. Nu gelukkig nog wel, zodat ik met Dave een rondje ga lopen in de hoop op de barmsijzen. Als we echter overal in het bosje zijn geweest hebben we niet meer dan een dodaars, ijsvogel, appelvink, grote gele kwikstaart en een vuurgoudhaan, en lijken de putters, sijzen en barmsijzen het af te laten weten. 

Wanneer we net de terugweg aanvangen hoor ik echter opeens barmsijzen aankomen, en niet veel later landen twee grote barmsijzen voor ons in wat elzen. Ze laten zich erg fraai zien, gaaf! Ondanks dat ik de hele ochtend niks anders zag dan grote barmsijzen is dit toch weer heel anders, terwijl het dezelfde soort is. Het is dan ook pas mijn 9de waarneming van deze soort op IJsselmonde en nummer 206 voor de IJsselmonde jaarlijst! 
Wevershoek
Aangezien het nog licht genoeg is lopen we ook nog even in de Crezéepolder, maar daar blijkt het op wat rietgorzen, watersnippen, veldleeuweriken, kemphanen, witgat en de gebruikelijke eendensoorten na rustig. Al met al echter een prachtig barmsijsdagje gehad!

vrijdag 17 november 2017

Onsuccesvolle poging 'hapax-wegwerken'

In het vogelen komt net zoals in elk ander vakgebied nogal eens wat 'vaktaal' langs, denk bijvoorbeeld alleen al aan het woord 'twitchen'.  Daarnaast zijn ook nog flink wat woorden in gebruik die minder bekend zijn, zoals een 'hapax-wegwerken'. Een hapaxje refeert naar de tweede waarneming van de soort, waarmee de eerste waarneming aanzienlijk kan worden verbeterd. Dit kan bijvoorbeeld van belang zijn als de eerste waarneming niet meer telbaar wordt, of gewoon omdat je een soort dusdanig slecht heb gezien dat je 'm eigenlijk nog wel een keer wilt zien.

Een soort die ik 'slecht' op mijn levenslijst heb staan is de grote kruisbek. In 2013 hoorde ik tijdens een telling op De Vulkaan in Den Haag deze soort voor het eerst, maar te zien kreeg ik ze niet echt. Daarna ben ik ook nooit meer achter een melding aangegaan, waardoor alleen die waarneming op mijn lijst staat. Oók op de Zuid-Hollandlijst, dat dan weer wel...

Een invasie van grote kruisbekken is ook dit jaar weer aan de gang, waardoor ze ook weer hier en daar worden gemeld. Er tegenaan geblunderd ben ik helaas nog niet, maar als ik vanmiddag nog even tijd heb op richting de Edese heide te fietsen doe ik dat toch maar. Hier zat een groepje grote kruisbekken en een aantal dagen geleden waren ze ook nog gezien, dus wie weet gaat het lukken om mijn 'hapaxje' weg te werken.
Edese heide
Uiteindelijk struin ik een uurtje door het dennebos op de heide, maar de grote kruisbekken krijg ik helaas niet te zien of te horen. Verder is het een drukte van belang met veel sijzen, een goudvink, geelgors, zwarte mezen, kuifmezen en het meer normale 'bosspul'. Eenmaal wordt ik opgeschrikt door het 'kuub' van een kruisbek, maar in het veld is al duidelijk dat het geen grote is. Ook blijkt dat later zo te zijn op basis van de opname, waarmee een grote kruisbek prima te onderscheiden is. In dit geval gaat het helaas om een 'type A'-roep van een kruisbek.
Type-A van een kruisbek
Helaas geen grote kruisbek dus, maar zo houden we nog wat in het verschiet...
Edese heide

woensdag 15 november 2017

Nog een paar weken voor een jaarsoortje...

Vanochtend was ik vrij, dus het liefst ben ik dan in Ambacht om wellicht nog iets aan de IJsselmondejaarlijst toe te voegen. De afgelopen dagen is gebleken dat er flink beweging in grote barmsijzen zit, dus dat is wel een beetje de doelsoort voor vanochtend. Vandaar dat ik om acht uur in de Crezéepolder sta in de hoop op een groepje van deze noordelingen, maar het is grauw weer en er vliegt helemaal niks. Een middelste zaagbek die over de rivier naar noord vliegt is nog wel een leuke verrassing, maar meer ook niet. Ondertussen is deze soort niet heel zeldzaam gebleken op IJsselmonde en dit exemplaar is wellicht zelfs al wel langer aanwezig, aangezien in oktober ook een vrouwtje hier werd gezien.
Telpost Crezéepolder
Voor de volledige telling zie hier.

De telling breek ik dus na een uurtje af, waarna het gewoon met de fiets verder gaat natuurlijk. In de Crezéepolder kom ik zo nog wat kemphanen, een tjiftjaf, veldleeuweriken en ringmussen tegen, waarna ik richting de Rietbaan ga. Op de braakliggende terreinen kom ik niet verder dan wat graspiepers, zodat nu de hoop is gevestigd op het Perenlaantje. Hier staan mooie rijen elzen, maar tussen de putters blijken helaas geen barmsijzen aanwezig. Wel hangen er nog wat vinken, rietgorzen en ringmussen in wat ruigte rond, maar ook hier is het stil in het miezerige, koude weer.

Via Zwijndrecht, met nog flink wat vuurgoudhaantjes, wat kramsvogels en een enkele grote gele kwikstaart, kom ik uiteindelijk weer bij het Develbos uit. Daar zit nog steeds een prachtige grote groep putters, maar verder helaas niks ertussen. In het riet nog wel de bekende waterrallen en cetti's zangers, maar daar houdt het mee op. Wat dat betreft is de winter overal neergestreken...

Door het Develbos, Heerjansdam en Waalbos kom ik uiteindelijk weer in Ambacht uit, wat me onderweg nog een overwinterend roodborsttapuit, wat dodaarsjes en een fraaie casarca oplevert. Die laatste was twee weken geleden ook al gemeld maar blijkt dus nog steeds aanwezig in het Waalbos, samen met twee nijlganzen. De vogel blijkt (een paar dagen later) ook nog eens ongeringd te zijn, dus dat is toch wel weer een leuke wintersoort (EDIT: de vogel blijkt later wel geleewiekt te zijn, dus alsnog een escape....). Om een plaatje te maken had ik echter geen tijd, want om 13:17 moest ik weer in de bus springen naar Wageningen. Helaas geen jaarsoort erbij vandaag, dat moet dan de resterende paar weken nog maar gaan gebeuren...
Roodborsttapuit (man)

zaterdag 11 november 2017

Afwisselend dagje met voorbereidingen in de Zegenpolder

In typisch november weer loop ik rond acht uur met Kees en Laurens van der Wind de Crezéepolder in om een klein uurtje te tellen. Om negen uur worden we namelijk weer in Rhoon verwacht voor de uitleg van een inventarisatieproject in de polders aldaar, maar eerst moeten we natuurlijk nog even hier in de polder staan... We zijn maar net van de dijk afgelopen als we plotseling een roepje horen. Na enkele seconden valt het kwartje: geelgors!! We zien hem dan ook vliegen en het beest lijkt in het veld in te vallen, helaas zat m'n recorder nog in m'n zak dus ben ik net te laat voor een opname. We wachten nog even op Dave vd Spoel waarna we de vogel weer proberen te vinden, maar dat lukt helaas niet. Kennelijk was hij toch doorgevlogen, maar toch wel gelijk weer een leuke waarneming! M'n tweede alweer dit jaar, maar voor Laurens is het z'n 200ste soort dit jaar op IJsselmonde!

Tijdens het zoeken op het veld horen we ook plotseling weer het roepje van een ijsgors. Bizar genoeg kunnen we de vogel weer niet vinden, ongelofelijk. Ik heb werkelijk waar geen idee hoe het die ijsgorzen lukt om ongezien over te vliegen, het is dan ook de derde al op deze manier dit jaar...

Keurig om 9:00 arriveren we in de Zegenpolder bij Rhoon, waar dit jaar is gestart met een experiment. Het is namelijk zo dat de polders alhier zouden worden ontpolderd door de aanleg van de Tweede Maasvlakte. Echter, door o.a. grote tegenstand vanuit de samenleving is er nu voor gezorgd om het extensieve landbouw te maken, waardoor het karakteristieke polderlandschap in stand wordt gehouden. Werkgroep Grauwe kiekendief is daardoor dit jaar begonnen met het aanleggen van o.a. wintervoedselvelden en akkerranden, om zo de biodiversiteit in de polder terug te krijgen. Daarbij hoort uiteraard ook een extensieve manier van landbouwvoeren. Uiteindelijk moet het doel zijn om weer vogelrijke polders te krijgen, o.a. met de terugkeer  van de veldleeuwerik als broedvogel en ook veel voedsel in de winter voor zaadeters. Dat zijn dus hopelijk veel zangvogels, maar ook muizen en daarmee roofvogels als blauwe kiekendief. Dat er muizen zitten blijkt overigens wel uit de vele holletjes en mooie sporen van bosmuizen, maar een dwergmuis die opeens voor ons uit rent is toch ook wel erg leuk om te zien. Deze kleine muizensoort maakt holletjes hoog in het riet, een bijzonder beestje!
Dwergmuis 
Om bij te houden hoe succesvol die maatregelen zijn en hoe het zich zal ontwikkelen alhier, moet gemonitord worden. Aankomende winter gaan wij daar ook aan bijdragen, waarvoor we nu dus een rondleiding van Niels Godijn krijgen die de polder op z'n duimpje kent en nauw met de ontwikkelingen is betrokken.
Zegenpolder
De aantallen vogels vallen ons uiteindelijk tegen, aangezien de Crezéepolder in het verleden veel hogere aantallen vogels herbergde. Wellicht ligt die polder gewoon beter op een trekroute?! Desalniettemin zien we tientallen veldleeuweriken, waterpiepers, ringmussen, kneuen, koperwieken, vinken, kramsvogels, havik en een grote lijster. Niet slecht, maar hopelijk gaat het deze winter nog een stukje beter worden. 
Zegenpolder
Met Laurens van der Wind besluit ik maar lekker met de auto te blijven vogelen en we gaan al de havens maar weer afrijden en hier en daar wat goede plekken checken. De begraafplaats van Pernis komt zo ook weer aan bod, waar het nog steeds spannend is met goudhanen, vuurgoudhanen en zwarte mezen, maar nog geen echte knaller. Dat blijft helaas ook de rest van de middag zo, maar we vermaken ons met zwarte roodstaarten, een halve aflezing van een slechtvalkenring, een groepje kneuen, een enkele grote gele kwikstaart en wat rondhangende roeken.
Geringde slechtvalk
De havens zelf zijn op wat futen, meerkoeten en krakeenden na helaas allemaal leeg, maar wat ons betreft drijft daar vroeg of laat gewoon een keer die duiker in. Dat móét toch gewoon...

Havens op IJsselmonde

woensdag 8 november 2017

Appelvink als hoogtepunt, maar hoe!

De afgelopen week duiken her en der in de regio zeldzaamheden op, zoals bruine boszangers, pallas' boszanger en frater. Op IJsselmonde is het alweer anderhalve week stil, maar er wordt dan ook niet gevogeld. Vanochtend ben ik echter in Ambacht en ga dus maar een rondje maken, het trektelseizoen is namelijk zo goed als afgelopen en nu is het echt weer de tijd voor leuke soorten ter plaatse. Een klapekster, geoorde fuut, siberische tjiftjaf of één van de eerder genoemde soorten moet natuurlijk gewoon kunnen!

Bij de Munnikensteeg hoor ik wat goudhaantjes, dus dit veelbelovende parkje fiets ik even rond. Vogels zitten er genoeg, want uiteindelijk hoor en zie ik wel twaalf vuurgoudhaantjes, een mooi aantal! Ook een groepje van negen zwarte mezen is nog wel het noemen waard. Aan de andere kant van de weg is een flinke groep van ruim tweehonderd putters nog spannend, maar niks bijzonders zit daar helaas tussen. Wel vliegen er nog wat kepen en sijzen rond, zingt een cetti's zanger en gilt een waterral uit het riet. Wat dat betreft is het alweer echt winter om te vogelen, de temperatuur is daar met een enkele graad ook wel naar...

Nu gaat het richting de Oude-Maas, waar de bosjes altijd goed zijn voor zangertjes. Dat blijkt een beetje tegen te vallen, maar toch zitten er nog wat goudhaantjes, een enkele tjiftjaf, wat zingende cetti's zangers, roepende waterrallen op de rivier de eerste twee brilduikers weer. Ook trekken er nog wat zwarte mezen door, maar een leuke soort blijft verder uit. Ook het Waaltje is aardig leeg, zelfs geen dodaars!
Oude-Maas
Wel is in Heerjansdam een koolmees met een compleet zwarte kop wel een bijzondere verschijning. Vaag staat me bij dat her een artikeltje over is verschenen, maar zo snel krijg ik het niet gevonden. Wel vind ik enkele vergelijkbare waarnemingen (hier en hier), een bijzonder gek gezicht!

Afwijkende koolmees met zwarte kop
Gezien de tijd gaat het me niet meer lukken om de Crezéepolder nog te checken, maar Waalbos gaat nog wel. Met een witgat, twee grote zilverreigers, dodaarzen, smienten, slobeenden, waterpiepers en een groep veldleeuweriken is het niet saai te noemen, maar een kers op de taart zit er niet in.

Op het laatste fiets ik nog een rondje door een wijkje van Rijsoord, waar ik word opgeschrikt door de roep van een appelvink. Ik moet een paar keer kijken, maar dan zie ik 'm opeens zitten in een boom, tof! De vogel gaat hierna zelfs omlaag en foerageert op het talud en in wat bessenstruiken, waarbij hij zich fenomenaal laat bekijken. Dit is toch wel één van mijn lievelingssoorten en dit is wel verreweg mijn beste waarneming. Wat een beest, een schitterende afsluiter van de ochtend. Overigens is de flinke invasie van deze beesten die aan de gang is vermoedelijk de oorzaak ervan, hij zou dan ook zomaar diep uit Rusland kunnen komen...
Appelvink

zaterdag 28 oktober 2017

Weer een nieuwe voor IJsselmonde: sneeuwgors!

Met de jaarlijst op IJsselmonde is het in oktober uitstekend gegaan, wat ertoe heeft geleid dat Laurens van der Padt en ik nu op 204 soorten op het eiland staan. Laurens van der Wind had echter minder tijd om te vogelen en is nog blijven steken op 197 soorten. Vanochtend staan we echter weer compleet in de Crezéepolder, waar ook Kees van der Wind en Matthieu Plaisier zijn. Het is alweer redelijk laat in het seizoen, maar het kan nog best leuk vliegen laat in oktober. Krentjes kunnen natuurlijk altijd nog, maar door redelijk harde westenwind zijn de verwachtingen niet hoog gespannen.

Als we rond 8:15 de telling starten blijkt dat ook niet onterecht, want aantallen vogels vliegen er niet echt. Toch kunnen we na een kwartiertje alweer een blauwe kiekendief opschrijven, de achtste alweer dit najaar! Verder zijn het de gebruikelijke groepjes spreeuwen, koperwieken, nog wat vinken, aalscholvers en houtduiven, maar vandaag ook wat mooie groepjes holenduiven en de eerste flinke groepen kramsvogels die langskomen. De aantallen zijn echter niet dusdanig dat we een dagrecord neerzetten, maar de hele ochtend door vliegt er gelukkig wel het één en ander.

Om 9:45 worden we, precies als we wat zitten te praten, opgeschrikt door een 'djùù'-roepje. Eerder dit najaar heeft dat al twee keer een ijsgors opgeleverd, die we allebei niet hebben gezien. We proberen nu dus heel hard de vogel te zien, maar ondanks dat de vogel zelfs het bekende 'rateltje' laat horen krijgen we 'm niet gevonden. Een rietgors en veldleeuweriken die voorlangs vliegen eisen ook wat aandacht op, dus vermoedelijk is de vogel over de dijk een meer zuidelijke koers gevolgd. Helaas... Dat blijkt helemaal jammer dat zijn als we de opname terugluisteren en het roepje toch wel spannend vinden klinken, wat melodieuzer dan een ijsgors. Wellicht is het een sneeuwgors?! 's Avonds blijkt het lastig te zijn om beide soorten uit elkaar te halen, maar wat lijntje die we uitwerpen naar geluidenexperts bieden uitkomt. Het is een sneeuwgors!! Een supersoort natuurlijk, de eerste voor IJsselmonde! Dat is dus alweer de vierde nieuwe soort voor IJsselmonde dit najaar, na de citroenkwikstaart, kleinst waterhoen en Siberische boompieper. Het blijft alleen wat knagen dat we 'm niet gezien hebben, maar dat komt vast nog wel een keertje op 't eiland.
Telpost links in beeld (kijkscherm)
Met deze soort staan we ook weer op 205 jaarsoorten, wie had dat gedacht! Laurens van der Wind kan kwart voor elf nog een tweede jaarsoort bijschrijven, als een grote pieper luid roepend langs komt en zelfs op de dijk lijkt te gaan zitten. Een zoekactie levert niks meer op, dus vermoedelijk was die toch alweer doorgevlogen.

Als uit de rietkraag ten slotte nog luidkeels een buidelmees gaat roepen toch zeker wel een geslaagde ochtend geworden, met soorten die we niet hadden verwacht. Dat blijft natuurlijk ook altijd het mooiste aan het vogelen. Voor de totale telling zie hier

We lopen hierna nog even door de polder, maar verder dan drie bokjes komen we niet. De aantallen rietgorzen, graspiepers en ringmussen zijn weer aardig afgenomen, maar wie weet, er kan natuurlijk zomaar die frater of iets dergelijks zitten... Ook andere braakliggende terreinen langs de Rietbaan leveren niks op, zodat we maar koers zetten richting West-IJsselmonde, om de begraafplaats van Pernis weer eens te checken.

Het waait stevig, maar ondanks dat gaat het vogelen nog prima. Meer dan wat (vuur)goudhaantjes en nog een tweetal zwarte mezen komen we echter niet. De zwarte mezen laten zich daarentegen wel heel fraai bekijken.
Zwarte mees                                                          ©Laurens van der Padt
Aangezien we met deze wind niet veel meer kunnen doen dan uit de auto te vogelen, besluiten we al de havens maar te checken. Dat levert genoeg spannende plekjes op, maar veel verder dan hier en daar een fuut en wat krakeenden komen we niet. Een fraaie adulte geelpootmeeuw is wel het hoogtepunt van het rondje en daarmee een mooie afsluiter van deze toch wel merkwaardige dag.

Adult geelpootmeeuw (let op het bandje op de P5, onderste zwarte bandje op de vleugel die niet doorbroken is, hét kenmerk voor geelpootmeeuw)    ©Laurens van der Padt

vrijdag 27 oktober 2017

Middagrondjes zonder spektakel, die moeten d'r ook zijn

Na vanochtend mijn laatste tentamen gehad te hebben in Wageningen, ben ik weer aardig op tijd in Ambacht en besluit maar gelijk een flinke ronde te maken met de fiets. Een rondje bij het Perenlaantje, een plek waar ik alweer even niet meer was geweest in Ambacht, levert zo nog een ringmus als hoogtepuntje op, verder was het op wat rietgorzen en watersnippen na rustig. Het veld bij de Karwei is ook erg stil, dus de Crezéepolder is hierna aan de beurt. Overigens vliegen er wel de hele middag groepjes kokmeeuwen over, altijd leuk om zulke massale trek te zien!
Veld bij de Karwei
De Crezéepolder loopt weer vol met kieviten en vele wintertalingen, slobeenden en smienten. Qua krentjes zit er verder niet zoveel, verder dan een pontische meeuw kom ik niet. 
Pontische meeuw
Het ruige veld, waar vorige week nog een siberische boompieper zat, is ondertussen alweer een stuk rustiger. Toch zitten er nog wel wat rietgorzen, graspiepers en ringmussen, en bij de plasjes stoot ik nog een zestal bokjes op. 
Crezéepolder
Aangezien ik nog wel even heb besluit ik het rondje langs de Oude-Maas weer eens te maken. Zeker in deze tijd kan dat natuurlijk zomaar een leuke eend of iets dergelijks opleveren. Via Waalbos, Heerjansdam, de Oude-Maas en het Develbos maak ik het rondje, maar het levert nagenoeg niks op. Hier en daar zwemmen wat dodaarsjes, hangen wat waterpiepers rond, maar daar houdt het wel bij op. Een ontsnapte gans, een keizergans, is nog wel de grootste verrassing van de middag... Maar wie weet zit er over een tijdje eindelijk weer eens een leuke soort op de rivier, blijven checken!
Keizergans

woensdag 25 oktober 2017

Dwergmeeuwtjes als seizoenshoogtepunt

Vanmiddag vogel ik met Hans Bossenbroek wat over IJsselmonde, in de hoop op een goede soort natuurlijk. Bij het wegrijden van Zwijndrecht zien we gelijk al een 1kj geelpootmeeuw, dus dat begint leuk. Ook voordat we op de Sophiapolder zijn is de beste soort al binnen, want op het moment dat we aanmeren brengt een groepje meeuwtjes even wat spanning. Het blijken uiteindelijk om vier dwergmeeuwen te gaan, een heel erg leuke waarneming. De eersten pas in oktober op IJsselmonde!
Geelpootmeeuw
Op het eiland zelf is het ook niet echt saai te noemen, maar niet meer dan de standaardsoorten als geelpoot- en pontische meeuw, bonte strandlopers en veertien pijlstaarten. Na de polder geteld te hebben rijden we richting de begraafplaats van Pernis, in de hoop daar een leuke zangvogel te vinden. Dat lukt helaas niet, maar met genoeg vuurgoudhaantjes en nu ook twee zwarte mezen is het zeker niet saai te noemen. Het blijft een leuke plek en vroeg of laat gaat daar een goede soort komen!

dinsdag 24 oktober 2017

Leuke soorten in 'mijn' poldertje!

Vanmiddag ben ik de boeken toch wel aardig zat, dus ik besluit nog een klein rondje te fietsen in de buurt in de hoop op een klapekster of iets anders leuks. In het oude vertrouwde Sandelingen, waar het vogelen voor mij ruim tien jaar geleden allemaal is begonnen, struin ik eerst even rond. De slootjes zijn gevuld met watersnippen en wintertalingen, in het riet roepen wat rietgorzen. Als ik nog langs een slootrandje loop vliegt er plotseling een ral voor me op naar de overkant. Gelijk is duidelijk dat het een porseleinhoen is, voordat ze dieper de vegetatie in rent. Leuk! Lekker laat voor deze soort en pas de tweede voor het gebiedje!

Gelukkig komt het beestje er zowaar weer uit en loopt snel langs de slootkant, zodat ik vanuit de hand nog net een plaatje kan schieten. Eenmaal teruggekomen met m'n telescoop is het beestje echter onvindbaar, dus meer dan dit net-niet bewijsplaatje wordt 't niet, helaas.
Porseleinhoen
Tijdens het posten begint er echt wel plotseling een cetti's zanger hard te roepen uit het riet! Voor mij is dit bijna een nog grotere verrassing, want dit is pas de eerste keer dat ik deze soort in het gebied hoor! Alsof het niet genoeg is, begint van de andere kant een exemplaar te zingen, gaaf! Dat het gebied geschikt is wist ik wel, maar het heeft verbazend lang geduurd voordat de eerste het had ontdekt. Nu dus pas, en dat terwijl ik al jaren hier rondloop. Erg leuk!

Polder Sandelingen
Nog een kort uitstapje richting Waalbos levert geen spannende extra soorten op, naast een gebruikelijke groenpootruiter, overvliegende goudplevier en wat waterpiepers. Duidelijk was wel dat het vandaag in Polder Sandelingen gebeurde, met twee goede soorten voor dat gebiedje!

maandag 23 oktober 2017

Daurische klauwier op de Zuid-Hollandlijst

Als ik na een ochtendje leren vanmiddag weer begin achter m'n bureau gaat het van geen meter, ik vind 't wel prima en besluit in de auto te stappen naar de Maasvlakte. Vorige week vrijdag was hij daar al gemeld, maar zojuist is het weer teruggevonden. We hebben het nu over de tweede daurische klauwier voor Zuid-Holland. Reden temeer om er even tussenuit te piepen voor deze dwaalgast uit Mongolië en China, die onderweg zou moeten zijn naar tropisch Afrika om te overwinteren.

Op de Maasvlakte aangekomen krijg ik een belletje dat hij precies in beeld iets, even iets aanzetten nog en bij de vogelaars aangekomen kan ik de vogel gelijk zien, in een topje van een wilg op de Vuurtorenvlakte. Fraai! De vogel is uitermate lastig gebleken, want het hele weekend hebben hier ook vogelaars rond gelopen, maar hebben de vogel weten te ontlopen. Ook nu bekend is waar die uithangt wordt hij maar af en toe in het topje van een struik gezien.
Daurische klauwier
Na een paar minuten duikt de vogel weer weg en vind ik het eigenlijk ook wel weer welletjes, ik heb 'm immers goed genoeg gezien. Op de terugweg stop ik nog wel even bij de begraafplaats van Pernis, je weet het immers nooit. Dat de begraafplaats een goede plek is voor vogels blijkt ook nu weer, want uiteindelijk kom ik op acht vuurgoudhaantjes, acht goudhaantjes, twee tjiftjaffen, vier boomkruipers, een zwartkop en veel roodborsten, heggenmussen en mezen. Genoeg te beleven dus en wie weet duikt die echte knaller voor IJsselmonde hier nog een keertje op!
Begraafplaats Pernis