woensdag 11 juli 2018

's Zomers rondstruinen

Afgelopen zaterdag was ik alleen 's ochtends in het veld, om in de Hoekse Waard voor de tweede keer dit zomerseizoen de akkerranden te inventariseren. Het leverde veel honderden zweefvliegen en andere mooie insecten op, maar verder toch niet heel veel spektakel. Een blik in de Crezéepolder was nog goed voor de eerste bosruiter van het jaar, en tussen de kieviten liepen gelukkig aardig wat juveniele exemplaren.
Bijtje in de Hoekse Waard
Ook afgelopen maandag, toen ik weer in de Crezéepolder was, kwam ik niet veel verder dan dat. Een leuke steltloper zit er dus helaas nog niet in, maar de 300 kemphanen die er momenteel zitten maken het toch wel erg leuk. Zeker als daar een afwijkend exemplaar tussen loopt dat ik al meerdere seizoenen op de Sophiapolder heb gezien. Leuk dat die zo herkenbaar is! Ook hoorde ik weer tientallen gouden sprinkhanen op de dijk, terwijl er tot mijn verbazing ook drie greppelsprinkhanen zongen. Een soort waarvan ik hier vijf jaar geleden één exemplaar aantrof, en daarna niet meer. Goed dus dat die terug is!
Afwijkende kemphaan
Gouden sprinkhaan
Gisterenavond was ik verder nog in Vinkel om vleermuizen te inventariseren, terwijl ik overdag nog druk bezig was om mijn afstudeeronderwerp in Rhoon (aan akkervogels) voor te bereiden. Desalniettemin was ik vanmiddag toch nog even buiten de deur, om de Sophiapolder weer eens te bezoeken. Dankzij de droogte is het immers heerlijk weer om buiten te zijn!

Op de Sophiapolder was het qua echte zeldzaamheden rustig, maar de lokale broedvogels maakten het leuk. Zo telden ik tientallen uitgevlogen visdieven en stormmeeuwen, wat het toch wel tot een succesvol seizoen maakt op het eiland. Ook was ik blij met een tweetal kuikens van kleine mantelmeeuwen, die dus toch weer op het eiland hebben gebroed. Verder zaten er nog ruim 300 kemphanen, meerdere jonge scholeksters (gelukkig!), ruim 100 kluten en een pontische meeuw.
Jonge scholekster
Bij het pontje zat verder, zoals elk jaar, weer een tiental sikkelsprinkhanen. Een prachtige soort uit het zuiden die in tegenstelling tot het zuidelijk spitskopje lang niet overal te vinden is. Mooi zijn ze overigens wel!
Sikkelsprinkhaan
Langs de Veersedijk vind ik nog zowaar een paar nieuwe huiszwaluwnesten, terwijl ik op het braakliggende terrein bij de Karwei moet constateren dat het seizoen voor de kleine plevieren totaal mislukt is. Er lopen nog maar twee oude vogels rond, en aangezien het veld recent als parkeerplaats is gebruikt zijn ook de laatste jongen en nesten verdwenen. Ook zonder die auto's was dat gebeurd denk ik, want op de steenvlakte leek niks te eten te zijn voor het jonge grut. Ten slotte kwam ik in het Baxpark in Ambacht weer een bekende geringde kokmeeuw tegen, twee winters geleden in Almere werd geringd en ook afgelopen winter in Ambacht zat. De eerste overwinteraars zijn wat dat betreft dus alweer gearriveerd, en alles wijst erop dat het broedseizoen erop zit. Desalniettemin is het heerlijk om in dit 's zomers weer zo rond te struinen!
Geringde kokmeeuw

zaterdag 30 juni 2018

Nuttig telwerk en bijzondere insecten!

Na het tripje naar Terschelling zijn sommige klusjes opgehoopt voor vandaag. Donderdagavond had ik er ook al gelijk weer gierzwaluw- en vleermuisronde opzitten, en ook vanochtend moet er gewerkt worden. Om kwart voor zes loop ik dan ook het Bentwoud in voor de laatste BMP-ronde van dit jaar. Het is qua zangvogels stil geworden, want het is nu de tijd om volop de jongen te voeren. Toch hoor ik nog een enkele blauwborst voor het tweede legsel zingen, zijn de grasmussen ook nog opvallend luiddruchtig en alarmeert ergens nog een nachtegaal waar ik 'm niet verwachtte. Overigens zijn wat gezinnetjes roodborsttapuit eigenlijk wel het leukste, en zijn de eendenkuikens het belangrijkste van de ochtend! Dat zegt immers wat over het aantal broedgevallen, aangezien veel eenden lang niet elk jaar tot broeden komen.

Eenmaal thuis stap ik op de fiets op de twee MAS-tellingen langs de Langeweg toen. Deze telling voor het Meetnet Agrarische Soorten is ook alweer de laatste in rij. Het eerste punt, nabij het rangeerterrein in intensieve akkerbouw, is heel stil. De gele kwikstaarten lijken alweer verdwenen en ook de kieviten zijn verkast. Van die laatste vermoed ik zonder jongen, maar wie wee ook niet? In het Waalbos, waar het tweede punt ligt, is het bijna net zo stil. Al de tureluurs en kieviten zijn met hun jongen vertrokken. Ik kom nog maar één paartje kieviten met kuikens mee, en als het goed is zijn vele kuikens uitgevlogen.

Omdat van de week gemaaid gaat worden door de pachters, loop ik gelijk de hele polder door om te kijken of ze nog ergens weg moeten blijven. Op een enkele gele kwikstaart en een paartje veldleeuwerik na is er echter niks meer te beleven. Het lijkt hier dus een goed broedseizoen te zijn geweest!

Na deze relevante tellingen en inventarisatie zit het 'werk' er voor vandaag nog niet op. Ook de huiszwaluwen van Ambacht moeten er nog 'even' aan geloven. Jaarlijks tel ik in de hele gemeente en in Oostendam al de huiszwaluwen, en de laatste jaren gaat het goed met ze hier! In het bijzonder aan de oostkant van Ambacht, waar ze volop lijken te profiteren van de Sophiapolder waar bagger en muggen volop te vinden zijn. Op 't gemakje doe ik dan nu ook weer de ronde. Toch wel weer lekker om zo rond te struinen in de eigen gemeente. En uiteindelijk weer met succes! Het aantal van vorig jaar wordt weer met ruim tien nesten verbeterd. Van een slecht seizoen wat betreft huiszwaluwen lijkt hier dus geen sprake. De eerste jongen staan immers ook al op uitvliegen, terwijl anderen nog met de nestbouw bezig zijn. Dat dan weer wel. Maar een mooi resultaat!
Huiszwaluwjong
Linksboven wordt nog gebouwd, terwijl onderin de jongen zitten.

Honger!! 
Na al dit getel is het nu nog tijd voor de beste soort van de dag. Tien dagen geleden, toen ik op Terschelling zat, werd namelijk weer een blauwe breedscheenjuffer gefotografeerd, nadat er in juni 2014 ook twee op het eiland waren gezien. Deze soort komt eigenlijk voornamelijk voor op de hoge zandgronden langs beekjes. Daaraan voldoet de Sophiapolder totaal niet, maar het stromende water van de rivier trekt kennelijk toch. Dat laten ook wel de weidebeekjuffers zien, waarvan er tegenwoordig ook meerdere rondhangen. Een soort die een paar jaar terug echt zeldzaam was op IJsselmonde!

Voordat ik aan de insecten ga, kijk ik eerst het eiland nog rond voor de broedvogels en andere leuke dingetjes. Zo lopen er ruim 300 kemphanen (de mannetjes die alweer op de terugreis zijn), tientallen tureluurs, waarvan voornamelijk jonge vogel, wat grutto's, een pontische en geelpootmeeuw en alweer de nodige wintertalingen. Wat betreft de broedvogels is het gelukkig nog een drukte van belang in de visdievenkolonie en is een stormmeeuwpaar opvallend aanwezig. Dit paar heeft namelijk op een grote stronk midden op het eiland gebroed, en loopt nu wat rond met de kuikens. Mooie beesten! 
Stormmeeuw
 Na de vogels is nu de oostelijke dijk aan de beurt voor de insecten. Het waait toch nog aardig, wat het niet makkelijker maakt om de juffers te vinden. Ik zie dan ook eerst vier weidebeekjuffers, voordat ik eindelijk een blauwe breedscheenjuffer op het pad tegenkom. Maar wat gaaf om deze soort op IJsselmonde te zien! In de gauwigheid zie ik er maar één, want tot wel vier exemplaren moeten er rondhangen! 
Blauwe breedscheenjuffer
Insectenrijke dijk
Naast dit juffergeweld, alhoewel ik verder maar één lantaarntje en één roodoogjuffer tegenkom, hoor ik ook weer de nodige leuke sprinkhane. Zo zitter weer voor het eerst sinds 2014 greppelsprinkhanen te zingen. Ik hoor er gelijk zeven! Waar die nou opeens vandaan komen? Dat vraag ik me overigens ook van de gouden sprinkhaan af. Deze soort was nog nooit op het eiland gezien en is eigenlijk alleen maar bekend van de Crezéepolder in heel Zuid-Holland, maar nu hoor ik zowaar tien exemplaren zingen! Een fijne vondst van deze soort die zich langs de Waal en Merwede richting het westen lijkt uit te breiden. Wie weet waar ze nog meer op gaan duiken?!
Greppelsprinkhaan
Gouden sprinkhaan
Ten slotte rijd ik nog via het braakliggende veld bij de Karwei terug richting huis. Daar zie ik dat de kleine plevieren druk zijn met hun tweede legsel, want het eerste is volledig mislukt. Ik vermoed dat op de stenen gewoon niks geen eten te vinden is voor de jongen, terwijl de ouders regelmatig op de Sophiapolder gaan foerageren. Het jong dat ik tegenkom geef ik dan ook weinig kans... Een triest einde, van een prachtige dag met nuttig werk en bijzondere insecten!  
Kleine plevier
Kleine plevier - zoek 'm!

donderdag 28 juni 2018

Allemaal planten op Terschelling

Van 16 juni tot 28 juni heb ik met een flinke groep medestudenten voor een vak op Terschelling gebivakkeerd. Dat was vooral heel erg veel buiten rondfietsen, waarbij de focus lang op de vegetatie door middel van excursies en een eigen onderzoekje. Aangezien Terschelling heel gevarieerd is, heeft het ook een grote diversiteit aan planten. Enkele soorten in Nederland zijn dan ook enkel en alleen van dit eiland bekend. Tijdens het verblijf heb ik geprobeerd zoveel mogelijk plantensoorten op te zoeken, wat aardig is gelukt. Uiteindelijk ging ik dan ook met 74 nieuwe soorten het eiland af, waarvan een groot deel erg zeldzaam is. Een geslaagde excursie dus!

Voordat ik wat leuke planten ga benoemen is het wellicht goed om te vermelden dat ik ook nog wel naar vogels heb gekeken. Heel spannend was het wat dat betreft niet, maar wat kleine barmsijzen (die op het eiland broeden), een paartje blauwe kiekendief, een hybride zwarte x bonte kraai en een overzomerende witbuikrotgans waren toch wel leuke verrassingen!
Witbuikrotgans
Hybride zwarte x bonte kraai
Verder wist ik nog de nodige scholeksters af te lezen, maar ook een lepelaar was ik te snel af. Het meest opvallend vond ik overigens wel het gedrag van vele kleine mantelmeeuwen. Op het eiland is namelijk kraaiheide erg algemeen, waar zwarte besjes in zitten. Hele groepen meeuwen struinden dus de heide af voor deze besjes. Dat resulteerde dan weer in pikzwarte poep, maar opvallend genoeg vond ik daar dan ook weer krabbenpootjes in. Ze wisselden wat dat betreft hun menu flink... De besjes zullen ongetwijfeld het lekkere toetje zijn geweest.
Geringde scholekster
Kleine mantelmeeuwen aan de bessen
Maar nu de planten, want die kregen toch wel de meeste aandacht. En terecht, want wat een fraaie zitten daartussen. Als je mooi planten zegt, zeg je orchideeën, want die worden toch wel gezien als buitencategorie. Nu vind ik dat soms wel meevallen, want zeker de dennen- en kleine keverorchissen die de naaldbossen van Terschelling bevolken, zijn zo prachtig niet. Op het eiland stonden verder overigens ook nog veel moeraswespen-, groenknol-, riet-, grote kever- en welriekende nachtorchissen. Niet slecht!
Kleine keverorchis
Dennenorchis
Welriekende nachtorchis
Naast die orchideeën zijn er natuurlijk ook nog genoeg andere planten die mooi zijn, of soms misschien wel mooier. Neem nou de verfbrem. Hele valleitjes staan er vol mee op het eiland, een prachtige plant! Daarnaast komen we ook walstrobremrapen tegen, een parasitaire plant die dus geen bladgroen heeft. Hemiparasieten 'stelen' hebben daarentegen wél bladgroen, maar profiteren ook van andere planten. De vierrijige en kleverige ogentroost waren daar weer mooie voorbeelden van. Naast deze zeldzame was de mooie rode ogentroost heel algemeen in het zoute milieu.

Walstrobremraap
Kleverige ogentroost
 Verfbrem
Rode ogentroost
Dat zoute milieu staat overigens vol met zeldzame planten. Dat zegt natuurlijk vooral wat over de kwaliteit van de gebieden op Terschelling, maar het is soms wat vreemd dat vrijwel elke soort landelijk gezien zeldzaam is. Dat maakt het dan natuurlijk ook weer uniek! In de zoute milieu treffen we bijvoorbeeld echt lepelblad, zilt torkruid, zilte en gerande schijnspurrie, kwelder- en zilte zegge, lamsoor, zeewinde en de zeldzame gelobde melde.
Zeewinde
Gelobde melde
Zilte schijnspurrie
Kwelderzegge
Veel van de begroeiing op de kwelder betroffen echter grassen, zeggen en russen, zoals met name rood zwenkgras en zeebies, maar ook zeldzame soorten als zeerus en dunstaart. Wanneer het milieu wat brakker wordt komen daar nog veel meer soorten 'sprieten' bij, die mij dan weer erg aanspreken. We zagen onder andere de rode, platte, vlottende en stekende bies, waarvan de laatste van nog geen tien plekken in Nederland bekend is. Ook noordse rus, rechte rus en kleine knotszegge zagen we. Deze laatste soort stond dan weer op een veldje wat de enige plek is in heel Nederland!
Rode bies
Stekende bies
Noordse rus
Kleine knotszegge
Tussen al die zegges en andere sprieten staan natuurlijk ook andere zeldzame plantjes. Bijvoorbeeld het draadgentiaan, wat een minuscuul prachtige geel bloempje is. Ook dwergvlas en dwergbloem waren typische soorten van de open plekjes in dit soort habitats, maar ook zagen we onder andere addertong, gelobde maanvaren, ondergedoken moerasscherm, vleugeltjesbloem en teer guichelheil. Ook dwergzegge en dwergrus zijn typische plantjes voor deze stukken. 
Dwergzegge
Ondergedoken moerasscherm
Draadgentiaan
Draadgentiaan en dwergvlas
Dwergbloem
Addertong
Dwergrus
En dan zijn er natuurlijk nog de échte zeldzame planten, die zomaar hier en daar voorkomen. Naast de eerder genoemde gelobde melde, stekende bies en kleine knotszegge, zag ik nog vals muizenoor (komt alleen op Terschelling en Ameland voor), vogelpootklaver (neemt toe langs de kust vanuit het zuiden), bezemdopheide (komt alleen op Terschelling voor), berendruif (komt alleen op Terschelling voor), klein zeegras, rijsbes, zwartmoeskervel en het linnaeusklokje (komt op 2 plekken voor in Nederland).
Vals muizenoor
Berendruif
Linnaeusklokje
Rijsbes
Klein zeegras
Al met al heeft het bezoek aan Terschelling de plantenlijst weer opgehoogd, en daarmee ook mijn enthousiasme voor planten! De komende tijd zullen die dus wellicht toch weer wat meer aandacht krijgen. Terschelling was in elk geval fantastisch!