vrijdag 1 januari 2021

Een gelukkig 2021!

Traditiegetrouw maak ik het eind van het jaar een opsomming van mijn natuurlijke hoogtepunten van het afgelopen jaar. Op het gebied van vogels, planten, libellen, vlinders en wat dies meer zij. Ook dit jaar dus weer een korte opsomming van het afgelopen jaar. De focus lag naast het zien van nieuwe soorten (Nederland, Zuid-Holland en IJsselmonde) ook nog op diverse andere zaken. Op IJsselmonde heb ik met name in het najaar nog veel gevogeld in de hoop op de vondst van een zeldzaamheid, van de zomer was ik druk met de plantenlijst, het inventariseren van de Devel en het ringen van kuikens (met name kluut en kievit. De winter bestaat toch nog toe met name uit het (proberen te) ringen van waterpiepers en houtsnippen. 

Waar maart vaak een maand is waar relatief weinig zeldzaamheden opduiken, was dat dit jaar weer eens anders. Op 16 maart had ik een alleraardigst verjaardagscadeau, toen een franklins meeuw werd ontdekt bij Benthuizen. Het was de eerste zeldzaamheid die werd ontdekt in de coronatijd en daardoor slechts beperkt werd doorgegeven. Aan het eind van de middag kon ik deze Noord-Amerikaanse soort, weliswaar op afstand, bijschrijven op mijn Nederlandse lijst!

Franklins meeuw

Op de vroege ochtend van 23 april kan ik de tweede nieuwe soort bijschrijven voor het jaar, namelijk een balkankwikstaart in Lentevreugd. De avond ervoor is de vogel gaan slapen naast een plasje, en in het eerste licht laat hij zich weer schitterend zien en horen. Een fraaie nieuwe (onder)soort, waarvan de laatste jaren meerdere gevallen zijn geweest maar het niet eerder lukte om deze soort te zien. 

Balkankwikstaart

Iets minder dan een maand later is het weer prijs als een steppearend opduikt nabij het Zeeuwse Wolphaartsdijk. De vogel werd gemeld vanuit België, opgepikt boven Middelburg en in de avond teruggevonden. Na de melding stap ik gelijk in de auto, waarna hij zich schitterend liet bekijken. De volgende ochtend vliegt de vogel op richting noord, maar vanaf IJsselmonde kunnen we hem helaas niet oppikken... 

Steppearend

Op 10 juni stap ik 's ochtends in alle vroegte in bed na een nacht vleermuisonderzoek. Telefoon gaat uit, waardoor ik vroege meldingen van de groene fitis op Texel mis. Uiteindelijk rol ik pas na elven uit bed, zodat ik pas om half twee op de boot zit naar Texel. Dan is de vogel nog in beeld, dus het lijkt goed te gaan komen, maar eenmaal op het eiland ontbreekt ieder spoor. Ai ai, toch maar de telefoon niet uitgezet... Rond half vier horen we dan toch nog een paar keer de zang van deze megazeldzaamheid (pas de tweede voor Nederland), maar bevredigend is het helaas niet. Hopelijk duikt ook in 2021 weer een exemplaar op die beter wil meewerken en dus wel op de lijst komt... 

De laatste dag van juni levert ten slotte een langverwachte nieuwe soort op. Een dougalls stern blijft bij Camperduin dusdanig lang ter plaatse, dat ik het niet kan laten eindelijk deze soort bij te gaan schrijven. Na niet al te lang wachten komt de vogel tevoorschijn in de kolonie grote sterns. Mijn 428ste soort (mits schildraaf en kokardezaagbek) in Nederland laat zich mooi zien als hij meerdere malen succesvol visjes weet te jatten van visdieven. 

Dougalls stern

Oktober heeft uiteindelijk voor mij zelfs nog 3 nieuwe soorten in petto. Op 2 oktober wordt 's ochtends een goudlijster ontdekt in Ouddorp, welke ik na een rit die kant op snel in de kijker heb. Uiteindelijk zie ik deze dwaalgast uit het verre oosten deze ochtend meerdere malen schitterend langs vliegen. Wat een soort! 

Wachten op de goudlijster

In de vroege ochtend van 26 oktober zet ik vervolgens weer eens koers richting Texel, waar de dag eerder een zwartkopzanger (blackpoll warbler) is ontdekt. Uiteindelijk past het allemaal precies deze ochtend. Onderweg blijkt de vogel nog ter plaatse, maar op de pont blijkt de begraafplaats in de Cocksdorp te zijn afgesloten vanwege drukte en de coronamaatregelen. Eenmaal op de locatie aangekomen duurt het echter niet lang voordat de vogel naast de begraafplaats wordt teruggevonden en zich daar schitterend laat bekijken. Eindelijk eens succes met een zangvogel op dit eiland, na in 2018 een roodoogvireo gemist te hebben en dit voorjaar de groene fitis niet mee wilde werken. Op de noordpunt vliegen zowaar ook nog enkele vale gierzwaluwen rond... 

Hier zag ik 'm voor 't eerst

Binnen een week is het tenslotte weer raak. Een telling in de Crezéepolder wordt verstoord door de melding van een alpengierzwaluw uit de Eemshaven. Een lastig twitchbare soort, maar als de vogel enkele uren ter plaatse blijkt te zijn zetten we gauw koers richting het verre noorden. Onderweg vertrekt de vogel definitief zo lijkt het, waarna we onze reis staken en in de Weerribben blijven hangen. De melding na dik twee uur doet ons echter direct weer in de auto springen, waarna ik na een spannende rit en een half uur zonder zwaluw op de Eemshaven, uiteindelijk ook mijn 7de nieuwe voor het jaar kan bijschrijven. 

Alpengierzwaluw

De levenslijst blijft op 31 december dus steken op 431 soorten, waarvan nog 8 aanvaard moeten worden (waaronder schildraaf en kokardezaagbek). Missers waren er dit jaar natuurlijk ook, na de eerder genoemde groene fitis. De ergste misser was wel de steppeplevier op 15 augustus, toen ik aan het klussen was en de telefoon voor het gemak thuis had laten liggen. Erg spijtig om deze knaller te missen die zich die middag had laten zien op Walcheren. Ook de gezenderde havikarend in april was niet aan mij besteed, omdat ik ook die waarneming (o.a. vanwege corona) te laat hoorde. In de ochtend van 24 april was deze (beperkt) twitchbaar nabij Egmond, nadat hij de vorige dag via Breskens het land was ingekomen. Ook de dwergarend die in mei enige dagen op Vlieland heb ik laten schieten, maar vooral vanwege drukte en omdat deze soort beduidend minder zeldzaam is... 

Naast de eerder genoemde franklins meeuw, balkankwikstaart en goudlijster, kon ik ook nog vier andere soorten in de provincie Zuid-Holland bijschrijven. In het voorjaar doken veel struikrietzangers op in Nederland, waaronder ook een exemplaar nabij Voorschoten. Een fijne inhaler voor de provincielijst. In het najaar zag ik nog een exemplaar op de Maasvlakte, maar vanwege de afwezigheid van foto's zal die niet de toets der kritiek kunnen doorstaan. Op die dag (30 september) zag ik wel een Siberische braamsluiper op de Tweede Maasvlakte nieuw voor de provincielijst. Dit exemplaar is ondertussen al bevestigd met behulp van DNA. 

Struikrietzanger

20 oktober werd een grijze wouw ontdekt bij het Oostvoornse meer, wat in Zuid-Holland nog steeds een erg goede soort is. Na een leuke ochtend ringen in Meijendel was dat een fijne nieuwe voor de lijst.  Het najaar leverde niet alleen een alpengierzwaluw op, maar was door de aanhoudende zuidenwind ook goed voor vale gierzwaluwen. Door een waarneming van een gierzwaluw bij Barendrecht was ik dan ook gelijk gealarmeerd en zoals verwacht en gehoopt bleek het inderdaad een vale gierzwaluw te zijn. Ook nog een nieuwe voor de Zuid-Hollandlijst, namelijk nr. 359 (incl. kokardezaagbek). 

Grijze wouw

Het vogelen in Zuid-Holland en de rest van Nederland (buiten IJsselmonde) was in 2020 buitengewoon beperkt. Voor werkzaamheden heb ik veel broedvogelinventarisaties gedaan rondom Breda, wat wel veel leuke bossoorten (zwarte spechten, middelste bonte specht, goudvinken, nachtzwaluwen etc.) opleverde en ook met orpheusspotvogel en bijeneter nog leuke verrassingen in petto had. Elders kwam tijdens het werk nog een duinpieper over, zag ik twee kraanvogels en liepen nog twee koereigers langs een provinciale weg. 

Kortom, veel van de leuke waarnemingen in Nederland deed ik dit jaar in betaalde uren, maar in het najaar heb ik nog een paar keer op de Maasvlakte gevogeld. Enkele uurtjes zeetrek leverde een vaal stormvogeltje en twee grauwe pijlstormvogels op, terwijl ik op de vlakte nog leuke soorten als bladkoning, kleine vliegenvanger en grauwe klauwier zag. In Limburg leverde een ochtendje nog grijze wouw en roodbuikwaterspreeuw op. De jaarlijst bleef dan ook steken op 236 soorten, terwijl soorten als brilduiker, middelste zaagbek, kleine zwaan en grote karekiet daarop ontbraken. Tja...

Grauwe klauwier

Op IJsselmonde heb ik de meeste vogeluurtjes doorgebracht, wat helaas geen vondst van een nieuwe voor mijn IJsselmondelijst heeft opgeleverd. Gelukkig ben ik niet de enige vogelaar op het eiland, want uiteindelijk heb ik in 2020 nog vijf soorten kunnen bijschrijven. Het duurde dit jaar wel heel lang, namelijk tot 12 juni, voordat de eerste nieuwe werd bijgeschreven. Ruim 1 jaar na de vorige nieuwe soort (griel op 8 juni 2019) was een grauwe fitis die onder de Dordtse brug zat te zingen de eerste nieuwe van het jaar. Hij zat op een klein schiereilandje in een paar wilgjes, en liet zich daar soms ook mooi zien. Gaaf! 

Grauwe fitis liet zich goed horen vanaf de brug

Een maand later was het zowaar weer raak, toen een kleinste jager zich twee dagen ophield boven de rivier de Noord. Op de zaterdagmiddag werd hij eerst gemeld als kleine jager, zodat ik de verfkwast even liet waar die was, ondanks dat ik die al op de IJsselmondelijst heb staan. Uiteindelijk bleek het echter toch een kleinste jager en dus een mooie aanvulling op de IJsselmondelijst. Gaaf! 

Op 8 oktober wist ik mijn derde nieuwe voor het eiland te zien: roze spreeuw. De dag ervoor werd het exemplaar al gevonden in een tuin in Barendrecht, maar toen bleek het voor niemand haalbare kaart. In de ochtend van 8 oktober regende het gestaag en na een tijd zoeken in de ochtend in de tuin met de druiven, haakte ik af. Eenmaal bijna weer in Ambacht werd het exemplaar weer gemeld, zodat ik hem na direct rechtsomkeert gemaakt te hebben niet veel later schitterend in beeld had. 

Roze spreeuw

De vale gierzwaluw die op 27 oktober in de Zuidpolder bij Barendrecht rondvloog was wellicht de prettigste nieuwe soort van het jaar. Na eerder een vale gierzwaluw in Rotterdam pijnlijk gemist te hebben, was het een hele fijne inhaler. Deze vogel hing uiteindelijk twee dagen rond en liet zich daar bij tijd en wijlen schitterend bekijken, nadat ook op veel andere plaatsen in het land deze zuidelijke soort was opgedoken. 

Vale gierzwaluw boven de Zuidpolder

De laatste nieuwe van het jaar, nr. 261, bleek een bruine boszanger in Zwijndrecht. Al meerdere pogingen had ik zelf ondernomen om deze soort te vinden, waarvan in het najaar een ongekend influx plaatsvond, maar dat lukte niet erg. Ook in de ochtend van 28 november was ik op zoek langs de Devel, toen op een paar minuten afstand een 'brubo' werd ontdekt door Hans Bossenbroek. In een smal rietkraagje liet deze nieuwe soort voor IJsselmonde zich regelmatig goed horen en zowaar ook nog even goed bekijken. 

Naast deze nieuwe was er nog meer dan genoeg te beleven. Het jaar begon gelijk goed met een kleine burgemeester op de Sophiapolder, die nog nieuw was voor de Ambachtlijst. Onverwachts was een groep overtrekkende kraanvogels over het Waalbos in februari, waar deze winter ook een geelgors verbleef. Het voorjaar was goed voor roofvogeltrek, met een fraaie steppekiekendief over de Crezéepolder (nieuw voor de Ambachtlijst) en elders over het eiland nog twee zwarte wouwen en een grauwe kiekendief. Op de Sophiapolder vond ik nog zilverplevieren en een tweetal rosse grutto's, een lastige soort die laatste! 

Rode wouw

Kraanvogels

Het najaar begon goed met een groep van vier zwarte ooievaars over Ridderkerk. Ook het vervolg was goed door met name veel bladkoningen (2 zelf gevonden). Naast een buidelmees, velduil en kleine barmsijs bleef een vondst van echte zeldzaamheden helaas uit. Anderen lukten dat met name nog in november, toen twee zwarte zee-eenden op de Noord ook op Ambachts grondgebied konden worden bijgeschreven en eerst een grote pieper en later een roodkeelpieper ter plaatse waren in de Zegenpolder. Het jaar sloot ik al met al af met 183 soorten. Een aardige score als je je niet inspant voor de IJsselmondejaarlijst. 

Zwarte zee-eenden

De big day in het voorjaar op IJsselmonde was natuurlijk weer een bijzonder. Dit jaar werden we met 115 soorten tweede en mistten we vooral door gebrek aan voorbereiding enkele soorten. Zelf zagen we enkele goede soorten als kolgans en zilverplevier, terwijl de vondst van een kwartel door een ander team wel de soort van de dag bleek te zijn. De Sinterklaas big day in december werd uiteindelijk omgebouwd tot een dag om een knaller te vinden voor het eiland. Met de zaterdag ervoor vondsten van roodkeelpieper, zwarte zee-eend en bruine boszanger leek het kruit aardig verschoten, en dat bleek inderdaad het geval. 5 december ging aardig geruisloos voorbij helaas en wij konden in de havens, die we helemaal uitgeplozen hebben, geen goede soort vinden. 

Kolgans op de big day

Op IJsselmonde zijn we dit broedseizoen ook druk geweest om de broedvogels in de rietkragen langs de Devel te inventariseren. Een schitterend gebied op IJsselmonde, maar de exacte aantallen waren nog onbekend. Tot nu toe, want het project leverde schitterende aantallen op, zoals 87 territoria rietzanger, 31 bosrietzanger, 22 blauwborst, 18 snor, 4 bruine kiekendief, 2 waterral, 2 roerdomp en 16 cetti's zanger. 

Snor

Bruine kiekendief

Roerdomp

Ook de huismussen, spreeuwen en groenlingen binnen de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht heb ik eens in beeld gebracht. Dat leverde uiteindelijk 298 territoria huismus, 108 spreeuw en 32 groenling op. Met name de dichtheden van spreeuwen en huismussen vielen erg tegen. Spreeuwen waren eigenlijk alleen in het westen van het dorp algemeen, terwijl van huismussen ook in grote, op het oog geschikte (delen van) wijken ontbraken. Waarschijnlijk ontbreken op die plaatsen veelal geschikte schuilplaatsen (struiken) en voedsel. 

Het hele jaar ben ik verder ook nog bezig geweest met vogelonderzoek met behulp van (wetenschappelijke) ringen. Een groot deel was namens het Kenniscentrum Akkervogels. In de zomer ben ik druk geweest om zoveel mogelijk kievitskuikens in het Buijtenland van Rhoon te kleurringen, waar gelukkig weer meer kievitskuikens vliegvlug zijn geworden dan in de voorgaande jaren. Tevens broedden daar dit jaar kluten, waar ik ook de nodige jongen van kleurringen heb voorzien. Ook jonge kluten in de Crezéepolder en Sophiapolder heb ik geringd. Deze gebieden lijken een opvallend hoge overleving van kuikens van kluten te hebben in vergelijking met veel andere gebieden in de Delta. Predatie speelt op veel plaatsen een grote rol, zodat vanaf 2020 een grootschalig kleurringonderzoek is opgestart. Wie weet kunnen de resultaten van de gebieden op IJsselmonde daarin ook een belangrijke rol spelen! Ook hebben we in 2020 weer wat visdief- en stormmeeuwkuikens geringd op de Sophiapolder. 

Visdief W-59N

Kluut WCB2

De eerste kluten worden losgelaten  ©Rutger Plaisier

Kievit GAO8

Kleine plevier

Scholekster

Naast deze kuikenprojecten, heb ik de afgelopen maanden en in de eerste maanden van het jaar geprobeerd om in de Zegenpolder houtsnippen te vangen. Dat lukte zowaar. Een schitterende soort die 's nachts opvallend talrijk blijkt te zijn. Ook enkele andere soorten bleken 's nachts te vangen, zoals holenduif en bokje. 

Holenduif

Houtsnip

In de Zegenpolder was het ook enkele weken leuk ringen op een wintervoedselveldje. Met name op de zonnebloemen hielden zich in oktober en november honderden vinkachtigen op, met name putters, groenlingen en vinken, maar lieten ook ringmussen en rietgorzen zich vangen. De vangst van een rietgors van afgelopen winter bevestigd dat de polder in het geheugen van deze en ongetwijfeld ook andere vogels blijft staan... 

Ringmus
Groenling

In de wintermaanden ben ik weer druk geweest met mijn eigen ringprojectje langs de Devel, waar ik overwinterende waterpiepers ring op de slaapplaats. In het voorjaar van 2020 ving ik enkele schitterende uitgekleurde waterpiepers met roze borst. In het najaar ben ik begonnen met het kleurringen van deze interessante broedvogel uit de Alpen en ondertussen vliegen er bijna 30 met kleurringetjes rond. Tot nu toe wist ik er één af te lezen. 

Waterpieper

Waterpieper R/RRR

Op VRS Meijendel kwam ik dit jaar slechts een enkele keer, maar leverde in het najaar wel twee fraaie bladkoningen en een Siberische tjiftjaf op. Ook het aflezen van meeuwen in Rotterdam-Zuid deed ik dit jaar slechts twee keer. Leukste aflezingen waar vooral een tureluur met Portugese ringen die een broedpoging deed in het Waalbos, een Franse kluut die enige tijd in de Crezéepolder liep en een Kroatische kokmeeuw die ik zoals in eerdere jaren midden in de zomer aantrof langs het Waaltje. 

Bladkoning

Siberische tjitjaf

Naast vogels was er in 2020 ook nog genoeg te beleven natuurlijk. Twee soorten vlinders wist ik nog aan de lijst toevoegen. Geraniumblauwtjes doken op in Numansdorp, waarvan eentje zich op een middag in augustus mooi liet bekijken. Waarschijnlijk ingevoerd met geraniumplanten, maar ze weten zich wel voort te planten in ons kikkerlandje. De herkomst van de tijgerblauwtjes die ik zag in Sint Geertruid is waarschijnlijk een stuk natuurlijker. Deze soort lijkt vanwege opwarming toe te nemen vanuit België. Van libellen zag ik weinig zeldzaamheden, de meeste kwam ik tegen tijdens werk, zoals plasrombout, bosbeekjuffer en gaffelwaterjuffer. 

Geraniumblauwtje

Tijgerblauwtje

Aan de amfibieën schonk ik dit jaar juist weer wat meer aandacht. Erg leuk was de trek van knoflookpadden vanaf hun winterverblijfplaats naar het voortplantingswater op een avond in april in Drenthe. Ze lieten zich schitterend zien en het was de lange reis zeker waard. Nabij Breda zocht ik dit jaar ook eindelijk succesvol naar vinpootsalamanders, welke zich in enkele zure vennetjes op de heide lieten vinden. Erg onverwachts was de lederschildpad die in september op de Oosterschelde werd gevonden. Als hij de dag na de vondst weer opduikt ben ik op de Maasvlakte, maar besluit gelijk richting Wemeldinge te rijden. Na een hevige plensbui is het beest na een uurtje in beeld. Erg gaaf en hij laat zich ook nog even op korte afstand zien. Wat een beest! Alleen vroedmeesterpad ontbreekt nog op het lijstje, dus die moet komend jaar maar op de lijst komen... 

Knoflookpad

Vinpootsalamander

Nieuwe sprinkhanen zag ik niet in 2020. Wel bleek ik in 2019 één van de eerste zuidelijke sikkelsprinkhanen van Nederland opgenomen te hebben in Barendrecht. Dat was wel een onverwachtse nieuwe! De mierenkrekels die in Cuijk zijn ontdekt heb ik nog niet geprobeerd, maar wellicht is dat wat voor in 2021. In 2020 zag ik wel 178 nieuwe plantensoorten voor mijn Nederlandse lijst. Mede omdat ik veel planteninventarisaties moest doen dit jaar was ik gespitst op deze soortgroep, waarbij ik meestal onderweg hier en daar de zeldzame soorten meepakte. Zelden trok ik eropuit om alleen maar planten te scoren, maar gelukkig werk ik aardig door het land zodat genoeg plaatsen bezocht konden worden. Op de Veluwe zag ik onder andere rood peperboompje, kleine schorseneer, veenbloembies en heidezegge, terwijl in Zeeland soorten als stinkende ganzevoet, meekrap en behaarde struweelroos konden worden bijgeschreven. De vakantie op Schiermonnikoog in augustus leverde ook 11 nieuwe op, waaronder de gesteelde zoutmelde. Het leuke van wilde planten is dat je overal nog wel nieuwe soorten ook zelf kan vinden, alhoewel dat nu met 1095 soorten ook weer lastiger is geworden. 

Zeealant

Stinkende ganzevoet

Uiteindelijk resulteerde dit bovenstaande in een update van de volgende lijstjes:

Geen opmerkingen:

Een reactie posten