donderdag 1 januari 2026

Een vogelrijk 2026 gewenst!

Net zoals afgelopen jaar stond ook dit jaar het bloggen op een wat lager pitje. Dit jaaroverzicht schrijf ik dan ook echt wel iets te laat... Maar het jaar begon en eindigde op het gebied van nieuwe soorten uitstekend! Daartussenin was het dan weer wat rustiger... 

Het jaar begon op 3 januari, toen we tijdens het ringen van bokjes de melding kregen van een Pacifische parelduiker op Neeltje Jans. De foto's zagen er gelijk goed uit en we konden de vogel uitstekend voor het donker halen. Een fraaie nieuwe soort en zelfs een nieuwe voor Nederland! 

Pacifische parelduiker

Tien dagen later was het opnieuw raak! Deze keer kwam het net wat minder uit, maar het ging toch prima. Tijdens een overleg kwam een foto door vanaf Texel met een onmiskenbare brileider. Het overleg kon vervolgens in de auto worden vervolgd, zodat we exact de boot van 15:30 konden halen en ruim voor het donker de vogel in de kijker hadden. Ondanks de grote afstand was hij goed herkenbaar, maar in december zag ik de vogel uiteindelijk nog wel een stukje beter... Een extreme dwaalgast uit het hoge noorden, die in tegenstelling tot de parelduiker niet echt werd verwacht... 

Brileider

De derde nieuwe soort was wat dat betreft een meer verwachte soort, namelijk havikarend. In de avond van 8 april werd namelijk in het Noord-Hollands Duinreservaat een havikarend ontdekt. Exact op dezelfde locatie als in 2020, waar ik toen te laat hoorde dat een havikarend twitchbaar was. Ook in de jaren daarna lukte het me niet om deze Zuid-Europese dwaalgast te zien, omdat ze meestal ongezien passeerden (o.b.v. zendergegevens) en de exacte locaties altijd pas te laat werden doorgegeven. Dit betrof echter geen gezenderde vogel en aangezien hij in de avond was ingevallen, zou het toch raak moeten zijn de volgende dag! Ondanks de kou en bewolking stonden we op tijd in de duinen, waar uiteindelijk om 9:50 de havikarend boven het bos verscheen. Ogenschijnlijk ongelofelijk was het hoe snel de vogel hoogte maakte in het grauwe weer en als een stipje naar het zuiden verdween. Maar hij was binnen! 

Het najaar verliep vervolgens vrij tam, ondanks dat er wel hoop was op een flinke zeldzaamheid. Een vermoedelijke westelijke blonde tapuit op de Waddenzeedijk werd te laat doorgegeven en kon ook niet meer worden teruggevonden, maar uiteindelijk was het een maskergors die in december op Texel werd ontdekt die het goed maakt. Het najaar was al ongekend goed voor deze dwaalgast uit Oost-Siberië, maar de eerste twitchbare vogel werd dus pas in de winter op Texel ontdekt. De eerst zaterdag kon ik snel op de melding reageren, maar een middag blauwbekken langs de Pontweg had niet het gewenste resultaat. Op de maandag kwam het echter helemaal goed en liet de vogel zich schitterend zien in de tuin, nadat we 'm op de rand van de akker hadden opgestoten. Fijne soort!

Wachten langs de Pontweg...

De zeldzaamheden in het land (behoudens wat zeldzaamheden op IJsselmonde, die komen zo) waren wat beperkt en weinig spraakmakend. Tijdens zoeken naar waterpiepers in de Delta zag ik weer eens de flamingo's in de Grevelingen en een ijsduiker in het Haringvliet. Een dagje wandelen in Zuid-Kennemerland leverde de bekende kleine topper op, terwijl ik in Limburg weer eens een oehoe zag. Tijdens veldwerk leverde iets omrijden nog een waarneming op van een grijze wouw en in de winter zag ik zo weer eens een witoogeend in de Biesbosch. Een waarneming van wat bijeneters in Berkheide was mijn enige nieuwe soort voor de Zuid-Hollandlijst, die daarmee op 372 soorten kwam. Deze lijst krijgt eigenlijk niet echt meer aandacht, een zwarte specht die het hele jaar in Meijendel zat heb ik bijvoorbeeld ook nog laten schieten... 

Verder was het dus een jaar waarop ik vooral veel zeldzaamheden zelf vond, of op IJsselmonde tegen kwam. In het voorjaar was ik met collega Daan van Braak enkele keren op de Maasvlakte, wat helemaal niet tegenviel. Tijdens ons eerste bezoek op 30 april zagen we zo naast o.a. een mooie groep Engelse kwikstaarten een fraaie grote pieper en een hop. Op 16 juni waren we dik tevreden met een schitterende kuifaalscholver en een langsvliegende Europese kanarie, terwijl het eigenlijk nooit echt leeg was en er altijd wel spannende waarnemingen waren van bijv. spotvogel, grasmussen, bosrietzangers, etc.

Grote pieper

Kuifaalscholver

Veldwerk leverde dit jaar nog enkele waarnemingen van zwarte ooievaars op, in Zeeuws-Vlaanderen zijn koereigers echt algemeen geworden en ook wat graszangers waren daar toch wel leuk. In het voorjaar had ik ten slotte nog een baltsend woudaapje langs één van de kreken. De vale pijlstormvogel die op 16 september langs de Maasvlakte vloog was echter wel het pareltje voor mij dit jaar. De ochtend was al goed met recordaantallen noordse pijlstormvogels, maar deze vale pijl kwam schitterend langs! Het was pas m'n tweede, maar deze liet zich vele malen beter bekijken. Sowieso was het najaar niet slecht aan zee met onder andere nog een kleinste jager (over de vlakte!), veel pijlstormvogels dus en een memorabele ochtend langs het Kornwerderzand. Eind oktober werd er meerdere dagen een stormvogeltje gezien langs de Afsluitdijk, zodat ik op 28 oktober gewoon besloot een ochtend te gaan zitten. Om 12:00 zou ik aftaaien, er moest ook nog gewerkt worden. Voor die tijd was het heel vermakelijk met wat kleine alken, rosse franjepoot, noordse stormvogel, grauwe pijlstormvogel, strandleeuwerik en een vaal stormvogeltje. Om kwart over 12 kwam dus het 'stofje', toen ik net een kwartier vertrokken was... Helaas! Een poging om 'm nog op te pikken bij Breezanddijk leverde alleen nog een rosse franjepoot op.

Graszanger

Koereiger

Zwarte ooievaar

Kleinste jager

Het najaar leverde mij verder nog een enkele bladkoning en Siberische tjiftjaf op. Meerdere poging voor een Siberische sprinkhaanzanger op Maasvlakte 2 waren helaas vruchteloos. Overigens was ook een twitch naar een grijze gors in december nabij Maastricht niet succesvol, terwijl ik tijdens onderzoek naar bokjes in oktober nog wel een dwerggors optrapte langs de Oude Maas. 

IJsselmonde was dan eigenlijk helemaal niet slecht dit jaar. Totaal zag ik drie nieuwe voor mijn eilandlijst, waarvan een kleine topper in het Waalbos in maart de eerste was. Een mannetje liet zich schitterend zien, wat vermoedelijk dezelfde vogel was die de hele winter in de Delta had rondgehangen. Na de kleine topper bleef het voorjaar goed, toen in april in dezelfde week een poelruiter opdook in de Crezéepolder en twee raven een rondje over Oost-IJsselmonde maakten. Met hangen en wurgen lukte het me om één van de twee vogels te zien, zodat mijn lijst uiteindelijk op 272 uitkwam. 

Kleine topper

Naast deze nieuwe voor het eiland waren er nog leuke waarnemingen van een topper, twee fraaie groepen kraanvogels over kantoor, een leuke porseleinhoen tijdens het bokjesvangen en van twee soorten sterns. In de Crezéepolder vond ik weer eens een reuzenstern (geringd in Zweden!) en over de Sophiapolder vloog tijdens een excursie in juli een fraai duo witwangsterns. Dit jaar was ook weer eens goed voor roofvogels, met o.a. een grauwe kiekendief, twee rode wouwen en liefst zes zwarte wouwen. Vier van die zwarte wouwen zagen we op de jaarlijkse Big Day op 10 mei, die we wel wonnen maar waarop we net niet het record konden evenaren. Helaas... De Big Day in de winter verloren we overigens, maar was wel de moeite waard met een zelfgevonden sneeuwgors. Leuke soorten waren verder nog een roodpootvalk in augustus in de Zegenpolder, de Humes bladkoning van afgelopen jaar die in januari nog aanwezig was, een bladkoning in oktober naast het huis en sinds jaren weer eens overvliegende kruisbekken. Het jaar eindigde met en gebruikelijk aantal van 178 soorten. 

Zwarte wouw

Witwangsterns

Verder was ik in 2025 nog druk met de nodige ringprojecten op IJsselmonde, ondertussen de bekende projecten aan bokjes, houtsnippen, waterpiepers, kieviten en matkoppen. Erg leuk was dat we in zowel de winter winter 2024/25 als in 2025/26 tien bokjes konden zenderen, die ons veel nieuwe informatie hebben geleverd over hun gedrag in de winter. Het ringen van visdieven en kluten langs de Noord was weer een grote flop. Vrijwel geen enkel kuiken kwam daar groot helaas. Ook in Meijendel was ik overigens weer weinig, wat dat betreft veranderde er nog weinig... Wel kon ik in het voorjaar nog een enkele witte kwikstaarten kleurringen in het project wat voor het tweede jaar liep en was ik in het najaar zeer content met een oeverpieper! 

Oeverpieper

Een waarneming van twee wilde katten tijdens de team-tweedaagse was het absolute hoogtepunt wat betreft de zoogdieren in 2025. Nabij een plasje langs de weg lieten ze zich schitterend bekijken, zodat collega's in de buurt ze zelfs nog konden twitchen. Ook zag ik nog grote bosmuis in Limburg, mijn eerste franjestaarten in een oude steenfabriek en eindelijk een waarneming van een levende woelrat! Qua vlinders lukte het weer eens om een nieuwe soort te zien. Tijdens een zeer succesvolle dag zagen we langs het Geuldal kleine weerschijnvlinder, waar ook braamparelmoervlinder en dambordje langskwamen! In de Moerputten zag ik nog weer een keertje pimpernelblauwtje, iepenpages vlogen volop in Amsterdam, een staartblauwtje was verrassend in Brabrant terwijl in Zeeuws-Vlaanderen de kaasjeskruiddikkopjes op plekken algemeen waren. Dat is sowieso een soort die we in de nabije toekomst waarschijnlijk ook wel op IJsselmonde gaan zien. Op het eiland blunderde ik dit jaar wel voor het eerst tegen een gaffelwaterjuffer aan, de eerste voor de regio! 

Staartblauwtje

Gaffelwaterjuffer

Sprinkhanen waren dit jaar wel weer volop in beweging. Op IJsselmonde zaten natuurlijk weer veel spoorkrekels, maar ook vond ik diverse grote spitskopjes en een zuidelijke sikkelsprinkhaan. Een collega vond echter een duinsabelsprinkhaan, een behoorlijk onverwachte nieuwe soort voor de regio! 

Duinsabelsprinkhaan

Totaal schreef ik in 2025 35 soorten planten bij. Het aantal potentiële nieuwe soorten neemt natuurlijk rap af, maar op een dag in Limburg eind mei zag ik uiteindelijk 10 nieuwe soorten, waaronder diverse orchideeën, paardenhoefklaver, alpenandoorn en grote graslelie. in mei zag ik nog enkele vroege soorten, zoals vroege ereprijs en liggende ereprijs, terwijl ik in oktober nog de nieuw gevonden wilgsla zag en franjegentiaan die schitterend in bloei stonden. 

Veenorchis

Alpenandoorn

Waddenorchis

Franjegentiaan

In augustus en september zaten we twee weken op Corsica. Een schitterend eiland met ook de nodige leuke vogelsoorten, zoals Corsicaanse boomklever, Corsicaanse citroensijs, Moltoni's baardgrasmus en Balearische vliegenvanger. Dat zijn de soorten die vrijwel uitsluitend op Corsica voorkomen, maar ook relatief makkelijk te vinden waren. Andere typische Zuid-Europese soorten die ik zag waren bijvoorbeeld Scopoli's pijlstormvogel, zwarte spreeuw, Balearische roodkopklauwier, heel veel bijeneters, blauwe rotslijster en audouins meeuw. Ten slotte viel er ook op het gebied van insecten nog het nodige te zien, dus we hebben ons goed vermaakt! 

Pasja

Corsicaanse boomklever

Corsicaanse citroensijs

Audouins meeuw

Uiteindelijk resulteerde het bovenstaande in een update van de volgende lijstjes:

Nederlandse lijst: 455 soorten

Zuid-Hollandlijst: 372 soorten

IJsselmondelijst: 272 soorten (incl. Siberische tjiftjaf, rouwkwikstaart, Engelse kwikstaart, noordse kwikstaart, kleine barmsijs en witstuitbarmsijs)

Hendrik-Ido-Ambachtlijst: 228 soorten

Jaarlijst 2025: 246 soorten (incl. Siberische tjiftjaf, noordse kwikstaart, Engelse kwikstaart en rouwkwikstaart)

IJsselmonde 2025: 178 soorten (incl. Siberische tjiftjaf en noordse kwikstaart)

Zelfontdeklijst: 293 soorten

Dagvlinders: 72 soorten (excl. geraniumblauwtje)

Libellen: 67 soorten

Sprinkhanen: 45 soorten ((excl. huiskrekel, spoorkrekel, schildboomsprinkhaan, westelijke zorrosprinkhaan en zuidelijke boomsprinkhaan)

Planten: 1317 soorten

Zoogdieren: 54 soorten

Alle lezers een gelukkig en natuurrijk 2026 toegewenst! 

woensdag 31 december 2025

December 2025

Naast de twee zeldzame gorzen die voor de nodige consternatie zorgde in vogelend Nederland in december, was er natuurlijk nog veel meer te beleven. Net zoals in alle wintermaanden voor mij wel voornamelijk op IJsselmonde, en met een beperkt aantal soorten. Al met al natuurlijk een heerlijke periode om weer flink actief te zijn met waterpiepers, bokjes en matkoppen. 

De aantallen bokjes waren nog steeds laag op IJsselmonde, maar in het Geertruida Agaatha Complex net aan de andere kant van de Oude Maas zitten wel behoorlijke aantallen. Het lukt ook om daar diverse vogels van IJsselmonde terug te vangen, erg leuk dus! Gezenderde vogels van afgelopen winter komen we helaas nergens tegen. 

Geertruida Agaatha Complex (GAP)

Bokje onder het net

Langs de Devel lukt het weer om wat waterpiepers te vangen, maar het ringen gaat moeizaam deze winter. Het aflezen daarentegen lukte in december goed op spruitenstoppels in Polder het Buitenland bij Heerjansdam en op een akker bij Puttershoek. Leuke informatie en nuttig om de overleving van deze overwinteraars te kunnen bepalen. In de regio heb ik ook nog wat gezocht naar groepen waterpiepers, zoals op het Eiland van Dordrecht en in de Hoeksche Waard, maar dat leverde nog niet hele grote aantallen op. Verrassend was dan wel weer een groep van 28 koereigers die zomaar op een schapenweitje foerageerden bij Dordrecht, dat is daar dan weer normaal geworden... 

Waterpieper R/BYG

Waterpieper op spruitenstoppel

Avondrondjes maken heb ik in december niet veel gedaan, omdat de houtsnippen wat op de achtergrond zijn geraakt. Wel ging ik nog een avondje mee met Michael van Beveren in de hoop om strandleeuweriken te vangen bij Oostvoorne. Dat lukte helaas niet, maar we vingen nog wel o.a. wat bokjes, houtsnippen, waterral en drieteenstrandloper. Verder was ik nog meerdere avonden en een nacht bezig met onderzoek in de Biesbosch naar kuifeenden, waar we deze winter de foerageergebieden van deze algemene wintergast in beeld brengen. Naast grote groepen kuifeenden leverde dat ook nog veel leuke waarnemingen op, bijvoorbeeld van boommarters, maar ook nog een fraaie witoogeend, kuifduiker en middelste zaagbekken. 

Drieteenstrandloper

Ten slotte deed ik op 30 december nog een rondje door de Rhoonse grienden. In de zomer had ik daar nog aardig wat matkoppen gekleurringd, en aflezingen zijn natuurlijk altijd welkom. Het aflezen viel niet eens tegen en het lukte zowaar om van een handjevol matkoppen de kleurringcombinatie af te lezen. Bovendien was het nog leuk vogelen, met onder andere een fraaie Siberische tjiftjaf. De vogel hing daar al enkele weken rond, maar toch fraai en nog steeds een zeldzaamheid op IJsselmonde.

Siberische tjiftjaf


Blauwe reiger

Geringde matkop Ym/YG


Matkop

maandag 15 december 2025

Toch nog een nieuwe deze winter: maskergors!

Zo rustig als het hele najaar verlopen is, zo onrustig begon de eerste wintermaand. Op het einde van de eerste dag van de maand verscheen opeens een foto op waarneming.nl van een gefotografeerd vrouwtje grijze gors in Maastricht! Een zeldzaamheid in Nederland die nog niet eens op zo'n grote afstand van de grens broedt, maar als dwaalgast nog twitchbaar is geweest in Nederland. Zou het najaar dan toch nog goedkomen? Op 2 december kwam ik dan ook aan met Leon Boon en Theo Muusse in de ruigtes langs de Maas. Vanaf een afstandje zagen we al dat er flink gezocht werd, maar uiteindelijk bleek na een ochtend zoeken door ca. 40-50 man de vogel gevlogen. Hij zat vast nog wel ergens in de buurt, maar waar begin je... Met de nodige grote zaagbekken, waterpiepers, een bokje en roerdomp was het niet heel saai, maar de gehoopte grijze gors was niet van de partij.

Zoeken naar grijze gors

Ruim een week later kwam er toen opeens weer een zeldzame gors op de pieper. Laurens van der Wind en ik waren net klaar met de wintertelling op de Sophiapolder. Vanwege het hoge water hadden we afgezien om de polder helemaal rond te lopen, dus vanaf de aanlegsteiger hadden we onder andere 18 bonte strandlopers, 14 pijlstaarten, twee kleine zilverreigers en 48 kemphanen geteld. Een typische wintertelling dus voor de Sophiapolder en rond half tien waren we weer terug aan de wal. Onderweg om waterpiepers af te gaan lezen, kreeg ik om 9:36 een Dutch Bird Alert binnen: maskergors op Texel! Eindelijk toch deze langverwachte soort waarvan dit najaar hoge aantallen werden gezien. Een korte rekensom leert me dat ik precies de boot van half twaalf kan halen, dus vol gas naar het noorden.

De boot haalde ik uiteindelijk, maar een middag afzien bij een tuin langs de Pontweg waar de vogel voor het laatst in de akker was gezien, leverde helaas geen maskergors op. Was de vogel verdwenen? Zat hij er wel maar zagen we 'm gewoon niet? Op de terugweg wisten we dat nog niet, maar gisteren werd de vogel toch weer teruggezien! Nu regelmatig aan de overkant van de weg, dus wellicht dat we in de verkeerde tuin hadden staan kijken? Vanochtend dus met Hans Bossenbroek en Richard van Vugt weer richting het eiland, waar we met de pont van half negen naar de overkant werden gevaren. Op de boot kregen we al een piepje in de rug: de vogel was net weer kort gezien! 


Tevergeefs wachten op zaterdag

Eenmaal op de locatie begon het wachten weer net zoals zaterdag op deze dwaalgast uit diep Siberië. De huismussen, mezen en ook weer de Siberische tjiftjaf waren weer van de partij. De vogel was vanochtend in de tuin gehoord en kort gezien tussen de mussen, maar was niet de straat over gevlogen. Wellicht dus dat hij gewoon ergens in de tuin rondliep of ongezien in de akker was gevlogen? Na ruim drie uur wachtten besloten Daan van Braak en ik voorzichtig tussen de akker en de tuin te lopen, toen we daar opeens de vogel hoorde tikken in de akker. Na wat heggenmussen, vinken en mezen kwam opeens de gors achter ons uit de groenbemester en dook de tuin in. Daar liet hij zich vervolgen schitterend bekijken, vanaf meerdere plekken. Omdat de vogel vrijwel continue riep, was de aanwezigheid goed te bepalen en liet hij zich regelmatig schitterend zien. Een erg gave soort, alhoewel natuurlijk behoorlijk subtiel getekend. Omdat het aantal plekken met goed zicht in de tuin beperkt was, was het regelmatig dringen geblazen wat soms voor de nodige uitdagingen zorgden....

Maskergors in beeld in de tuin! 

Uiteindelijk hadden we allemaal de vogel in de tas en kregen we het bericht door dat de brileider zich weer mooi op de kant liet zien. Omdat ik deze na de eerste dag van zijn verblijf, begin januari, nooit meer had opgezocht, wilde ik nog wel een korte blik over de dijk werpen. Dat leverde vervolgens een fraaie waarneming op van deze dwaalgast uit de Beringzee, maar ook wel een aanzienlijk saaiere waarneming dan de eerste. Maar een mooie eend is het zeker! Tevreden voeren we om 13:00 weer richting de vastewal, met toch nog een fraaie nieuwe soort voor het einde van het jaar! 



Brileider

zaterdag 29 november 2025

November 2025

November was afgezien van de Big Day op 22 november, een relatief rustige maand. Nauwelijks kwam ik van IJsselmonde af, maar het was landelijk wel spannend door enkele vangsten en zelfs een overvliegende waarneming van maskergors. Een ochtendje zoeken in Voornes Duin en op de Westplaat leverde helaas niet de gehoopte knaller of andere zeldzaamheid op, al was het met onder andere een zeekoet geen onaardig ochtendje vogelen. 

Zeekoet

Op IJsselmonde was ik verder vooral bezig met de teruggekeerde bokjes, maar helaas was het aantal geschikte plekken beperkt. Door de droogte van de zomer en het najaar zijn veel plekken die afgelopen winters goed waren behoorlijk vergrast, is de vegetatie hoog gegroeid en staat er eigenlijk geen water. Op de plekken in Oud-Reijerwaard is het daarom heel karig en is het nog niet gelukt om teruggekeerde gezenderde bokjes tegen te komen of te vangen. 

Bokje met opvallende tekening bij het oog

In november heb ik ook weer de eerste ronde gelopen in de Zegenpolder en in Polder Sandelingen en de Crezéepolder voor houtsnippen, wat ook de nodige vangsten opleverde. De soort is terug, maar nog in lage aantallen helaas. Overigens zal het deze winter wel een behoorlijk standje lager gaan zijn met het vangen van houtsnippen en de avondrondjes. Veel hebben we de afgelopen jaren al geleerd over houtsnippen (aantalsverloop, gewaskeuze, plaatstrouw, etc.), dus de prioriteit gaat wat meer op de andere soorten liggen. 

Houtsnip

Ook de waterpiepers zijn weer volop terug, maar het aflezen ging matig deze maand. In de laatste dagen van november bleek de groep eigenlijk structureel op een spruitenstoppel net aan de andere kant van de Oude Maas te lopen, dus dat vraagt de komende tijd nog wat bezoekjes aan de Hoeksche Waard. Het aflezen ging gelukkig toen voorspoedig en de nodige teruggekeerde vogels konden worden bijgeschreven, waaronder R/RRW die ik in november 2020 ringde! Voor de 6e winter op rij dus terug om te overwinteren. Het vangen ging in november wat minder en de aantallen waren laag, maar enkele vogels kon ik van ringetjes voorzien. 

Waterpieper R/BRG

De aantallen kieviten zijn ook nog steeds erg hoog, met in de Crezéepolder honderden en zelfs meer dan duizend vogels met laag water. De ringdichtheid is behoorlijk afgenomen (dus veel aankomst van elders en doortrek), maar toch liepen er nog wel wat geringde vogels uit de regio tussen. Tijdens het aflezen kwam nog een fraaie blauwe kiekendief overzetten, die zien we niet vaak! Zomaar een uurtje trektellen langs de Oude Maas op 6 november leverde nog leuke soorten op als boomleeuwerik, kleine barmsijs, koereiger en grote lijster, maar ook een dagrecord van 2970 houtduiven voor IJsselmonde. 

Blauwe kiekendief

zaterdag 22 november 2025

'Winter' Big Day 2025: 98 soorten

In eerdere jaren hebben we op IJsselmonde vaker een Big Day in de winter gedaan. Meestal was dat in begin december en doopte we dit dag om tot de Sinterklaas Big Day, maar omdat eind november vaak nog een tijd is met kans op verrassende zeldzaamheden, besloten we hem dit jaar eens te vervroegen. 22 november was dus de beste datum, en het record om te verbreken stond op 97 soorten. In 2017 werd tijdens de eerste editie dit aantal soorten gehaald, maar dat was inclusief een aantal ondersoorten volgens de IOC-indeling, zoals witstuitbarmsijs en kleine barmsijs. In 2018 werden 93 soorten behaald, maar deden wij niet mee, waarna in 2019 wederom 97 soorten (maar nu wel echt soorten) werden gehaald door Laurens van der Wind en mij. In 2020 probeerden we het op een alternatieve manier, om een zo goed mogelijke soort te vinden. Dat leverde toen helaas helemaal niks op, terwijl de zaterdag ervoor twee zwarte zee-eenden, roodkeelpieper en bruine boszanger op IJsselmonde werden gevonden... 

Sindsdien heeft er nooit meer een winter big day plaatsgevonden, dus vol goede moed waren we vandaag met drie teams. Laurens van der Wind en ik waren samen, tegen een team uit Barendrecht (Erik-Jan, Arjan en Wietze) en Ambacht (Jochanan, Richard en Matthieu). In tegenstelling tot de andere teams hadden wij uiteindelijk helemaal niks voorbereid, en gingen we maar aan de gang met een logische route. Het weer voor de dag was op zich prima, maar fris. Een matige zuidenwind en maximaal een enkele graad was het niet warm, maar als we het goed deden hoefden we ook niet teveel de auto uit... 

Laurens en ik startte om half 5. Dat leek ons gezien de lange nacht vroeg zat, zodat we aftrapten met een zingende ROODBORST (1). De belangrijkste soort voor de nacht was wel ransuil, dus daarvoor liepen we gelijk maar een ronde door Sandelingen-Ambacht, wat geen ransuil maar wel KUIFEEND (2), WILDE EEND (3), MEERKOET (4), KOPERWIEK (5), GRAUWE GANS (6) en BOOMKRUIPER (7) opleverde. Die laatste vonden we met de warmtebeeld al slapend tegen een boom. in het Develbos lukte even later wel BOSUIL (8) waarvan het mannetje zat te zingen, en in de polders troffen we eenvoudig KERKUIL (9), KRAKEEND (10) en BLAUWE REIGER (11). In het Waalbos probeerde we vervolgens voor ransuil, maar daar kwamen we niet verder dan WATERSNIP (12), KNOBBELZWAAN (13) en HOUTSNIP (14). In Oud-Reijerwaard zagen we een jagende kerkuil en daar foeargeerden nog wat KIEVITEN (15). Rijden langs de Crezéepolder, Zuidpolder en door de polders van Zwijndrecht waren vruchteloos, dus moest het maar in de ochtendschemering bij de roestplek in de Wevershoek gebeuren. Voordat we daar ransuil zagen, konden we nog WATERHOEN (16), EKSTER (17), HOUTDUIF (18), ZWARTE KRAAI (19) en MEREL (20) bijschrijven, maar toen kwam er gelukkig een RANSUIL (21) langsgeflapt. Ook zagen we hier nog houtsnippen uit het Waalbos in de bosschages duiken om de dag door te brengen, en al postend langs de Waal ontwaakte de meeste vogels: CETTI'S ZANGER (22), IJSVOGEL (23), WINTERKONING (24), SLOBEEND (25), VINK (26), FUUT (27), KLEINE MANTELMEEUW (28), VUURGOUDHAAN (29), HEGGENMUS (30), DODAARS (31), GAAI (32), TJIFTJAF (33), BRANDGANS (34), AALSCHOLVER (35), PIMPELMEES (36), KOLGANS (37), GOUDHAAN (38), SIJS (39), KOKMEEUW (40) en KAUW (41). 

Ondertussen was het alweer 8:00 en behoorlijk licht aan het worden, en omdat bokje lastig is deze winter besloten we gelijk maar op de beste plek een poging te wagen. In Polder het Buitenland moest het dus maar gebeuren, maar we konden helaas niks vinden. Achteraf bleek een ander team vlak voor ons vakkundig alle bokjes te hebben weggejaagd... We schreven hier nog wel SPREEUW (42), KOOLMEES (43), GROENE SPECHT (44), ZANGLIJSTER (45), WATERPIEPER (46), GRASPIEPER (47), STAARTMEES (48), TOENDRARIETGANS (49), TURKSE TORTEL (50) en TORENVALK (51) bij. Omdat er volgens een aantal weersvoorspellingen een zonnige dag in het verschiet zou liggen, wilde we ook maar gelijk met roerdomp afrekenen voordat het te lastig zou worden met de warmtebeeldkijker. Voordat we in de Sandelingen waren schreven we nog ZILVERMEEUW (52), GROTE ZILVERREIGER (53), HUISMUS (54), STORMMEEUW (55) en HOLENDUIF (56) bij. De ROERDOMP (57) stond net als gisteren in de rietkraag en was daarmee eigenlijk de enige soort die we van tevoren hadden gecheckt... 

De belangrijkste misser was bokje, maar die konden we vast nog wel krijgen. Handig is wel als het dan bewolkt is, omdat het dan beter te doen is met warmtebeeldkijker. Vandaar dat we gelijk maar even bokje als prioriteit benoemden en een rondje Waalbos deden. Tenminste, de noordoosthoek rondom de ijsbaan. Bij aankomst zaten daar gelijk veel PUTTERS (58) en een toendrarietgans vloog wat rond. Een leuke waarneming die door andere teams werd gemist uiteindelijk, maar wij hadden ze eerder vanochtend al. In het Waalbos riep een KEEP (59), liep een KLEINE ZILVERREIGER (60) zoals gepland en schreven we nog BERGEENDEN (61) en een overvliegende WITTE KWIKSTAART (62) bij. In wat natte greppeltjes zat uiteindelijk met wat watersnippen ook het gehoopte BOKJE (63), terwijl nog een WITGATJE (64) langs vloog. In Oud-Reijerwaard schreven we onderweg richting de Oude Maas vervolgens makkelijk ROODBORSTTAPUIT (65), RIETGORS (66) en BUIZERD (67) bij. Een rondje over het braakliggende terrein bij station Barendrecht bracht niet een gehoopte verrassing zoals een Europse kanarie, maar twee bokjes waren toch leuk. 

Elke winter overwinteren er wel goudvinken in de Vredepolder, dus we besluiten daar maar een rondje te gaan lopen. Sowieso is het altijd een goede plek met veel vogels, en het begint makkelijk met GROTE BONTE SPECHT (68) en GROTE GELE KWIKSTAART (69). Tijdens het rondje vinden we uiteindelijk geen goudvinken, maar schrijven nog wel GROENLING (70), KRAMSVOGEL (71), MATKOP (72) en APPELVINK (73) bij. Vooral die laatste blijkt nog een goede, want het is de enige van de dag en de andere teams missen 'm. Voordat we vertrekken vliegen nog een GROTE MANTELMEEUW (74) en WULP (75) over de Oude Maas. Iets voor 11:00 schrijven we in de bouwdok TAFELEEND (76) bij. Middelste zaagbekken lijken hier nog niet aanwezig, terwijl bij de Carnisse grienden de humes bladkoning vertrokken blijkt die hier eergisteren was gevonden. Wel roept hier eindelijk een WATERRAL (77) en passeert een SPERWER (78). 

Een rondje door de polders van Rhoon levert geen gehoopte nieuwe soorten op als ooievaar, zwartkop (was recent een waarneming langs de Poelweg) en ringmus (het enige resterende mannetje...). In het Klein Profijt moet het dan maar gebeuren, waarbij we besluiten ook door te lopen voor baardmannetje. Die soort vinden we niet, maar het doorlopen levert uiteindelijk wel een onverwachte SNEEUWGORS (79) op die voor ons opvliegt langs de Oude Maas. Een bonus en uiteindelijk ook de leukste soort van de dag! BOOMKLEVER (80) is makkelijk en WINTERTALING (81) hadden we ook nog niet. Het aantal soorten dat we hebben klimt dus gestaag, en vooral de soorten we nog moeten blijkt steeds beperkter te worden. We starten ook aan het rekenen en de 100 blijkt toch een vrijwel onmogelijke opgave. We concluderen dat als we de 95 gaan halen, we best tevreden mogen zijn, dus vol goede moed gaan we door. 

Geen ringmus op het voer helaas

Ringmus laat het weer afweten, maar VELDLEEUWERIKEN (82) laten zich makkelijk in de polder vinden. Daar zien we ook opeens twee HAVIKEN (83) jagen, zodat we toch wel tevreden de polders verlaten en richting de havens gaan. ROEK (84) tikken we makkelijk binnen en in de Waalhaven komt de SLECHTVALK (85) vrijwel gelijk met ons aan bij de mast. Een oud plekje voor ZWARTE ROODSTAART (86) in Heijplaat blijkt nog steeds bezet in de winter, maar het aflopen van meerdere braakliggende veldjes levert helaas geen kneuen op. Dat wordt nog wel een dingetje... 

Typisch habitat voor zwarte roodstaart

We moeten Rotterdam-Zuid in voor een ZWARTKOPMEEUW (87), die dankzij twee witte broden snel de Persoonshaven in komt vliegen. Een PONTISCHE MEEUW (88) is vervolgens ook makkelijk, maar het Eiland van Brienenoord zijn de twee overwinterende oeverlopers van de aardbodem verdwenen. Niks te vinden, helaas... Ook een zwarte mees van eerder deze dag blijft onvindbaar. 

Zwartkopmeeuw

Ondertussen is het al tegen 16:00 en het licht gaat snel achteruit. We hebben nog een klein uurtje voordat de zon om 16:42 ondergaat, dus we moeten nog even flink doorschakelen. Qua getij kwam het precies goed uit om de Sophiapolder eind van de middag te doen, en die blijkt gelukkig te leveren. Voordat we daar zijn tikken we eerst eenvoudig SMIENT (89) in de Crezéepolder binnen, maar daar loopt verder niks. Aangekomen bij de Sophiapolder vliegt zowaar een KNEU (90) op uit een onkruidrandje naast de weg, waarna we op het eiland de verwachte BONTE STRANDLOPERS (91), GEELPOOTMEEUW (92), PIJLSTAARTEN (93), KEMPHANEN (94) en SCHOLEKSTERS (95) kunnen bijschrijven. Een snelle rekensom leert ons vervolgens dat het moet lukken om met wat geluk over de 95 soorten heen te schieten en misschien wel ons record te evenaren. Met zonsondergang staan we langs de Waal waar gelukkig al twee GROTE ZAAGBEKKEN (96) ronddobberen. Op tijd gearriveerd deze winter, net zoals een mannetje BRILDUIKER (97) die we exact 8 minuten later op de Oude Maas bij kunnen schrijven!

Nu hebben we nog één makkelijke soort te gaan die nog kunnen binnentikken voordat we om half 6 in Ambacht worden verwacht: ooievaar. Overdag zwerven ze door Rotterdam, maar slapen doen ze meestal op lantarenpalen rondom Lombardijen. Snel die kant dus op maar rond 17:00 vinden we ze niet op de plek waar we ze hadden verwacht. Gelukkig zien we al rijdend opeens twee OOIEVAARS (98) tukken op de lantarenpalen om 17:08. Een mooie afsluiter en een verbetering van ons vorige record! Dat hadden we toch niet durven dromen! Uiteindelijk bleek het andere Ambachtse team met exact 100 soorten daar knap nog overheen gegaan te zijn! Totaal werden 106 soorten gezien, waarvan wij oeverloper, zeearend, bruine kiekendief, goudvink, (kleine) barmsijs, goudplevier, ringmus (hij zat er wel...), zwarte mees en kleien bonte specht mistten. Al met al een mooie dag met voor ons dan wel weer de leukste verrassing voor de dag: sneeuwgors! 

Ooievaars