zaterdag 30 mei 2026

Mei 2026

In mei ging het veldwerk uit april gewoon door, maar het seizoen voor matkoppen was voor mij wel afgelopen. Kieviten daarentegen was het nog razenddruk, maar in tegenstelling tot vorig jaar kwamen wel wat meer kuikens groot. Dat maakt het onderzoek natuurlijk ook leuker om te doen, alhoewel de aantallen in de akkerbouwgebieden nog steeds schrijnend laag waren. Op braakliggende terreinen waren de aantallen wat groter, maar veel metingen hebben veel waardevolle gegevens opgeleverd. 

Kievit GEW0

Kievit GFW9

Roerdomp langs de kieviten

Een mooie bonus tijdens het zoeken naar kievitkuikens, was een groep noordse kwikstaarten en een roodkeelpieper in de Zuidpolder. Deze polder is dit jaar ingericht als natuur- en recreatiegebied, maar tussen de jonge aangeplante boompjes broeden nog steeds wat kieviten. Op 9 mei werd ik daar aangenaam verrast door een luid roepende roodkeelpieper, maar helaas vertrok de vogel al snel naar noordoost en heb ik 'm niet aan de grond gezien. 

Noordse kwikstaart

In mei zijn we daarnaast ook druk geweest met het vangen en zenderen van vrouwtjes slobeend. Dit onderzoek aan slobeenden leverde gelijk al heel veel nuttige informatie op over de kuikenoverleving, en dat zal ik de komende maanden ook nog veel gaan opleveren. En natuurlijk was het heerlijk om mooie weidevogelgebieden rond te lopen, met o.a. veel jonge grutto's! In de Alblasserwaard leverde dat ook nog een velduil op, maar ook elders in de provincie zag ik tijdens het werk nog veel velduilen. Dankzij een muizenpiek is het een uitermate goed jaar voor deze soort, met zelfs in Zuid-Holland tientallen broedgevallen. Twee jongen kon ik daar nog ringen. 

Velduil

Muskusrat

Paapjes

Andere leuke soorten die ik tijdens het werk tegenkwam, was een mooie man grauwe klauwier op een MAS-telpunt bij Zoetermeer en twee zwarte wouwen die hadden geslapen op een akker. Een hoogtepunt was echter wel het ontdekken van witwangsterns in één van de gebieden waar we dit jaar de libellen moeten monitoren. Eind mei vonden we minimaal 6 exemplaren rondvliegend in het gebied, die ook op de plompbladeren gingen zitten. We hadden het gevoel dat ze weleens in dit gebied zouden kunnen gaan broeden, en dat bleek in juni inderdaad het geval te zijn! 

Zwarte wouwen





Witwangsterns

Een bezoekje aan de Maasvlakte leverde ook deze maand geen spektakel op. Een familie bontbekplevier was daar wel het hoogtepunt, naast dat we ook nog zeenarcies op het Slufterstrand zagen. Nog een nieuw zeldzaam plantje. Ook zag ik nog moeraspaardenbloem in het Voornes Duin, ook zo'n soort die ik nog steeds een keer moest opzoeken. 


Bontbekplevieren

Ten slotte ving ik op 16 mei nog een ochtendje in Meijendel voor het CES-onderzoek. 't Was een afwisselende ochtend, zonder hoge aantallen of onverwachte soorten. Zie hier. Op de terugweg bezocht ik nog een terekruiter in de Driemandspolder, wat nog een nieuwe was voor mijn Zuid-Hollandlijst. Overigens ben ik wel min of meer gestopt met het actief twitchen voor mijn Zuid-Hollandlijst, want het blijkt toch dat er meestal teveel andere prioriteiten zijn en het belang voor dit lijstje schuif wat omlaag. Zo ben ik bijvoorbeeld nog steeds niet wezen zoeken naar de zwarte specht die al maanden in de provincie rondhangt, en heb ik bijvoorbeeld een grijze junco dit voorjaar aan me voorbij laten gaan. Maar deze terek ruiter was toch wel erg fraai, het was ook alweer ruim tien jaar geleden dat ik er eentje zag... Overigens heb ik geen plaatje meer van deze vogel, omdat m'n telefoon later in het veldseizoen is verzopen en ergens op de bodem van een meer ligt... 

Kroeskoppelikaan ergens in het Groene Hart...

zaterdag 2 mei 2026

Big Day IJsselmonde 2026: 117 soorten!

Ook dit jaar staat weer een Big Day op het programma op IJsselmonde. 2 mei is de uitverkoren datum waarop weer 4 teams het tegen elkaar gaan opnemen. Gisteren was het weer schitterend met een ongekende voorjaarsdag in het land, dankzij een perfecte zuidoostenwind. Vandaag zou de wind al snel draaien naar zuid en zuidwest, met wellicht ook nog een spat regen. De verwachtingen waren dus enigszins getemperd om het record te verbreken (124 soorten inclusief Engelse en Noordse kwikstaart). Dit jaar besloten we zonder de kwikstaarten te rekenen, dus dan zou het te verbreken record 122 soorten betreffen. Wie weet?

Om 00:00 starten Laurens van der Padt, Laurens van der Wind en ik in de Crezéepolder. Ransuil is voor ons altijd een lastige soort, dus daarmee willen we altijd zo snel mogelijk afrekenen. In de Creéepolder horen we de toren van Alblasserdam 12 uur beieren en schrijven we de eerste soorten bij: SCHOLEKSTER (1), RIETZANGER (2), BERGEEND (3), TURELUUR (4), BONTBEKPLEVIER (5), KLEINE PLEVIER (6), KLEINE MANTELMEEUW (7), KLUUT (8), WATERHOEN (9) en KNOBBELZWAAN (10). Blij met bontbekplevier (hebben we ook weleens gemist) lopen we rustig de polder in, waar de bevers heerlijk aan de jonge wilgjes zitten te knagen. Laurens van der Wind houdt continu de dijk in de gaten, waar om 00:12 de gehoopte RANSUIL (11) aan komt flappen in het licht van de lantarenpalen. Fraai! Uiteindelijk vliegt de vogel nog de polder in en laat zich kort maar goed zien in het licht van de zaklamp. Rustig vogelen we hier nog verder en vertrekken met nog GRUTTO (12), GRAUWE GANS (13), MEERKOET (14), LEPELAAR (15) en WILDE EEND (16). 

In het Develbos gaan we voor de volgende uil van de dag, maar het vrouwtje BOSUIL (17) roept pas als we weer wegrijden. Leuk is dat we vanaf hier op grote afstand een ROERDOMP (18) langs de Devel horen roepen en we schrijven nog KRAKEEND (19) bij. In de polders zien we even later totaal drie KERKUILEN (20) en horen we de eerste SNOR (21) zingen langs de Devel. In een baggerdepot zwemt een paartje SLOBEEND (22) en al luisterend langs de Devel komen vervolgens BLAUWE REIGER (23), KIEVIT (24), NACHTEGAAL (25), FUUT (26), SPRINKHAANZANGER (27) en BRANDNGANS (28) op de lijst. Omdat de waterral nog niet van zich laat horen, besluiten we naar Polder het Buitenland te rijden omdat ze daar ook nog weleens willen zitten. In het gebied zingen een snor en sprinkhaanzanger onafgebroken, maar een waterral horen we niet. In de verte zien we wel dat het licht van een zaklamp wat ganzen verstoord, maar tussen de ganzen horen we de rauwe roep van een KWAK (29)! De vogel komt luid roepend recht over ons heen, waarna het geluid wegsterft in noordoostelijke richting. Een aangename verassing zo om 01:41 en een goede Big Daysoort. 

Nadat we nog KUIFEEND (30) en KOEKOEK (31) hebben bijgeschreven rijden we naar het westen, waar we achtereenvolgens CETTI'S ZANGER (32) en ROEK (33) bijschrijven. In Ridderkerk vliegt zowaar nog een ransuil over de weg, maar tafeleend kunnen we niet makkelijk vinden bij Oud-Reijerwaard. Wel zingt een KLEINE KAREKIET (34) bij knooppunt Ridderkerk, waar we overigens niet genoeg ons best doen voor dodaars, want die blijkt later wel gewoon weer aanwezig. In het Waalbos zitten de laatste tijd veel steltlopers, dus daar willen we vast een kijkje nemen. Echter, als we van de parkeerplaats aflopen horen we in de verte de opvallende zang van een BOSRIETZANGER (35)! Daar hadden we al gehoopt, maar het is nog vroeg in het jaar voor deze soort, dus een fijne verrassing! Later komen we 'm ook niet tegen en het blijkt de enige vogel van de dag (een ander team had 'm ook). Op de ijsbaan horen we BOSRUITERS (36) en WATERSNIP (37), maar verder is het stil.

Bosruiter later op de dag op de ijsbaan

Waterral is nog de belangrijkste nachtsoort die we moeten, dus we gaan we richting de Devel. In het licht van de maan horen we nu de roerdomp hoempen, terwijl een andere vogel in Polder het Buitenland terug roept. Op IJsselmonde is het dit jaar goed toeven met roerdompen, met uiteindelijk nog een vogel langs de Munnikendevel en territoria in de Zegenpolder, langs de Waal en in Sandelingen-Ambacht (6 totaal!). Gelukkig horen we ook WATERRAL (38) en een stuk verder de voorzichtige zang van een BLAUWBORST (39). Blauwborst is altijd lastig in deze tijd, omdat de vogels nu jongen hebben en de tweede leg nog niet niet is gestart. 

In Ambacht schrijven we nog een mannetje TAFELEEND (40) bij op een gekende locatie, waarna we nog wat rondlopen in het Waalbos. Dat levert alleen een GROENPOOTRUITER (41) op, zodat het om 4:52 tijd is om ZWARTE ROODSTAART (42) bij te schrijven. Op de Ambachtse scheepswerven is dat een eitje natuurlijk en voordat het raam open is horen we meerdere vogels zingen. Rond de klok van vijf werpen we een eerste blik op de Sophiapolder, wat geen goede soorten oplevert, maar we vertrekken uiteindelijk met  KOKMEEUW (43), ZILVERMEEUW (44), STORMMEEUW (45), OEVERLOPER (46), VISDIEF (47), ROODBORST (48), MEREL (49), HEGGENMUS (50), HOUTDUIF (51), TUINFULITER (52), WINTERKONING (53), ZWARTKOP (54), ZWARTE KRAAI (55), TJIFTJAF (56), AALSCHOLVER (57), GRASMUS (58), KOOLMEES (59), PIMPELMEES (60), IJSVOGEL (61), PONTISCHE MEEUW (62) en KAUW (63). 

Eén van de meest waardeloze acties die we op een Big Day altijd moeten uithalen, is om midden op de dag naar een volkstuincomplex midden in Rotterdam af te reizen voor goudhaan. Dat moet ook anders kunnen, dus besloten we vandaag om in het eerste licht goudhaan te proberen, omdat het dan nog stil is, zangactiviteit hoog en veel rustiger in de stad. Voordat we daar zijn schrijven we nog ZANGLIJSTER (64), BOOMKRUIPER (65), EKSTER (66), BUIZERD (67) en TORENVALK (68) bij, maar ondanks dat het complex is afgesloten horen we om 06:08 een GOUDHAAN (69) zingen uit de coniferen. Geslaagd! Vervolgens ontbreekt nog braamsluiper op de lijst, zodat we die nog op de route leggen voordat we op onze telpost bij de Zegenpolder gaan staan. PUTTER (70), VINK (71), SPREEUW (72) en BOERENZWALUW (73) schrijven we eenvoudig bij in de polders van Rhoon, en gelukkig zit het enige mannetje RINGMUS (74) al voorzichtig te zingen. Vorig jaar zat dit mannetje ook het hele broedseizoen op dezelfde plek en vorige week bleek die toch nog in leven, én nog op dezelfde plek! Helaas wel echt de laatste van het eiland, maar we bleken uiteindelijk de enige met deze soort... Voordat we braamsluiper horen vliegt nog een REGENWULP (75) over en schrijven we GROTE BONTE SPECHT (76) bij, maar dan horen we ook eindelijk BRAAMSLUIPER (77). 

Ringmus
Als we door Rhoon rijden naar de jachthaven komen HUISMUS (78) en TURKSE TORTEL (79) onder elkaar op de lijst, en eenmaal uitgestapt en geïnstalleerd op de telpost gaat het toch weer snel met de eerste soorten: FITIS (80), GEKRAAGDE ROODSTAART (81), RIETGORS (82), GIERZWALUW (83), ZWARTKOPMEEUW (84), BRUINE KIEKENDIEF (85), WITTE KWIKSTAART (86), GAAI (87), PURPERREIGER (88), HOLENDUIF (89), GROENE SPECHT (90), GELE KWIKSTAART (91), GROENLING (92), SLECHTVALK (93) en GROTE MANTELMEEUW (94). De 90 soorten gepasseerd zijn voor 7:20 is toch wel erg lekker productief, maar het gaat vrij goed. De aantallen die over de telpost vliegen zijn overigens wel laag, maar belangrijke soorten als zwartkopmeeuw, purperreiger en regenwulp gaan goed. De grootste krent verschijnt om 7:42  boven de rivier, als een VISAREND (95) kortstondig gaat jagen en uiteindelijk met een flinke vis naar oost vertrekt. Fijne soort! 

Visarend

We hebben hier nog met een paar soorten een appeltje te schillen en ondanks dat het matig vliegt, besluiten we hier wel echt lang te blijven. De soorten op deze plek kunnen natuurlijk wel het verschil maken, maar we schuiven wel wat op naar het oosten omdat daar een paartje dodaarzen in de sloot moet zitten. OEVERZWALUW (96), KNEU (97) en eindelijk een TAPUIT (98) op de akker worden gretig bijgeschreven. De DODAARZEN (99) laten zoals verwacht van zich horen en dan na veel scopen heb ik eindelijk een PAAPJE (100) te pakken. Gisteren zaten er zelfs tientallen paapjes en tapuiten in de polder, maar alles blijkt dus massaal vertrokken vannacht. Terwijl wij met pijn en moeite één paapje en één tapuit hadden, mistten andere teams één of zelfs beiden. En we zitten dus al op de 100 soorten voor 9:00, om 8:50 om precies te zijn. Een record volgens mij! 

Regenfront trekt net (niet) langs

Als we weer op onze vaste plek staan, worden we iets na 9u stevig opgeschrikt. Een ander team heeft twee lachsterns over de Crezéepolder! Een hele goede regiosoort en zelfs pas de eerste met bewijs! De foto die gedeeld wordt liegt er niet om, maar wij staan hopeloos op de verkeerde plek natuurlijk. Het is voor ons vaste prik om op deze telpost te staan, dus er is nu eenmaal niks aan te beginnen. Gewoon pech voor ons en veel geluk voor het andere team, maar het bepaald wel enigszins de rest van de telling en de dag. Het voelt al een beetje alsof we verloren hebben, en qua soort hebben we dat natuurlijk ook... 

Regenwulp

Uiteindelijk staan we tot half elf op de dijk, wat toch nog enkele fijne soorten oplevert: 4 KEMPHANEN (101) komen over, SPERWER (102), APPELVINK (103), GRASPIEPER (104) en MATKOP (105) schrijven we bij voordat we vertrekken naar het Klein Profijt. In het Klein Profijt hebben we een beperkt aantal doelsoorten, waarvan boomklever de belangrijkste is. WINTERTALING (106) is de eerste soort die we bijschrijven en even later ook STAARTMEES (107), maar boomklevers laten het voor ons afweten. Grauwe vliegenvanger menen we een paar keer te horen zingen, maar als we dichterbij komen zwijgt de vogel. We laten het na om nog op andere goede plekken te zoeken, maar een ander team had exact op onze locatie achteraf wel een zingende grauwe vlieg. Tja... Het verlies van boomklever nemen we voor lief en we besluiten het bos te verlaten. 

Al met al gaat hebben we veel soorten, maar het aantal echte krenten valt wat tegen en ook het aantal soorten die nog open staat is beperkt. We hebben dus zo rond de klok van 12 al wel het idee dat een record er niet in gaat zitten, maar hoever gaan we komen en is het wel genoeg voor de winst? Want wat is er vanochtend wellicht nog meer over de Crezéepolder gekomen en gezien door de andere teams? In ieder geval ook steltkluut, welke inmiddels al verdwenen is. In de Portlandpolder schrijven we nog een makkelijke intikker bij: ROODBORSTTAPUIT (108), waarna in de Zuidpolder HUISZWALUW (109) een verwachte nieuwkomer is. Op de ijsbaan in het Waalbos zijn de temmincks strandlopers, die vanochtend ingevallen waren, helaas alweer verdwenen en lopen er alleen massaal nog de bosruiters. Een rondje door het Waalbos levert de bekende man SMIENT (110) op met zijn lamme vleugel, maar groter is de blijdschap om een overvliegende GROTE ZILVERREIGER (111). Het paartje zomertaling lijkt helaas wel echt verdwenen en blijkt ook later niet door de andere teams gezien te zijn.

Smient

Grote zilverreiger

In het eind van de middag is het pas hoog water, dus voordat we naar de Crezée- en Sophiapolder gaan willen we eerst nog in het Develbos twee lastige rovers oprollen. Dat gaat verrassend soepel, want bij het nest zien we al snel een HAVIK (112) terwijl in een dode wilg een BOOMVALK (113) op de uitkijk zit. In Zwijndrecht schrijven we een paar minuten later OOIEVAAR (114) bij, waarna we in het Develpark de voorbereide VUURGOUDHAAN (115) snel horen zingen. In dit park zaten gisteren nog meerdere grauwe en een bonte vliegenvanger, maar ook hier blijkt alles vertrokken. Helaas! Die grauwe vliegenvanger zit er dus niet in voor de dag zo lijkt het. 

Develpark

In de Crezéepolder zien we even later verrassend genoeg een groep van 14 TEMMINCKS STRANDLOPERS (116)!  Daar hadden we niet echt op gerekend, maar verder is het stil. Rond kwart voor vier zitten we dus op het pontje naar de Sophiapolder, waar we vanaf de pont al een KLEINE ZILVERREIGER (117) zien lopen op het eiland. Het blijkt de laatste nieuwe soort van de dag te zijn, want ondanks het gunstige getij komt er niks nieuws meer tevoorschijn uit de slootjes en kreken. Geen zwarte ruiter of andere verrassing dit jaar, alleen wat bekende steltlopers en wintertalingen die we al hadden, en ook geelpootmeeuw ontbreekt. Als we om 17:00 dus weer aan de vaste wal staan hebben we nog twee uur om nog van de dag te maken, dus we besluiten om een poging te wagen voor geelpootmeeuw op het Eiland van Brienenoord. Helaas vangen we ook daar bot, zodat we besluiten de dag maar af te sluiten bij de Devel. Wellicht komt er nog een zeearend voorbij flappen of zit er nog een andere verrassing in het vat. Maar ook daar blijft het stil en de eindstand blijft dus op 117 soorten staan. 

Uiteindelijk blijkt de 117 nipt genoeg voor de winst, want het team van Thomas Los en Jochanan van de Ende hebben 116 soorten. Desalniettemin hadden we de winst graag ingewisseld voor de lachsterns, maar ach, je kan niet alles hebben! Al met al was het een geslaagde dag, maar een dag eerder had vermoedelijk aanzienlijk hogere scores opgeleverd. Totaal zijn 130 soorten gezien, waarbij voor ons boomklever en grauwe vliegenvanger de belangrijkste missers waren. Daarnaast zagen andere teams dus nog steltkluut, lachstern, zwarte stern, zwarte wouw, beflijster en boompieper.  

donderdag 30 april 2026

April 2026

April was een hele drukke maand met veldwerk. Zeker in het begin was het nog volop zoeken naar nesten van matkoppen. In de wilgengrienden die nog in actief beheer zijn, beginnen ze een stuk later met het uithakken van nestjes. Veel uurtjes heb ik dus weer besteed in de Rhoonse grienden en de Zomerlanden, met gelukkig ook een aantal nestvondsten! 





Matkoppen

Daarnaast was het met name in de tweede helft van april heel druk met kieviten, omdat vrijwel alle nesten uitkwamen. In Rhoon kon ik dit voorjaar weer veel kuikens van zenders voorzien, om zo nauwkeurig het opgroeien te monitoren. Op braakliggende terreinen in Oud-Reijerwaard was het ook weer een drukte van belang, en zijn ook veel kieviten gevolgd. 

Fanatiek alarmerende moeder, zelf ook als kuiken geringd

Qua zeldzaamheden viel het verder wel mee tijdens het veldwerk. De twitch naar Groningen voor een kleine zwartkop was natuurlijk prettig tussendoor, maar verder waren het met name de normale aprilsoorten, zoals beflijster. Tijdens broedvogelmonitoring kom je zo nu en dan nog wel wat leuke dingen tegen, waarvan in Noordwijk een bosuil zich fraai liet bekijken. 

Bosuil

Een middagje op de Maasvlakte leverde niet een gehoopte zeldzaamheid op, terwijl er dit voorjaar toch nog wel een paar goede soorten zijn gezien. Het kan niet altijd meezitten... De jaarlijkse team tweedaagse was dit jaar in Drenthe wel weer erg succesvol. Zeker als je zelden in het noorden of oosten komt, waren baltsende watersnippen al een aangename verrassing. Een nachtrondje is natuurlijk ook altijd de moeite waard, met diverse dassen, grote bosmuizen die zich goed lieten bekijken en knoflookpad. Op de terugweg werden we nog verrast door een drietal overvliegende lachsterns over de A27, terwijl we aansloten in de file bij Vianen. Een erg fraaie soort die dus schitterend langskwam, een hoogtepuntje!

dinsdag 21 april 2026

Succesvol vluchtig bezoek in het noorden!

Afgelopen zondag werd in het Groningse Usquert een heuse kleine zwartkop gevangen! Pas de 13e voor Nederland, terwijl het zo ongeveer de meest algemene soort is in Zuid-Europa. Desondanks duikt de soort weinig in Nederland op, en als de soort opduikt, is die vaak zeer lastig te zien of slechts alleen maar te horen. Het laatste twitchbare geval was in 2018, toen in Friesland in de nazomer een exemplaar opdook. Ook dat geval betrof eerst een ringvangst, die uiteindelijk toch twitchbaar bleek maar zich zeer moeizaam liet zien. Mede daarom ben ik toen ook nooit afgereisd, maar nu leek er dus een herkansing op de proppen! 

Eergisteren was de vogel losgelaten in een openbaar parkje, waar de vogel zowaar in de avond kort werd teruggevonden. Ook gisteren was de vogel daar 's ochtends gelijk in beeld, maar omdat het nogal een stukje rijden is en de tijd schaars is, wilde ik toch wel voor een optimale poging gaan zonder uren te hoeven wachten. Gisteren was het namelijk nogal eens dat mensen uren aanwezig waren voor een flits in een paar seconden. Dan zit er dus maar één ding op: gokken dat de vogel blijft en dan met het eerste licht in Groningen staan. Niemand was zo gek om met mij om 3:30 te vertrekken, dus alleen kwam ik rond 6 uur aan, ruim een half uur voor zonsopkomst. 

Terwijl de vogelwereld ontwaakt loopt ik rustig richting het parkje waar de vogel gisteren was waargenomen. Het is koud, slechts een paar graden boven nul. Ideaal weer om met de warmtebeeld te starten en dat blijkt ideaal te werken. Rustig loop ik rond het bosje heen, wanneer ik middenin opeens een vogeltje laag door de vegetatie zie bewegen. Een blik door mijn verrekijker is genoeg: de kleine zwartkop zit er nog! Op 10-20 meter afstand is het beestje uitstekend te volgen met de kijker, en als die kwijt is zorgt de warmtebeeld dat hij snel weer in beeld is. Ik merk wel dat als ik iets te dichtbij kom, dat de vogel naar achteren wegschiet. Ideaal dus dat ik nu in mijn eentje was, want dat is vermoedelijk wel de reden dat 't overdag niet meevalt om hem goed te zien.



Uiteindelijk kan ik de Zuid-Europese dwaalgast een kwartiertje volgen, maar voor de camera is het nog veel te donker. Met veel moeite lukt het net om een bewijsplaatje te trekken, maar niet meer dan dat. Al met al een succesvolle twitch en terwijl de zon langzaam boven de horizon uitkomt aanvaart ik weer de terugreis richting het westen.

Kleine zwartkop

De terugreis onderbreek ik nog voor een succesvol bezoek aan een locatie van hooilandpaardenbloem in Friesland. Een toch wel enigszins suffe plantensoort die nog ontbrak, terwijl ik vervolgens plat blaasjeskruid in de Weerribben nog niet kan vinden. De leukste soorten op de terugreis zijn echter twee passerende koereigers en een fraai overvliegende steppekiekendief. Leuke verrassingen zo tijdens een vluchtig bezoek aan het noorden! 

dinsdag 31 maart 2026

Maart 2026

In maart heb ik vooral heel veel tijd gestopt in het zoeken en inventariseren van matkoppen langs de Oude Maas. Ook de meeste vrije tijd is daarin op gegaan, zodat leuke waarnemingen niet veel verder gaan dan appelvinken, kleine bonte spechten, zeearenden, middelste zaagbekken en andere leuke soorten die zich tijdens het matkoponderzoek lieten zien. 

Matkop

Donkere bruine kiekendief

Matkop

Kleine plevier

Appelvink

Naast de matkoppen zijn natuurlijk ook de kieviten weer massaal gaan leggen, wat betekent dat ik ook nog wel wat tijd heb gestopt in het aflezen van volwassen vogels die van eerdere jaren zijn teruggekeerd. Dat lukte gelukkig op de nodige plekken, maar het blijft toch verrassend hoeveel ongeringde kieviten er ook rond blijven lopen...

Ree

Een aantal keer lukte het nog om een mooi aantal waterpiepers af te lezen en ook het vangen waterpiepers lukte gelukkig nog. Erg leuk was ook de bijvangst van een snor, voor het eerst dat die in het netje belandt tijdens het ringen langs de Devel! 

Waterpieper

Snor

Ten slotte heb ik nog een paar plantensoorten bijgeschreven. Dit jaar wil ik ook proberen om nog weer wat soorten op te zoeken, waarvan in maart oranjegele paardenbloem wellicht het meest noemenswaardig was. Een kleine soort paardenbloem en typisch voor het duingebied.

Oranjegele paardenbloem

zaterdag 28 februari 2026

Februari 2026

De eerste weken van februari waren we er even tussenuit naar de sneeuw: een weekje in de Harz in Duitsland. In het gebied lag een flink pak sneeuw en het was ook lekker koud toen we er waren, maar qua vogels was het vrij stil. In de bossen waren soorten als goudvink en matkop algemeen, maar verder was het vrij tam. Vanaf de weg ontdekte ik tijdens één van de eerste dagen een fraaie dwerguil in de top van een boom, een aangename verrassing! Meerdere avonden probeerde ik nog om een ruigpootuil te zien of te horen, maar dat lukte helaas niet. Wel zagen we nog de nodige rode wouwen, wat kraanvogels, klapekster, op sommige plekken veel vossen en in een spoortunnel enkele overwinterende vale vleermuizen, franjestaart en mopsvleermuis. 

Kuifmees

Goudvink

Klapekster

Dwerguil

De rest van de maand besteedde ik met name aan 'mijn' wintersoorten. Het lukte om nog een paar bokjes te zenderen, zodat we de rest van de maand om verstoring te voorkomen weinig bokjes meer hebben geringd. 

Bokje

Bokje met GPS-logger

Het aflezen van waterpiepers ging erg goed omdat een spruitenstoppel op een ideale plek lag, waar tot wel 75 waterpiepers foerageerden. Na de vorst waren vrijwel alle waterpiepers weer teruggekeerd in de groep! Een avond vangen leverde ook nog enkele vogels op, maar groot was de verrassing toen plotseling een oeverpieper in het net hing!


Oeverpieper

In de afgelopen jaren heb ik een aantal keer een oeverpieper gevonden tussen de waterpiepers, dus ik vermoedde wel dat er met enige regelmaat in de trekperiode een oeverpieper op de slaapplaats kon zitten, maar dat bleek nu dus ook zowaar! In de dagen daarna zag ik 'm ook nog terug in de groep, erg leuk! Ook de eerste rouwkwikstaarten hielden zich weer op tussen de piepers en kwikstaarten. 


Oeverpieper

Rouwkwikstaart

Waterpieper Rm/RWG

Tijdens de laatste dagen van de maand ging de focus steeds weer op het voorjaar liggen. Matkoppen werden alweer goed actief en het lukte om nog een aantal territoriale matkoppen van kleurringen te voorzien. Ook dit jaar willen we namelijk weer nauwgezet de populatie op IJsselmonde volgen, zodat ik ook februari heb gebruikt om alle territoria weer in te stippen en geringde vogels van afgelopen jaren af te lezen. Al met al bleek dat de stand op IJsselmonde in vergelijking met voorgaande jaren min of meer stabiel is gebleven. Leuke waarnemingen tijdens het zoeken naar matkoppen waren onder meer nog kleine bonte specht, boomklevers, appelvinken, zeearenden en middelste zaagbekken op de rivier. 

Matkop Nm/RY