zaterdag 2 mei 2026

Big Day IJsselmonde 2026: 117 soorten!

Ook dit jaar staat weer een Big Day op het programma op IJsselmonde. 2 mei is de uitverkoren datum waarop weer 4 teams het tegen elkaar gaan opnemen. Gisteren was het weer schitterend met een ongekende voorjaarsdag in het land, dankzij een perfecte zuidoostenwind. Vandaag zou de wind al snel draaien naar zuid en zuidwest, met wellicht ook nog een spat regen. De verwachtingen waren dus enigszins getemperd om het record te verbreken (124 soorten inclusief Engelse en Noordse kwikstaart). Dit jaar besloten we zonder de kwikstaarten te rekenen, dus dan zou het te verbreken record 122 soorten betreffen. Wie weet?

Om 00:00 starten Laurens van der Padt, Laurens van der Wind en ik in de Crezéepolder. Ransuil is voor ons altijd een lastige soort, dus daarmee willen we altijd zo snel mogelijk afrekenen. In de Creéepolder horen we de toren van Alblasserdam 12 uur beieren en schrijven we de eerste soorten bij: SCHOLEKSTER (1), RIETZANGER (2), BERGEEND (3), TURELUUR (4), BONTBEKPLEVIER (5), KLEINE PLEVIER (6), KLEINE MANTELMEEUW (7), KLUUT (8), WATERHOEN (9) en KNOBBELZWAAN (10). Blij met bontbekplevier (hebben we ook weleens gemist) lopen we rustig de polder in, waar de bevers heerlijk aan de jonge wilgjes zitten te knagen. Laurens van der Wind houdt continu de dijk in de gaten, waar om 00:12 de gehoopte RANSUIL (11) aan komt flappen in het licht van de lantarenpalen. Fraai! Uiteindelijk vliegt de vogel nog de polder in en laat zich kort maar goed zien in het licht van de zaklamp. Rustig vogelen we hier nog verder en vertrekken met nog GRUTTO (12), GRAUWE GANS (13), MEERKOET (14), LEPELAAR (15) en WILDE EEND (16). 

In het Develbos gaan we voor de volgende uil van de dag, maar het vrouwtje BOSUIL (17) roept pas als we weer wegrijden. Leuk is dat we vanaf hier op grote afstand een ROERDOMP (18) langs de Devel horen roepen en we schrijven nog KRAKEEND (19) bij. In de polders zien we even later totaal drie KERKUILEN (20) en horen we de eerste SNOR (21) zingen langs de Devel. In een baggerdepot zwemt een paartje SLOBEEND (22) en al luisterend langs de Devel komen vervolgens BLAUWE REIGER (23), KIEVIT (24), NACHTEGAAL (25), FUUT (26), SPRINKHAANZANGER (27) en BRANDNGANS (28) op de lijst. Omdat de waterral nog niet van zich laat horen, besluiten we naar Polder het Buitenland te rijden omdat ze daar ook nog weleens willen zitten. In het gebied zingen een snor en sprinkhaanzanger onafgebroken, maar een waterral horen we niet. In de verte zien we wel dat het licht van een zaklamp wat ganzen verstoord, maar tussen de ganzen horen we de rauwe roep van een KWAK (29)! De vogel komt luid roepend recht over ons heen, waarna het geluid wegsterft in noordoostelijke richting. Een aangename verassing zo om 01:41 en een goede Big Daysoort. 

Nadat we nog KUIFEEND (30) en KOEKOEK (31) hebben bijgeschreven rijden we naar het westen, waar we achtereenvolgens CETTI'S ZANGER (32) en ROEK (33) bijschrijven. In Ridderkerk vliegt zowaar nog een ransuil over de weg, maar tafeleend kunnen we niet makkelijk vinden bij Oud-Reijerwaard. Wel zingt een KLEINE KAREKIET (34) bij knooppunt Ridderkerk, waar we overigens niet genoeg ons best doen voor dodaars, want die blijkt later wel gewoon weer aanwezig. In het Waalbos zitten de laatste tijd veel steltlopers, dus daar willen we vast een kijkje nemen. Echter, als we van de parkeerplaats aflopen horen we in de verte de opvallende zang van een BOSRIETZANGER (35)! Daar hadden we al gehoopt, maar het is nog vroeg in het jaar voor deze soort, dus een fijne verrassing! Later komen we 'm ook niet tegen en het blijkt de enige vogel van de dag (een ander team had 'm ook). Op de ijsbaan horen we BOSRUITERS (36) en WATERSNIP (37), maar verder is het stil.

Bosruiter later op de dag op de ijsbaan

Waterral is nog de belangrijkste nachtsoort die we moeten, dus we gaan we richting de Devel. In het licht van de maan horen we nu de roerdomp hoempen, terwijl een andere vogel in Polder het Buitenland terug roept. Op IJsselmonde is het dit jaar goed toeven met roerdompen, met uiteindelijk nog een vogel langs de Munnikendevel en territoria in de Zegenpolder, langs de Waal en in Sandelingen-Ambacht (6 totaal!). Gelukkig horen we ook WATERRAL (38) en een stuk verder de voorzichtige zang van een BLAUWBORST (39). Blauwborst is altijd lastig in deze tijd, omdat de vogels nu jongen hebben en de tweede leg nog niet niet is gestart. 

In Ambacht schrijven we nog een mannetje TAFELEEND (40) bij op een gekende locatie, waarna we nog wat rondlopen in het Waalbos. Dat levert alleen een GROENPOOTRUITER (41) op, zodat het om 4:52 tijd is om ZWARTE ROODSTAART (42) bij te schrijven. Op de Ambachtse scheepswerven is dat een eitje natuurlijk en voordat het raam open is horen we meerdere vogels zingen. Rond de klok van vijf werpen we een eerste blik op de Sophiapolder, wat geen goede soorten oplevert, maar we vertrekken uiteindelijk met  KOKMEEUW (43), ZILVERMEEUW (44), STORMMEEUW (45), OEVERLOPER (46), VISDIEF (47), ROODBORST (48), MEREL (49), HEGGENMUS (50), HOUTDUIF (51), TUINFULITER (52), WINTERKONING (53), ZWARTKOP (54), ZWARTE KRAAI (55), TJIFTJAF (56), AALSCHOLVER (57), GRASMUS (58), KOOLMEES (59), PIMPELMEES (60), IJSVOGEL (61), PONTISCHE MEEUW (62) en KAUW (63). 

Eén van de meest waardeloze acties die we op een Big Day altijd moeten uithalen, is om midden op de dag naar een volkstuincomplex midden in Rotterdam af te reizen voor goudhaan. Dat moet ook anders kunnen, dus besloten we vandaag om in het eerste licht goudhaan te proberen, omdat het dan nog stil is, zangactiviteit hoog en veel rustiger in de stad. Voordat we daar zijn schrijven we nog ZANGLIJSTER (64), BOOMKRUIPER (65), EKSTER (66), BUIZERD (67) en TORENVALK (68) bij, maar ondanks dat het complex is afgesloten horen we om 06:08 een GOUDHAAN (69) zingen uit de coniferen. Geslaagd! Vervolgens ontbreekt nog braamsluiper op de lijst, zodat we die nog op de route leggen voordat we op onze telpost bij de Zegenpolder gaan staan. PUTTER (70), VINK (71), SPREEUW (72) en BOERENZWALUW (73) schrijven we eenvoudig bij in de polders van Rhoon, en gelukkig zit het enige mannetje RINGMUS (74) al voorzichtig te zingen. Vorig jaar zat dit mannetje ook het hele broedseizoen op dezelfde plek en vorige week bleek die toch nog in leven, én nog op dezelfde plek! Helaas wel echt de laatste van het eiland, maar we bleken uiteindelijk de enige met deze soort... Voordat we braamsluiper horen vliegt nog een REGENWULP (75) over en schrijven we GROTE BONTE SPECHT (76) bij, maar dan horen we ook eindelijk BRAAMSLUIPER (77). 

Ringmus
Als we door Rhoon rijden naar de jachthaven komen HUISMUS (78) en TURKSE TORTEL (79) onder elkaar op de lijst, en eenmaal uitgestapt en geïnstalleerd op de telpost gaat het toch weer snel met de eerste soorten: FITIS (80), GEKRAAGDE ROODSTAART (81), RIETGORS (82), GIERZWALUW (83), ZWARTKOPMEEUW (84), BRUINE KIEKENDIEF (85), WITTE KWIKSTAART (86), GAAI (87), PURPERREIGER (88), HOLENDUIF (89), GROENE SPECHT (90), GELE KWIKSTAART (91), GROENLING (92), SLECHTVALK (93) en GROTE MANTELMEEUW (94). De 90 soorten gepasseerd zijn voor 7:20 is toch wel erg lekker productief, maar het gaat vrij goed. De aantallen die over de telpost vliegen zijn overigens wel laag, maar belangrijke soorten als zwartkopmeeuw, purperreiger en regenwulp gaan goed. De grootste krent verschijnt om 7:42  boven de rivier, als een VISAREND (95) kortstondig gaat jagen en uiteindelijk met een flinke vis naar oost vertrekt. Fijne soort! 

Visarend

We hebben hier nog met een paar soorten een appeltje te schillen en ondanks dat het matig vliegt, besluiten we hier wel echt lang te blijven. De soorten op deze plek kunnen natuurlijk wel het verschil maken, maar we schuiven wel wat op naar het oosten omdat daar een paartje dodaarzen in de sloot moet zitten. OEVERZWALUW (96), KNEU (97) en eindelijk een TAPUIT (98) op de akker worden gretig bijgeschreven. De DODAARZEN (99) laten zoals verwacht van zich horen en dan na veel scopen heb ik eindelijk een PAAPJE (100) te pakken. Gisteren zaten er zelfs tientallen paapjes en tapuiten in de polder, maar alles blijkt dus massaal vertrokken vannacht. Terwijl wij met pijn en moeite één paapje en één tapuit hadden, mistten andere teams één of zelfs beiden. En we zitten dus al op de 100 soorten voor 9:00, om 8:50 om precies te zijn. Een record volgens mij! 

Regenfront trekt net (niet) langs

Als we weer op onze vaste plek staan, worden we iets na 9u stevig opgeschrikt. Een ander team heeft twee lachsterns over de Crezéepolder! Een hele goede regiosoort en zelfs pas de eerste met bewijs! De foto die gedeeld wordt liegt er niet om, maar wij staan hopeloos op de verkeerde plek natuurlijk. Het is voor ons vaste prik om op deze telpost te staan, dus er is nu eenmaal niks aan te beginnen. Gewoon pech voor ons en veel geluk voor het andere team, maar het bepaald wel enigszins de rest van de telling en de dag. Het voelt al een beetje alsof we verloren hebben, en qua soort hebben we dat natuurlijk ook... 

Regenwulp

Uiteindelijk staan we tot half elf op de dijk, wat toch nog enkele fijne soorten oplevert: 4 KEMPHANEN (101) komen over, SPERWER (102), APPELVINK (103), GRASPIEPER (104) en MATKOP (105) schrijven we bij voordat we vertrekken naar het Klein Profijt. In het Klein Profijt hebben we een beperkt aantal doelsoorten, waarvan boomklever de belangrijkste is. WINTERTALING (106) is de eerste soort die we bijschrijven en even later ook STAARTMEES (107), maar boomklevers laten het voor ons afweten. Grauwe vliegenvanger menen we een paar keer te horen zingen, maar als we dichterbij komen zwijgt de vogel. We laten het na om nog op andere goede plekken te zoeken, maar een ander team had exact op onze locatie achteraf wel een zingende grauwe vlieg. Tja... Het verlies van boomklever nemen we voor lief en we besluiten het bos te verlaten. 

Al met al gaat hebben we veel soorten, maar het aantal echte krenten valt wat tegen en ook het aantal soorten die nog open staat is beperkt. We hebben dus zo rond de klok van 12 al wel het idee dat een record er niet in gaat zitten, maar hoever gaan we komen en is het wel genoeg voor de winst? Want wat is er vanochtend wellicht nog meer over de Crezéepolder gekomen en gezien door de andere teams? In ieder geval ook steltkluut, welke inmiddels al verdwenen is. In de Portlandpolder schrijven we nog een makkelijke intikker bij: ROODBORSTTAPUIT (108), waarna in de Zuidpolder HUISZWALUW (109) een verwachte nieuwkomer is. Op de ijsbaan in het Waalbos zijn de temmincks strandlopers, die vanochtend ingevallen waren, helaas alweer verdwenen en lopen er alleen massaal nog de bosruiters. Een rondje door het Waalbos levert de bekende man SMIENT (110) op met zijn lamme vleugel, maar groter is de blijdschap om een overvliegende GROTE ZILVERREIGER (111). Het paartje zomertaling lijkt helaas wel echt verdwenen en blijkt ook later niet door de andere teams gezien te zijn.

Smient

Grote zilverreiger

In het eind van de middag is het pas hoog water, dus voordat we naar de Crezée- en Sophiapolder gaan willen we eerst nog in het Develbos twee lastige rovers oprollen. Dat gaat verrassend soepel, want bij het nest zien we al snel een HAVIK (112) terwijl in een dode wilg een BOOMVALK (113) op de uitkijk zit. In Zwijndrecht schrijven we een paar minuten later OOIEVAAR (114) bij, waarna we in het Develpark de voorbereide VUURGOUDHAAN (115) snel horen zingen. In dit park zaten gisteren nog meerdere grauwe en een bonte vliegenvanger, maar ook hier blijkt alles vertrokken. Helaas! Die grauwe vliegenvanger zit er dus niet in voor de dag zo lijkt het. 

Develpark

In de Crezéepolder zien we even later verrassend genoeg een groep van 14 TEMMINCKS STRANDLOPERS (116)!  Daar hadden we niet echt op gerekend, maar verder is het stil. Rond kwart voor vier zitten we dus op het pontje naar de Sophiapolder, waar we vanaf de pont al een KLEINE ZILVERREIGER (117) zien lopen op het eiland. Het blijkt de laatste nieuwe soort van de dag te zijn, want ondanks het gunstige getij komt er niks nieuws meer tevoorschijn uit de slootjes en kreken. Geen zwarte ruiter of andere verrassing dit jaar, alleen wat bekende steltlopers en wintertalingen die we al hadden, en ook geelpootmeeuw ontbreekt. Als we om 17:00 dus weer aan de vaste wal staan hebben we nog twee uur om nog van de dag te maken, dus we besluiten om een poging te wagen voor geelpootmeeuw op het Eiland van Brienenoord. Helaas vangen we ook daar bot, zodat we besluiten de dag maar af te sluiten bij de Devel. Wellicht komt er nog een zeearend voorbij flappen of zit er nog een andere verrassing in het vat. Maar ook daar blijft het stil en de eindstand blijft dus op 117 soorten staan. 

Uiteindelijk blijkt de 117 nipt genoeg voor de winst, want het team van Thomas Los en Jochanan van de Ende hebben 116 soorten. Desalniettemin hadden we de winst graag ingewisseld voor de lachsterns, maar ach, je kan niet alles hebben! Al met al was het een geslaagde dag, maar een dag eerder had vermoedelijk aanzienlijk hogere scores opgeleverd. Totaal zijn 130 soorten gezien, waarbij voor ons boomklever en grauwe vliegenvanger de belangrijkste missers waren. Daarnaast zagen andere teams dus nog steltkluut, lachstern, zwarte stern, zwarte wouw, beflijster en boompieper.  

zaterdag 31 januari 2026

Januari 2026

Januari was dankzij een aardige winterinval helemaal niet zo saai. De maand begon met sneeuw en ijs, wat gelijk veel ganzen op IJsselmonde opleverde en op allerlei plaatsen boomleeuweriken en veldleeuweriken. Ook was gelijk een verandering zichtbaar in het gedrag van waterpiepers. Waar in de eerste dagen van het jaar nog een groep van 65 waterpiepers op een spruitenstoppel liep, was daar na vorst en sneeuw bijna niks meer van over. Ondanks zoeken was er nog slechts een enkeling te vinden, en een groot deel was vermoedelijk op weg gegaan naar warmere oorden. Extra interessant natuurlijk om zeker ook na verhoging van de temperaturen te kijken welke vogels weer terugkwamen en wat de overleving was ondanks deze koudeinval. In januari dus veel over de akkers gestaart, met veel aflezingen tot gevolg! 



Waterpiepers

Sneeuwval zorgt dus ook voor een goede kans op sneeuwtrek van zangvogels en steltlopers langs de kust, wat een aantal mooie vangdagen op VRS Meijendel opleverde. Zelf lukte het mij om op 7 januari op de ringbaan te zijn, wat met name succesvol was met de vangst van 12 waterpiepers. Ook wisten we nog onder meer een watersnip, keep en boomleeuwerik te vangen. Leuke dag en interessante vangsten, zeker ook omdat bleek dat bijvoorbeeld de waterpiepers in uitstekende conditie waren. Voor de totalen, zie hier
Boomleeuwerik

Keep

Slagnetten

Op 9 januari, terwijl de dooi in het zuiden al aardig heeft ingezet, komt einde van de middag plotseling een onverwachte melding van een bergheggenmus in de Eemshaven. Deze soort mistte ik helaas in 2017 toen een grote influx gaande was in ons land, maar zou het nu dan alsnog goedkomen? Ze duiken vaker op in de winter in Europa, maar altijd noordelijk en natuurlijk zijn ze zeer zeldzaam. De beschrijving klonk niet helemaal gek en omdat het de volgende dag zaterdag was kon ik het niet laten om een poging te wagen. Zeker omdat op dergelijke meldingen zelden actief wordt gezocht, kan je beter zelf maar vooraan lopen... 10 januari dus die kant op, maar ondanks de kou in het barre noorden geen enkele waarneming van een bergheggenmus of iets wat daarop lijkt. Vlakbij de locatie van de waarneming ligt de oude centrale, welke helaas ontoegankelijk is. Mogelijk dat de vogel ergens daar aanwezig was?! We zullen het nooit weten. Een stop in de Weerribben op de terugweg voor otter bleek overigens ook kansloos: alles was dichtgevroren.  


Koude Eemshaven...

In januari heb ik weinig gezocht naar houtsnippen in de avonduren, maar wel konden we nog weer diverse bokjes van GPS-loggers voorzien. De verwachtingen waren natuurlijk ook hoog gespannen om vogels van vorige winter terug te zien, maar helaas... Na enkele strubbelingen lukte het nu wel goed om de ontvangers in het veld te plaatsen, zodat we bijna dagelijks updates kregen van de geloggerde vogels. Erg leuk en waardevol om zo inzicht te krijgen in het leven van deze wintergasten, iets waar we na de winter eens mee aan de slag moeten gaan. Naast het loggeren van de bokjes hebben we ook nog weer veel bokjes gevangen en geringd, waarna we ze de rest van de winter meer rust geven. 



Bokjes met GPS-loggers


Dankzij de sneeuw raken eindelijk plekken weer geschikt voor bokjes

Tijdens koude periodes is het door de bewegingen van ganzen en allerlei andere vogels ook altijd spannend of er nog zeldzaamheden in de regio of in het land opduiken. Eén van de soorten waar we op IJsselmonde al jaren op azen is dwerggans. Ze zitten normaliter niet ver bij ons vandaan (Strijen), maar op IJsselmonde zitten ze nooit omdat er überhaupt vrijwel geen ganzen op het eiland zitten. Met sneeuw komt daar echter verandering in en dan blijkt ook vaak het gedrag van de overwinterende dwergganzen te veranderen. Deze koudeperiode begin januari was dat echter niet het geval en kwamen de dwergganzen niet in de buurt, maar op 19 januari is daar opeens het bericht dat de dag ervoor een gezenderde dwerggans in Lekkerkerk was aangekomen vanuit Camperduin in een groepje van vijf exemplaren. In de avond waren ze over de Crezéepolder vertrokken naar het Oudeland van Strijen om te slapen, wat natuurlijk verrassend was! Beter nog was dat ze in de ochtend van 19 januari dus ook weer over IJsselmonde waren gevlogen om in Lekkerkerk weer te gaan grazen. 

De informatie kwam gelukkig op tijd door op 19 januari via Thomas Los, natuurlijk met de hoop dat ze in de avond wéér over IJsselmonde zouden trekken. Vanaf 16:00 stond ik dus op de dijk in de Crezéepolder, samen met Laurens van der Windt, Thomas Los en Erik-Jan Visser. Zou het nu een keer gaan lukken? Op 18 januari waren ze rond 16:45 over de Crezéepolder gevlogen, maar eind van de middag was er nu nog weinig beweging van ganzen. Een paar groepjes, maar met name brandganzen zagen we over het eiland trekken. Een bericht uit de Krimpenerwaard luidde dat er geen vogelaars meer bij de dwergganzen stonden, dus we zouden helaas ook geen bericht krijgen als ze daar de lucht ingingen... Tja. 

Rond 17:15 zien we vanuit de verte nog een paar groepen ganzen naderen. Rechts waren allemaal brandjes, links een V-formatie (29 ganzen) waren kollen. Of toch niet allemaal? Opeens viel het kwartje dat er een stelletje kleintjes tussen zaten, zeker een stuk of 4! Nadat ik een brul geef ziet iedereen gelijk de vogels en valt ook iedereen direct het grootteverschil op. Een halsband (waar de zender aanzit) of andere kleeddetails zijn helaas niet meer te zien, maar dit moeten toch de vogels zijn geweest?! Uiteindelijk kwam 's avonds de bevestiging via de zendergegevens, dat de dwerggans tussen 16:45 en 17:15 was vertrokken uit Lekkerkerk en recht over de Crezéepolder was komen. Het klopte precies met onze waarneming, uitgaande van een vliegsnelheid van ca. 50 km/uur! Eindelijk dus dwerggans op de IJsselmondelijst! 

De rest van de maand is redelijk tam, maar op 21 januari is een overtrekkende rotgans in een groep brandganzen nog een aangename verrassing boven Heerjansdam. Op 26 januari is er ten slotte nog enige opschuddig omdat een troepiaal blijkt opgedoken in Capelle aan den IJssel. Een familiegroep waarvan in Europa enkele soorten zouden kunnen afdwalen, maar al snel blijkt dat het om een Caribische troepiaal gaat waarvan het niet mogelijk is dat die op eigen kracht Europa kan bereiken. Ondanks dat zie ik de vogel wel op 26 januari in de middag, waar die rustig op het dak zit te wachten... Hopelijk volgt er later deze winter nog wel een échte Amerikaanse dwaalgast!


Caribische troepiaal

donderdag 1 januari 2026

Een vogelrijk 2026 gewenst!

Net zoals afgelopen jaar stond ook dit jaar het bloggen op een wat lager pitje. Dit jaaroverzicht schrijf ik dan ook echt wel iets te laat... Maar het jaar begon en eindigde op het gebied van nieuwe soorten uitstekend! Daartussenin was het dan weer wat rustiger... 

Het jaar begon op 3 januari, toen we tijdens het ringen van bokjes de melding kregen van een Pacifische parelduiker op Neeltje Jans. De foto's zagen er gelijk goed uit en we konden de vogel uitstekend voor het donker halen. Een fraaie nieuwe soort en zelfs een nieuwe voor Nederland! 

Pacifische parelduiker

Tien dagen later was het opnieuw raak! Deze keer kwam het net wat minder uit, maar het ging toch prima. Tijdens een overleg kwam een foto door vanaf Texel met een onmiskenbare brileider. Het overleg kon vervolgens in de auto worden vervolgd, zodat we exact de boot van 15:30 konden halen en ruim voor het donker de vogel in de kijker hadden. Ondanks de grote afstand was hij goed herkenbaar, maar in december zag ik de vogel uiteindelijk nog wel een stukje beter... Een extreme dwaalgast uit het hoge noorden, die in tegenstelling tot de parelduiker niet echt werd verwacht... 

Brileider

De derde nieuwe soort was wat dat betreft een meer verwachte soort, namelijk havikarend. In de avond van 8 april werd namelijk in het Noord-Hollands Duinreservaat een havikarend ontdekt. Exact op dezelfde locatie als in 2020, waar ik toen te laat hoorde dat een havikarend twitchbaar was. Ook in de jaren daarna lukte het me niet om deze Zuid-Europese dwaalgast te zien, omdat ze meestal ongezien passeerden (o.b.v. zendergegevens) en de exacte locaties altijd pas te laat werden doorgegeven. Dit betrof echter geen gezenderde vogel en aangezien hij in de avond was ingevallen, zou het toch raak moeten zijn de volgende dag! Ondanks de kou en bewolking stonden we op tijd in de duinen, waar uiteindelijk om 9:50 de havikarend boven het bos verscheen. Ogenschijnlijk ongelofelijk was het hoe snel de vogel hoogte maakte in het grauwe weer en als een stipje naar het zuiden verdween. Maar hij was binnen! 

Het najaar verliep vervolgens vrij tam, ondanks dat er wel hoop was op een flinke zeldzaamheid. Een vermoedelijke westelijke blonde tapuit op de Waddenzeedijk werd te laat doorgegeven en kon ook niet meer worden teruggevonden, maar uiteindelijk was het een maskergors die in december op Texel werd ontdekt die het goed maakt. Het najaar was al ongekend goed voor deze dwaalgast uit Oost-Siberië, maar de eerste twitchbare vogel werd dus pas in de winter op Texel ontdekt. De eerst zaterdag kon ik snel op de melding reageren, maar een middag blauwbekken langs de Pontweg had niet het gewenste resultaat. Op de maandag kwam het echter helemaal goed en liet de vogel zich schitterend zien in de tuin, nadat we 'm op de rand van de akker hadden opgestoten. Fijne soort!

Wachten langs de Pontweg...

De zeldzaamheden in het land (behoudens wat zeldzaamheden op IJsselmonde, die komen zo) waren wat beperkt en weinig spraakmakend. Tijdens zoeken naar waterpiepers in de Delta zag ik weer eens de flamingo's in de Grevelingen en een ijsduiker in het Haringvliet. Een dagje wandelen in Zuid-Kennemerland leverde de bekende kleine topper op, terwijl ik in Limburg weer eens een oehoe zag. Tijdens veldwerk leverde iets omrijden nog een waarneming op van een grijze wouw en in de winter zag ik zo weer eens een witoogeend in de Biesbosch. Een waarneming van wat bijeneters in Berkheide was mijn enige nieuwe soort voor de Zuid-Hollandlijst, die daarmee op 372 soorten kwam. Deze lijst krijgt eigenlijk niet echt meer aandacht, een zwarte specht die het hele jaar in Meijendel zat heb ik bijvoorbeeld ook nog laten schieten... 

Verder was het dus een jaar waarop ik vooral veel zeldzaamheden zelf vond, of op IJsselmonde tegen kwam. In het voorjaar was ik met collega Daan van Braak enkele keren op de Maasvlakte, wat helemaal niet tegenviel. Tijdens ons eerste bezoek op 30 april zagen we zo naast o.a. een mooie groep Engelse kwikstaarten een fraaie grote pieper en een hop. Op 16 juni waren we dik tevreden met een schitterende kuifaalscholver en een langsvliegende Europese kanarie, terwijl het eigenlijk nooit echt leeg was en er altijd wel spannende waarnemingen waren van bijv. spotvogel, grasmussen, bosrietzangers, etc.

Grote pieper

Kuifaalscholver

Veldwerk leverde dit jaar nog enkele waarnemingen van zwarte ooievaars op, in Zeeuws-Vlaanderen zijn koereigers echt algemeen geworden en ook wat graszangers waren daar toch wel leuk. In het voorjaar had ik ten slotte nog een baltsend woudaapje langs één van de kreken. De vale pijlstormvogel die op 16 september langs de Maasvlakte vloog was echter wel het pareltje voor mij dit jaar. De ochtend was al goed met recordaantallen noordse pijlstormvogels, maar deze vale pijl kwam schitterend langs! Het was pas m'n tweede, maar deze liet zich vele malen beter bekijken. Sowieso was het najaar niet slecht aan zee met onder andere nog een kleinste jager (over de vlakte!), veel pijlstormvogels dus en een memorabele ochtend langs het Kornwerderzand. Eind oktober werd er meerdere dagen een stormvogeltje gezien langs de Afsluitdijk, zodat ik op 28 oktober gewoon besloot een ochtend te gaan zitten. Om 12:00 zou ik aftaaien, er moest ook nog gewerkt worden. Voor die tijd was het heel vermakelijk met wat kleine alken, rosse franjepoot, noordse stormvogel, grauwe pijlstormvogel, strandleeuwerik en een vaal stormvogeltje. Om kwart over 12 kwam dus het 'stofje', toen ik net een kwartier vertrokken was... Helaas! Een poging om 'm nog op te pikken bij Breezanddijk leverde alleen nog een rosse franjepoot op.

Graszanger

Koereiger

Zwarte ooievaar

Kleinste jager

Het najaar leverde mij verder nog een enkele bladkoning en Siberische tjiftjaf op. Meerdere poging voor een Siberische sprinkhaanzanger op Maasvlakte 2 waren helaas vruchteloos. Overigens was ook een twitch naar een grijze gors in december nabij Maastricht niet succesvol, terwijl ik tijdens onderzoek naar bokjes in oktober nog wel een dwerggors optrapte langs de Oude Maas. 

IJsselmonde was dan eigenlijk helemaal niet slecht dit jaar. Totaal zag ik drie nieuwe voor mijn eilandlijst, waarvan een kleine topper in het Waalbos in maart de eerste was. Een mannetje liet zich schitterend zien, wat vermoedelijk dezelfde vogel was die de hele winter in de Delta had rondgehangen. Na de kleine topper bleef het voorjaar goed, toen in april in dezelfde week een poelruiter opdook in de Crezéepolder en twee raven een rondje over Oost-IJsselmonde maakten. Met hangen en wurgen lukte het me om één van de twee vogels te zien, zodat mijn lijst uiteindelijk op 272 uitkwam. 

Kleine topper

Naast deze nieuwe voor het eiland waren er nog leuke waarnemingen van een topper, twee fraaie groepen kraanvogels over kantoor, een leuke porseleinhoen tijdens het bokjesvangen en van twee soorten sterns. In de Crezéepolder vond ik weer eens een reuzenstern (geringd in Zweden!) en over de Sophiapolder vloog tijdens een excursie in juli een fraai duo witwangsterns. Dit jaar was ook weer eens goed voor roofvogels, met o.a. een grauwe kiekendief, twee rode wouwen en liefst zes zwarte wouwen. Vier van die zwarte wouwen zagen we op de jaarlijkse Big Day op 10 mei, die we wel wonnen maar waarop we net niet het record konden evenaren. Helaas... De Big Day in de winter verloren we overigens, maar was wel de moeite waard met een zelfgevonden sneeuwgors. Leuke soorten waren verder nog een roodpootvalk in augustus in de Zegenpolder, de Humes bladkoning van afgelopen jaar die in januari nog aanwezig was, een bladkoning in oktober naast het huis en sinds jaren weer eens overvliegende kruisbekken. Het jaar eindigde met en gebruikelijk aantal van 178 soorten. 

Zwarte wouw

Witwangsterns

Verder was ik in 2025 nog druk met de nodige ringprojecten op IJsselmonde, ondertussen de bekende projecten aan bokjes, houtsnippen, waterpiepers, kieviten en matkoppen. Erg leuk was dat we in zowel de winter winter 2024/25 als in 2025/26 tien bokjes konden zenderen, die ons veel nieuwe informatie hebben geleverd over hun gedrag in de winter. Het ringen van visdieven en kluten langs de Noord was weer een grote flop. Vrijwel geen enkel kuiken kwam daar groot helaas. Ook in Meijendel was ik overigens weer weinig, wat dat betreft veranderde er nog weinig... Wel kon ik in het voorjaar nog een enkele witte kwikstaarten kleurringen in het project wat voor het tweede jaar liep en was ik in het najaar zeer content met een oeverpieper! 

Oeverpieper

Een waarneming van twee wilde katten tijdens de team-tweedaagse was het absolute hoogtepunt wat betreft de zoogdieren in 2025. Nabij een plasje langs de weg lieten ze zich schitterend bekijken, zodat collega's in de buurt ze zelfs nog konden twitchen. Ook zag ik nog grote bosmuis in Limburg, mijn eerste franjestaarten in een oude steenfabriek en eindelijk een waarneming van een levende woelrat! Qua vlinders lukte het weer eens om een nieuwe soort te zien. Tijdens een zeer succesvolle dag zagen we langs het Geuldal kleine weerschijnvlinder, waar ook braamparelmoervlinder en dambordje langskwamen! In de Moerputten zag ik nog weer een keertje pimpernelblauwtje, iepenpages vlogen volop in Amsterdam, een staartblauwtje was verrassend in Brabrant terwijl in Zeeuws-Vlaanderen de kaasjeskruiddikkopjes op plekken algemeen waren. Dat is sowieso een soort die we in de nabije toekomst waarschijnlijk ook wel op IJsselmonde gaan zien. Op het eiland blunderde ik dit jaar wel voor het eerst tegen een gaffelwaterjuffer aan, de eerste voor de regio! 

Staartblauwtje

Gaffelwaterjuffer

Sprinkhanen waren dit jaar wel weer volop in beweging. Op IJsselmonde zaten natuurlijk weer veel spoorkrekels, maar ook vond ik diverse grote spitskopjes en een zuidelijke sikkelsprinkhaan. Een collega vond echter een duinsabelsprinkhaan, een behoorlijk onverwachte nieuwe soort voor de regio! 

Duinsabelsprinkhaan

Totaal schreef ik in 2025 35 soorten planten bij. Het aantal potentiële nieuwe soorten neemt natuurlijk rap af, maar op een dag in Limburg eind mei zag ik uiteindelijk 10 nieuwe soorten, waaronder diverse orchideeën, paardenhoefklaver, alpenandoorn en grote graslelie. in mei zag ik nog enkele vroege soorten, zoals vroege ereprijs en liggende ereprijs, terwijl ik in oktober nog de nieuw gevonden wilgsla zag en franjegentiaan die schitterend in bloei stonden. 

Veenorchis

Alpenandoorn

Waddenorchis

Franjegentiaan

In augustus en september zaten we twee weken op Corsica. Een schitterend eiland met ook de nodige leuke vogelsoorten, zoals Corsicaanse boomklever, Corsicaanse citroensijs, Moltoni's baardgrasmus en Balearische vliegenvanger. Dat zijn de soorten die vrijwel uitsluitend op Corsica voorkomen, maar ook relatief makkelijk te vinden waren. Andere typische Zuid-Europese soorten die ik zag waren bijvoorbeeld Scopoli's pijlstormvogel, zwarte spreeuw, Balearische roodkopklauwier, heel veel bijeneters, blauwe rotslijster en audouins meeuw. Ten slotte viel er ook op het gebied van insecten nog het nodige te zien, dus we hebben ons goed vermaakt! 

Pasja

Corsicaanse boomklever

Corsicaanse citroensijs

Audouins meeuw

Uiteindelijk resulteerde het bovenstaande in een update van de volgende lijstjes:

Nederlandse lijst: 455 soorten

Zuid-Hollandlijst: 372 soorten

IJsselmondelijst: 272 soorten (incl. Siberische tjiftjaf, rouwkwikstaart, Engelse kwikstaart, noordse kwikstaart, kleine barmsijs en witstuitbarmsijs)

Hendrik-Ido-Ambachtlijst: 228 soorten

Jaarlijst 2025: 246 soorten (incl. Siberische tjiftjaf, noordse kwikstaart, Engelse kwikstaart en rouwkwikstaart)

IJsselmonde 2025: 178 soorten (incl. Siberische tjiftjaf en noordse kwikstaart)

Zelfontdeklijst: 293 soorten

Dagvlinders: 72 soorten (excl. geraniumblauwtje)

Libellen: 67 soorten

Sprinkhanen: 45 soorten ((excl. huiskrekel, spoorkrekel, schildboomsprinkhaan, westelijke zorrosprinkhaan en zuidelijke boomsprinkhaan)

Planten: 1317 soorten

Zoogdieren: 54 soorten

Alle lezers een gelukkig en natuurrijk 2026 toegewenst! 

woensdag 31 december 2025

December 2025

Naast de twee zeldzame gorzen die voor de nodige consternatie zorgde in vogelend Nederland in december, was er natuurlijk nog veel meer te beleven. Net zoals in alle wintermaanden voor mij wel voornamelijk op IJsselmonde, en met een beperkt aantal soorten. Al met al natuurlijk een heerlijke periode om weer flink actief te zijn met waterpiepers, bokjes en matkoppen. 

De aantallen bokjes waren nog steeds laag op IJsselmonde, maar in het Geertruida Agaatha Complex net aan de andere kant van de Oude Maas zitten wel behoorlijke aantallen. Het lukt ook om daar diverse vogels van IJsselmonde terug te vangen, erg leuk dus! Gezenderde vogels van afgelopen winter komen we helaas nergens tegen. 

Geertruida Agaatha Complex (GAP)

Bokje onder het net

Langs de Devel lukt het weer om wat waterpiepers te vangen, maar het ringen gaat moeizaam deze winter. Het aflezen daarentegen lukte in december goed op spruitenstoppels in Polder het Buitenland bij Heerjansdam en op een akker bij Puttershoek. Leuke informatie en nuttig om de overleving van deze overwinteraars te kunnen bepalen. In de regio heb ik ook nog wat gezocht naar groepen waterpiepers, zoals op het Eiland van Dordrecht en in de Hoeksche Waard, maar dat leverde nog niet hele grote aantallen op. Verrassend was dan wel weer een groep van 28 koereigers die zomaar op een schapenweitje foerageerden bij Dordrecht, dat is daar dan weer normaal geworden... 

Waterpieper R/BYG

Waterpieper op spruitenstoppel

Avondrondjes maken heb ik in december niet veel gedaan, omdat de houtsnippen wat op de achtergrond zijn geraakt. Wel ging ik nog een avondje mee met Michael van Beveren in de hoop om strandleeuweriken te vangen bij Oostvoorne. Dat lukte helaas niet, maar we vingen nog wel o.a. wat bokjes, houtsnippen, waterral en drieteenstrandloper. Verder was ik nog meerdere avonden en een nacht bezig met onderzoek in de Biesbosch naar kuifeenden, waar we deze winter de foerageergebieden van deze algemene wintergast in beeld brengen. Naast grote groepen kuifeenden leverde dat ook nog veel leuke waarnemingen op, bijvoorbeeld van boommarters, maar ook nog een fraaie witoogeend, kuifduiker en middelste zaagbekken. 

Drieteenstrandloper

Ten slotte deed ik op 30 december nog een rondje door de Rhoonse grienden. In de zomer had ik daar nog aardig wat matkoppen gekleurringd, en aflezingen zijn natuurlijk altijd welkom. Het aflezen viel niet eens tegen en het lukte zowaar om van een handjevol matkoppen de kleurringcombinatie af te lezen. Bovendien was het nog leuk vogelen, met onder andere een fraaie Siberische tjiftjaf. De vogel hing daar al enkele weken rond, maar toch fraai en nog steeds een zeldzaamheid op IJsselmonde.

Siberische tjiftjaf


Blauwe reiger

Geringde matkop Ym/YG


Matkop