donderdag 20 augustus 2026

Een schitterende soort en een goed verhaal

Ruim een maand geleden werd op de Marker Wadden een roodkeelstrandloper ontdekt. Dat was pas de 8ste keer dat deze Oost-Siberische soort in Nederland werd waargenomen, maar bleek voor mij helaas onhaalbaar. Een (reeds volgeboekte) pontje vertrok nog om 13:00 vanuit Lelystad, maar die was voor mij toen ruim onhaalbaar. Uiteindelijk zagen alleen drie vogelaars die op de gok naar de haven waren gereden (en dus nog mee konden) de vogel, maar voor de rest van vogelend Nederland was de vogel onbereikbaar. Ook in voorgaande jaren bleek de soort lastig, bleven altijd slechts één dag en de laatste twitchbare dateert uit 2011. Mogelijk dat een exemplaar uit 2024 op het Balgzand langer dan één dag bleef, maar uiteindelijk is die voor slechts één dag aanvaard. Toen die vogel bekend werd gemaakt heb ik daar met nog enkele tientallen nog wel een vergeefse poging gedaan, maar helaas...

Groot was dan ook de blijdschap toen gisteren weer een roodkeelstrandloper werd doorgepiept, inclusief overtuigende foto's. Het enthousiasme werd iets getemperd toen de locatie bekend werd: het oostelijke puntje van de Boschplaat op Terschelling. Veel verder kan het eigenlijk niet in Nederland. Desalniettemin besloten Leon Boon en ik toch een poging te wagen. We hadden de tijd vandaag, het is een schitterende soort (voor beiden nog nieuw) en niet vies van een avontuurtje in een verder saai jaar. Om 5:00 vertrokken we dan ook uit Ambacht, waarna we inclusief een stop ruim op tijd in Harlingen waren voor de snelboot van 8:15. Tot onze grote verbazing waren we de enige op de boot voor de vogel... De rest had zich kennelijk weerhouden door de inspanning en onzekerheid. 

Stralend zonnetje in Harlingen

Eenmaal op het eiland was een elektrische fiets snel gehuurd op de 25km durende tocht aan te vangen. Zeker het laatste stuk van ca. 8 km staat bekend als taai, aangezien dat volledig onverhard is. De heenweg was echter aangenaam, met een windje in de rug en in goed gezelschap van enkele NJN'ers die de vogel gisteren hadden gevonden. Aangezien het water vandaag ruim een half uur later dan gisteren op het hoogste punt zou komen, hadden we ruim de tijd. Kwart over elf waren we op de oostpunt en na een half uur lopen kwamen we op de hoogwatervluchtplaats. Ruim 6,5 uur na vertrek thuis dus eindelijk op locatie...

Gisteren was de vogel ontdekt in een groep overtijende strandlopers en bontbekplevieren op het strand, maar de hoop was dat 'tie met opkomend tij ook prima op het wad te zien zou moeten zijn. De hoogwatervluchtplaats is dus aan de zuidkant van het eiland (uitkijkend over de Waddenzee), maar de verwachting was dat door de zuidwestenwind net als gisteren weer een groot deel naar de Noordzeekant zou verkassen om daar op het strand en in jonge duintjes te overtijen. Een aantal NJN'ers was al aanwezig, zodat we met een mannetje of 12 het Wad checken. Voornamelijk rosse grutto's, zilverplevieren, bontbekplevieren en drieteenstrandlopers krijgen de aandacht, naast de vele scholeksters, meeuwen en sterns die aanwezig waren. 

Langzaam komt het water (zowel in de lucht als in de zee...) dichterbij

Al vrij vlot wordt een opvallende strandloper opgemerkt tussen de bontjes en drieteentjes, maar te ver. Het kleinere formaat, witte onderzijde in contrast met een bruine bovenzijde en een rossige keel vallen echter op. De vogel vliegt dichterbij, maar door een onweersbui die op dat moment boven ons losbarst gaat alles in paniek alle kanten op en valt er door de harde regen niks meer te zien. Het had 'm zomaar kunnen zijn, maar de vogel krijgen we niet meer teruggevonden als de bui is gepasseerd. 

Naderende onweersbui

Tot een uur of twee vermaken we ons met de vele steltlopers met daartussen nog één kleine strandloper. Een adulte zeearend vliegt nog langs, een wespendief wordt nog opgemerkt en in het Amelandergat zit zowaar nog kort een kleinste jager ter plaatse. Na een tijdje zien we steeds meer steltlopers het eiland oversteken naar de plek van gisteren, en als het weer gaat regenen besluiten Leon en ik achter Tim Langerak aan te gaan die al eerder naar de oude plek was gegaan. Het water staat ook bijna hoog (rond 15 uur was het hoog), dus op het wad verwachten we weinig extra. 

Op het strand staat inderdaad een mooie groep met honderden bontbekken en wat drieteentjes, maar minder dan gisteren zo klinkt het al snel. De groep is nog wat onrustig, dus Leon en ik besluiten om te lopen om vanaf het westen een ander deel van de groep hopelijk beter te kunnen bekijken. Tim en nog enkele vogelaars doen dat vanaf het oosten. Nauwelijks zijn Leon en ik in positie als ik de anderen bij elkaar door de scope zie kijken, en vervolgens Tim z'n telefoon zie pakken. Dat moet raak zijn! Inderdaad gaat gelijk mijn telefoon over en hoor de boodschap van Tim dat hij er tussen staat. Dus toch! We hadden de moed bijna opgegeven, moesten ook al een beetje richting de boot (half zes vertrekt de laatste), dus dit was een ideaal scenario!


Roodkeelstrandloper

We laten alles voor wat het is en sprinten door de kwelder om de groep niet te verstoren naar Tim toe. Na enkele minuten zien we 'm dan eindelijk, schitterend! De vogel staat rustig tussen de bontbekken te rusten en haalt heel af en toe de kop uit z'n veren. Wat een schitterende vogel. De roodoranje borst knalt er werkelijk uit, in contrast met de spierwitte onderzijde. Een hele fraaie strandloper, die zich nu rustig op het gemakje laat bewonderen. Vanaf een hoog duintop op 200 meter van de vogel hebben we goed overzicht, zonder de vogel te verstoren. 


Roodkeelstrandloper

Niet veel later komen ook de vogelaars vanaf het wad aangerend (dat was nog wel een stukje), zodat na een minuutje of tien iedereen de vogel heeft gezien! Ook een Duitser blijkt nog de overtocht te hebben gemaakt en is ook zeer verheugd de vogel te mogen bewonderen, zodat we uiteindelijk met drie man sterk de gok hebben genomen. En deze keer gewonnen! Voorlopig blijft het water hoog en omdat we nog graag deze dag terug willen, besluiten Leon en ik westwaarts te gaan. Maar mét de vogel! 


Waar het allemaal goed kwam! 

Lopend terug naar de fiets blijkt echter opeens mijn fietssleutel in geen velden of wegen te bekennen. Alle broekzakken zijn leeg en zoeken op de Boschplaat is onbegonnen. De fietsverhuur wordt op de hoogte gesteld, die tegen betaling wel de fiets op het uiterste puntje van het eiland moeten gaan ophalen. Daar zijn ze niet blij mee, maar dat ben ik natuurlijk ook niet... Er zit niks anders op dan in hoog tempo de Boschplaat af te lopen en eenmaal in de bewoonde wereld met een taxi naar de boot te gaan. Wanneer ik een taxi heb gebeld blijk ik nog 9km te moeten lopen en daar ruim te laat voor de boot aan te komen, ai... Gelukkig loop ik er wel behoorlijk wat minuten vanaf, maar de opluchting is groot als blijkt dat de taxichauffeur per gratie een paar kilometer over het fietspad mag rijden. Uiteindelijk kom ik zo ruim voor tijd in de haven aan, waar niet veel later ook Leon zwoegend arriveert (zijn accu was er mee opgehouden toen er nog een barre tocht van 10km met een stevige westenwind wachtte...). Moe maar voldaan varen we dus even later de haven uit, met een schitterende nieuwe soort en een mooi verhaal rijker!

Even een sleuteltjes zoeken...

vrijdag 31 juli 2026

Juli was dit jaar een uitloopmaand van de drukke maand juni, veel van dezelfde dingen gingen gewoon weer door. Wekelijks heb ik weer genoten van de witwangsterns, de laatste kieviten kon ik kleurringen en diverse matkoppen belandden nog in mijn netje voor een setje kleurringen. In tegenstelling tot vorig jaar waren er niet of nauwelijks groepen met foeragerende kieviten, zodat het aantal aflezingen behoorlijk achterbleef. Helaas! Zeker jonge vogels van dit jaar kwam ik nergens tegen tussen de weinige kieviten die ik kon vinden. 

Jonge matkoppen zijn de grote dekveren aan het ruien

Matkop Nm/NW

Kwartels hoorde ik nog links en rechts en tijdens een weekendje in Soest zag ik weer eens mooi nachtzwaluwen, dat was ook alweer even geleden. Tijdens het veldwerk vonden we nog een graszanger en na een dagje veldwerk in Zeeland lag de melding van een witstaartkievit langs het Haringvliet mooi op de route huiswaarts. Dat was alweer ruim 15 jaar geleden, dus leuk om die soort weer eens te zien en ook nog een nieuwe voor de Zuid-Hollandlijst! 

In Meijendel was ik nog een ochtend voor een CES-ronde, maar dat leverde eigenlijk geen enkele verrassing op. Helaas! In de Crezéepolder kon ik nog twee jonge kluten van kleurringen voorzien, wat ook alweer even geleden was. Eindelijk dit jaar weer een paar succesvolle broedgevallen. Op de laatste dag van de maand vond ik uiteindelijk wellicht hét persoonlijke hoogtepunt van de maand: moerassprinkhanen. Op IJsselmonde ontbrak deze soort nog steeds, ondanks dat ze stevig in de omgeving toenemen. Op het einde van de vrijdagmiddag besloot ik nog even langs de Oude Maas te lopen in de hoop op wat matkoppen, toen ik onderaan de dijk opeens het kenmerkende knipschaartje hoorde! Uiteindelijk bleken er twee mannetjes te zitten, dus een nieuwe soort voor IJsselmonde! Dit is alweer de zoveelste nieuwe sprinkhaan die op het eiland verschijnt, waarvan ik de eer had om de afgelopen jaren greppelsprinkhaan, gouden sprinkhaan, zuidelijke sikkelsprinkhaan en boomkrekel als primeur voor het eiland te vinden. Deze moerassprinkhaan sluit daar mooi bij aan, maar ben benieuwd hoever de soort kan gaan uitbreiden!



Moerassprinkhaan

dinsdag 30 juni 2026

Juni 2026

Juni was zoals gebruikelijk weer een drukke maand met veldwerk, veel buiten voor monitoring wat natuurlijk veel mooie waarnemingen opleverde. Tijdens plantenmonitoring werd ik weer eens aangenaam verrast door een hermelijn, die zie ik niet zo vaak! Maar dit jaar waren we wel een beetje verwend met bijvangsten tijdens het veldwerk, waarbij zeldzame soorten heel snel heel normaal aanvoelden. In de omgeving van Bodegraven bleken namelijk tien paar velduilen gevestigd te zijn, maar dat leverde toch wel vrij onnatuurlijke taferelen op. Ongekend wat een goed muizenjaar met deze soort kan doen! Ook elders kwamen we ze nu opeens tegen, zoals in de Alblasserwaard en in de Nieuwkoopse Plassen. 

In de Ankeveense Plassen hebben de witwangsterns inderdaad doorgezet en zaten daar in juni de nodige nesten. Hele welkome aanvulling om tijdens monitoring van libellen schitterende witwangsterns tegen te komen. We hebben de kolonie intensief kunnen volgen, maar het blijft natuurlijk vooral ook een schitterende soort om te zien. Ze vestigden zich vrij laat, dus in juli zagen we pas de eerste jonge kuikens op nest verschijnen. 


Witwangsterns op nest

Het nestenonderzoek van matkoppen was in juni natuurlijk weer afgelopen, maar het lukte weer goed om matkoppen te ringen. Pogingen om matkoppen te ringen leverde meerdere succesvolle vangsten op, zodat het hopelijk gaat lukken om dit jaar weer 25 matkoppen van kleurringetjes te voorzien. Verdere ringde ik in juni nog enkele kwartels, die weer eens een heel goed jaar hebben. In de polders bij Rhoon zaten er diverse en in het Waalbos bleek een gevangen vogel zowaar al een ringetje uit België te dragen. Erg leuk! Ook kon ik nog drie nesten met kerkuilen ringen, die ook een prima jaar hebben door de muizen. 

Kwartel

Matkop

Op IJsselmonde was ik natuurlijk ook nog weer druk met kieviten, die toch nog wel weer een beter jaar hadden dan afgelopen jaar. In Reijerwaard had ik uiteindelijk nog een familie die alle vier de kuikens groot brachten, waarvan ook allebei de ouders in voorgaande jaren waren gekleurringd. Toch leuk! In Reijerwaard dook overigens ook nog een zingende graszanger op, ook weer eens leuk natuurlijk.


Juveniele kieviten

Ma kievit GRO8

Maar IJsselmonde had in juni nog wel betere soorten in petto. Toen ik op 16 juni onderweg was naar Reijerwaard om nog even wat kieviten te ringen, kwam de melding door dat Willem van Rijswijk een mogelijke orpheusspotvogel hoorde in Rotterdam IJsselmonde. Daar was ik al dicht in de buurt, dus na een minuutje of tien was ik daar aanwezig. Niet veel later hoorde we de vogel zingen en waren we er snel van overtuigd dat het inderdaad een orpheusspotvogel was. Toch wel een langverwachte nieuwe soort voor het eiland! Zien bleek nog wel een ander verhaal, maar uiteindelijk zat hij een paar minuten op korte afstand in wat fruitbomen te zingen en lukte het mij om de enige plaatjes van deze vogel te maken. Fijne nieuwe voor de IJsselmondelijst, die de rest van de dag zich maar sporadisch liet horen en de volgende dag ook weer was verdwenen.


Orpheusspotvogel

Daarmee was het verhaal qua zeldzame vogels in juni op IJsselmonde nog niet afgelopen, want in Rhoon werd zowaar een paartje steenuilen met jongen gevonden! Toch wel weer verbazend hoelang we daar weer met z'n allen overheen hebben gekeken, maar het leuke was dat beide adulten geringd waren. Al snel bleek dat één van de adulte een kwekersring had en dus ook gevangschap afkomstig is (waarschijnlijk ontsnapt), maar de andere had een wetenschappelijke ring. Uiteindelijk koste het me twee avonden, maar lukte het me om de vogel af te lezen. De steenuil was vorig jaar als nestjong geringd in Oud-Beijerland, op een kilometertje of vijf van de plek op IJsselmonde. Ongeveer de dichtstbijzijnde nestkast bij IJsselmonde, maar wie weet heeft de soort zich weer permanent gevestigd na het eerste broedgeval sinds een jaartje of 20?! 

Geringde steenuil uit Oud-Beijerland

Langs de Waal hadden we dit jaar ook weer een broedgeval van woudaapje, waarvan ik tijdens een vaarrondje het vrouwtje schitterend zag. Blijft toch een fraaie soort! Toen zag ik ook nog twee roerdompen die op minimaal twee plekken langs de Waal (of op korte afstand) broeden. Ook de bekende kolonie watervleermuizen was weer volop bezet onder het viaduct. 

Ten slotte ben ik nog één dag rond wezen rijden in het oosten en zuiden van het land, om nog een lijstje met resterende plantensoorten op te zoeken. Foto's heb ik daar niet meer van (in verband met verzopen telefoon), maar het was een succesvolle dag met uiteindelijk elf nieuwe soorten! Een paar hoogtepunten waren vliegenorchis (uitgebloeid, maar wel eindelijk gelukt), klimopklokje, Italiaanse climatis, violette bremraap en moerassmele. Daarnaast is het natuurlijk sowieso leuk om weer eens ver buiten de regio te zijn, met onder andere nog twee zwarte wouwen. 

zaterdag 30 mei 2026

Mei 2026

In mei ging het veldwerk uit april gewoon door, maar het seizoen voor matkoppen was voor mij wel afgelopen. Kieviten daarentegen was het nog razenddruk, maar in tegenstelling tot vorig jaar kwamen wel wat meer kuikens groot. Dat maakt het onderzoek natuurlijk ook leuker om te doen, alhoewel de aantallen in de akkerbouwgebieden nog steeds schrijnend laag waren. Op braakliggende terreinen waren de aantallen wat groter, maar veel metingen hebben veel waardevolle gegevens opgeleverd. 

Kievit GEW0

Kievit GFW9

Roerdomp langs de kieviten

Een mooie bonus tijdens het zoeken naar kievitkuikens, was een groep noordse kwikstaarten en een roodkeelpieper in de Zuidpolder. Deze polder is dit jaar ingericht als natuur- en recreatiegebied, maar tussen de jonge aangeplante boompjes broeden nog steeds wat kieviten. Op 9 mei werd ik daar aangenaam verrast door een luid roepende roodkeelpieper, maar helaas vertrok de vogel al snel naar noordoost en heb ik 'm niet aan de grond gezien. 

Noordse kwikstaart

In mei zijn we daarnaast ook druk geweest met het vangen en zenderen van vrouwtjes slobeend. Dit onderzoek aan slobeenden leverde gelijk al heel veel nuttige informatie op over de kuikenoverleving, en dat zal ik de komende maanden ook nog veel gaan opleveren. En natuurlijk was het heerlijk om mooie weidevogelgebieden rond te lopen, met o.a. veel jonge grutto's! In de Alblasserwaard leverde dat ook nog een velduil op, maar ook elders in de provincie zag ik tijdens het werk nog veel velduilen. Dankzij een muizenpiek is het een uitermate goed jaar voor deze soort, met zelfs in Zuid-Holland tientallen broedgevallen. Twee jongen kon ik daar nog ringen. 

Velduil

Muskusrat

Paapjes

Andere leuke soorten die ik tijdens het werk tegenkwam, was een mooie man grauwe klauwier op een MAS-telpunt bij Zoetermeer en twee zwarte wouwen die hadden geslapen op een akker. Een hoogtepunt was echter wel het ontdekken van witwangsterns in één van de gebieden waar we dit jaar de libellen moeten monitoren. Eind mei vonden we minimaal 6 exemplaren rondvliegend in het gebied, die ook op de plompbladeren gingen zitten. We hadden het gevoel dat ze weleens in dit gebied zouden kunnen gaan broeden, en dat bleek in juni inderdaad het geval te zijn! 

Zwarte wouwen





Witwangsterns

Een bezoekje aan de Maasvlakte leverde ook deze maand geen spektakel op. Een familie bontbekplevier was daar wel het hoogtepunt, naast dat we ook nog zeenarcies op het Slufterstrand zagen. Nog een nieuw zeldzaam plantje. Ook zag ik nog moeraspaardenbloem in het Voornes Duin, ook zo'n soort die ik nog steeds een keer moest opzoeken. 


Bontbekplevieren

Ten slotte ving ik op 16 mei nog een ochtendje in Meijendel voor het CES-onderzoek. 't Was een afwisselende ochtend, zonder hoge aantallen of onverwachte soorten. Zie hier. Op de terugweg bezocht ik nog een terekruiter in de Driemandspolder, wat nog een nieuwe was voor mijn Zuid-Hollandlijst. Overigens ben ik wel min of meer gestopt met het actief twitchen voor mijn Zuid-Hollandlijst, want het blijkt toch dat er meestal teveel andere prioriteiten zijn en het belang voor dit lijstje schuif wat omlaag. Zo ben ik bijvoorbeeld nog steeds niet wezen zoeken naar de zwarte specht die al maanden in de provincie rondhangt, en heb ik bijvoorbeeld een grijze junco dit voorjaar aan me voorbij laten gaan. Maar deze terek ruiter was toch wel erg fraai, het was ook alweer ruim tien jaar geleden dat ik er eentje zag... Overigens heb ik geen plaatje meer van deze vogel, omdat m'n telefoon later in het veldseizoen is verzopen en ergens op de bodem van een meer ligt... 

Kroeskoppelikaan ergens in het Groene Hart...

zaterdag 2 mei 2026

Big Day IJsselmonde 2026: 117 soorten!

Ook dit jaar staat weer een Big Day op het programma op IJsselmonde. 2 mei is de uitverkoren datum waarop weer 4 teams het tegen elkaar gaan opnemen. Gisteren was het weer schitterend met een ongekende voorjaarsdag in het land, dankzij een perfecte zuidoostenwind. Vandaag zou de wind al snel draaien naar zuid en zuidwest, met wellicht ook nog een spat regen. De verwachtingen waren dus enigszins getemperd om het record te verbreken (124 soorten inclusief Engelse en Noordse kwikstaart). Dit jaar besloten we zonder de kwikstaarten te rekenen, dus dan zou het te verbreken record 122 soorten betreffen. Wie weet?

Om 00:00 starten Laurens van der Padt, Laurens van der Wind en ik in de Crezéepolder. Ransuil is voor ons altijd een lastige soort, dus daarmee willen we altijd zo snel mogelijk afrekenen. In de Creéepolder horen we de toren van Alblasserdam 12 uur beieren en schrijven we de eerste soorten bij: SCHOLEKSTER (1), RIETZANGER (2), BERGEEND (3), TURELUUR (4), BONTBEKPLEVIER (5), KLEINE PLEVIER (6), KLEINE MANTELMEEUW (7), KLUUT (8), WATERHOEN (9) en KNOBBELZWAAN (10). Blij met bontbekplevier (hebben we ook weleens gemist) lopen we rustig de polder in, waar de bevers heerlijk aan de jonge wilgjes zitten te knagen. Laurens van der Wind houdt continu de dijk in de gaten, waar om 00:12 de gehoopte RANSUIL (11) aan komt flappen in het licht van de lantarenpalen. Fraai! Uiteindelijk vliegt de vogel nog de polder in en laat zich kort maar goed zien in het licht van de zaklamp. Rustig vogelen we hier nog verder en vertrekken met nog GRUTTO (12), GRAUWE GANS (13), MEERKOET (14), LEPELAAR (15) en WILDE EEND (16). 

In het Develbos gaan we voor de volgende uil van de dag, maar het vrouwtje BOSUIL (17) roept pas als we weer wegrijden. Leuk is dat we vanaf hier op grote afstand een ROERDOMP (18) langs de Devel horen roepen en we schrijven nog KRAKEEND (19) bij. In de polders zien we even later totaal drie KERKUILEN (20) en horen we de eerste SNOR (21) zingen langs de Devel. In een baggerdepot zwemt een paartje SLOBEEND (22) en al luisterend langs de Devel komen vervolgens BLAUWE REIGER (23), KIEVIT (24), NACHTEGAAL (25), FUUT (26), SPRINKHAANZANGER (27) en BRANDNGANS (28) op de lijst. Omdat de waterral nog niet van zich laat horen, besluiten we naar Polder het Buitenland te rijden omdat ze daar ook nog weleens willen zitten. In het gebied zingen een snor en sprinkhaanzanger onafgebroken, maar een waterral horen we niet. In de verte zien we wel dat het licht van een zaklamp wat ganzen verstoord, maar tussen de ganzen horen we de rauwe roep van een KWAK (29)! De vogel komt luid roepend recht over ons heen, waarna het geluid wegsterft in noordoostelijke richting. Een aangename verassing zo om 01:41 en een goede Big Daysoort. 

Nadat we nog KUIFEEND (30) en KOEKOEK (31) hebben bijgeschreven rijden we naar het westen, waar we achtereenvolgens CETTI'S ZANGER (32) en ROEK (33) bijschrijven. In Ridderkerk vliegt zowaar nog een ransuil over de weg, maar tafeleend kunnen we niet makkelijk vinden bij Oud-Reijerwaard. Wel zingt een KLEINE KAREKIET (34) bij knooppunt Ridderkerk, waar we overigens niet genoeg ons best doen voor dodaars, want die blijkt later wel gewoon weer aanwezig. In het Waalbos zitten de laatste tijd veel steltlopers, dus daar willen we vast een kijkje nemen. Echter, als we van de parkeerplaats aflopen horen we in de verte de opvallende zang van een BOSRIETZANGER (35)! Daar hadden we al gehoopt, maar het is nog vroeg in het jaar voor deze soort, dus een fijne verrassing! Later komen we 'm ook niet tegen en het blijkt de enige vogel van de dag (een ander team had 'm ook). Op de ijsbaan horen we BOSRUITERS (36) en WATERSNIP (37), maar verder is het stil.

Bosruiter later op de dag op de ijsbaan

Waterral is nog de belangrijkste nachtsoort die we moeten, dus we gaan we richting de Devel. In het licht van de maan horen we nu de roerdomp hoempen, terwijl een andere vogel in Polder het Buitenland terug roept. Op IJsselmonde is het dit jaar goed toeven met roerdompen, met uiteindelijk nog een vogel langs de Munnikendevel en territoria in de Zegenpolder, langs de Waal en in Sandelingen-Ambacht (6 totaal!). Gelukkig horen we ook WATERRAL (38) en een stuk verder de voorzichtige zang van een BLAUWBORST (39). Blauwborst is altijd lastig in deze tijd, omdat de vogels nu jongen hebben en de tweede leg nog niet niet is gestart. 

In Ambacht schrijven we nog een mannetje TAFELEEND (40) bij op een gekende locatie, waarna we nog wat rondlopen in het Waalbos. Dat levert alleen een GROENPOOTRUITER (41) op, zodat het om 4:52 tijd is om ZWARTE ROODSTAART (42) bij te schrijven. Op de Ambachtse scheepswerven is dat een eitje natuurlijk en voordat het raam open is horen we meerdere vogels zingen. Rond de klok van vijf werpen we een eerste blik op de Sophiapolder, wat geen goede soorten oplevert, maar we vertrekken uiteindelijk met  KOKMEEUW (43), ZILVERMEEUW (44), STORMMEEUW (45), OEVERLOPER (46), VISDIEF (47), ROODBORST (48), MEREL (49), HEGGENMUS (50), HOUTDUIF (51), TUINFULITER (52), WINTERKONING (53), ZWARTKOP (54), ZWARTE KRAAI (55), TJIFTJAF (56), AALSCHOLVER (57), GRASMUS (58), KOOLMEES (59), PIMPELMEES (60), IJSVOGEL (61), PONTISCHE MEEUW (62) en KAUW (63). 

Eén van de meest waardeloze acties die we op een Big Day altijd moeten uithalen, is om midden op de dag naar een volkstuincomplex midden in Rotterdam af te reizen voor goudhaan. Dat moet ook anders kunnen, dus besloten we vandaag om in het eerste licht goudhaan te proberen, omdat het dan nog stil is, zangactiviteit hoog en veel rustiger in de stad. Voordat we daar zijn schrijven we nog ZANGLIJSTER (64), BOOMKRUIPER (65), EKSTER (66), BUIZERD (67) en TORENVALK (68) bij, maar ondanks dat het complex is afgesloten horen we om 06:08 een GOUDHAAN (69) zingen uit de coniferen. Geslaagd! Vervolgens ontbreekt nog braamsluiper op de lijst, zodat we die nog op de route leggen voordat we op onze telpost bij de Zegenpolder gaan staan. PUTTER (70), VINK (71), SPREEUW (72) en BOERENZWALUW (73) schrijven we eenvoudig bij in de polders van Rhoon, en gelukkig zit het enige mannetje RINGMUS (74) al voorzichtig te zingen. Vorig jaar zat dit mannetje ook het hele broedseizoen op dezelfde plek en vorige week bleek die toch nog in leven, én nog op dezelfde plek! Helaas wel echt de laatste van het eiland, maar we bleken uiteindelijk de enige met deze soort... Voordat we braamsluiper horen vliegt nog een REGENWULP (75) over en schrijven we GROTE BONTE SPECHT (76) bij, maar dan horen we ook eindelijk BRAAMSLUIPER (77). 

Ringmus
Als we door Rhoon rijden naar de jachthaven komen HUISMUS (78) en TURKSE TORTEL (79) onder elkaar op de lijst, en eenmaal uitgestapt en geïnstalleerd op de telpost gaat het toch weer snel met de eerste soorten: FITIS (80), GEKRAAGDE ROODSTAART (81), RIETGORS (82), GIERZWALUW (83), ZWARTKOPMEEUW (84), BRUINE KIEKENDIEF (85), WITTE KWIKSTAART (86), GAAI (87), PURPERREIGER (88), HOLENDUIF (89), GROENE SPECHT (90), GELE KWIKSTAART (91), GROENLING (92), SLECHTVALK (93) en GROTE MANTELMEEUW (94). De 90 soorten gepasseerd zijn voor 7:20 is toch wel erg lekker productief, maar het gaat vrij goed. De aantallen die over de telpost vliegen zijn overigens wel laag, maar belangrijke soorten als zwartkopmeeuw, purperreiger en regenwulp gaan goed. De grootste krent verschijnt om 7:42  boven de rivier, als een VISAREND (95) kortstondig gaat jagen en uiteindelijk met een flinke vis naar oost vertrekt. Fijne soort! 

Visarend

We hebben hier nog met een paar soorten een appeltje te schillen en ondanks dat het matig vliegt, besluiten we hier wel echt lang te blijven. De soorten op deze plek kunnen natuurlijk wel het verschil maken, maar we schuiven wel wat op naar het oosten omdat daar een paartje dodaarzen in de sloot moet zitten. OEVERZWALUW (96), KNEU (97) en eindelijk een TAPUIT (98) op de akker worden gretig bijgeschreven. De DODAARZEN (99) laten zoals verwacht van zich horen en dan na veel scopen heb ik eindelijk een PAAPJE (100) te pakken. Gisteren zaten er zelfs tientallen paapjes en tapuiten in de polder, maar alles blijkt dus massaal vertrokken vannacht. Terwijl wij met pijn en moeite één paapje en één tapuit hadden, mistten andere teams één of zelfs beiden. En we zitten dus al op de 100 soorten voor 9:00, om 8:50 om precies te zijn. Een record volgens mij! 

Regenfront trekt net (niet) langs

Als we weer op onze vaste plek staan, worden we iets na 9u stevig opgeschrikt. Een ander team heeft twee lachsterns over de Crezéepolder! Een hele goede regiosoort en zelfs pas de eerste met bewijs! De foto die gedeeld wordt liegt er niet om, maar wij staan hopeloos op de verkeerde plek natuurlijk. Het is voor ons vaste prik om op deze telpost te staan, dus er is nu eenmaal niks aan te beginnen. Gewoon pech voor ons en veel geluk voor het andere team, maar het bepaald wel enigszins de rest van de telling en de dag. Het voelt al een beetje alsof we verloren hebben, en qua soort hebben we dat natuurlijk ook... 

Regenwulp

Uiteindelijk staan we tot half elf op de dijk, wat toch nog enkele fijne soorten oplevert: 4 KEMPHANEN (101) komen over, SPERWER (102), APPELVINK (103), GRASPIEPER (104) en MATKOP (105) schrijven we bij voordat we vertrekken naar het Klein Profijt. In het Klein Profijt hebben we een beperkt aantal doelsoorten, waarvan boomklever de belangrijkste is. WINTERTALING (106) is de eerste soort die we bijschrijven en even later ook STAARTMEES (107), maar boomklevers laten het voor ons afweten. Grauwe vliegenvanger menen we een paar keer te horen zingen, maar als we dichterbij komen zwijgt de vogel. We laten het na om nog op andere goede plekken te zoeken, maar een ander team had exact op onze locatie achteraf wel een zingende grauwe vlieg. Tja... Het verlies van boomklever nemen we voor lief en we besluiten het bos te verlaten. 

Al met al gaat hebben we veel soorten, maar het aantal echte krenten valt wat tegen en ook het aantal soorten die nog open staat is beperkt. We hebben dus zo rond de klok van 12 al wel het idee dat een record er niet in gaat zitten, maar hoever gaan we komen en is het wel genoeg voor de winst? Want wat is er vanochtend wellicht nog meer over de Crezéepolder gekomen en gezien door de andere teams? In ieder geval ook steltkluut, welke inmiddels al verdwenen is. In de Portlandpolder schrijven we nog een makkelijke intikker bij: ROODBORSTTAPUIT (108), waarna in de Zuidpolder HUISZWALUW (109) een verwachte nieuwkomer is. Op de ijsbaan in het Waalbos zijn de temmincks strandlopers, die vanochtend ingevallen waren, helaas alweer verdwenen en lopen er alleen massaal nog de bosruiters. Een rondje door het Waalbos levert de bekende man SMIENT (110) op met zijn lamme vleugel, maar groter is de blijdschap om een overvliegende GROTE ZILVERREIGER (111). Het paartje zomertaling lijkt helaas wel echt verdwenen en blijkt ook later niet door de andere teams gezien te zijn.

Smient

Grote zilverreiger

In het eind van de middag is het pas hoog water, dus voordat we naar de Crezée- en Sophiapolder gaan willen we eerst nog in het Develbos twee lastige rovers oprollen. Dat gaat verrassend soepel, want bij het nest zien we al snel een HAVIK (112) terwijl in een dode wilg een BOOMVALK (113) op de uitkijk zit. In Zwijndrecht schrijven we een paar minuten later OOIEVAAR (114) bij, waarna we in het Develpark de voorbereide VUURGOUDHAAN (115) snel horen zingen. In dit park zaten gisteren nog meerdere grauwe en een bonte vliegenvanger, maar ook hier blijkt alles vertrokken. Helaas! Die grauwe vliegenvanger zit er dus niet in voor de dag zo lijkt het. 

Develpark

In de Crezéepolder zien we even later verrassend genoeg een groep van 14 TEMMINCKS STRANDLOPERS (116)!  Daar hadden we niet echt op gerekend, maar verder is het stil. Rond kwart voor vier zitten we dus op het pontje naar de Sophiapolder, waar we vanaf de pont al een KLEINE ZILVERREIGER (117) zien lopen op het eiland. Het blijkt de laatste nieuwe soort van de dag te zijn, want ondanks het gunstige getij komt er niks nieuws meer tevoorschijn uit de slootjes en kreken. Geen zwarte ruiter of andere verrassing dit jaar, alleen wat bekende steltlopers en wintertalingen die we al hadden, en ook geelpootmeeuw ontbreekt. Als we om 17:00 dus weer aan de vaste wal staan hebben we nog twee uur om nog van de dag te maken, dus we besluiten om een poging te wagen voor geelpootmeeuw op het Eiland van Brienenoord. Helaas vangen we ook daar bot, zodat we besluiten de dag maar af te sluiten bij de Devel. Wellicht komt er nog een zeearend voorbij flappen of zit er nog een andere verrassing in het vat. Maar ook daar blijft het stil en de eindstand blijft dus op 117 soorten staan. 

Uiteindelijk blijkt de 117 nipt genoeg voor de winst, want het team van Thomas Los en Jochanan van de Ende hebben 116 soorten. Desalniettemin hadden we de winst graag ingewisseld voor de lachsterns, maar ach, je kan niet alles hebben! Al met al was het een geslaagde dag, maar een dag eerder had vermoedelijk aanzienlijk hogere scores opgeleverd. Totaal zijn 130 soorten gezien, waarbij voor ons boomklever en grauwe vliegenvanger de belangrijkste missers waren. Daarnaast zagen andere teams dus nog steltkluut, lachstern, zwarte stern, zwarte wouw, beflijster en boompieper.