woensdag 31 december 2025

December 2025

Naast de twee zeldzame gorzen die voor de nodige consternatie zorgde in vogelend Nederland in december, was er natuurlijk nog veel meer te beleven. Net zoals in alle wintermaanden voor mij wel voornamelijk op IJsselmonde, en met een beperkt aantal soorten. Al met al natuurlijk een heerlijke periode om weer flink actief te zijn met waterpiepers, bokjes en matkoppen. 

De aantallen bokjes waren nog steeds laag op IJsselmonde, maar in het Geertruida Agaatha Complex net aan de andere kant van de Oude Maas zitten wel behoorlijke aantallen. Het lukt ook om daar diverse vogels van IJsselmonde terug te vangen, erg leuk dus! Gezenderde vogels van afgelopen winter komen we helaas nergens tegen. 

Geertruida Agaatha Complex (GAP)

Bokje onder het net

Langs de Devel lukt het weer om wat waterpiepers te vangen, maar het ringen gaat moeizaam deze winter. Het aflezen daarentegen lukte in december goed op spruitenstoppels in Polder het Buitenland bij Heerjansdam en op een akker bij Puttershoek. Leuke informatie en nuttig om de overleving van deze overwinteraars te kunnen bepalen. In de regio heb ik ook nog wat gezocht naar groepen waterpiepers, zoals op het Eiland van Dordrecht en in de Hoeksche Waard, maar dat leverde nog niet hele grote aantallen op. Verrassend was dan wel weer een groep van 28 koereigers die zomaar op een schapenweitje foerageerden bij Dordrecht, dat is daar dan weer normaal geworden... 

Waterpieper R/BYG

Waterpieper op spruitenstoppel

Avondrondjes maken heb ik in december niet veel gedaan, omdat de houtsnippen wat op de achtergrond zijn geraakt. Wel ging ik nog een avondje mee met Michael van Beveren in de hoop om strandleeuweriken te vangen bij Oostvoorne. Dat lukte helaas niet, maar we vingen nog wel o.a. wat bokjes, houtsnippen, waterral en drieteenstrandloper. Verder was ik nog meerdere avonden en een nacht bezig met onderzoek in de Biesbosch naar kuifeenden, waar we deze winter de foerageergebieden van deze algemene wintergast in beeld brengen. Naast grote groepen kuifeenden leverde dat ook nog veel leuke waarnemingen op, bijvoorbeeld van boommarters, maar ook nog een fraaie witoogeend, kuifduiker en middelste zaagbekken. 

Drieteenstrandloper

Ten slotte deed ik op 30 december nog een rondje door de Rhoonse grienden. In de zomer had ik daar nog aardig wat matkoppen gekleurringd, en aflezingen zijn natuurlijk altijd welkom. Het aflezen viel niet eens tegen en het lukte zowaar om van een handjevol matkoppen de kleurringcombinatie af te lezen. Bovendien was het nog leuk vogelen, met onder andere een fraaie Siberische tjiftjaf. De vogel hing daar al enkele weken rond, maar toch fraai en nog steeds een zeldzaamheid op IJsselmonde.

Siberische tjiftjaf


Blauwe reiger

Geringde matkop Ym/YG


Matkop

maandag 15 december 2025

Toch nog een nieuwe deze winter: maskergors!

Zo rustig als het hele najaar verlopen is, zo onrustig begon de eerste wintermaand. Op het einde van de eerste dag van de maand verscheen opeens een foto op waarneming.nl van een gefotografeerd vrouwtje grijze gors in Maastricht! Een zeldzaamheid in Nederland die nog niet eens op zo'n grote afstand van de grens broedt, maar als dwaalgast nog twitchbaar is geweest in Nederland. Zou het najaar dan toch nog goedkomen? Op 2 december kwam ik dan ook aan met Leon Boon en Theo Muusse in de ruigtes langs de Maas. Vanaf een afstandje zagen we al dat er flink gezocht werd, maar uiteindelijk bleek na een ochtend zoeken door ca. 40-50 man de vogel gevlogen. Hij zat vast nog wel ergens in de buurt, maar waar begin je... Met de nodige grote zaagbekken, waterpiepers, een bokje en roerdomp was het niet heel saai, maar de gehoopte grijze gors was niet van de partij.

Zoeken naar grijze gors

Ruim een week later kwam er toen opeens weer een zeldzame gors op de pieper. Laurens van der Wind en ik waren net klaar met de wintertelling op de Sophiapolder. Vanwege het hoge water hadden we afgezien om de polder helemaal rond te lopen, dus vanaf de aanlegsteiger hadden we onder andere 18 bonte strandlopers, 14 pijlstaarten, twee kleine zilverreigers en 48 kemphanen geteld. Een typische wintertelling dus voor de Sophiapolder en rond half tien waren we weer terug aan de wal. Onderweg om waterpiepers af te gaan lezen, kreeg ik om 9:36 een Dutch Bird Alert binnen: maskergors op Texel! Eindelijk toch deze langverwachte soort waarvan dit najaar hoge aantallen werden gezien. Een korte rekensom leert me dat ik precies de boot van half twaalf kan halen, dus vol gas naar het noorden.

De boot haalde ik uiteindelijk, maar een middag afzien bij een tuin langs de Pontweg waar de vogel voor het laatst in de akker was gezien, leverde helaas geen maskergors op. Was de vogel verdwenen? Zat hij er wel maar zagen we 'm gewoon niet? Op de terugweg wisten we dat nog niet, maar gisteren werd de vogel toch weer teruggezien! Nu regelmatig aan de overkant van de weg, dus wellicht dat we in de verkeerde tuin hadden staan kijken? Vanochtend dus met Hans Bossenbroek en Richard van Vugt weer richting het eiland, waar we met de pont van half negen naar de overkant werden gevaren. Op de boot kregen we al een piepje in de rug: de vogel was net weer kort gezien! 


Tevergeefs wachten op zaterdag

Eenmaal op de locatie begon het wachten weer net zoals zaterdag op deze dwaalgast uit diep Siberië. De huismussen, mezen en ook weer de Siberische tjiftjaf waren weer van de partij. De vogel was vanochtend in de tuin gehoord en kort gezien tussen de mussen, maar was niet de straat over gevlogen. Wellicht dus dat hij gewoon ergens in de tuin rondliep of ongezien in de akker was gevlogen? Na ruim drie uur wachtten besloten Daan van Braak en ik voorzichtig tussen de akker en de tuin te lopen, toen we daar opeens de vogel hoorde tikken in de akker. Na wat heggenmussen, vinken en mezen kwam opeens de gors achter ons uit de groenbemester en dook de tuin in. Daar liet hij zich vervolgen schitterend bekijken, vanaf meerdere plekken. Omdat de vogel vrijwel continue riep, was de aanwezigheid goed te bepalen en liet hij zich regelmatig schitterend zien. Een erg gave soort, alhoewel natuurlijk behoorlijk subtiel getekend. Omdat het aantal plekken met goed zicht in de tuin beperkt was, was het regelmatig dringen geblazen wat soms voor de nodige uitdagingen zorgden....

Maskergors in beeld in de tuin! 

Uiteindelijk hadden we allemaal de vogel in de tas en kregen we het bericht door dat de brileider zich weer mooi op de kant liet zien. Omdat ik deze na de eerste dag van zijn verblijf, begin januari, nooit meer had opgezocht, wilde ik nog wel een korte blik over de dijk werpen. Dat leverde vervolgens een fraaie waarneming op van deze dwaalgast uit de Beringzee, maar ook wel een aanzienlijk saaiere waarneming dan de eerste. Maar een mooie eend is het zeker! Tevreden voeren we om 13:00 weer richting de vastewal, met toch nog een fraaie nieuwe soort voor het einde van het jaar! 



Brileider

zaterdag 29 november 2025

November 2025

November was afgezien van de Big Day op 22 november, een relatief rustige maand. Nauwelijks kwam ik van IJsselmonde af, maar het was landelijk wel spannend door enkele vangsten en zelfs een overvliegende waarneming van maskergors. Een ochtendje zoeken in Voornes Duin en op de Westplaat leverde helaas niet de gehoopte knaller of andere zeldzaamheid op, al was het met onder andere een zeekoet geen onaardig ochtendje vogelen. 

Zeekoet

Op IJsselmonde was ik verder vooral bezig met de teruggekeerde bokjes, maar helaas was het aantal geschikte plekken beperkt. Door de droogte van de zomer en het najaar zijn veel plekken die afgelopen winters goed waren behoorlijk vergrast, is de vegetatie hoog gegroeid en staat er eigenlijk geen water. Op de plekken in Oud-Reijerwaard is het daarom heel karig en is het nog niet gelukt om teruggekeerde gezenderde bokjes tegen te komen of te vangen. 

Bokje met opvallende tekening bij het oog

In november heb ik ook weer de eerste ronde gelopen in de Zegenpolder en in Polder Sandelingen en de Crezéepolder voor houtsnippen, wat ook de nodige vangsten opleverde. De soort is terug, maar nog in lage aantallen helaas. Overigens zal het deze winter wel een behoorlijk standje lager gaan zijn met het vangen van houtsnippen en de avondrondjes. Veel hebben we de afgelopen jaren al geleerd over houtsnippen (aantalsverloop, gewaskeuze, plaatstrouw, etc.), dus de prioriteit gaat wat meer op de andere soorten liggen. 

Houtsnip

Ook de waterpiepers zijn weer volop terug, maar het aflezen ging matig deze maand. In de laatste dagen van november bleek de groep eigenlijk structureel op een spruitenstoppel net aan de andere kant van de Oude Maas te lopen, dus dat vraagt de komende tijd nog wat bezoekjes aan de Hoeksche Waard. Het aflezen ging gelukkig toen voorspoedig en de nodige teruggekeerde vogels konden worden bijgeschreven, waaronder R/RRW die ik in november 2020 ringde! Voor de 6e winter op rij dus terug om te overwinteren. Het vangen ging in november wat minder en de aantallen waren laag, maar enkele vogels kon ik van ringetjes voorzien. 

Waterpieper R/BRG

De aantallen kieviten zijn ook nog steeds erg hoog, met in de Crezéepolder honderden en zelfs meer dan duizend vogels met laag water. De ringdichtheid is behoorlijk afgenomen (dus veel aankomst van elders en doortrek), maar toch liepen er nog wel wat geringde vogels uit de regio tussen. Tijdens het aflezen kwam nog een fraaie blauwe kiekendief overzetten, die zien we niet vaak! Zomaar een uurtje trektellen langs de Oude Maas op 6 november leverde nog leuke soorten op als boomleeuwerik, kleine barmsijs, koereiger en grote lijster, maar ook een dagrecord van 2970 houtduiven voor IJsselmonde. 

Blauwe kiekendief

zaterdag 22 november 2025

'Winter' Big Day 2025: 98 soorten

In eerdere jaren hebben we op IJsselmonde vaker een Big Day in de winter gedaan. Meestal was dat in begin december en doopte we dit dag om tot de Sinterklaas Big Day, maar omdat eind november vaak nog een tijd is met kans op verrassende zeldzaamheden, besloten we hem dit jaar eens te vervroegen. 22 november was dus de beste datum, en het record om te verbreken stond op 97 soorten. In 2017 werd tijdens de eerste editie dit aantal soorten gehaald, maar dat was inclusief een aantal ondersoorten volgens de IOC-indeling, zoals witstuitbarmsijs en kleine barmsijs. In 2018 werden 93 soorten behaald, maar deden wij niet mee, waarna in 2019 wederom 97 soorten (maar nu wel echt soorten) werden gehaald door Laurens van der Wind en mij. In 2020 probeerden we het op een alternatieve manier, om een zo goed mogelijke soort te vinden. Dat leverde toen helaas helemaal niks op, terwijl de zaterdag ervoor twee zwarte zee-eenden, roodkeelpieper en bruine boszanger op IJsselmonde werden gevonden... 

Sindsdien heeft er nooit meer een winter big day plaatsgevonden, dus vol goede moed waren we vandaag met drie teams. Laurens van der Wind en ik waren samen, tegen een team uit Barendrecht (Erik-Jan, Arjan en Wietze) en Ambacht (Jochanan, Richard en Matthieu). In tegenstelling tot de andere teams hadden wij uiteindelijk helemaal niks voorbereid, en gingen we maar aan de gang met een logische route. Het weer voor de dag was op zich prima, maar fris. Een matige zuidenwind en maximaal een enkele graad was het niet warm, maar als we het goed deden hoefden we ook niet teveel de auto uit... 

Laurens en ik startte om half 5. Dat leek ons gezien de lange nacht vroeg zat, zodat we aftrapten met een zingende ROODBORST (1). De belangrijkste soort voor de nacht was wel ransuil, dus daarvoor liepen we gelijk maar een ronde door Sandelingen-Ambacht, wat geen ransuil maar wel KUIFEEND (2), WILDE EEND (3), MEERKOET (4), KOPERWIEK (5), GRAUWE GANS (6) en BOOMKRUIPER (7) opleverde. Die laatste vonden we met de warmtebeeld al slapend tegen een boom. in het Develbos lukte even later wel BOSUIL (8) waarvan het mannetje zat te zingen, en in de polders troffen we eenvoudig KERKUIL (9), KRAKEEND (10) en BLAUWE REIGER (11). In het Waalbos probeerde we vervolgens voor ransuil, maar daar kwamen we niet verder dan WATERSNIP (12), KNOBBELZWAAN (13) en HOUTSNIP (14). In Oud-Reijerwaard zagen we een jagende kerkuil en daar foeargeerden nog wat KIEVITEN (15). Rijden langs de Crezéepolder, Zuidpolder en door de polders van Zwijndrecht waren vruchteloos, dus moest het maar in de ochtendschemering bij de roestplek in de Wevershoek gebeuren. Voordat we daar ransuil zagen, konden we nog WATERHOEN (16), EKSTER (17), HOUTDUIF (18), ZWARTE KRAAI (19) en MEREL (20) bijschrijven, maar toen kwam er gelukkig een RANSUIL (21) langsgeflapt. Ook zagen we hier nog houtsnippen uit het Waalbos in de bosschages duiken om de dag door te brengen, en al postend langs de Waal ontwaakte de meeste vogels: CETTI'S ZANGER (22), IJSVOGEL (23), WINTERKONING (24), SLOBEEND (25), VINK (26), FUUT (27), KLEINE MANTELMEEUW (28), VUURGOUDHAAN (29), HEGGENMUS (30), DODAARS (31), GAAI (32), TJIFTJAF (33), BRANDGANS (34), AALSCHOLVER (35), PIMPELMEES (36), KOLGANS (37), GOUDHAAN (38), SIJS (39), KOKMEEUW (40) en KAUW (41). 

Ondertussen was het alweer 8:00 en behoorlijk licht aan het worden, en omdat bokje lastig is deze winter besloten we gelijk maar op de beste plek een poging te wagen. In Polder het Buitenland moest het dus maar gebeuren, maar we konden helaas niks vinden. Achteraf bleek een ander team vlak voor ons vakkundig alle bokjes te hebben weggejaagd... We schreven hier nog wel SPREEUW (42), KOOLMEES (43), GROENE SPECHT (44), ZANGLIJSTER (45), WATERPIEPER (46), GRASPIEPER (47), STAARTMEES (48), TOENDRARIETGANS (49), TURKSE TORTEL (50) en TORENVALK (51) bij. Omdat er volgens een aantal weersvoorspellingen een zonnige dag in het verschiet zou liggen, wilde we ook maar gelijk met roerdomp afrekenen voordat het te lastig zou worden met de warmtebeeldkijker. Voordat we in de Sandelingen waren schreven we nog ZILVERMEEUW (52), GROTE ZILVERREIGER (53), HUISMUS (54), STORMMEEUW (55) en HOLENDUIF (56) bij. De ROERDOMP (57) stond net als gisteren in de rietkraag en was daarmee eigenlijk de enige soort die we van tevoren hadden gecheckt... 

De belangrijkste misser was bokje, maar die konden we vast nog wel krijgen. Handig is wel als het dan bewolkt is, omdat het dan beter te doen is met warmtebeeldkijker. Vandaar dat we gelijk maar even bokje als prioriteit benoemden en een rondje Waalbos deden. Tenminste, de noordoosthoek rondom de ijsbaan. Bij aankomst zaten daar gelijk veel PUTTERS (58) en een toendrarietgans vloog wat rond. Een leuke waarneming die door andere teams werd gemist uiteindelijk, maar wij hadden ze eerder vanochtend al. In het Waalbos riep een KEEP (59), liep een KLEINE ZILVERREIGER (60) zoals gepland en schreven we nog BERGEENDEN (61) en een overvliegende WITTE KWIKSTAART (62) bij. In wat natte greppeltjes zat uiteindelijk met wat watersnippen ook het gehoopte BOKJE (63), terwijl nog een WITGATJE (64) langs vloog. In Oud-Reijerwaard schreven we onderweg richting de Oude Maas vervolgens makkelijk ROODBORSTTAPUIT (65), RIETGORS (66) en BUIZERD (67) bij. Een rondje over het braakliggende terrein bij station Barendrecht bracht niet een gehoopte verrassing zoals een Europse kanarie, maar twee bokjes waren toch leuk. 

Elke winter overwinteren er wel goudvinken in de Vredepolder, dus we besluiten daar maar een rondje te gaan lopen. Sowieso is het altijd een goede plek met veel vogels, en het begint makkelijk met GROTE BONTE SPECHT (68) en GROTE GELE KWIKSTAART (69). Tijdens het rondje vinden we uiteindelijk geen goudvinken, maar schrijven nog wel GROENLING (70), KRAMSVOGEL (71), MATKOP (72) en APPELVINK (73) bij. Vooral die laatste blijkt nog een goede, want het is de enige van de dag en de andere teams missen 'm. Voordat we vertrekken vliegen nog een GROTE MANTELMEEUW (74) en WULP (75) over de Oude Maas. Iets voor 11:00 schrijven we in de bouwdok TAFELEEND (76) bij. Middelste zaagbekken lijken hier nog niet aanwezig, terwijl bij de Carnisse grienden de humes bladkoning vertrokken blijkt die hier eergisteren was gevonden. Wel roept hier eindelijk een WATERRAL (77) en passeert een SPERWER (78). 

Een rondje door de polders van Rhoon levert geen gehoopte nieuwe soorten op als ooievaar, zwartkop (was recent een waarneming langs de Poelweg) en ringmus (het enige resterende mannetje...). In het Klein Profijt moet het dan maar gebeuren, waarbij we besluiten ook door te lopen voor baardmannetje. Die soort vinden we niet, maar het doorlopen levert uiteindelijk wel een onverwachte SNEEUWGORS (79) op die voor ons opvliegt langs de Oude Maas. Een bonus en uiteindelijk ook de leukste soort van de dag! BOOMKLEVER (80) is makkelijk en WINTERTALING (81) hadden we ook nog niet. Het aantal soorten dat we hebben klimt dus gestaag, en vooral de soorten we nog moeten blijkt steeds beperkter te worden. We starten ook aan het rekenen en de 100 blijkt toch een vrijwel onmogelijke opgave. We concluderen dat als we de 95 gaan halen, we best tevreden mogen zijn, dus vol goede moed gaan we door. 

Geen ringmus op het voer helaas

Ringmus laat het weer afweten, maar VELDLEEUWERIKEN (82) laten zich makkelijk in de polder vinden. Daar zien we ook opeens twee HAVIKEN (83) jagen, zodat we toch wel tevreden de polders verlaten en richting de havens gaan. ROEK (84) tikken we makkelijk binnen en in de Waalhaven komt de SLECHTVALK (85) vrijwel gelijk met ons aan bij de mast. Een oud plekje voor ZWARTE ROODSTAART (86) in Heijplaat blijkt nog steeds bezet in de winter, maar het aflopen van meerdere braakliggende veldjes levert helaas geen kneuen op. Dat wordt nog wel een dingetje... 

Typisch habitat voor zwarte roodstaart

We moeten Rotterdam-Zuid in voor een ZWARTKOPMEEUW (87), die dankzij twee witte broden snel de Persoonshaven in komt vliegen. Een PONTISCHE MEEUW (88) is vervolgens ook makkelijk, maar het Eiland van Brienenoord zijn de twee overwinterende oeverlopers van de aardbodem verdwenen. Niks te vinden, helaas... Ook een zwarte mees van eerder deze dag blijft onvindbaar. 

Zwartkopmeeuw

Ondertussen is het al tegen 16:00 en het licht gaat snel achteruit. We hebben nog een klein uurtje voordat de zon om 16:42 ondergaat, dus we moeten nog even flink doorschakelen. Qua getij kwam het precies goed uit om de Sophiapolder eind van de middag te doen, en die blijkt gelukkig te leveren. Voordat we daar zijn tikken we eerst eenvoudig SMIENT (89) in de Crezéepolder binnen, maar daar loopt verder niks. Aangekomen bij de Sophiapolder vliegt zowaar een KNEU (90) op uit een onkruidrandje naast de weg, waarna we op het eiland de verwachte BONTE STRANDLOPERS (91), GEELPOOTMEEUW (92), PIJLSTAARTEN (93), KEMPHANEN (94) en SCHOLEKSTERS (95) kunnen bijschrijven. Een snelle rekensom leert ons vervolgens dat het moet lukken om met wat geluk over de 95 soorten heen te schieten en misschien wel ons record te evenaren. Met zonsondergang staan we langs de Waal waar gelukkig al twee GROTE ZAAGBEKKEN (96) ronddobberen. Op tijd gearriveerd deze winter, net zoals een mannetje BRILDUIKER (97) die we exact 8 minuten later op de Oude Maas bij kunnen schrijven!

Nu hebben we nog één makkelijke soort te gaan die nog kunnen binnentikken voordat we om half 6 in Ambacht worden verwacht: ooievaar. Overdag zwerven ze door Rotterdam, maar slapen doen ze meestal op lantarenpalen rondom Lombardijen. Snel die kant dus op maar rond 17:00 vinden we ze niet op de plek waar we ze hadden verwacht. Gelukkig zien we al rijdend opeens twee OOIEVAARS (98) tukken op de lantarenpalen om 17:08. Een mooie afsluiter en een verbetering van ons vorige record! Dat hadden we toch niet durven dromen! Uiteindelijk bleek het andere Ambachtse team met exact 100 soorten daar knap nog overheen gegaan te zijn! Totaal werden 106 soorten gezien, waarvan wij oeverloper, zeearend, bruine kiekendief, goudvink, (kleine) barmsijs, goudplevier, ringmus (hij zat er wel...), zwarte mees en kleien bonte specht mistten. Al met al een mooie dag met voor ons dan wel weer de leukste verrassing voor de dag: sneeuwgors! 

Ooievaars

vrijdag 31 oktober 2025

Oktober 2025

In het najaar zijn altijd nog een paar plantensoorten die dan de piek hebben van hun bloei. Eén van die soorten is franjegentiaan, maar lang niet jaarlijks staat deze soort in bloei op de weinige groeiplaatsen in Zuid-Limburg. Dit jaar bleek dat echter wel het geval, en samen met een nieuwgevonden soort voor Nederland: wilgsla, was dat de reden om een middagje heen en weer te rijden naar het zuiden. Mooie soorten en leuk om zo weer eens in Limburg te zijn! 

Franjegentiaan

Wilgsla

De rest van de maand stond vrijwel uitsluitend in het teken van vogels. Oktober is natuurlijk de maand bij uitstek voor doortrek en zeldzame soorten, maar ondanks dat zat een goede twitch er helaas niet in. Zeldzame soorten werden wel voldoende gemeld, maar geen soorten die nog op mijn lijstje ontbreken, met uitzondering van stormvogeltje. Dit is toch nog wel de makkelijkste nieuwe soort voor mij, maar je moet altijd maar net op de goede plek zitten. Op 24 oktober zat ik bijvoorbeeld weer aan de Maasvlakte met windkracht 7 (west). Dat leverde echter niet de gehoopte krent op en veel verder dan twee grauwe pijlstormvogels en wat middelste jagers kwamen we niet. Naast de telpost lag overigens nog wel een flinke grijze zeehond te pitten. 

Grijze zeehond

Ondanks dat wij geen stormvogeltje zagen, vloog er nog wel eentje langs de Maasvlakte dit jaar, en werd eind oktober een paar dagen op rij een 'stofje' gemeld bij het Kornwerderzand, langs de Afsluitdijk. Op 28 oktober trok ik dus de stoute schoenen aan en stond met het eerste licht bij het Kornwerderzand. Wie niet waagt, wie niet wint! De wind was nog steeds stevig vanuit het westen, en al snel verschenen de eerste leuke soorten op het toneel. Een paar kleine alken, een noordste stormvogel, grauwe pijlstormvogel (beide heel goed voor de Waddenzee) en een rosse franjepoot zorgden voor voldoende vermaak. Na 11 uur verscheen opeens een vaal stormvogeltje in beeld en werd de spanning opgevoerd! Omdat ik nog werk te doen had, had ik met mezelf afgesproken om 12:00 af te taaien. Je kan altijd wel blijven zitten... Klokslag 12 uur vertrok ik dus, maar het gevreesde scenario kwam uit... 

Dwergmeeuw

Rond 12:15 vloog een stofje schitterend langs, terwijl ik alweer in de Wieringermeer reed. Uiteindelijk besloot ik toch nog een ultieme poging te wagen en terug te rijden, zodat ik 'm misschien kon oppikken bij Breezanddijk. Uiteindelijk na een half uur posten helaas geen stofje voor mij, maar daar kwam nog wel weer een fraaie rosse franjepoot langsvliegen. Wellicht volgend jaar weer een nieuwe poging in deze hoek! 

Naast de zeevogels bracht ik nog twee bezoekjes aan de Maasvlakte, maar ook daar bleef het taai dit najaar. Het leverde nog een fraaie sneeuwgors, bokje, kuifaalscholver en een kleine karekiet op, maar meer zat er helaas net in. Op 18 oktober besloot ik daarom eens voor de verandering een flinke wandeling in Voornes Duin te maken. Een gebied wat totaal niet bevogeld wordt, maar waar natuurlijk zomaar van alles op kan duiken. Het was een spannende najaarsdag en door het hele land werd van alles gevonden. Een ideale dag dus om in het duin te vogelen en uiteindelijk was het niet onaardig met overtrekkende kleine rietganzen, een paar velduilen, geelgorzen en een Siberische tjiftjaf. 

Siberische tjiftjaf

Geelgors

Velduil

Oktober is natuurlijk ook de maand waarin veel bokjes terugkeren en doortrekken, en op IJsselmonde lukte het weer om aardig wat bokjes te vangen. Helaas is het aantal geschikte plekken dit najaar laag, wat dus geen hele grote aantallen heeft opgeleverd. Wel was de ontdekking van de Blankert, een groot overstromingsgrasland aan de zuidkant van de Oude Maas, de moeite waard. In het gebied verbleven behoorlijk wat bokjes en het lukte ook om vogels terug te vangen van IJsselmonde. Blijft leuk om die uitwisseling te zien natuurlijk. Aangename verrassing tijdens het vangen van bokjes was een dwerggors die luid roepend in de polder opvloog, altijd leuk! 

Geertruida Agaatha Complex (GAP)

Bokje

Langs de Devel lukte het weer om de eerste waterpiepers van de winter van een ringetje te voorzien. Aflezen in het veld lukte helaas nog niet, maar wel las ik nog weer de nodige kieviten af in de Crezéepolder. Op 11 oktober was ik nog weer eens in Meijendel. Elke maand vind ik uiteindelijk dat ik te weinig in het duin komt, maar de vangsten van oeverpiepers haalden me overtuigend over de streep om weer eens een dagje te vangen. Een goede dag bleek het, met uiteindelijk een dagrecord aan kleine barmsijzen (74) en vooral ook de vangst van een schitterende oeverpieper! Erg blij met deze vangst van een soort die natuurlijk sterk lijkt op 'mijn' waterpiepers. 

Waterpieper R/BRY

Kleine barmsijs

Oeverpieper

Dat was het dan ook wel eigenlijk voor de maand oktober. Een leuke verrassing ten slotte was nog een bladkoning die ik vlakbij de tuin vond, altijd leuk om daar in het najaar tegenaan te lopen. De eerste wintertelling op de Sophiapolder had ook weinig verassingen in petto: 33 pijlstaarten, 7 wulpen en de gebruikelijke pontische en geelpootmeeuwen. 

dinsdag 30 september 2025

September 2025

In september heb ik lekker veel in de regio gevolgd vooral. Kieviten aflezen was altijd een lonende bezigheid in de Crezéepolder, waar nog steeds honderden kieviten pleisterden. In de groep zaten altijd wel vogels die ik in de regio heb geringd, dus altijd leuk en vooral ook nuttig om daar de tijd voor te nemen. Dat leverde ook met regelmaat geringde meeuwen en een enkele lepelaar op, en 27 september heel verrassend een geringde reuzenstern! Reuzenstern is sowieso nog steeds een zeldzaamheid op IJsselmonde, ook al is het sinds de aanleg van de Crezéepolder wel een meer dan jaarlijkse gast geworden op IJsselmonde. Het exemplaar was als nestjong op 10 juni 2022 in Zweden geringd, het land waar volgens mij de meeste geringde reuzensterns vandaan komen.

Reuzenstern

In de regio vogelen is in september natuurlijk altijd leuk. Paapjes hangen weer rond en ook andere najaarsvogels druppelen binnen. Vanwege de droge zomermaanden viel het aantal plekken met watersnippen en dus in potentie ook bokjes tegen, maar tegen het einde van de maand heb ik toch het eerste bokje te pakken! Tijdens het zoeken naar bokjes voor ringonderzoek stuit ik ook verrassend genoeg op een porseleinhoen die in een nat rietlandje loopt. Erg leuk en uiteindelijk toch wel een soort waar ik jaarlijks een keer tegen aanloop op IJsselmonde. Ook een groepje overvliegende kruisbekken en een overvliegende wespendief waren nog noemenswaardig op het eiland, net zoals ook de eerste koperwiek altijd weer leuk is om binnen te horen komen! 

Bokje

Porseleinhoen

Wespendief

Paapje

Naast wat vogeluurtjes op IJsselmonde, heb ik met Daan van Braak nog drie gerichte pogingen ondernomen om op de Tweede Maasvlakte te zoeken naar Siberische sprinkhaanzanger. De strook met helm en duindoorns is toch wel in potentie één van de beste plekken voor deze soort in Nederland, maar daar wordt gewoonweg te weinig voor gevogeld. Met drie keer twee uurtjes zoeken kom je best wel een eind, maar het heeft niet een zeldzaamheid opgeleverd. Desalniettemin was het wel elke keer spannend en leuk met soorten als tjiftjaf, fitis en gekraagde roodstaart in het helm, en zowaar ook een normale sprinkhaanzanger! 

De meest memorabele dag dit jaar op de Maasvlakte was echter wel 16 september. Een dag met een stevige westenwind (7bft), die ook vooraf ging door een dag met een stevige zuidwestenwind. Eenmaal op de Maasvlakte bleken de noordse pijlstormvogels echt goed te vliegen, en zagen we in vier uurtjes 45 exemplaren! Ook kwamen nog 18 grauwe pijlstormvogels langs, terwijl de jagers het volledig af lieten weten. Het absolute hoogtepunt van een kort ochtendje over zee kijken was wel de vale pijlstormvogel, die rond kwart over 9 op korte afstand schitterend langs kwam! Heel fraai en voor mij wel de waarneming van het najaar. Het was pas mijn tweede na 8 jaar geleden een vogel op dezelfde plek, maar met veel slechter licht. 

Noordse pijlstormvogel

De meeste optimistische poging was overigens op 18 september. De dag ervoor was de eerste Tennessee zanger voor Nederland gevangen op de ringbaan van Vlieland. Ondanks dat het op een ringbaan was, had ik toch wel zin om een poging te wagen. Een dag na de vangst is de vogel natuurlijk telbaar, en met een Amerikaanse zanger zou er misschien wel een poging te wagen zijn? Zeker als de vogel wellicht weer teruggevangen zou worden? Zo gezegd op de 18e met Leon Boon richting Vlieland te gaan, waar we tot onze verrassing echt de enige waren die het gokje wilde wagen... Op Vlieland was bij de fietsverhuur ook een stormloop verwacht, maar dat viel daar dus nogal tegen. Uiteindelijk hebben we een aantal uren tevergeefs op en rondom de ringbaan gezocht, het viel natuurlijk te proberen! We zijn in ieder geval de enige vogelaars die een Tennessee zanger in Nederland hebben gedipt, dat is ook wel wat waard... 

Vlieland