woensdag 15 maart 2017

Leren met dit weer is lastig...

Het weer is weer fantastisch en om dan binnen te leren blijkt toch wel bijzonder lastig te zijn... Om 12u ben ik dan ook bij het pontje naar de Sophiapolder om daar eventjes te koekeloeren. Het blijkt tam te zijn wat vogels betreft, met als leukste wel een bonte strandloper tussen ca. 40 tureluurs en maar liefst 4 zwartkopmeeuwen die ter plaatse rondhangen. De afgelopen jaren vlogen ze wel vaak over hier, maar dat we ze echt aan de grond zien is nieuw. Leuk! Ook de zwarte kraaien trekken zoals altijd de aandacht, vandaag lopen d'r wel zestig rond te stappen.
Zwarte kraaien
Vervolgens check ik met Hans Bossenbroek nog even de Crezéepolder om te kijken of daar nog wat meer te beleven is. Dat valt echter tegen en verder dan twee bonte strandlopers, zo'n 30 grutto's en een mooie groep van 55 kluten komen we niet. De zeldzamere steltlopers zullen echter vanzelf wel gaan komen, het is nog even geduld hebben...
Kluten
Grutto's

dinsdag 14 maart 2017

Geen kleine bonte vanochtend

De grienden herbergen op IJsselmonde wel de lastigste broedvogel om te zien: de kleine bonte specht. Grienden hebben we genoeg langs de Oude-Maas, en vermoedelijk broeden er wel zo'n 5 paartjes. Het blijft echter een uiterst geheimzinnige soort die je zelden hoort, laat staan ziet. In het voorjaar is het wel de beste tijd om ze te zien, als ze ook volop aan het baltsen zijn. Vanochtend loop ik dan ook maar door het Klein Profijt om daar mijn geluk te beproeven, maar een kleine bonte specht zie of hoor ik niet. Wel zijn een drietal appelvinken bijzonder actief en vliegen af en toe luid roepend over. Leuk! In Bos Valckesteijn, de enige andere plek op IJsselmonde waar ze broeden, overwinteren ze normaal gesproken in flinke aantallen, maar dat was deze winter niet het geval. Vandaar dat dit mijn eersten pas zijn op de IJsselmonde jaarlijst.

Op de terugweg rijd ik nog even via de Devel in de hoop op de eerste gearriveerde blauwborsten. Die laten zich nog niet horen of zien, maar wel hoor ik minimaal twee baardmannetjes, waarvan een mannetje zich wel uitzonderlijk fraai laat bekijken. Wat een gave vogels!
Baardman

maandag 13 maart 2017

Paniek!!! Een lammergier over IJsselmonde!!

Deze week ben ik vrij om te leren voor een tweetal tentamens dat ik vrijdag moet maken. Het is vanochtend echter zulk mooi weer dat ik besluit eerst maar een rondje te maken voordat ik de boeken in duik. Aandacht aan de lammergier die gisterenmiddag vanaf Noordwijk tot Poortugaal (op IJsselmonde!!) werd gezien besteed ik niet, want ik ging er vanuit dat het beest wel over de Oude-Maas zou zijn gevlogen en ergens in de Hoekse Waard zou zijn neergestreken, om vandaag zijn weg te vervolgen naar het zuiden.

Polder Sandelingen is dus gewoon het eerst aan de beurt om te kijken of daar wellicht de eerste blauwborst is gearriveerd. Dat blijkt niet het geval, maar wel zingende de nodige rietgorzen en laat ook een mannetje roodborsttapuit zich nog zien.
Rietgors
De Crezéepolder moet er hierna nog even aan geloven en die ligt er nu, met afgaand tij, werkelijk schitterend bij. De prachtige slikranden moeten dit jaar wel leuke steltlopers op gaan leveren en ook nu is het leuk met maar liefst 19 bonte strandlopers, 8 bontbek- en 6 kleine plevieren, ca. 30 kemphanen, een twintigtal tureluurs, drie witgatjes en acht grutto's. Deze laatsten vertrekken overigens al snel naar de Sophiapolder, die de grutto's op één of andere manier toch aantrekkelijker vinden.
Crezéepolder met plevieren
De polder levert verder nog de bekende eendensoorten op, maar de zomertalingen lijken verdwenen. Een geringde Nederlandse kleine mantelmeeuw is de eerste die ik hier zie nadat van het najaar de dijk is doorgestoken, toch leuk!
Kleine mantelmeeuw R-RH
Na de polder rond te hebben gefietst ga ik toch maar huiswaarts om me te verdiepen in de bodems van Nederland. Vlak voordat ik thuis ben word ik echter gebeld door Laurens van der Wind dat de lammergier weer wordt gezien, en wel boven IJsselmonde!! Paniek dus, wat die mag ik niet missen! Zeker niet nu ik toevalligerwijs in Ambacht zit. De vogel is opgepikt boven de Oude-Maas bij Barendrecht (hij heeft dus gewoon op IJsselmonde in de grienden geslapen!!!) en gaat richting oost, dus ik moet zo snel mogelijk met de auto naar de Oude-Maas zien te gaan!!

Een paar minuten later rijd ik weg terwijl de adrenaline door m'n lichaam giert. Als de vogel de Oude-Maas volgt en dus min of meer naar oost vliegt moet hij langs Zwijndrecht komen bij polder de Hooge Nesse. Zeker omdat hij gisteren een echte zuidwaartse koers aanhield is hij dan ook vanaf daar te zien als hij wat meer richting zuidoost gaat. In de polder daar staat een uitkijkpunt, dus dat had ik in m'n hoofd als de ideale locatie.

Eenmaal de auto geparkeerd is er nog steeds geen nieuws, dus ik ga maar rennen naar het uitkijkpunt. Dat blijkt echter veel verder dan gedacht en de tijd tikt maar door, eenmaal aangekomen blijkt het uitzicht ook nog eens belabberd slecht te zijn. Toch maar scannen en scannen. Een rover zie ik snel vliegen, maar toch een buizerd en krijg dan een telefoontje, weer van Laurens: "De vogel is nu in beeld boven het rangeerterrein door Hugo Moerman!!". Verdraaid nog aan toe, hij is hier dus al voorbij en is al ten noordoosten van me! De rivier heeft hij dus niet gevolgd maar hij is gewoon pal naar het oosten gevlogen!! Terug rennen maar naar de auto en dan naar het rangeerterrein scheuren. Half struikelend, zwetend en hijgend kom ik bij de auto aan en tot mijn grote vreugde is daar precies een autootjes Amsterdammers die de vogel daar in beeld heeft. Yesyes!! Op enkele kilometers afstand is de vogel vanaf hier toch mooi al cirkelend te zien in de telescoop. Phieuw, dat was op het nippertje, maar hij staat op de lijst!

Dankzij z'n spanwijdte van ruim 2,5 meter is hij dus nog te zien boven vermoedelijk de Volgerlanden van Ambacht. De vogel wordt aangevallen door meeuwen en verdwijnt langzaam maar zeker, al flappend en cirkelend, naar het oosten uit beeld. Een ultieme poging om de vogel nog beter te zien van mij mislukt helaas, ik zoek de vogel te ver naar het noordoosten, terwijl hij via Papendrecht, Gorinchem en uiteindelijk Uden naar het oosten Nederland uitvliegt. Het maakt allemaal niet meer uit, maar hij staat op de lijst! Wat een soort!

Het mag natuurlijk helemaal niet, maar eenmaal aan het bijkomen van deze enerverende twitch die om minuten gaat, begint het balen toch wel dat ik die suffe Hooge Nesse ben in gerend. Als ik bij de auto was gebleven had ik 'm veel langer en beter kunnen bekijken, óf als ik op het viaduct bij het rangeerterrein was gaan posten, dan had ik 'm boven m'n hoofd gehad. Tja, als, als, als ik aan het werken was of in Rhenen was geweest had ik hem helemaal niet gehad... Soms heb je eigenlijk gewoon mazzel, want wat een soort! Het is overigens een exemplaar dat al eventjes in Duitsland heeft rondgehangen op een zwerftocht vanuit de Pyreneeën of de Alpen. In beide gebergtes broedt de soort, waarvan de jonge beesten (zoals deze) zo nu en dan verkenningstochten door Europa maken. Het leuke van deze vogel is echter wel dat 'tie, in tegenstelling tot de eerdere lammergieren in Nederland, niet is uitgezet maar in het wild is uitgebroed. Een unicum dus, en al helemaal op IJsselmonde!! Bizar gewoon.

zaterdag 11 maart 2017

Geen kwikken, wel andere soorten in het net

Vandaag is nog een halve klusdag op het ringstation in Meijendel om alle netten weer vangklaar te maken. Daarnaast kan er ook wel wat gevangen gaan worden en gezien de trek in maart van rouw- en witte kwikstaarten en bonte strandlopers heb ik wel hoop op wat leuke vangsten. Bij aankomst in de duin om een uurtje of zes is het opvallend stil, geen vogelleven nog hier in tegenstelling tot de bebouwde kom waar door het licht de zangactiviteit toch enkele weken eerder van start gaat...

De netten worden opgezet en ook vliegen de eerste witte kwikstaarten over, als ze maar naar beneden willen komen... Uiteindelijk wordt het een beetje een frustrerende dag wat die kwikstaarten betreft, want iets van 5 exemplaren zijn in de loop van de ochtend wel neergestreken in de buurt van het slagnet of zelfs op het slagnet, maar we waren te laat en eentje wist nog te ontsnappen. Helaas... Bonte strandlopers zagen we overigens helemaal niet vandaag.
Witte kwikstaart (rechts) naast de slag

De normale mistnetten leverde uiteindelijk nog wel dertig vangsten op, waaronder alweer opvallend veel tjiftjaffen, waarvan de eerste alweer zaten te zingen op de baan, een tweetal staartmezen, een vuurgoudhaan en normale soorten zoals een winterkoning en heggenmus die ook gewoon bijzonder fraai zijn in de hand.
Staartmees
Winterkoning
Vuurgoudhaan
Heggenmus
Een spreeuw die we op het eind van de middag vangen is toch nog wel het hoogtepunt voor mij voor vandaag. Deze soort blijft altijd lastig om te vangen en alleen de eerste keer dat ik hier op de baan was, 14 juni 2014, vingen we een aantal spreeuwen. Dat waren toen juveniele vogels, zo'n fraaie adult als vandaag is toch wel weer wat anders. Wat een prachtige tekening! 



Spreeuw
Rond een uur of vijf ben ik weer thuis en dan is het altijd even de 'schade' opnemen wat door de anderen op IJsselmonde is gevonden. Het valt mee vandaag en enkele typische maartgasten blijken weer gearriveerd te zijn, zoals een groepje van 5 zomertalingen in de Crezéepolder. Een grote lijster bij het Perenlaantje in Ambacht is eigenlijk nog een betere soort, dus eerst rijd ik daar maar snel naartoe.

In een grote groep kramsvogels en koperwieken vliegt hij opeens luid roepend op en met een zware ratel landt hij in wat populieren een stukje verderop. Leuk! Het blijft een onwijs lastige soort op IJsselmonde, zeker nu hij als broedvogel is verdwenen. Op doortrek moet het nu dus maar gebeuren en dit is in Ambacht in ieder geval wel de plek waar dat kan, en dus ook gebeurt.

In de Crezéepolder is het hierna weer even genieten hoe mooi de polder erbij ligt. Een mooie groep kluten, twee bontbekplevieren, foeragerende tureluurs en kemphanen en grote aantallen smienten en wintertalingen met daartussen wat pijlstaarten, slobeenden en dus ook die zomertalingen. Daarvan blijkt echter nog maar één mannetje aanwezig die zich met wat zoeken op afstand nog wel even laat bekijken. Een leuke afsluiting van een mooie dag!
Zoek de zomertaling... (links onder de slobeenden)

donderdag 9 maart 2017

Niet veel ringetjes op Zuid

Deze week ben ik een tweetal dagen in Ambacht, wat me op een avondrondje al een paartje roepende bosuilen opleverde op tientallen meters en ook een tweetal kerkuilen. De eerste middelste zaagbekken voor Ambacht die gisteren op de Sophiapolder werden gevonden kon ik in de stromende regen helaas niet meer terugvinden. Vandaag besluit ik nog maar eens Rotterdam-Zuid door te rijden in de hoop op wat geringde kleine mantels. De stad blijkt inderdaad weer goed gevuld met grote meeuwen, waaronder uiteindelijk ook negen pontische en drie geelpootmeeuwen. Geringde meeuwen zijn echter schaars en verder dan twee Nederlandse en een Belgische kleine mantelmeeuw en twee Nederlandse zilvermeeuwen kom ik dan ook niet.
Kleine mantelmeeuw Z-HA
Waar al die geringde Nederlandse kleine mantelmeeuwen dan wel uithangen weet ik niet, mogelijk zijn het nu ook nog gedeeltelijk doortrekkers die toch uit minder dicht geringde kolonies komen ofzo? De twee Nederlandse kleine mantels die ik aflas zijn ook vaste jaarlijkse gasten, van de Belg is het nog een verrassing waar die vandaan komt...
Kleine mantelmeeuw N/G-KZ
Belgische kleine mantelmeeuw 
Aan de zuidkant ga ik de stad uit om bij de Gaatkensplas nog even de aalscholvers te checken. Daar zouden de laatste tijd weer enkele geringde exemplaren zijn gezien namelijk. De geringde exemplaren blijken vandaag echter niet aanwezig en ik moet het met een Poolse kokmeeuw doen die hier al jaren overwintert, maar die ik opvallend genoeg nooit eerder zag...
Ongeringde aalscholvers
Al rijdend over het prachtige IJsselmonde kom ik weer bij de Sophiapolder terecht, waar de middelste zaagbekken echt verdwenen blijken te zijn, maar een groepje van acht bonte strandlopers weer een leuke eerste waarneming is van deze soort op IJsselmonde. Het voorjaar is nu echt begonnen!

zaterdag 4 maart 2017

Kraanvogels op reis over IJsselmonde!

De afgelopen week voltrok zich een opvallend fenomeen, namelijk trekken kraanvogels over het westen van Nederland, en dat met een zuidwestenwind. Trekkende kraanvogels zijn in het voorjaar in Nederland niet bijzonder, als ze onderweg naar Scandinavië zijn, maar over het westen doen ze dat meestal alleen maar met een oostenwind. Daar was de afgelopen week echter geen sprake van. In het westen was ik echter niet, maar ook over Rhenen kon ik een mooie groep kraanvogels zien overvliegen, die ik oppikte toen ze luid roepend over m'n kamer vlogen, een fantastisch geluid!

Op IJsselmonde kraanvogels zien is natuurlijk altijd de uitdaging en het is de afgelopen jaren wel af en toe gelukt. Gisterenavond kwam opeens weer een flinke golf kraanvogels het land binnen, dus ook voor vandaag zijn de verwachting hoog gespannen. Zeker voor een groep die om 15:30 België invloog en uiteindelijk zo'n 3 uur later nabij Maasdam, in de Hoekse Waard, is gaan slapen.
De route van de groep kraanvogels op 3-3-2017
De 41 exemplaren zouden dus als ze vanochtend ontwaken wel over IJsselmonde moeten komen, als ze de noordoostelijke koers in ieder geval vasthouden. Mede daarom staan Laurens van der Padt, Laurens van den Wind en ik rond half 8 in de Crezéepolder voor de eerste voorjaarstelling van het jaar. Niemand van ons had de afgelopen week kraanvogels op het eiland weten te zien, dus vandaag moest het wel gaan gebeuren.

Iets over half 8 krijgen we het appje binnen dat de vogels zojuist al zijn opgevlogen door een schietende jager, dat is vroeg! Gelijk wordt het luchtruim nog intensiever afgezocht en de kunst is dan om in te schatten waar we de vogels kunnen verwachten. Al vrij snel pik ik de V-formatie al op en we kunnen ze een aantal minuten volgen als ze gestaag over Ambacht vliegen en even later de Noord oversteken. Het blijft toch wel een gaaf gezicht, ook al zien we ze op toch wel 2 kilometer afstand passeren. Gaaf en missie al geslaagd!!
Verre groep kraanvogels...
De rest van de ochtend houden we bij 'onze' groep kraanvogels uithangt. In de Alblasserwaard pikken ze de vogels eerst op, waarna ze over Soest richting het Nuldernauw vliegen om vervolgens Zwolle aan te doen en uiteindelijk in Sellingen de Nederlandse grens over te vliegen. Om 11:10 hebben ze dan een slordige 250 kilometer achter de rug, die ze met een gemiddelde snelheid van 60 km/h hebben afgelegd. En dat alles in een kaarsrechte lijn richting noordoost, geweldig om dat zo te zien!
Vervolg van de route op 4-3-2017 in Nederland
Verdere is het deze ochtend qua trek armoe troef en het zijn de vogels ter plaatse die de telling wat opleuken. Meer dan de eerste lepelaar, wat witte kwikstaarten, spreeuwen, ganzen en smienten vliegen er namelijk niet over, maar de Crezéepolder blijkt wel een magneet op vogels. Zo komen er enkele groepjes grutto's naar beneden die na even gefoerageerd te hebben in de polder weer doortrekken, leuk om die aantrekkingskracht te zien! Verder lopen in de polder nog wat waterpiepers, tureluurs, witgatjes, tweee bontbekplevieren en ook mijn vroegste kleine plevier ooit. Mooi op tijd! De vele smienten, wintertalingen en wat slobeenden en pijlstaarten zijn leuk speelgoed van een havik en slechtvalk die nog even komen buurten. Een bruine kiekendief heeft niet veel zin in dat drukke gedoe en vliegt enkel twee keer over.
Wintertalingen
We houden het uiteindelijk tot half 12 uit, wat als bonus toch nog twee overvliegende goudplevieren oplevert. Een aangename verrassing van een soort die altijd verdraaid lastig op het eiland is! Daarna is het echter wel tijd om richting de Sophiapolder te gaan, aangezien het pontje weer aan het varen is vanaf 12u. Het is dan bij het pontje al een drukte van belang, waar de Amerikaanse wintertaling die woensdag werd gefotografeerd waarschijnlijk de oorzaak van is. Dat is het belangrijkste doel van vanmiddag, om dat beest terug te zien vinden. 

Bij aankomst is het nog hoog water en wintertalingen zijn nog niet te bekennen, dan dus maar de meeuwen checken. Dat blijkt geen slecht idee want een adulte geelpoot- en pontische meeuw blijken present. Die zien we vrijwel nooit op het eiland, laat staan allebei tegelijkertijd, laat staan beiden in één beeld!
Adult pontische meeuw met Poolse kokmeeuw Y-T48N
Adult pontische meeuw
Adult geelpootmeeuw
Pontiche (links) en geelpootmeeuw
In de groep meeuwen zie ik verder nog twee Deense en een Poolse kokmeeuw en enkele teruggekeerde Nederlandse kleine mantelmeeuwen die zich hier elke zomer laat zien. Altijd leuk die oude bekenden.

Als het water verder is gezakt komen de wintertalingen uit de begroeiing tevoorschijn, maar hoe we ook zoeken, de Amerikaan krijgen we er niet uitgeplukt en hij lijkt ook gewoon niet aanwezig te zijn. Meer dan een wintertaling met een opvallend wit vlekje zien we niet, want een verticaal streepje is daar echt niet van de fantaseren.
Wintertalingen
We vermaken ons echter nog wel prima met de nodige witte kwikstaarten (nog geen rouwkwikstaart), grutto's (waaronder een geringde Franse vogel), wat tureluurs, zwartkopmeeuwen en een jagende havik en slechtvalk. Komende tijd zullen we de wintertalingen maar gewoon goed in de gaten houden en natuurlijk ook de rest in de polder. Want een spannende plek blijft het zeker.
Witte kwikstaarten

zaterdag 25 februari 2017

Beginnend voorjaar met onverwachte soorten

In de afgelopen week is weer het 'normalere' leven begonnen waarin ik gewoon weer vakken volg op de Universiteit. Minder vrije tijd dus. Ondanks dat was ik deze wek toch bijna naar Callantsoog afgereisd voor een mogelijke Amerikaanse zilvermeeuw die daar was gevonden bij een zandsuppletie. De ochtend van vertrek werd echter nog op tijd doorgegeven dat het toch zeer waarschijnlijk geen Amerikaanse was en we dus nog even op deze nieuwe soort voor Nederland moeten wachten. Het DNA van de vogel is echter wel verzameld, dus de definitieve determinatie van de meeuw zal zeker nog wel komen.

Verder was de week vooral onstuimig en had ik alleen gisterenmiddag nog wat tijd in combinatie met lekker weer. Nog even door de bossen bij Bennekom gefietst waar de nodige appelvinken zich lieten zien en horen en een aantal zwarte spechten al roffelend en schreeuwend het voorjaar in hun bol hadden. Fantastische beesten!

Met weer wat drukkere weken komt het vogelen echt op de zaterdag aan, zo dus ook vandaag. Een dagje mee smienten ringen gaat uiteindelijk helaas toch niet door, de bruine klauwier van Den Helder zit toch wel te ver weg voor het leuke (heb 'm toch al) dus dan ga ik met Laurens van der Wind maar gewoon weer vogelen op IJsselmonde. Dit jaar moet in ieder geval het jaarlijstrecord van 186 verbroken worden op het eiland (mogelijk is de 200 soorten te halen) en willen we ook gewoon lekker veel soorten op het eiland vinden. De verwachtingen voor vandaag, zo eind februari, zijn nagenoeg nul, dus alles is meegenomen.

We beginnen in de Crezéepolder om te kijken hoe die er momenteel bij ligt. Hier en daar beginnen zich al slikplaten te vormen en daar maakt ook onze eerste tureluur van het jaar al gebruik van, leuk! Mijn eerste grutto's van het jaar, een drietal, hangt wat rond boven de polder, maar durft uiteindelijk niet te landen, het is natuurlijk ook allemaal zo nieuw... Een aantal kemphanen heeft dat wel gedurfd en mogelijk ook het tweetal bontbekplevieren dat we naar het noordoosten zien verdwijnen. Kortom, gezien de steltlopers zit het voorjaar echt al in de lucht en twee scholeksters nemen dat, al parend, wel heel serieus.
Crezéepolder
In de hoop op onverwachte waarnemingen gaan we in de Volgerland bij Ambacht wat ruige stukken afstruinen en in de omgeving van het Perenlaantje alles goed uitpluizen. Hier wordt nauwelijks gevogeld, dus wie weet zit er wat. Een ruig stuk levert zo een rietgors en wat heggenmussen op, maar we staan wel heel gek te kijken als er al 'kjupend' en kruisbek over komt vliegen. Gaaf, de eerste in februari op IJsselmonde!

Rondom het Perenlaantje is het heel druk met vogels, vooral erg veel vinken, putters en een mooie groep koperwieken. Deze lijsters zijn al weer op doortrek richting het noorden en duiken nu overal in mooie groepen weer op. Een gehoopte grote lijster, die nu ook weer aan het trekken zijn, vinden we hier helaas niet, maar een boomleeuwerik die al roepend rondvliegt is nog wel leuker. Alweer zo'n onverwachte soort op IJsselmonde, en zeker in deze tijd!
Koperwiek
Wanneer we weer bij de Veersedijk komen vliegt ook nog een mannetje grote zaagbek langs. Leuk! De buienradar voorspelt echter minder goeds, namelijk dat er wat regen aanzit te komen. We gaan maar terug richting Ambacht en checken de nodige kokmeeuwen. Dat levert nog bekende Zweedse en Tsjechische kokmeeuw op, maar de zwartkopmeeuw lijkt zijn overwinteringsplek te hebben verlaten.

Een melding van een grote lijster bij Barendrecht zorgt voor een mooie opvulling van de regenperiode, dus met de auto ga we met de vader van Laurens snel even die kant op. De koperwieken waar de vogel bij zat zijn snel gevonden, maar de grote lijster zien we niet. Dat is jammer, want de vogel lijkt afgelopen jaar voor het eerste afwezig te zijn als broedvogel, dus de hoop is nu gevestigd op een doortrekker. Gelukkig is het jaar nog lang... Twee groene spechten en een tamme torenvalk zijn hier overigens nog wel het noemen waard.
Torenvalk
Overigens zorgde een waterhoen die in een struikje uit een pindakaaspot zat te eten voor de meeste hilarische waarneming van de dag. Dat zie je niet vaak zo!
Waterhoen
Op de terugweg checken we bij Zwijndrecht nog een willekeurig ruig stuk waar we nooit zijn geweest. Dat levert geen grote verrassingen op, maar twee houtsnippen die we opstoten komen wel heel erg fraai langsvlogen. Gaaf om deze Russische overwinteraars te zien, wat zo vaak zie je deze uiterst schuwe (nacht)vogels niet.

In Ambacht springen we weer op de fiets, nu richting de Galgenplaat waar we al een hele tijd niet meer zijn geweest. In deze nog steeds ongerepte wildernis van Ambacht treffen we niks bijzonders aan, maar wel kunnen we vanaf hier erg mooi op de Sophiapolder kijken. Dit dankzij een fout van Rijkswaterstaat van afgelopen jaar, toen ze een hele rij bomen op de Sophiapolder hebben gekapt.

Op het eiland zien we een groep kemphanen en kieviten lopen, dat is leuk, maar ook niet schokkend. Als ik de groep echter even met de scoop bekijk zie ik opeens een wat kleiner exemplaar ertussen, een kanoet! Deze zoutminnende steltloper is een soort die op de hoge toendra's broedt en langs de kust van Nederland en zuidelijker overwintert. Normaal zien we 1 of 2 keer per jaar in het voor- of najaar een doortrekker op de Sophiapolder, maar als wintergast is het wat nieuws. Erg gaaf!



Kanoet
Omdat het water hard stijgt is de groep, inclusief kanoet, na zo'n half uur verdwenen en kan een enkele aangesnelde vogelaar 'm nog zien voordat ze vermoedelijk verdwijnen richting de Albasserwaard. Op het eiland liepen verder overigens ook nog twee bontbekplevieren en een tweetal pontische meeuwen, altijd leuk.

Samen met Matthieu Plaisier fietsen we hierna nog even door Zwijndrecht en lezen daar nog o.a. een nieuwe Litouwse kokmeeuw af. Ook mijn eerste geringde kleine mantelmeeuw zien we weer van het jaar en wel W-RX6, een exemplaar dat dit jaar 19 jaar hoopt te worden, in Europoort broedt, overwintert in Málaga en nu voor het vierde jaar op rij door mij voor het broedseizoen in Zwijndrecht zit. Verder stoten we nog ergens een houtsnip op en is het voor vandaag ook wel weer genoeg geweest. Want dat was het wel, met genoeg leuke verrassingen!
Kleine mantelmeeuw W-RX6

zaterdag 18 februari 2017

Klusdag met een mooie beloning

Ringen in de duinen op een prachtige oude ringbaan is natuurlijk geweldig, maar dat vergt ook het nodige onderhoud. 's Winters is daar natuurlijk de uitgelezen kans voor, mits het niet sneeuw (wat helaas veel te weinig gebeurd), om te snoeien, netten te repareren, de boel op te ruimen en noem maar op. Dat was vandaag dus ook het geval, volop bezigheid op en rondom de baan, dus echt het vangen van vogels zat er niet in. Wat houtsnippen vlogen op, een witgatje zat er plaatse en de eerste boomleeuweriken zongen weer. Toch genoeg leven in in het duin dus, maar zonder netten schiet het niet op.

In de loop van de middag komt er echter opeens een roodborsttapuit op de baan kijken. We hebben flink wat gras gemaaid en hij lijkt aardig interesse te hebben in de insecten die daardoor beschikbaar zijn gekomen. We zien hem onder andere een vette rups pakken. Snel besluiten we toch maar de slagnet aan te koppelen, want het beestje lijkt tam te zijn. De kunst is nu om de vogel tussen de netten te krijgen, en aangezien hij heel de tijd op sprieten zit zetten we maar een dooie plant op de slag. Even later gaat hij op een hoopje gras naast de slag zitten, dus leggen we ook maar een hoopje gras op de slag... Maar met name de paaltjes van en naast het slagnet zijn favoriet, dus na een half uur hebben we 'm nog steeds niet.

Gelukkig reageert hij wel goed op geluid en is hij ook wel aardig op te jagen. Mede dankzij die twee dingen zit hij even later op het slagnet en dan eindelijk gaat hij op de spriet op de slag zitten. Slaan! Even later hebben we het prachtige beestje in de handen en het blijkt om een jong mannetje te gaan, super! Het is pas de tweede keer dat ik 'm in de handen heb, dus dat maakt het voor een soort toch altijd extra leuk.

2kj man roodborsttapuit

woensdag 15 februari 2017

Het beestje dat je nooit ziet...

De Biesbosch mag toch wel hét bolwerk van de cetti's zanger genoemd worden. Een klein, bijna saai bruin zangertje dat de afgelopen tientallen jaren enorm in dit land van wilgen, riet en water is toegenomen, en van daaruit heel langzaam lijkt uit te breiden. Maar wat maakt de Biesbosch nou zo aantrekkelijk voor dit beestje, dat van oorsprong toch uit zuidelijkere streken komt, terwijl tal van gebieden er zo op lijken, maar waar ze in veel mindere aantallen zitten? Die vraag, en vragen als hoe honkvast ze eigenlijk zijn, of ze ook in de winter een territorium verdedigen, worden hopelijk beantwoord door een ringproject dat deze winter is gestart.

Vanaf het jaarwisseling hoopte ik al een keer mee te kunnen met Roel Meijer, om mee te gaan cetti's zangers vangen. Telkens kwam er niet van, maar vanochtend lijkt dan toch eindelijk het weer goed te zijn. Samen met hem en Ad Kooij vaar ik dus over naar de Brabantse Biesbosch om de nodige territoriale mannetjes te vangen.
Cetti's zangerhabitat

Het weer is inderdaad werkelijk prachtig, een prachtig zonnetje en in de grienden is al volop leven met matkoppen, meerdere zingende kleine bonte spechten, wat appelvinken en in de kreken zitten wat grote zaagbekken. Ook tetteren er gelukkig nog de nodige cetti's zangers, maar zien doen we ze in principe niet. Zoals altijd bij dit beestje, want als er eigenlijk een mysterieuze soort is, dan is de cetti's zanger daar wel de koning van. Kabaal kan die maken als geen ander, maar zien doe je dit kleine bruine vogeltje vrijwel nooit. Ze foerageren laag, liefst diep in, de vegetatie en leven daar een verborgen bestaan.
Cetti's zangerhabitat
Het net weten ze gelukkig wel te vinden op deze prachtige winterochtend. We vangen uiteindelijk vier van deze beestjes, die in de hand toch verbluffend mooi blijken te zijn. Het betreffen allemaal adulte mannetjes, die dus inderdaad standvastig een winterterritorium lijken te verdedigen. Nu lijkt vier van de kleine duizend territoria die het gebied rijk is misschien weinig, maar het is het hoogste dagtotaal gevangen voorlopig in het project.

Cetti's zangers
Als je hem die enkele keer in het 'wild' ziet schieten door de vegetatie is er niet zoveel aan te zien en lijken het haast winterkoninkjes. In de hand valt dat alles mee, zijn ze prachtig roodbruin gekleurd en blijken ze toch nog aardig op formaat te zijn. Vooral met die mooie waaierstaart van ze die er nog aan de achterkant aan zit.
Cetti's zanger
Een alleraardigst feitje over deze staart is nog wel dat die uit tien staartpennen bestaat. Alle andere zangvogels hebben er echter twaalf, dus als je de vogel niet herkent maar wel goed kan tellen... Die onderstaart is overigens prachtig getekend, met contrast, in tegenstelling tot de rest van het beestje.
Cetti's zanger 
Om twaalf uur houden de cetti's zangers het voor gezien en scheiden ook wij ermee uit. De ervaring van vanochtend was geweldig, want ook die mysterieuze vogel die je 'nooit' ziet blijkt gewoon schitterend te zijn. En nu maar gewoon afwachten of deze beestjes inderdaad hun territorium van een paar honderd vierkante meter nooit uitkomen... Want ze hebben ons wat te leren, dat staat vast.
Cetti's zanger