zaterdag 10 juni 2017

Met een huiszwaluwtelling komt van alles op je pad...

Nadat het vannacht laat geworden was ben ik vanochtend maar op het gemakje de huiszwaluwen van H.I.Ambacht en Oostendam gaan tellen. Al jaren wordt dat gedaan en tot nog toe heeft dat interessante dat opgeleverd. Zo is sinds de ontpoldering van de Sophiapolder het aantal nesten in die hoek hard toegenomen. Modder en muggen in overvloed natuurlijk. Vandaag begin ik eerst midden in Ambacht, waar ook nog steeds de nodige nesten zitten en ook enkele kunstnesten bezet zijn. Leuk! Het meest opvallend is wel een familie knobbelzwaan waar een pleegouder in het gezin is gekomen. Met de moeder is vermoedelijk wat gebeurd, waarna een soepgans de moederrol maar op zich heeft genomen... Grappig om te zien!
Knobbelzwaangezin met pleegouder
Bij Waalbos wijk ik even van mijn route en geniet van de drie steltklutenkuikens. Ze zijn in een week aardig gegroeid en laten zich nu een stuk beter bekijken. Fraaie beestjes!


Steltkluten
Verder is het hier altijd leuk met de luidzingende veldleeuwerik, wat zwervende heidelibellen en opvallend genoeg een paartje geringde kleine mantelmeeuwen. Vermoedelijk staan ze hier al jaren, maar zijn ze dit jaar van een ring voorzien. Dat blijkt inderdaad te kloppen; het is een broedpaar van de Ventjagersplaten.
Kleine mantelmeeuw R-B||D
Langs de Pruimendijk tref ik vervolgens nog de nodige nesten, waarna ik koers zet richting het huiszwaluwenbolwerk van Ambacht: de Veersedijk en Vrouwgelenweg. Langs deze twee oude wegen, maar ook in de naastgelegen nieuwbouwwijk, blijkt het aantal huiszwaluwennesten inderdaad weer hard toegenomen te zijn. Prachtig om te zien! In het totale kom ik nu op 144 nesten uit, tegenover 118 vorig jaar, toch weer een mooi aantal erbij dus! De vogels zijn druk in de weer, sommigen nog om hun nestkommetje met kleien, anderen om hun kommetje te bekleden met hooisprieten.



Huiszwaluwen in de weer
Bij elkaar metselen ze toch aardige dakranden vol: kunstenaars! Sommige mensen vinden dat ze last hebben van de stront, anderen maken met creatieve oplossingen er het beste van. De huiszwaluwen hebben het in ieder geval vaak wel gezellig met elkaar onder het dak...

Huiszwaluwnesten en een plankje voor de stront
Wat zwaluwen betreft is het in de hoek bij de Sophiapolder een waar eldorado, want op het bouwterrein heeft zich in een kade ook een oeverzwaluwkolonie gevestigd van zeker 75 nesten. Daarbij ontdek ik nu ook nog dat er langs de kadewanden van de Rietbanen volop boerenzwaluwen broeden. Gaaf! Hier is waar die zwaluwen willen zijn.
Oeverzwaluw
Boerenzwaluwnest
Een snelle check over de Sophiapolder zorgt voor nog meer goed nieuws voor de Ambachtse broedvogels. Het schelpeneiland dat van de winter is aangelegd blijkt namelijk toch bezet te zijn door visdieven. Van grote afstand tel ik zo snel ca. 10 broedende vogels, goed nieuws en mooi dat het gelukt is!! Op wat kortere afstand kan ik gelukkig even later de rietorchissen tellen op een uniek plekje in Ambacht: 41 exemplaren.
Rietorchissen
Als ik alle huiszwaluwenplekken heb gehad fiets ik nog even richting de Crezéepolder. Daar blijken de eerste wintertalingen weer te zijn teruggekeerd en zie ik tussen de grutto's in ieder geval alweer één juveniele vogel. Hopelijk volgen er in de loop van de weken nog wel wat meer... Verder is het rustig, maar met de Ambachtse natuur lijkt het voorlopig goed te gaan!
Juveniele grutto tussen de oudjes

vrijdag 9 juni 2017

Mysterieuze soorten: veenmol en ransuilen

Ransuil is toch wel één van de meest mystieke soorten van IJsselmonde. Van een duidelijke zang is bij deze soort geen sprake en je moet enkel geluk hebben met beesten over de weg. Zoveel rondjes rijden we natuurlijk niet 's nachts en op de Big Day wisten we hem ook 's nachts te missen. Vanaf begin juni worden de eerste kuikens van ransuilen echter luidruchtig. De takkelingen gaan zodra de zon onder gaat flink bedelen, wat betekent dat dit nu de tijd is om uit te zoeken waar de ransuilen op IJsselmonde zitten. 

Om 23:00 stappen Laurens van der Wind, Laurens van der Padt en ik dan ook op de fiets voor een korte nachtelijke fietstocht door de Zwijndrechtse Waard. Als we wegfietsen blijkt het vooral op veel plekken stil te zijn, zoals langs de Achterambachtseweg. Als we onder de A16 doorfietsen zit daar echt wel een andere mysterieuze soort op het asfalt: een veenmol. Wanneer we het over mystieke soorten hebben als de ransuil, is de veenmol dat zeker ook. Deze sprinkhaan hoor je namelijk ook alleen 's nachts in dichtgegroeide/venige sloten, maar het is een soort die ondergronds leeft. Met hun groet voorpoten graven ze gangen door de grond, vandaar de naam veenmol. Een soort waar menig tuinder ook niet blij mee is, aangezien ze wortels eten. Ondanks dat zijn wij er nu wel heel blij mee, pas mijn eerste die ik zie! 
Veenmol
Langs de Noldijk hebben we even later voor het eerst succes met ransuilen en horen we op twee plekken de klagende bedelroep van de jongen door de nacht. Mooi om te horen! In het Develbos zien we even later nog een fraaie adult jagen langs de weg, vermoedelijk zijn de uilskuikens daar al voorzien van muizen en houden ze hun snavel. Tijd om naar bed te gaan dus, wellicht de komende tijd nog eens een rondje maken...

zaterdag 3 juni 2017

Kraamvisite en vlinders in Limburg


Begin juni is het op vogelgebied al flink rustig geworden, maar vanochtend gaan Laurens van der Padt, Laurens van der Wind en ik toch maar vroeg op pad. Begin juni is namelijk wel de tijd om een zingende roodmus te vinden, nog steeds een felbegeerde soort op de IJsselmondelijst. Roodmus is ook wel een soort die vrijwel overal kan waar wat bomen staan, dus we beginnen vanochtend maar in Polder Sandelingen. Opvallend zijn drie overvliegende purperreigers, maar op een sprinkhaanzanger na is het verder rustig en stil.

Langs de Devel is het wat drukker met wat krijsende waterrallen, tetterende cetti's zangers, wat koekoeken en ook hier twee purperreigers. Polder de Hooge Nesse is hierna vergeven van de bosrietzangers, terwijl er ook nog één spotvogel zit te zingen. Dat is ongeveer de enige op dit moment op heel IJsselmonde voor zover we weten... Een stukje verderop bij Veerplaat stappen we even over op planten, want er blijken flinke aantallen rietorchissen te staan, en ook bijenorchis is alweer in flinke aantallen aanwezig! Toch erg fraaie soorten. 
Orchideeën
Rietorchis
Bijenorchis
We maken het rondje langs de Oude-Maas, helaas zonder roodmus, en komen dan weer uit in het Waalbos. Gisteren was ons ter ore gekomen dat de steltkluten jongen hadden, dus we moesten toch echt even op kraamvisite vandaag... Dat blijkt bij aankomst niet alleen voor de steltkluten te zijn, maar ook tal van andere soorten lopen momenteel met jongen rond, zoals het bordje aangeeft. 
Een familie tureluurs met vliegvlugge jongen is de eerste die we zien, altijd mooi om te zien dat het de ouders is gelukt om de jongen groot te brengen. Ook nu ze kunnen vliegen zijn de ouders echter nog niet zeker van de zaak dat ze het alleen afkunnen, en daarom houden ze nog een oogje in het zeil.
Papa en mama tureluur houden een oogje in het zeil
Juveniele tureluur
De steltklutenjongen zijn natuurlijk nog een stuk kleiner, maar die worden gelukkig ook fel beschermd tegen rovers als meeuwen en kraaien. Het drietal kuikens zit nog veel bij moeder onder de vleugels, maar ze gaan even later toch ook gewoon op stap op zoek naar voedsel. Een plaatje valt nog niet mee om te maken, maar het zien van dit jonge grut van deze zeldzame broedvogel op IJsselmonde is natuurlijk al fantastisch!
Steltkluten
Kuiken steltkluut
Aangezien we heel de oostelijke helft van IJsselmonde gehad hebben en er in Limburg dit jaar een populatie dwergblauwtjes is gevonden, stappen we voor de verandering samen met Kees van der Wind in de auto richting het zuiden. Maar weer eens van IJsselmonde af op de zaterdag... 

Groeve
De populatie zit in een kleine groeve in Zuid-Limburg. Op die plek aangekomen blijkt het een koud kunstje om de vlindertjes te vinden, het zijn er flink wat en ze laten zich mooi bekijken! Een prachtige soort en een mooie nieuwe voor de vlinderlijst! Dwergblauwtjes hebben de wondklaver als waardplant, daar leggen ze dus hun eitjes op. Van deze plantensoort staan hier inderdaad volop exemplaren, waarop we ook zagen dat er eitjes werden gelegd. Mooi! 




Dwergblauwtjes
Verder blijkt het een prachtige groeve te zijn met nog wat andere leuke Limburgsoorten. Zo vinden we geelbuikvuurpadden, twee hazelwormen, alpenwatersalamanders en ook een fraai boswitje. Leuk om hier zo even rond te lopen! 

Boswitje
Geelbuikvuurpad
Alpenwatersalamander
Naast dit dwergblauwtje is ook het scheefbloemwitje een recente nieuwe aanwinst voor Nederland op vlindergebied. Deze soort lijkt echter zeer sterk op het klein koolwitje, dus vermoedelijk huisde deze soort al jaren in ons land, maar door bekendheid met de soort werd hij recentelijk op zeer veel plekken gevonden. Om deze soort ook maar op de lijst te kunnen zetten rijden we hierna dus nog maar even door naar Margraten, waar we in een tuin met sleutelbloemen na even posten inderdaad de soort zien. Het zwart op de achtervleugel moet iets doorlopen en ook is het vlekje op de vleugel anders van vorm. Subtiele kenmerken, maar het is genoeg voor de tweede nieuwe soort op de lijst. 
Tuin met scheefbloemen
Scheefbloemwitje                           ©Kees van der Wind
Omdat we toch al in Limburg zijn rijden we nog even door naar Bemelen, waar een populatie veldparelmoervlinders is gevestigd. Na even zoeken hebben we een fraai exemplaar gevonden, die zijn niet lelijk! Misschien wel net zo leuk is hier nog een vos die zijn hol in duikt boven een grot, die zie je ook niet vaak! 
Veldparelmoervlinder
Na dit Limburgse vertier gaan we met de volle buit weer terug naar IJsselmonde. Thuis aangekomen kan ik het niet laten om toch nog even in de Crezéepolder te kijken. Dat levert niet veel spectaculairs op, maar een winter- en zomertaling en veel jong grut van kieviten en kluten zijn nog wel het bekijken waard. Het groepje van ruim veertig grutto's dat aan het foerageren is, is nog wel een triest gezicht. Deze oude vogels hebben geen jongen meer op groot te brengen, dus vermoedelijk zullen ze allemaal uitgemaaid zijn. Hopelijk komen de komende weken ook de nodige juveniele in de polder foerageren... Al met al een afwisselend dagje zo! 
Zomertaling
Wintertaling
Kievitskuiken

vrijdag 2 juni 2017

Werkzaamheden in de natuur

De laatste weken ben ik druk geweest om een vak over biodiversiteit in Nederland te begeleiden. Dat is helemaal geen straf, want daarmee kom ik ook nog eens ergens en zie ik ook nog eens wat... In Limburg leverde dat een aantal mooie plantensoorten op zoals purperorchis, bleek bosvogeltje, soldaatje, betonie, beemdhaver, een roepende kwartel, eindelijk een zichtwaarneming van een veldkrekel (maar net geen camera bij me) en meerdere hazelwormen. Op andere plekken zag ik nog een mooie grauwe klauwier, visarend, twintig zilveren manen (zeldzame dagvlinder), veel alpenwatersalamanders, fluiters en zwartblauwe rapunzel om maar wat op te noemen.
Grauwe klauwier
Hazelworm
Purperorchis
Naast het begeleiden van dit vak van vier weken, ben ik de laatste tijd ook op persoonlijke titel werkzaam in de natuur als ZZP'er. Dat houdt in dat ik bermcontroles in H.I.Ambacht en Zwijndrecht heb uitgevoerd en nu ook regelmatig op pad ga voor het inventariseren van gierzwaluwen en vleermuizen. Vooral die laatste groep was nog helemaal nieuw voor me, maar het bevalt me prima! De algemene soorten als gewone en ruige dwergvleermuis, laatvlieger en rosse vleermuis ken ik ondertussen al wel aardig. Duidelijk is wat dat betreft dat daar nog enorm veel van te leren is, deze soorten hebben namelijk toch wel een bijzondere biologie. 

Bij het inventariseren van vleermuizen is het in dit jaargetijde gericht om zogenaamde kraamkolonies te vinden. Het is namelijk zo de mannetjes de vrouwtjes in het najaar dekken, waarna de vrouwtjes het sperma opslaan. Ze bevruchten zich vervolgens in het voorjaar allemaal gelijktijdig, wat betekent dat ze tegelijk hun jongen krijgen. Dat doen de vrouwtjes gezamenlijk in een zogenaamde kraamkolonie. Dit is meestal gewoon in een woning onder één of andere spleet, waar dan wel tot 110 vrouwtjes aanwezig kunnen zijn, zoals ik pas aantrof in Amersfoort. Wat dat betreft gaat er een nieuwe wereld voor me open... 
Vleermuizenstront onder een kraamkolonie