vrijdag 7 juli 2017

Van Amsterdammer tot sprinkhanen in de Crezéepolder

De Crezéepolder is toch wel waar het in deze tijd moet gaan gebeuren. De steltlopertrek is toch langzaamaan aangetrokken, dus een leuke strandloper moet toch hier wel lukken de komende tijd. Gisteren en vandaag loop ik dus de polder helemaal rond en check ik hem zo goed als mogelijk. Dat levert bijvoorbeeld honderden kemphanen op, 160 grutto's (waaronder 140 juvenielen), kleine en grote zilverreiger, zomertalingen, slechtvalk, weer nieuwe pullen van kievit, tureluur en kluut en ook de eerste bontbekplevier weer van het najaar. De trek zit toch in de lucht!
Kleine zilverreiger
Daarnaast heb ik gisterenmiddag de hele dijk geteld voor gouden sprinkhanen. In de polder zit namelijk de enige bekende populatie van deze soort in Zuid-Holland. Een telling gisteren leverde echter minimaal 96 baltsende individuen op, waardoor het toch ook wel een echt grote populatie is! Bijzonder dat ze hier zitten en in de omgeving verder niet!

Gouden sprinkhaan
In de polder zit verder ook al enkele weken een groeiend aantal lepelaars, tot wel zeventig exemplaren. Vanavond zag ik daar eindelijk een geringd exemplaar tussen. Na de vogel gemeld te hebben bleek het een jong te zijn van de Kinseldam, te Durgerdam (vlakbij Amsterdam). Kennelijk is het beest met zijn ouders aan het zwerven geslagen en zo in de voedselrijke Crezéepolder terechtgekomen. Leuk!
Geringde lepelaar uit Amsterdam

woensdag 5 juli 2017

Rustige Sophiapolder maar leuke avondverrassing!

Na een ochtendje leren ben ik er wel weer klaar mee en ga ik om 12:00 met het pontje naar de Sophiapolder. Samen met Matthieu en Rutger Plaisier loop ik de polder rond, waarbij we op de dijkjes hopen op leuke libellen. Die vinden we helaas niet. Op het slik zelf is verder gelukkig ook nog genoeg te beleven, en dankzij het opkomende water komen de vogels lekker dichtbij de hut. Zo zitten er nog aardig wat kemphanen, wat tureluurs en een mooi aantal lepelaars. Verder is het rustig, met nog wel de gebruikelijke leuke meeuwen en ook het kuiken kleine mantelmeeuw laat zich weer zien.
Kuiken kleine mantelmeeuw
Kemphanen
Lepelaar
2kj pontische meeuw
Op het terreintje langs de Veersedijk struinen we nog even rond op zoeken aar sprinkhanen en dergelijke. Die blijken er genoeg te zitten, maar de mooie sikkelsprinkhanen zijn nog maar in hun nimfkleed en dus nog niet volwassen. Verder is het knap warm en eigenlijk te heet om nog even de Crezéepolder rond te gaan lopen voor gouden sprinkhanen. 
Sikkelsprinkhaan
Vanavond inventariseer ik in Rhoon en Barendrecht enkele wijken voor gierzwaluwen, waarna ik op de terugweg in de schemer langszaam terug rijd richting Ambacht. In Waalbos sta ik zo te genieten van het vallen van de nacht onder het genot van bedelende ransuilen, als plotseling in de verte een kwartel begint te roepen. Gaaf!!

Deze soort blijkt erg lastig te zijn op IJsselmonde en de meeste waarnemingen zijn van overvliegende exemplaren 's nachts. Het is dan ook pas mijn tweede zingende vogel aan de grond, na een exemplaar in de Crezéepolder acht jaar terug. Wel wisten we twee jaar geleden in het najaar wat vogels te vinden, maar het is jaarlijks zeker geen zekerheidje. Mede-jaarlijstlijsters Laurens van der Padt en Laurens van der Wind en zijn vader zijn dan ook snel present en kunnen hem na een paar minuten ook bijschrijven op de jaarlijst. Nr. 184 alweer, dus nog 16 te gaan voor de 200... Terwijl we staan te luisteren komt ook een ransuil nog even nieuwsgierig kijken, wat een fraai beest1

maandag 3 juli 2017

Oeverzwaluwen ringen bij Utrecht

Deze week moet ik leren voor een tentamen, wat ook betekent dat ik weer aardig wat vrij ben. Vanochtend check ik nog even de Crezéepolder, maar naast veel grutto's levert dat niks op. De kruisbekken die ik twee keer over ons huis hoor komen zijn daarentegen natuurlijk wel erg leuk!
Juveniele grutto's
Vanavond loop ik een keer mee met het RAS-project van oeverzwaluwen van Vogelringstation De Haar, bij Utrecht. Bij een RAS-project gaat het om de overleving van de oudere vogels, zodat het belangrijk is dat geringde vogels van eerdere jaren ook weer worden teruggevangen. Met oeverzwaluwen is het relatief makkelijk om veel vogels te vangen, zo vangen we vanavond ook ruim 350 exemplaren. De helft ervan is geringd, waaronder een Frans exemplaar, de andere helft krijgt nog een ringetje. Ook zitten er al veel jonge vogels onder de vangsten, terwijl vermoedelijk veel paartjes alweer bezig zijn met hun tweede legsel. Al met al een leuke ervaring, weer veel geleerd en genoten van deze fraaie vogeltjes!
Jonge oeverzwaluw

zaterdag 1 juli 2017

Overal weer even polshoogte nemen...

Het is vanochtend wat miezerig, maar toch stap ik nog even op de fiets om te kijken of er nog wat visdievenkolonies zijn in Zwijndrecht. Daarvoor ga ik echter eerst nog even door het Waalbos, aangezien de steltkluten toch al aardig gegroeid moeten zijn. Dat blijkt bij aankomst inderdaad het geval te zijn en de twee jongen zijn al bijna vliegvlug. Erg gaaf!!



Steltkluten met jong
Op het Sportcomplex Bakestein in Zwijndrecht tref ik wel wat visdieven aan op de daken, maar een Deense kokmeeuw in een groepje meeuwen is wel een stuk leuker! Het betreft namelijk W-8ET, een vaste overwinteraar van het Develpark. Deze is dus alweer terug uit zijn broedgebied in NO-Europa en is alweer op zijn winterstekje. De winter sluipt wat dat betreft weer langzaam ons land binnen, de dagen worden ook alweer korter...
Deense kokmeeuw W-8ET
Meer visdieven vind ik verder niet, dus ik fiets nog maar even de bekende geringde Ambachtse knobbelzwanen langs. HH48 en EH62 blijken allebei jongen te hebben met hun partner, maar BR98 zwemt in zijn eentje met maar één jong rond. Daar lijkt iets niet helemaal goed te zijn gegaan...
EH62 beschermt z'n jongen goed
BR98 met kuiken
Vanmiddag check ik met Laurens van der Padt weer eens goed de Sophia- en Crezéepolder. Op de Sophiapolder levert dat met name veel broedvogelsucces op, er loopt namelijk ook een pul van een kleine mantelmeeuw rond en de visdieven blijken jongen te hebben! Verder is het met steltlopers rustig, maar zien we nog wel een fraaie pontische en geelpootmeeuw, en lopen er ook weer veel juveniele kokmeeuwen van elders rond.
2kj pontische meeuw
1kj kokmeeuw
De Crezéepolder is daarna wel een stuk spannender met weer erg veel kemphanen. Qua ruiters is het gebied lastig te checken, maar we horen nog wel een bosruiter roepen. Daar blijft het vervolgens ook wel bij, maar met 75 juvenielen grutto's zijn we toch wel erg blij. Een prachtig aantal!
Juveniele grutto's

zaterdag 24 juni 2017

Miezerdagje met Zuid-Europeanen

Vandaag stond eigenlijk in de planning om eens bij het ringstation De Glinte in de Kamperhoek te gaan kijken, maar het waait hard en ze geven veel miezer op, dus om 3:00 duik ik toch maar weer in bed. Helaas, het is niet anders. De vangst blijkt uiteindelijk ook nog niet tegen te vallen daar, met o.a. een appelvink. Met beter weer dus toch maar nog een keer die kant op.

Op IJsselmonde valt vandaag dus ook niks te doen, het blijft maar miezer en het is typisch troosteloos weer. Vanmiddag houd ik het toch niet meer uit en stap ik nog even in de auto om in Rotterdam-Zuid wat meeuwen af te lezen. Dat blijkt nog niet eens tegen te vallen met nog de nodige Nederlandse kleine mantelmeeuwen, maar het is erg leuk als ik in Stootblok een Portugees, Spanjaard en een Belg weet af te lezen! Mijn eerste Portugese kleine mantelmeeuw namelijk, tof!
Nederlandse kleine mantelmeeuw BN-07
Portugese kleine mantelmeeuw
Spaanse kleine mantelmeeuw GW-X:59
Verder kom ik nog een pontische meeuw tegen, maar in dit jaargetijden zijn die niet om aan te zien... In de Waalhaven kan ik tenslotte nog een dakkolonie van kleine mantelmeeuwen vinden, waarmee het dus de tweede bekende dakkolonie is in Rotterdam-Zuid. Wat dat betreft ligt Rotterdam nog ver achter op de andere grote steden in Zuid-Holland, alhoewel ze mogelijk al wel meer broeden, maar het bijzonder lastig is om de locaties te vinden.
2kj pontische meeuw

donderdag 22 juni 2017

Broedende meeuwen in IJsselmondse havens

Een ronde door de Crezéepolder levert vanochtend een aantal zingende gouden sprinkhanen op, leuk! In de hele polder zitten er waarschijnlijk weer genoeg, dus als het weer goed wordt zal het tijd worden voor een telronde. Ik ben benieuwd! Verder zitten er nog twee kleine zilverreigers, flink wat witgatjes en een zomertaling, maar daar blijft het verder ook bij.
Gouden sprinkhaan
Aangezien het slecht weer is geworden, stap ik vanmiddag nog even in de auto. Op IJsselmonde willen we toch wel weten wat er precies broedt, dus ik ga nog even naar de onbekende havens in het westen. Langs de Vondelingenweg en Petroleumweg tref ik zo flink wat broedende stormmeeuwen aan. In bermen, maar ook hier en daar op braakliggende stukken zitten bij elkaar toch wel zo'n honderd paar. Wat een prachtige beestjes, waar we eigenlijk maar bitter weinig van weten...


Stormmeeuwen
Daarnaast blijkt ook een flinke kolonie van min. 150 paar kleine mantelmeeuwen aanwezig te zijn. Ze zitten helaas achter een hek, dus eventuele ringen kan ik niet aflezen. Wel is te zien dat er een aardig broedsucces is, want het loopt vol met kuikens. Mooi!
Kolonie kleine mantelmeeuwen

woensdag 21 juni 2017

Prettig veldwerk!

De afgelopen dagen mocht ik weer naar buiten voor wat inventarisaties. Zo worden in de Hoekse Waard insecten geteld in akkerranden, om de ecologische waarde van deze randen in kaart te brengen. Met name ook om hun rol in het bestrijden van plaagdieren, zoals de hoeveelheden lieveheersbeestjes, aangezien dezen bladluizen eten. Afgelopen maandag mocht ik mijn eerste ronde lopen en de randen bleken aardig vol te zitten, onder de gloeiend hete zon... Ondanks dat was het aangenaam met hier en daar nog zingende veldleeuweriken, erg veel gele kwikstaarten, boerderijen met honderden boerenzwaluwen en spreeuwen erboven, wilgenlanen met ringenmussen en dus veel insecten. Maar ook de plaagdieren kom ik tegen, zoals de coloradokever, die een hele aardappeloogst in gevaar kan brengen.
Een akkerrand
Zweefvlieg ('langlijfje')
Coloradokever (boven: larven)
Dinsdagochtend moet ik om 3:30 in Barendrecht zijn om vleermuizen te inventariseren. Onderweg word ik al verrast door een jagende ransuil, maar wat vleermuizen betreft blijkt het rustig te zijn. Wel nog de nodige gewone en ruige dwergvleermuizen en ook nog wat laatvliegers. Een verblijf vinden we helaas niet. De terugweg naar huis is door het Waalbos wel net zo mooi. Om half 7, als de zon net boven de horizon klimt, blijken namelijk twee veldleeuweriken boven het nieuwe gebied te jubelen. Fantastisch! De kruidenrijke stukken die overal zijn ingezaaid blijken uitstekend te werken, ook gezien de ca. 15 territoria van gele kwikstaart. Hopelijk heeft de groei van de boompjes in de komende jaren weinig invloed op deze soorten, maar ik vrees het wel. Een zwarte stern die hier roepend over komt vliegen is overigens ook een leuke verrassing. Nr. 183 op mijn IJsselmondejaarlijst alweer.

Prachtige ochtend
Zwarte stern

Vanavond doe ik ten slotte nog een ronde voor gierzwaluwen en vleermuizen in Amersfoort, daar kan ik nog wat gierzwaluwen in stippen en tel ik een kolonie gewone dwergvleermuizen. Erg vermakelijk dat avond-/nachtwerk! Thuis hoor ik in de Crezéepolder nog luidt een aantal jonge ransuilen bedelen, ook altijd erg fijn om te horen.

zaterdag 17 juni 2017

Mooi broedsucces in Ambacht!

De afgelopen week was het op wat vleermuizenwerk na rustig, dus de zaterdag was er vandaag weer om lekker wat rond te vogelen op IJsselmonde. Vanochtend begin ik de dag maar met een rondje Crezéepolder, waar het water echter aardig hoog staat. De steltlopers staan dus in het hoge gras, maar als ze opvliegen zijn ze wel aardig te schatten. Dat levert uiteindelijk ca. 150 grutto's en ruim 200 tureluurs op. Mooie aantallen! Het aandeel jonge exemplaren is lastig te bepalen en ook zijn de poten voor eventuele geringde exemplaren niet te checken. Op een kleine zilverreiger na is het erg rustig, waarna ik dus maar even naar huis ga.
Grutto's
Kleine zilverreiger en lepelaar (links)
In de middag had ik afgesproken om met Dave van de Spoel naar de Sophiapolder te gaan om een schatting te maken van het aantal nesten op het schelpeneiland. Om 14:00 varen we dus richting het eiland, waar we al vogelend naar het afgesloten deel gaan. Op het eiland lopen de gebruikelijke soorten, waaronder wel een mooie groep lepelaars die fanatiek aan het vissen is, een mooi gezicht! Verder staat er nog een geelpootmeeuw en is een wulp eigenlijk wel de beste soort die op het eiland staat.
2kj geelpootmeeuw
Vissende lepelaars
Als we op de dijk lopen vliegt er plotseling een rivierrombout voor ons op van het pad. Leuk! Deze zeldzame libellensoort leeft als nimf in de Nederlandse rivieren, waarna ze op strandjes uit moeten sluipen. Dat was de theorie althans. De laatste tijd wordt namelijk ook steeds duidelijker dat de soort minder kieskeurig blijkt te zijn en ook uitsluipt op basaltblokken. Dit exemplaar verdwijnt echter hoog richting de andere kant van de rivier.

Een weidebeekjuffer die we een tiental meters verderop treffen doet dat gelukkig niet en laat zich fraai bekijken. Ook al zo'n zeldzame soort voor IJsselmonde die vermoedelijk gewoon langs rivieren zich door het land verspreiden. Fraai!
Weidebeekjuffer
Eenmaal op het afgesloten stuk dijk worden we vrijwel meteen aangevallen door stormmeeuwen, die weer volop jongen blijken te hebben. Ook zien we nog een nest dat op uitkomen staat, dat precies boven de hoogste waterlijn is gevestigd. Hoog, droog en voedsel om de hoek. De populatie schatten we op zo'n twintig paar, een mooi aantal en het lijkt hier te groeien!
Wakende stormmeeuw
Nest stormmeeuw net boven de waterlijn
In de buurt van het schelpeneiland is gelijk duidelijk dat er wel wat visdieven broeden, ze vliegen volop rond. In de gauwigheid, we moeten immers zo snel mogelijk weer weg, tellen we acht nesten van visdief en ook nog twee klutennesten. Leuk! Hopelijk gaat het ze allemaal lukken om jonge groot te krijgen dit jaar! Wie weet kunnen we de visdieven over enkele weken nog wel van een ringetje voorzien.
Visdiefnest
Verder vliegen ook enkele kleine mantelmeeuwen alarmerend boven onze hoofden, die nestelen kennelijk na een aantal jaar van afwezigheid ook weer op het eiland. Op basis van eerdere waarnemingen moet er ook wel minimaal 3 paar zitten. Vermoedelijk zijn dit wat beesten die niet meer op de daken aan de overkant passen, want op het industrietterrein van Alblasserdam is een kleine dakkolonie uitgegroeid tot wel ca. 50 paar kleine mantelmeeuw. Die blijken daar al volop met jongen rond te lopen.
Dakkolonie kleine mantelmeeuw
In deze tijd van het jaar is het ook altijd spannend op de Sophiapolder met dode vogels, in verband met botulisme want nogal wat slachtoffers kan veroorzaken. Dat aantal dode beesten valt gelukkig mee, maar we vinden in de kolonie nog wel een dode zwartkopmeeuw. Mooi om die kop van dichtbij te bekijken, maar ook mooi dat het een exemplaar met Belgische ringen is. Die worden er uiteraard vakkundig afgehaald, en op basis daarvan blijkt het een elfjarig exemplaar te zijn die is geringd nabij Antwerpen.
Vlaamse zwartkopmeeuw
De terugweg varen we via de Galgenplaat, waar weer een grauwe vliegenvanger aanwezig blijkt te zijn. Op dit Ambachtse schiereiland zitten vermoedelijk wel 1-2 paartjes van deze schaarse broedvogel van IJsselmonde. Ook broedt er in de buurt een havik, die ook dit jaar minimaal één jong blijkt te hebben. Mooi!
Jonge havik
Aangezien het nu laag water is besluit ik nog even de Crezéepolder rond te fietsen om de steltlopers daar nog goed te kunnen tellen en checken. Dat levert een mooi aantal van 21 juvenielen grutto's op tussen 136 exemplaren, een mooie geelpootmeeuw, maar verder is het nog erg rustig. Een gouden sprinkhaan die ik op de dijk hoor zingen is wel het hoogtepunt. Deze soort trof ik namelijk alleen in 2013 in de polder aan, toen tot wel 20 exemplaren. Deze grootste bekende populatie in Zuid-Holland blijkt echter tot weer/nog aanwezig nadat de dijk een stuk is verlaagd en het gebied tot wel een aantal jaar kaal is geweest. Leuk dat ze er weer zitten dus!
2kj geelpootmeeuw