zaterdag 7 juni 2014

Van vlinders in de Eifel tot vale gieren en een witvleugelstern!

Gisterenavond kreeg ik de vraag of ik zin had om vandaag mee te gaan naar de Eifel voor een paar soorten vlinders die (net) niet in Nederland voorkomen, en om ook in Nederland nog de zeldzame veldparelmoervlinder op te zoeken. Daar had ik uiteraard wel oren naar, ondanks dat er gisterenavond twee vale gieren werden gemeld nabij Goudswaard; die komen immers toch nog wel een keer..

Zo stap ik dus rond een uur of vier bij Laurens vd Wind en zijn vader in, en een later is ook Laurens vd Padt erbij. Rond een uur of  half acht bereiken we de eerste plek, onder Monschau, op de grens van Duitsland en België, waar blauwe en rode vuurvlinders en ringoogparelmoervlinders voorkomen als specialiteiten. In het bos rondom het valleitje waar de vlinders gaan vliegen, het is nog wat vroeg, horen we wat fluiters, zwarte mezen, kuifmees, glanskop en bij en boerderijtje een zwarte roodstaart en een kramsvogel. Als we even later door het valleitje lopen treffen we in het beekje een grote gele kwikstaart en vliegt er opeens laag een schitterende zwarte ooievaar over, wat een fraai beest!

Eifel
De adderwortel die hier veel staat wordt door de vlinders gebruikt als slaapplaats dus we proberen voordat ze gaan vliegen de soorten al te vinden. Dat lukt aardig wat al snel hebben we de eerste ringogen te pakken, wat een fraaie vlinders!

Ringoogparelmoervlinder
Een stukje verderop vinden we langs het pad zowel blauwe als rode vuurvlinder, en nog wel vlak bij elkaar!
Rode vuurvlinder
Blauwe vuurvlinder
De soorten zijn dus al binnen, maar om ze echt mooi te zien moet het uiteraard nog wat opwarmen. Als de zon echter eenmaal over de bomen heen schijnt gaat het erg snel en vliegen er tientallen blauwe vuurvlinders en ringeloogparelmoervlinders. Van de rode vuurvlinder blijft het bij het ene exemplaar, maar die is al mooi genoeg!
Rode vuurvlinder


Blauwe vuurvlinder
Naast deze vlinders vliegt er uiteraard nog meer rond maar vooral veel van het normale spul, een zilveren maan is nog wel het noemen waard, net als een flink aantal weegbreeberen, een erg fraaie nachtvlinder.
Weegbreebeer
Hierna rijden we richting het plaatsje Breinigerberg waar we kans maken op het tweekleurig hooibeestje, dwergblauwtje en kalkgraslanddikkopje als soorten die niet in Nederland zitten. Als we nog in de auto zitten zien we rond een plasje op de parkeerplaats al een hele groep blauwtjes zitten. Na het uitstappen blijken dit bijna allemaal dwergblauwtjes met wat klaverblauwtjes en een enkel icarusblauwtje te zijn die zo op de grond allerlei mineralen en zouten opnemen, een leuk gezicht!


Dwergblauwtjes
Klaver- en dwergblauwtjes
In het gebied is ook het tweekleurig hooibeestje snel gevonden. We zien uiteindelijk iets van 6 exemplaren die zich zo nu en dan fraai laten bekijken. Een kalkgraslanddikkopje zien we ook kort zitten maar die is er helaas weer te snel vandoor. Verder vliegen ook hier veel dwergblauwtjes en ook wat rode vuurvlinders rond.
Tweekleurig hooibeestje
In Duitsland is nu alles gelukt dus besluiten we richting Nederland te gaan. Ook gezien het feit dat het uiteindelijk om maar liefst 13 vale gieren in de Hoekse Waard bleek te zijn. Een enkeling zal daarvan toch wel blijven tot het eind van de middag?! We besluiten in ieder geval nog veldparelmoervlinder te doen bij de Bemelerberg. Het seizoen voor de soort is zo goed als afgelopen maar een enkel afgevlogen exemplaar vliegt er vast nog wel rond.
Bemelerberg
Na een aardige rit komen we aan op de plek waar het op het eerste gezicht vrij kansloos lijkt. Al gauw echter zien we een exemplaar vliegen die zich nog aardig laat bekijken. Hij is wel helemaal afgevlogen maar dat mag de pret niet drukken. Een muurhagedis die ook op dezelfde plek zit is bijna net zo leuk en laat zich ook mooi zien!
Veldparelmoervlinder
Er zitten nog steeds vale gieren in Zuid-Holland volgens de berichten, dus we besluiten nu toch wel met enige spoed richting het westen te verkassen. Naarmate we richting het westen rijden is het steeds bewolkter, maar eenmaal in de Hoekse Waard komt opeens de zon weer helemaal door, als dat maar goed gaat.. Tot overmaat van ramp blijken we eerst nog de verkeerde locatie in de TomTom te hebben staan en rijden we compleet verkeerd. Even later zijn we dan toch goed en als we aankomen zien we iedereen omhoog kijken. Daar blijken inderdaad de laatste twee vale gieren te vliegen die een paar keer overvliegen terwijl ze hoogte maken, net op tijd! 
Vale gieren
Ze maken behoorlijk hoogte en glijden daarna af richting het oosten, en we besluiten er maar achteraan te rijden. Dat blijkt een goede keuze want een stuk oostelijker zitten ze weer veel lager en laten ze zich weer heel erg fraai bekijken, wat een toffe beesten! Uiteindelijk zien we ze splitsen en we zien dat beiden verder wel pal oostelijk blijven vliegen; helaas dus geen kans dat ze over zullen steken naar ons geliefde IJsselmonde. Met een gerust hart kunnen we de vogels in de steek laten en zo keren we huiswaarts na een behoorlijk enerverende dag met deze nieuwe soort voor mij als geweldige afsluiter. Op dat moment tenminste.. 
Vale gier
Toen we vanochtend in de Eifel liepen kregen we al te horen dat de witvleugelstern die al enige tijd bij Kinderdijk verblijft de rivier was overgestoken en op het Gorzenmeer, dus óp IJsselmonde, aan het foerageren was. Een eenmalige waarneming dachten we maar toen vanavond weer doorkwam dat de vogel met wat zwarte sterns de rivier was op gevlogen werd het toch wel weer spannend. Rond een uur of negen kreeg ik een belletje dat André Lagendijk de vogel nu weer op het meer had, gelijk dus op de fiets gesprongen en erheen.

Bij aankomst was hij alweer teruggevlogen met een aantal zwarte sterns. Het werd dus posten aan de Noord vanwaar je de sterns over de industriehallen van Kinderdijk ziet komen om dan vervolgens op het Gorzenmeer te gaan foerageren. Ze komen dan recht over. Als er rond een uur of half tien opeens weer een paar aankomen is het weer opletten geblazen, en hij zit erbij!! Daarna een sprint naar het meer waar hij zich met wat zwarte sterns bijzonder fraai laat bekijken, wat een gaaf beest en uiteraard nieuw voor mijn IJsselmonde-lijst. De dag was al geslaagd maar dit moeten we maar zien als een hele dikke kers op de taart. 

donderdag 5 juni 2014

Dag 4 IJsland: Rustige dag met erg fraaie tripafsluiter!

Vandaag is het eigenlijk de laatste dag dat we op IJsland zijn, aangezien we morgen om half zeven met het vliegtuig hopen te vertrekken. Het is dus de bedoeling om vandaag weer richting het vliegveld in Keflavik te gaan om daar in de buurt op de camping de nacht door te brengen.

Vanaf de camping zien we vanochtend niet veel spectaculairs maar wat zingende koperwieken laten zich nog wel even leuk bekijken.

Koperwiek
We rijden nadat alles is opgeruimd rustig richting Reykjavik met onderweg nog wat ijsduikers, een grote burgemeester, een baltsende alpensneeuwhoen, wat kleine jagers en een stormmeeuw als nieuwe soort voor de triplijst.
Stormmeeuw
Tevens laten hier en daar bontbekplevieren en bonte strandlopers zich van hun mooiste kan bekijken.
Bontbekplevier
Bonte strandloper
Onderweg besluit ik ook nog even te kijken of er nog wat is gezien in IJsland. Dan blijkt dat er op het schiereiland Snjaefellsness, waar we gisteren zijn geweest, twee koningseiders zitten.. Dat zorgt voor een lichte domper maar natuurlijk mogen we niet klagen. Koningseider was ook niet echt een soort waar ik op had gerekend. Overigens zie ik ook dat er nabij Grindavik in een plasje zowel een Amerikaanse smient als Amerikaanse wintertaling zitten, iets waar we wellicht vandaag nog wel naar kunnen zoeken.

Als we bij de hoofdstad Reykjavik zijn willen we daar ook nog wel wat van zien dus brengen we een bezoekje aan het centrum. Het is allemaal niet heel erg schokkend maar het uitzicht vanuit de splinternieuwe Hallgrímskirkja is wel erg mooi.

Uitzicht
Hallgrímskirkja
Net voor de kust bij de hoofdstad zien we nog een eilandje vol met papegaaiduikers, maar wel besluiten geen tochtje op zee te gaan maken voor deze soort of voor walvissen.

De exacte locatie van de twee Amerikaanse eenden bij Grindavik weet ik niet, maar wel dat het ten westen van het plaatsje is. Aangezien er ten westen slechtse enkele plasjes zijn in een verder steenachtig landschap moeten we daar dus zoeken.
Landschap nabij Grindavik
We vinden de eenden helaas niet en op een dwergmeeuw na is het verder allemaal het normale spul wat we zien. We rijden hierna door richting Grandur waar we op de camping de nacht hopen door te brengen. We brengen hier tevens ook de rest van de middag en de avond door en dat is zeker geen straf.
Grandur
Tussen de flinke groep drieteenstrandlopers die ronddribbelt blijkt een geringde te zitten die in Groenland is geringd, leuk! Verder laat de hele tijd een sneeuwgors zich ook erg fraai zien en horen.
Geringde drieteenstrandloper

Sneeuwgors
Op zee vliegen verder veel noordse pijlstormvogels, noordse stormvogels, papegaaiduikers, alken, zeekoeten, wat jan-van-genten en er zitten nog een stuk of vijf ijsduikers. Deze laatste laten ook af en toen hun zang horen, wat een schitterend geluid! Een boerenzwaluw die tijdens het eten opeens langs het raam vliegt is eigenlijk de leukste verrassing van de dag en tevens de laatste soort die we bijschrijven op de triplijst. Deze eindigt met het boertje op 67 soorten!
IJsduikers
Vanavond zijn het echter niet de vogels die de show stelen, maar een paar dwergvinvissen en een groep witsnuitdolfijnen die zich bijzonder fraai aan ons laten bekijken, erg fraai en een schitterende afsluiter van de vakantie!


Witsnuitdolfijn

woensdag 4 juni 2014

Dag 3 IJsland: Het schiereiland Snjaefellsness

Rond een uur of half zeven kruipen we de tent weer uit, en gelukkig is het na een nacht met aardig wat regen weer droog. Een blik over het dijkje naar de Atlantische oceaan levert zowaar gelijk een nieuwe tripsoort op, er zitten namelijk een paar grote burgemeesters, erg gaaf! Zeker omdat het om volwassen vogels gaat die ik in Nederland nog nooit gezien heb.
Grote burgemeester
Verder is er qua vogels weinig nieuws en zijn het vooral weer veel noordse sterns, noordse stormvogels, eiders, een paar kuifaalscholvers, een ijsduiker en ook is de raaf weer present. 
Raaf

Vandaag is het plan om het grootste schiereiland van IJsland, Snaefellsnes, rond te rijden. Op dit schiereiland ligt een bergketen met op de punt de vulkaan Snaefellsjökull met een hoogte van 1446. Vanuit Akranes, het plaatsje waar we overnacht hebben, rijden we ongeveer kwart voor acht weg richting het noorden.

De eerste plek waar we een kijkje willen nemen zijn een flink aantal plasjes aan de zuidkant van het schiereiland. Onderweg is er uiteraard ook al genoeg te zien qua vogels en ook is het landschap weer prachtig.


Onderweg zien we verschillende kleine jagers, soms vlak langs de weg, nog een baltsende alpensneeuwhoen, her en der paartjes en groepjes wilde zwanen, een fraaie ijsduiker en een mannetje grote zaagbek en een groepje bergeenden die nieuw zijn voor de triplijst. Verder zien we overal noordse sterns, baltsende watersnippen, grutto's, goudplevieren en noordse stormvogels.
Alpensneeuwhoen
Kleine jager
De plasjes zitten zoals verwacht inderdaad behoorlijk vol met vogels. Voornamelijk veel kokmeeuwen, kuifeenden en toppers, maar daarnaast ook zeldzamere eenden voor IJsland als tafeleend en slobeend.
Paartje slobeend
Naast deze eenden zaten er meerdere roodkeelduikers, wilde zwanen, over de tien grauwe franjepoten en ook een achttal kuifduikers. Dit is de enige plek voor deze soort naast het Mývatn in het noordoosten van IJsland.
Kuifduiker

Roodkeelduikers
In het laatste plasje treffen we nog een bijzonder fraaie ijsduiker die zich van dichtbij erg mooi laat zien, wat een bakbeest!

IJsduiker
Na de plasjes gaat het landschap weer over in een soort van toendra-achtig gebied met aan de ene hand de Atlantische Oceaan en aan de andere hand de bergketen. En ook hier broeden er heel behoorlijke aantallen noordse stormvogels op toch wel een dikke kilometer van zee.


Vanaf hier wordt de kustlijn weer wat grilliger, wat betekent dat er ook weer wat zeevogelkolonies her en der zijn. Aangezien we nog graag kortbekzeekoet willen zien proberen we zoveel mogelijk te checken, maar na heel wat wanden is het pas prijs en laten ze zich fraai vlak onder ons bekijken.

Kortbekzeekoeten
De meeste rotsen worden hier bezet door drieteenmeeuwen en noordse stormvogels, en de aantallen alkachtigen zijn niet erg hoog.
Drieteenmeeuw
Noordse stormvogel
We zijn nu inmiddels aangekomen op de punt van het schiereiland met daarop die prachtige vulkaan. Het landschap eromheen is wel weer echt bijzonder grillig en het enige wat we zien zijn her en der tapuiten, kleine jagers en op vlakke stukken rustende grote mantelmeeuwen met daartussen een enkele grote burgemeester.

Auto met op de achtergrond de Snaefellsjökull
Op het uiterste puntje van het schiereiland zou ook nog een zeevogelkolonie moeten zijn, en aangezien we graag nog papegaaiduiker goed willen zien besluiten we het kilometerslange overharde pad voorlief te nemen. Na flink gehobbel komen we daar aan maar met zeevogels valt het bitterlijk tegen. Op zee blijken wel aardig wat papegaaiduikers te zitten maar dus ook weer op flinke afstand. Bij het scannen over zee komt er wel opeens een joekel van een vin boven water wat van niets anders dan een orca kan zijn! Het zwemt wat rond maar verdwijnt daarna weer onder water zonder iets van de rest van zijn lichaam te laten zien helaas..

Als we weer terugrijden  door het maanlandschap naar de doorgaande weg hoor ik tijdens een korte stop een sneeuwgors zingen. Dit fraaie beestje wil ik nou ook weleens zien dus ik besluit maar even uit te stappen. Het beestje zit wat verder dan gedacht, maar na een kort klim/wandeling laat hij zich bijzonder fraai bekijken.
Sneeuwgors
Als ik weer terugloop naar de auto zie ik in m'n ooghoeken iets voorbij hobbelen. Blijkt er zowaar een poolsvos over het weggetje te lopen! Dit enige inheemse landzoogdier van IJsland had ik niet verwacht te zien, gaaf!
Poolvos
Eenmaal op de doorgaande weg komen we weer vrij snel in bewoonder  gebied, en als mijn vader wat drinkt in het plaatsje Rif loop ik het dorpje even rond. Overal broeden noordse sterns, eigenlijk dus een levensgevaarlijke onderneming om hier rond te lopen aangezien ze je echt aanvallen, een plasje met wat grauwe franjepoten maar vooral ook een erg interessante haven. Aan deze kant van het schiereiland, de noordkant, zitten foerageren bijzonder veel grote burgemeesters en elke zomer blijven er wel enkele kleine burgemeesters hangen. Deze laatste soort die in het Engels 'Iceland gull' wordt genoemd broed, in tegenstelling tot wat je gezien de naam zou denken, niet op IJsland maar in Groenland.
Grauwe franjepoot
Noordse sterns
In het haventje van Rif waar bijzonder veel drieteenmeeuwen, noordse stormvogels en ook veel grote burgemeesters zitten, duurt het ook niet lang voordat ik een kleine burgemeester heb gevonden. Toch nog weer een nieuwe voor de triplijst wat eigenlijk nu zelden meer voorkomt!
Grote burgemeester
Drieteenmeeuw
Kleine burgemeester
Het is inmiddels al weer aardig tijd om te gaan eten, dus besluiten we wat te gaan zoeken in Stykkishólmur. Naar dit plaatsje is het nog een aardig stukje rijden, wat onderweg nog een baltsende alpensneeuwhoen, de eerste harlekijneend van vandaag, een paar zingende sneeuwgorzen, een prachtige langs vliegende smelleken en fraaie vergezichten oplevert.
Snaefellsjökull

Na het eten besluiten we toch nog een stuk te gaan rijden en een stuk zuidelijker, in het plaatsje Borgarnes, een camping op te zoeken. De rit levert onderweg nog de nodige kleine jagers op en ook zien we op twee verschillende plaatsen een velduil jagen! Deze uil is naast de zeer zeldzame sneeuwuil de enige uil die op het eiland broedt.

Ook nu is naast de camping weer de Atlantische Oceaan, en na de tent tussen wat buitjes opgezet te hebben, kan ik daar de eerste geringde vogels van de reis aflezen, een grutto en grauwe gans. Verder zwemmen er nog wat ijsduikers en een groep van 19 ijseenden rond.
Camping
Rond een uur of tien vinden we het wel mooi geweest en sluiten onder het genot van baltsende watersnippen en koperwieken de ogen.