dinsdag 30 juni 2026

Juni 2026

Juni was zoals gebruikelijk weer een drukke maand met veldwerk, veel buiten voor monitoring wat natuurlijk veel mooie waarnemingen opleverde. Tijdens plantenmonitoring werd ik weer eens aangenaam verrast door een hermelijn, die zie ik niet zo vaak! Maar dit jaar waren we wel een beetje verwend met bijvangsten tijdens het veldwerk, waarbij zeldzame soorten heel snel heel normaal aanvoelden. In de omgeving van Bodegraven bleken namelijk tien paar velduilen gevestigd te zijn, maar dat leverde toch wel vrij onnatuurlijke taferelen op. Ongekend wat een goed muizenjaar met deze soort kan doen! Ook elders kwamen we ze nu opeens tegen, zoals in de Alblasserwaard en in de Nieuwkoopse Plassen. 

In de Ankeveense Plassen hebben de witwangsterns inderdaad doorgezet en zaten daar in juni de nodige nesten. Hele welkome aanvulling om tijdens monitoring van libellen schitterende witwangsterns tegen te komen. We hebben de kolonie intensief kunnen volgen, maar het blijft natuurlijk vooral ook een schitterende soort om te zien. Ze vestigden zich vrij laat, dus in juli zagen we pas de eerste jonge kuikens op nest verschijnen. 


Witwangsterns op nest

Het nestenonderzoek van matkoppen was in juni natuurlijk weer afgelopen, maar het lukte weer goed om matkoppen te ringen. Pogingen om matkoppen te ringen leverde meerdere succesvolle vangsten op, zodat het hopelijk gaat lukken om dit jaar weer 25 matkoppen van kleurringetjes te voorzien. Verdere ringde ik in juni nog enkele kwartels, die weer eens een heel goed jaar hebben. In de polders bij Rhoon zaten er diverse en in het Waalbos bleek een gevangen vogel zowaar al een ringetje uit België te dragen. Erg leuk! Ook kon ik nog drie nesten met kerkuilen ringen, die ook een prima jaar hebben door de muizen. 

Kwartel

Matkop

Op IJsselmonde was ik natuurlijk ook nog weer druk met kieviten, die toch nog wel weer een beter jaar hadden dan afgelopen jaar. In Reijerwaard had ik uiteindelijk nog een familie die alle vier de kuikens groot brachten, waarvan ook allebei de ouders in voorgaande jaren waren gekleurringd. Toch leuk! In Reijerwaard dook overigens ook nog een zingende graszanger op, ook weer eens leuk natuurlijk.


Juveniele kieviten

Ma kievit GRO8

Maar IJsselmonde had in juni nog wel betere soorten in petto. Toen ik op 16 juni onderweg was naar Reijerwaard om nog even wat kieviten te ringen, kwam de melding door dat Willem van Rijswijk een mogelijke orpheusspotvogel hoorde in Rotterdam IJsselmonde. Daar was ik al dicht in de buurt, dus na een minuutje of tien was ik daar aanwezig. Niet veel later hoorde we de vogel zingen en waren we er snel van overtuigd dat het inderdaad een orpheusspotvogel was. Toch wel een langverwachte nieuwe soort voor het eiland! Zien bleek nog wel een ander verhaal, maar uiteindelijk zat hij een paar minuten op korte afstand in wat fruitbomen te zingen en lukte het mij om de enige plaatjes van deze vogel te maken. Fijne nieuwe voor de IJsselmondelijst, die de rest van de dag zich maar sporadisch liet horen en de volgende dag ook weer was verdwenen.


Orpheusspotvogel

Daarmee was het verhaal qua zeldzame vogels in juni op IJsselmonde nog niet afgelopen, want in Rhoon werd zowaar een paartje steenuilen met jongen gevonden! Toch wel weer verbazend hoelang we daar weer met z'n allen overheen hebben gekeken, maar het leuke was dat beide adulten geringd waren. Al snel bleek dat één van de adulte een kwekersring had en dus ook gevangschap afkomstig is (waarschijnlijk ontsnapt), maar de andere had een wetenschappelijke ring. Uiteindelijk koste het me twee avonden, maar lukte het me om de vogel af te lezen. De steenuil was vorig jaar als nestjong geringd in Oud-Beijerland, op een kilometertje of vijf van de plek op IJsselmonde. Ongeveer de dichtstbijzijnde nestkast bij IJsselmonde, maar wie weet heeft de soort zich weer permanent gevestigd na het eerste broedgeval sinds een jaartje of 20?! 

Geringde steenuil uit Oud-Beijerland

Langs de Waal hadden we dit jaar ook weer een broedgeval van woudaapje, waarvan ik tijdens een vaarrondje het vrouwtje schitterend zag. Blijft toch een fraaie soort! Toen zag ik ook nog twee roerdompen die op minimaal twee plekken langs de Waal (of op korte afstand) broeden. Ook de bekende kolonie watervleermuizen was weer volop bezet onder het viaduct. 

Ten slotte ben ik nog één dag rond wezen rijden in het oosten en zuiden van het land, om nog een lijstje met resterende plantensoorten op te zoeken. Foto's heb ik daar niet meer van (in verband met verzopen telefoon), maar het was een succesvolle dag met uiteindelijk elf nieuwe soorten! Een paar hoogtepunten waren vliegenorchis (uitgebloeid, maar wel eindelijk gelukt), klimopklokje, Italiaanse climatis, violette bremraap en moerassmele. Daarnaast is het natuurlijk sowieso leuk om weer eens ver buiten de regio te zijn, met onder andere nog twee zwarte wouwen. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten