Het jaar begon op 3 januari, toen we tijdens het ringen van bokjes de melding kregen van een Pacifische parelduiker op Neeltje Jans. De foto's zagen er gelijk goed uit en we konden de vogel uitstekend voor het donker halen. Een fraaie nieuwe soort en zelfs een nieuwe voor Nederland!
![]() |
| Pacifische parelduiker |
Tien dagen later was het opnieuw raak! Deze keer kwam het net wat minder uit, maar het ging toch prima. Tijdens een overleg kwam een foto door vanaf Texel met een onmiskenbare brileider. Het overleg kon vervolgens in de auto worden vervolgd, zodat we exact de boot van 15:30 konden halen en ruim voor het donker de vogel in de kijker hadden. Ondanks de grote afstand was hij goed herkenbaar, maar in december zag ik de vogel uiteindelijk nog wel een stukje beter... Een extreme dwaalgast uit het hoge noorden, die in tegenstelling tot de parelduiker niet echt werd verwacht...
| Brileider |
De derde nieuwe soort was wat dat betreft een meer verwachte soort, namelijk havikarend. In de avond van 8 april werd namelijk in het Noord-Hollands Duinreservaat een havikarend ontdekt. Exact op dezelfde locatie als in 2020, waar ik toen te laat hoorde dat een havikarend twitchbaar was. Ook in de jaren daarna lukte het me niet om deze Zuid-Europese dwaalgast te zien, omdat ze meestal ongezien passeerden (o.b.v. zendergegevens) en de exacte locaties altijd pas te laat werden doorgegeven. Dit betrof echter geen gezenderde vogel en aangezien hij in de avond was ingevallen, zou het toch raak moeten zijn de volgende dag! Ondanks de kou en bewolking stonden we op tijd in de duinen, waar uiteindelijk om 9:50 de havikarend boven het bos verscheen. Ogenschijnlijk ongelofelijk was het hoe snel de vogel hoogte maakte in het grauwe weer en als een stipje naar het zuiden verdween. Maar hij was binnen!
Het najaar verliep vervolgens vrij tam, ondanks dat er wel hoop was op een flinke zeldzaamheid. Een vermoedelijke westelijke blonde tapuit op de Waddenzeedijk werd te laat doorgegeven en kon ook niet meer worden teruggevonden, maar uiteindelijk was het een maskergors die in december op Texel werd ontdekt die het goed maakt. Het najaar was al ongekend goed voor deze dwaalgast uit Oost-Siberië, maar de eerste twitchbare vogel werd dus pas in de winter op Texel ontdekt. De eerst zaterdag kon ik snel op de melding reageren, maar een middag blauwbekken langs de Pontweg had niet het gewenste resultaat. Op de maandag kwam het echter helemaal goed en liet de vogel zich schitterend zien in de tuin, nadat we 'm op de rand van de akker hadden opgestoten. Fijne soort!
![]() |
| Wachten langs de Pontweg... |
De zeldzaamheden in het land (behoudens wat zeldzaamheden op IJsselmonde, die komen zo) waren wat beperkt en weinig spraakmakend. Tijdens zoeken naar waterpiepers in de Delta zag ik weer eens de flamingo's in de Grevelingen en een ijsduiker in het Haringvliet. Een dagje wandelen in Zuid-Kennemerland leverde de bekende kleine topper op, terwijl ik in Limburg weer eens een oehoe zag. Tijdens veldwerk leverde iets omrijden nog een waarneming op van een grijze wouw en in de winter zag ik zo weer eens een witoogeend in de Biesbosch. Een waarneming van wat bijeneters in Berkheide was mijn enige nieuwe soort voor de Zuid-Hollandlijst, die daarmee op 372 soorten kwam. Deze lijst krijgt eigenlijk niet echt meer aandacht, een zwarte specht die het hele jaar in Meijendel zat heb ik bijvoorbeeld ook nog laten schieten...
Verder was het dus een jaar waarop ik vooral veel zeldzaamheden zelf vond, of op IJsselmonde tegen kwam. In het voorjaar was ik met collega Daan van Braak enkele keren op de Maasvlakte, wat helemaal niet tegenviel. Tijdens ons eerste bezoek op 30 april zagen we zo naast o.a. een mooie groep Engelse kwikstaarten een fraaie grote pieper en een hop. Op 16 juni waren we dik tevreden met een schitterende kuifaalscholver en een langsvliegende Europese kanarie, terwijl het eigenlijk nooit echt leeg was en er altijd wel spannende waarnemingen waren van bijv. spotvogel, grasmussen, bosrietzangers, etc.
| Grote pieper |
| Kuifaalscholver |
Veldwerk leverde dit jaar nog enkele waarnemingen van zwarte ooievaars op, in Zeeuws-Vlaanderen zijn koereigers echt algemeen geworden en ook wat graszangers waren daar toch wel leuk. In het voorjaar had ik ten slotte nog een baltsend woudaapje langs één van de kreken. De vale pijlstormvogel die op 16 september langs de Maasvlakte vloog was echter wel het pareltje voor mij dit jaar. De ochtend was al goed met recordaantallen noordse pijlstormvogels, maar deze vale pijl kwam schitterend langs! Het was pas m'n tweede, maar deze liet zich vele malen beter bekijken. Sowieso was het najaar niet slecht aan zee met onder andere nog een kleinste jager (over de vlakte!), veel pijlstormvogels dus en een memorabele ochtend langs het Kornwerderzand. Eind oktober werd er meerdere dagen een stormvogeltje gezien langs de Afsluitdijk, zodat ik op 28 oktober gewoon besloot een ochtend te gaan zitten. Om 12:00 zou ik aftaaien, er moest ook nog gewerkt worden. Voor die tijd was het heel vermakelijk met wat kleine alken, rosse franjepoot, noordse stormvogel, grauwe pijlstormvogel, strandleeuwerik en een vaal stormvogeltje. Om kwart over 12 kwam dus het 'stofje', toen ik net een kwartier vertrokken was... Helaas! Een poging om 'm nog op te pikken bij Breezanddijk leverde alleen nog een rosse franjepoot op.
| Graszanger |
| Koereiger |
| Zwarte ooievaar |
| Kleinste jager |
Het najaar leverde mij verder nog een enkele bladkoning en Siberische tjiftjaf op. Meerdere poging voor een Siberische sprinkhaanzanger op Maasvlakte 2 waren helaas vruchteloos. Overigens was ook een twitch naar een grijze gors in december nabij Maastricht niet succesvol, terwijl ik tijdens onderzoek naar bokjes in oktober nog wel een dwerggors optrapte langs de Oude Maas.
IJsselmonde was dan eigenlijk helemaal niet slecht dit jaar. Totaal zag ik drie nieuwe voor mijn eilandlijst, waarvan een kleine topper in het Waalbos in maart de eerste was. Een mannetje liet zich schitterend zien, wat vermoedelijk dezelfde vogel was die de hele winter in de Delta had rondgehangen. Na de kleine topper bleef het voorjaar goed, toen in april in dezelfde week een poelruiter opdook in de Crezéepolder en twee raven een rondje over Oost-IJsselmonde maakten. Met hangen en wurgen lukte het me om één van de twee vogels te zien, zodat mijn lijst uiteindelijk op 272 uitkwam.
| Kleine topper |
Naast deze nieuwe voor het eiland waren er nog leuke waarnemingen van een topper, twee fraaie groepen kraanvogels over kantoor, een leuke porseleinhoen tijdens het bokjesvangen en van twee soorten sterns. In de Crezéepolder vond ik weer eens een reuzenstern (geringd in Zweden!) en over de Sophiapolder vloog tijdens een excursie in juli een fraai duo witwangsterns. Dit jaar was ook weer eens goed voor roofvogels, met o.a. een grauwe kiekendief, twee rode wouwen en liefst zes zwarte wouwen. Vier van die zwarte wouwen zagen we op de jaarlijkse Big Day op 10 mei, die we wel wonnen maar waarop we net niet het record konden evenaren. Helaas... De Big Day in de winter verloren we overigens, maar was wel de moeite waard met een zelfgevonden sneeuwgors. Leuke soorten waren verder nog een roodpootvalk in augustus in de Zegenpolder, de Humes bladkoning van afgelopen jaar die in januari nog aanwezig was, een bladkoning in oktober naast het huis en sinds jaren weer eens overvliegende kruisbekken. Het jaar eindigde met en gebruikelijk aantal van 178 soorten.
| Zwarte wouw |
| Witwangsterns |
Verder was ik in 2025 nog druk met de nodige ringprojecten op IJsselmonde, ondertussen de bekende projecten aan bokjes, houtsnippen, waterpiepers, kieviten en matkoppen. Erg leuk was dat we in zowel de winter winter 2024/25 als in 2025/26 tien bokjes konden zenderen, die ons veel nieuwe informatie hebben geleverd over hun gedrag in de winter. Het ringen van visdieven en kluten langs de Noord was weer een grote flop. Vrijwel geen enkel kuiken kwam daar groot helaas. Ook in Meijendel was ik overigens weer weinig, wat dat betreft veranderde er nog weinig... Wel kon ik in het voorjaar nog een enkele witte kwikstaarten kleurringen in het project wat voor het tweede jaar liep en was ik in het najaar zeer content met een oeverpieper!
| Oeverpieper |
Een waarneming van twee wilde katten tijdens de team-tweedaagse was het absolute hoogtepunt wat betreft de zoogdieren in 2025. Nabij een plasje langs de weg lieten ze zich schitterend bekijken, zodat collega's in de buurt ze zelfs nog konden twitchen. Ook zag ik nog grote bosmuis in Limburg, mijn eerste franjestaarten in een oude steenfabriek en eindelijk een waarneming van een levende woelrat! Qua vlinders lukte het weer eens om een nieuwe soort te zien. Tijdens een zeer succesvolle dag zagen we langs het Geuldal kleine weerschijnvlinder, waar ook braamparelmoervlinder en dambordje langskwamen! In de Moerputten zag ik nog weer een keertje pimpernelblauwtje, iepenpages vlogen volop in Amsterdam, een staartblauwtje was verrassend in Brabrant terwijl in Zeeuws-Vlaanderen de kaasjeskruiddikkopjes op plekken algemeen waren. Dat is sowieso een soort die we in de nabije toekomst waarschijnlijk ook wel op IJsselmonde gaan zien. Op het eiland blunderde ik dit jaar wel voor het eerst tegen een gaffelwaterjuffer aan, de eerste voor de regio!
| Staartblauwtje |
![]() |
| Gaffelwaterjuffer |
Sprinkhanen waren dit jaar wel weer volop in beweging. Op IJsselmonde zaten natuurlijk weer veel spoorkrekels, maar ook vond ik diverse grote spitskopjes en een zuidelijke sikkelsprinkhaan. Een collega vond echter een duinsabelsprinkhaan, een behoorlijk onverwachte nieuwe soort voor de regio!
![]() |
| Duinsabelsprinkhaan |
Totaal schreef ik in 2025 35 soorten planten bij. Het aantal potentiële nieuwe soorten neemt natuurlijk rap af, maar op een dag in Limburg eind mei zag ik uiteindelijk 10 nieuwe soorten, waaronder diverse orchideeën, paardenhoefklaver, alpenandoorn en grote graslelie. in mei zag ik nog enkele vroege soorten, zoals vroege ereprijs en liggende ereprijs, terwijl ik in oktober nog de nieuw gevonden wilgsla zag en franjegentiaan die schitterend in bloei stonden.
![]() |
| Veenorchis |
![]() |
| Alpenandoorn |
![]() |
| Waddenorchis |
![]() |
| Franjegentiaan |
In augustus en september zaten we twee weken op Corsica. Een schitterend eiland met ook de nodige leuke vogelsoorten, zoals Corsicaanse boomklever, Corsicaanse citroensijs, Moltoni's baardgrasmus en Balearische vliegenvanger. Dat zijn de soorten die vrijwel uitsluitend op Corsica voorkomen, maar ook relatief makkelijk te vinden waren. Andere typische Zuid-Europese soorten die ik zag waren bijvoorbeeld Scopoli's pijlstormvogel, zwarte spreeuw, Balearische roodkopklauwier, heel veel bijeneters, blauwe rotslijster en audouins meeuw. Ten slotte viel er ook op het gebied van insecten nog het nodige te zien, dus we hebben ons goed vermaakt!
| Pasja |
| Corsicaanse boomklever |
| Corsicaanse citroensijs |
| Audouins meeuw |
Uiteindelijk resulteerde het bovenstaande in een update van de volgende lijstjes:
Nederlandse lijst: 455 soorten
Zuid-Hollandlijst: 372 soorten
IJsselmondelijst: 272 soorten (incl. Siberische tjiftjaf, rouwkwikstaart, Engelse kwikstaart, noordse kwikstaart, kleine barmsijs en witstuitbarmsijs)
Hendrik-Ido-Ambachtlijst: 228 soorten
Jaarlijst 2025: 246 soorten (incl. Siberische tjiftjaf, noordse kwikstaart, Engelse kwikstaart en rouwkwikstaart)
IJsselmonde 2025: 178 soorten (incl. Siberische tjiftjaf en noordse kwikstaart)
Zelfontdeklijst: 293 soorten
Dagvlinders: 72 soorten (excl. geraniumblauwtje)
Libellen: 67 soorten
Sprinkhanen: 45 soorten ((excl. huiskrekel, spoorkrekel, schildboomsprinkhaan, westelijke zorrosprinkhaan en zuidelijke boomsprinkhaan)
Planten: 1317 soorten
Zoogdieren: 54 soorten
Alle lezers een gelukkig en natuurrijk 2026 toegewenst!








Mooie waarnemingen. Jammer dat de brileider is overleden. Groeten Caroline www.carolinesnatuurfotografie.nl
BeantwoordenVerwijderen