zaterdag 31 mei 2025

Mei 2025

De maand mei is natuurlijk altijd een drukke maand, zowel op het gebied van vogels als op de werkgerelateerde monitoring. Naast de Big Day is er dan ook veel gepasseerd en heb ik weer veel gezien en gedaan, alhoewel veel uurtjes (zeker ook in de vrije tijd) opgingen aan soorten die ik nu onderzoek (matkop, kievit, huismus). Bezoekjes naar die soorten leverde uiteraard veel bruikbare nesten op, maar soms ook onverwachte waarnemingen! 

De maand begon met een nachtje weg in Deventer, zomaar er even tussenuit maar wel met een dubbele agenda om eindelijk eens de zeldzame ereprijsjes te zien. Langs de IJssel zijn plekken van vroege ereprijs en liggende ereprijs. Twee hele zeldzame soorten die vroeg bloeien, maar welke ik nooit heb gezien omdat het gewoon niet logisch is om deze tijd van het jaar die kant op te reizen. En voor twee soorten vind ik het nu ook weer niet de moeite... Nu was het mooi te combineren! 

Liggende ereprijs

Vroege ereprijs

Tijdens monitoring in natuurgebieden kwam ik naast de bekende broedvogels (die soms ook leuk zijn natuurlijk, zoals veel bosvogels) nog een paar verrassingen tegen. Een overvligende zwarte wouw en visarend over de Rhoonse grienden, roepend woudaapje langs een kreek in Zeeuws-Vlaanderen, groepjes doortrekkende ruiters en noordse kwikstaarten en rupsen van kaasjeskruiddikkopje in Zeeuws-Vlaanderen. Eén van de hoogtepunten vond ik misschien wel een woelrat in een poeltje in Amsterdam. Deze soort moest ik nog steeds een keer zien, maar eigenlijk moet je er gewoon een keer tegenaanblunderen. Op de wildcamera's zie ik ze regelmatig, maar nu was het dus zo ver in het echt. Ik stond even bij een poeltje te kijken voor libellen, toen plotseling een zwarte, grote woelmuis overzwom, korte op de oever zat en de vegetatie in dook. Eindelijk woelrat! Op het wensenlijstje van zoogdieren staan verder nog soorten als otter en zwarte rat, dat moet ook nog maar een keertje zo... 

Bosruiter

Zwarte wouw

Het matkoponderzoek liep lekker door, kieviten ook natuurlijk, maar het seizoen van kieviten was echt heel treurig. Eigenlijk nergens werden kuikens groot, alleen op wat braakliggende terrein, maar slechts weinigen in vergelijking met voorgaande jaren. Uiteindelijk kon ik een handjevol grote kuikens ringen, dus op naar volgend jaar! Uiteindelijk heeft de droogte dit jaar de das om gedaan, het is altijd al slecht, maar nu dus helemaal. Leuk en leerzaam was overigens ook nog een bezoek aan Noord-Holland, om een keer mee te kijken met het vangen en zenderen van grutto's. 

Kievit GAW1

Grutto

Omgeving matkopnest

Met Daan van Braak was ik ook nog een ochtendje op de Maasvlakte. Het doel was om vijf momenten naar de Maasvlakte te gaan dit voorjaar, omdat daar toch wel veel te weinig gevogeld wordt. Het eerste bezoek in april leverde gelijk hop en grote pieper op, maar nu was het een stuk rustiger. Desalenittemin zaten er wel vogels en zagen we in een paar uurtjes nog een grauwe vliegenvanger, gekraagde roodstaart, tuinfluiters, wat kleine karekieten en nog twee bosrietzangers. Een zeldzaamheid had zomaar gekund natuurlijk, maar zat er nu even niet in! Spannend is het echter zeker wel in het voorjaar, dus wie weet! 

Op de laatste dag van de maand was ik met Laurens en Kees van der Wind een dagje in Zuid-Limburg. Eind mei is toch wel de beste tijd voor orchideeën, en daar moest ik er nog steeds veel van. Combineren met iets anders is eigenlijk niet te doen, dus het moest maar gewoon een dagje worden. Dit jaar kwam het eindelijk uit en op een effectieve ronde kon ik zowaar negen nieuwe plantensoorten bijschrijven: groene nachtorchis, veenorchis en aapjesorchis waren gewilde orchideeën (vliegenorchis lukte niet), en daarnaast nog paardenhoefklaver, grote graslelie, kruismuur, viltzegge, esparcette en alpenandoorn. Bovendien was het een heerlijke dag in het Limburgse, met totaal vier rode wouwen, grauwe klauwieren, geelgorzen, spotvogels, orpheusspotvogel en veel zeldzame (niet nieuwe..) plantensoorten. 

Geelgors

Rode wouw

Grote graslelie

Veenorchis

Aapjesorchis

Esparcette

Alpenandoorn

zaterdag 10 mei 2025

IJsselmonde Big Day 2025: 123 soorten!

Vandaag was weer de jaarlijkse Big Day op IJsselmonde. Vorig jaar ging het niet door, maar dit jaar zijn er weer drie teams die strijden om de winst. Laurens van der Wind, Laurens van der Padt en ik zijn weer van de partij als de 'Drieteentjes', en hopen natuurlijk vooral het record van 124 soorten weer terug te pakken. De weersomstandigheden zijn behoorlijk goed, met droge omstandigheden en zelfs een oostelijke wind. De voorbereiding was niet optimaal, maar de meeste soorten denken we in ieder geval toch behoorlijk scherp te hebben. 

We lopen iets voor 00:00 richting de ijsbaan in het Waalbos, omdat die dit jaar nat is gebleven, wat heeft geresulteerd in pleisterende bosruiters. Dat hebben lang niet jaarlijks op IJsselmonde en omdat de plas steeds verder uitdroogt, besluiten we het zekere voor het onzekere te nemen en hier gelijk te starten. Als de kerk van Rijsoord twaalf slagen heeft laten horen kunnen we los, en het gaat hier gelijk volgens plan met KLEINE PLEVIER (1), TURELUUR (2), KIEVIT (3), BOSRUITER (4), SCHOLEKSTER (5) en MEERKOET (6). Aan de andere kant van het Waalbos horen we NACHTEGAAL (7) en WILDE EEND (8), maar zie we geen jagende ransuil. Langs de Devel maken we een stop met toch een voorzichtige hoop op waterral. Deze soort is niet gelukt in de voorbereiding, en ook nu laat hij het afweten. SPRINKHAANZANGER (9), SNOR (10) en RIETZANGERS (11) laten zich daarentegen wel horen. Zeker de sprinkhaanzangers komen we deze nacht nog op meerdere plaatsen tegen, die zijn weleens stiller geweest! 

In de polders horen we even later WATERHOEN (12) en KERKUIL (13) lukt op de tweede plek die we hebben. De jonge BOSUILEN (14) laten zich in het Develbos goed horen en ook zien. Leuk! In Sandelingen horen we de eerste BOSRIETZANGER (15) en nadat we een RANSUIL (16) menen te horen, zien we hem fraai jagen boven de graslanden. In het gebied schrijven we verder nog BLAUWBORST (17), TORENVALK (18), GRAUWE GANS (19), KNOBBELZWAAN (20), SLOBEEND (21), KRAKEEND (22), KUIFEEND (23) en FUUT (24) bij. 

Bosuil

De Crezéepolder is hierna aan de beurt, waar we toch altijd 's nachts even willen luisteren. Het zal maar net gebeuren dat er een steltloper langs komt die overdag niet aanwezig blijkt te zijn. Vannacht was een GRUTTO (25) luid aanwezig, en dat is toch een soort die we weleens hebben gemist. Verder zingt een CETTI'S ZANGER (26) luidkeels en schrijven we VISDIEF (27), OEVERLOPER (28), BRANDGANS (29), KLEINE MANTELMEEUW (30), BERGEEND (31) en BLAUWE REIGER (32) bij. In de plasjes bij het Knooppunt Ridderkerk zien we tafeleend noch dodaars, maar zitten wel drie KLEINE KAREKIETEN (33) te zingen. In de Rhoonse polders schrijven we vervolgens nog ROEK (34) en LEPELAAR (35) bij, maar een kwartel kunnen we in tegenstelling tot eerdere jaren niet vinden. 

We posten vervolgens weer even bij de Devel, maar daar lijkt de roerdomp vertrokken en de woudaap die hier twee voorgaande jaren zat (nog) niet gearriveerd. Wel horen we de eerste KOEKOEK (36) van de dag, waarna we langs de Waalweg de ROERDOMP (37) wel luidkeels horen zingen. Ondertussen is het half vijf en op waterral na is de nacht soepel verlopen. Tijd dus om effectief wat zangvogels op te gaan rollen. In Zwijndrecht zien we eerste om 4:57 de OOIEVAAR (38) op de nestpaal staan, waarna op de begraafplaats de vuurgoudhaan nog niet wakker blijkt. ROODBORST (39), ZWARTE KRAAI (40)  en KOOLMEES (41) zijn dat wel. Onderweg naar de Sophiapolder groeit het lijstje aan met BOERENZWALUW (42), TUINFLUITER (43), MEREL (44), WINTERKONING (45) en ZWARTE ROODSTAART (46). Vanaf de Veersedijk zien en horen we de Sophiapolder ontwaken, en gaat het zo als altijd hard voor de soortenlijst: STORMMEEUW (47), AALSCHOLVER (48), PIMPELMEES (49), TJIFTJAF (50), GRASMUS (51), HOUTDUIF (52), ZWARTKOP (53), KOKMEEUW (54), ZILVERMEEUW (55), GROTE MANTELMEEUW (56), BRAAMSLUIPER (57), KAUW (58), VINK (59) en EKSTER (60). Heel verrast zijn we door een slapende GROTE ZILVERREIGER (61) op de steiger tussen de meeuwen! Dat is ook nog weleens een lastige soort, net zoals PURPERREIGER (62) die om 5:22 laag over komt vliegen! Als we uiteindelijk ook nog PONTISCHE MEEUW (63) zien staan gaan we richting Rhoon, na een effectief bezoek.

Voordat we op de telpost arriveren hebben we HEGGENMUS (64), TURKSE TORTEL (65), SPREEUW (66), HUISMUS (67) en ZANGLIJSTER (68) op de lijst staan. Eenmaal op de telpost horen we vanuit de grienden als snel de zang van FITIS (69) en GEKRAAGDE ROODSTAART (70), terwijl uit de sloot in de Zegenpolder het gehinnik van DODAARS (71) klinkt. Op de toren van de Waalhaven zien we de SLECHTVALK (72) en rondom de telpost horen we de eerste GELE KWIKSTAART (73). Verder zien we nog lokale soorten als HOLENDUIF (74), RIETGORS (75) en BRUINE KIEKENDIEF (76), terwijl de GIERZWALUWEN (77) aardig lijken te vliegen en een luidroepende GRASPIEPER (78) een eerste fijne bonus is! Voor half zeven staan we uiteindelijk boven de 80 soorten, met nog BUIZERD (79), BOOMPIEPER (80) en een langstrekkend PAAPJE (81). Het loopt vervolgens lekker door met MATKOP (82), SPERWER (83), OEVERZWALUW (84), HUISZWALUW (85), GROENLING (86), GROENPOOTRUITER (87), WITTE KWIKSTAART (88), GROTE BONTE SPECHT (89), APPELVINK (90), NOORDSE KWIKSTAART (91), BONTBEKPLEVIER (92) en om 7:46 REGENWULP (93). Om 7:48 vliegt vervolgens een TEMMINCKS STRANDLOPER (94) over met bosruiters en om 8:44 weer eentje! De bosruiters vliegen sowieso goed met meer dan 10 exemplaren, terwijl we ook meerdere grote zilverreigers, nog een paapje, purperreiger en nog twee appelvinken over zien komen. GAAI (95) en PUTTER (96) schrijven we hier uiteindelijk ook nog bij, zodat we met een flinke lijst rond 9 uur aftaaien! Kon minder! 

Regenwulp

Purperreiger

Grote zilverreiger

Paapje (man)

Na deze goede telling, waarbij het ons opviel dat er ondanks de ligging zonder grote slikgebieden méér steltlopers vlogen dan in de Crezéepolder, gingen we snel de polders in. In de Zegenpolder zien we nog één van de weinigen RINGMUSSEN (97) in het gebied. Misschien wel de laatste Big Day met deze soort op de lijst... KNEU (98) is vervolgens makkelijk en ook een SPOTVOGEL (99) die ik gisteren hoorde laat zich goed horen en zien. Hier vliegt ook nog een purperreiger en boompieper over, en een GROENE SPECHT (100) die we hier horden is soort nr. 100 om 9:45! 

Ringmus

Spotvogel

We spoeden ons nu de grienden op voor wat resterende zangvogels. STAARTMEES (101) is snel gelukt en eenmaal in Klein Profijt horen we al snel GRAUWE VLIEGENVANGER (102). BOOMKLEVER (103) lukt vervolgens ook toch wel verrassend snel op de bekende plek van één van de twee paartjes in dit gebied en op heel IJsselmonde! Ook BOOMKRUIPER (104) horen we hier eindelijk, zodat we weer naar de lucht kunnen gaan kijken. Daar lijkt vandaag toch nog wel meer te halen te zijn! 

In de hoop op tapuit rijden we nog de polders door, wat wel ROODBORSTTAPUIT (105) en HAVIK (106) oplevert, en uiteindelijk ook WATERSNIP (107) langs één van de vele natuurvriendelijke oevers. Tapuit kunnen we helaas niet vinden, wat samen met zwartkopmeeuw nu ongeveer de grootste missers zijn. Voor beide soorten echter nog voldoende kansen! In Rotterdam-Zuid lukt goudhaan vervolgens niet in de volkstuintjes waar we 'm hadden voorbereid. Een IJSVOGEL (108) horen we wel en gelukkig zit in een ander complex een GOUDHAAN (109) luidkeels te zingen. Dankzij het feit dat het laat in de middag pas hoog water is, hebben we ruim de tijd om daarvoor al het nodige te sprokkelen. Volgende stop is de begraafplaats in Zwijndrecht, maar als we langs Oud-Reijerwaard komen tikken we daar eerst TAFELEEND (110) binnen. VUURGOUDAAN (111) lukt vervolgens snel op de begraafplaats (enige territorium dit jaar op IJsselmonde), waarna we richting de Crezéepolder gaan. 

In de polder zien we gelijk meerdere ZWARTE STERNS (112) foerageren. Het is het eerste jaar dat deze soort zo makkelijk is op een Big Day, normaal gesproken altijd een bonus. Nu heeft iedereen hem makkelijk, want ze zitten er de hele dag. Terwijl we ons installeren om de rest van de polder goed af te zoeken, komt er een ZWARTE WOUW (113) schitterend aangevlogen die vervolgens recht overkomt. Heel fijn! Enige tijd op de telpost levert naast wat trek van zwaluwen en twee appelvinken nog wat fraaie ZWARTKOPMEEUWEN (114) op. De kolgans die hier eerder van de dag was gezien blijkt voor ons helaas onvindbaar. Een paar KLUTEN (115) zorgen uiteindelijk voor een laatste nieuwe soort, die waren we bijna vergeten! 

Zwarte wouw

We zijn nog maar net de polder uitgereden, als we een berichtje krijgen dat de zeearend van de Oude Maas weer richting de Crezéepolder komt. Eerder deze dag was één van de adulten van het paartje al een keer langsgekomen, maar het was al de vraag wanneer die weer zou komen. Snel de auto in de kant en al snel zien we de vogel van afstand boven de polder vliegen. ZEEAREND staat dus om 14:36 als nr. 116 op de lijst! Dat gaat lekker! 

Geheel volgens planning komen we aan bij de Sophiapolder, zodat we met opkomend tij op het eiland zijn. Ideaal natuurlijk, maar met laag water zien we al snel de soorten waar we voorkomen. Er lopen nog wat KEMPHANEN (117), ZWARTE RUITER (118) blijkt nog present en ook het mannetje SMIENT (119) zit nog keurig tussen de krakeenden. We moeten uiteindelijk lang zoeken naar WINTERTALING (120), maar uiteindelijk vinden we een paartje. Het mannetje zomertaling dat hier achteraf bleek te zitten, missen we, en ook geelpootmeeuw kunnen we niet vinden. Achteraf bleek overigens geen enkel team geelpootmeeuw te hebben, een soort die toch wel lastig is omdat we al stoppen om 19:00 en dus niet de slaapplaats op de Sophiapolder kunnen meepakken. De trek gaat ondertussen ook onverminderd door, en vanuit de Crezéepolder worden nog twee zwarte wouwen gemeld. Beide exemplaren kunnen we vanaf de Sophiapolder oppikken! Ongekend natuurlijk, maar het zorgt niet voor een nieuwe op de lijst! 

Nu we de 120 soorten gehaald hebben, hebben we ons eigen record verbroken! Het is dus snel rekenen of we de 124 zouden kunnen halen, en dat blijkt niet helemaal onmogelijk. Belangrijk is om snel tapuit binnen te halen. Het braakliggende terrein bij de Volgerlanden lijkt een geschikte plek, en inderdaad zien we daar twee TAPUITEN (121) en zowaar ook weer een paapje. Ook zien we hier weer de zeearend op afstand vliegen. Boomvalk is de volgende makkelijkste soort, waarvoor we bij de Devel besluiten te gaan posten. Een mooie plek ook met veel overzicht voor eventuele doortrekkers. Na enkele minuten posten heb ik opeens een valkje in beeld, die helaas razendsnel achter de bomen verdwijnt. Waarschijnlijk boomvalk, maar niemand ziet 'm verder, dus helaas... De vierde zwarte wouw zien we natuurlijk wel met z'n allen langsvliegen... 

In de Zuidpolder is nog een paartje zomertalingen die we verwachten op te kunnen rollen, dus daar besluiten we heen te gaan. We lopen het gebied in als opeens twee eenden langs komen zeilen. Blijkt gelijk het paartje ZOMERTALING (122) te zijn. Dat is dan weer eitje! En dat met nog 1,5u op de klok. Snel weer terug naar de Devel, maar langdurig posten levert weer helemaal niks op... Als afsluiter rijden we dan toch nog even naar de Crezéepolder, je weet het nooit op het einde van de dag... Daar zijn ook de andere teams aanwezig, zoals meestal, en als we net zijn aangekomen komt er zomaar een KLEINE ZILVERREIGER (123) de polder invliegen. Het blijkt uiteindelijk de laatste soort voor ons te zijn, waarmee we de dag met overtuiging hebben gewonnen. De andere teams laten we achter ons met 116 en 118 soorten, maar zelf is het jammer dat we de 124 niet gehaald hebben. Uiteindelijk hebben we deze dag weinig gemist en waren we behoorlijk effectief, belangrijkste missers waren uiteindelijk waterral (had één team wel bij Ruigeplaatbos), boomvalk en kolgans. 

Zomertalingen

woensdag 30 april 2025

April 2025

In april lukte het om een paar leuke soorten te zien, waaronder een nieuwe voor Nederland en twee voor IJsselmonde. Zie daarvoor een eerder bericht. Verder was ik vooral bezig met het onderzoek naar matkoppen en kieviten. Veel tijd besteedde ik dus ook aan deze soorten, naast de nodige broedvogelmonitoring die ik weer mocht doen. Tot eind april kwam ik nog wat bokjes tegen, terwijl ik in het begin van de maand nog één vangpoging heb gedaan bij de Donckse Velden. In dit gebied bleek een slaapplaats van zo'n 15 exemplaren aanwezig, waaronder een metaal geringde waterpieper. Het doel was om deze vogel te vangen, maar dat mislukte helaas. Omdat de vogel rechts geringd was, is het geen vogel van mij, dus spannend... Wie weet volgend jaar?

Kleine bonte specht

Omdat begin mei weer de regionale Big Day op IJsselmonde staat gepland, moest er natuurlijk ook nog wat tijd worden vrijgemaakt voor een degelijke voorbereiding. Het is toch elk jaar weer zoeken naar soorten als dodaars, maar het leverde nu weinig echte verrassingen op. Het ontbreken van waterral op alle plekken die we checkten bood weinig hoop voor de grote dag. Sowieso is een succesvolle dag altijd afhankelijk van de trekomstandigheden, dus dat is altijd afwachten! 

In april waren op sommige dagen wel goede omstandigheden en lukte het om soms wat leuke krentjes mee te pakken. Op 15 april zagen we een zwarte wouw vanuit kantoor die vanuit de Crezéepolder werd aangekondigd. Op 16 april probeerden we dat kunstje te herhalen toen er weer een zwarte wouw werd gemeld, maar nu zagen we een jagende visarend en een ringtail grauwe kiekendief die op enorme hoogte recht over kantoor kwam. Zeker die laatste is toch wel echt een goede voor IJsselmonde! 

In het kader van de voorjaarstrek was ik dit jaar ook voornemens om meerdere keren naar de Maasvlakte te gaan. Volgens mij wordt er in het voorjaar veel te weinig op dergelijke plekken gevogeld, terwijl er in de loop van de jaren serieus veel zeldzaamheden zijn gevonden. Op 30 april was de eerste mogelijkheid, samen met collega Daan van Braak. We kwamen rond half 11 aan bij het Luzerneveld, en één van de eerste vogels die we op de vlakte tegenkwamen was een grote pieper! We ontdekten de vogel op roep, die zich daarna, schuw als die was, meerdere keren leuk op flinke afstand liet bekijken. In eerste instantie meenden we met een duinpieper van doen te hebben, maar later bleek dat het toch een grote pieper was. Erg leuk in het voorjaar en gelijk een goed begin natuurlijk! 

Grote pieper

Naast deze grote pieper was het Luzerneveld leuk met een mooie groep kwikstaarten, waarvan het grootste deel Engelse kwikstaarten. Schitterende vogels! Verder zaten er meerdere tapuiten, boompieper en een paapje. In de bosjes op de Vuurtorenvlakte, waar eerder dit voorjaar al een balkanbaardgrasmus zat, zagen we onder andere gekraagde roodstaart, kleine karekiet, tuinfluiter, meerdere zwartkoppen, fitis en tjiftjaffen. Stil was het dus zeker niet! Een aantal kilometers langs de buitenring leverde vervolgens niks op, alleen een tjiftjaf. We besloten dus door de kale strook aan de andere kant van de weg terug te lopen, zonder enige verwachting eigenlijk. Opeens vloog daar vlak voor onze voeten, net achter de rand in een greppel, een hop op! Weer zo'n leuke verrassing, maar hij vloog over het spoor weg, waar we hem even later niet terug konden vinden. Met een grote pieper en een hop was het daarmee natuurlijk een uitermate geslaagde middag! Op een paar andere plekken kwamen we niet verder dan veel tapuiten, veldleeuweriken en nog een fraaie beflijster. Voor herhaling vatbaar! 

Engelse kwikstaart

Regenwulp

Ten slotte hadden we in april ook nog onze jaarlijkse team-tweedaagse. Dit jaar weer naar Limburg, waar we vooral weer in een paar mooie gebieden zijn geweest. Het was behoorlijk regenachtig weer, dus qua vlinders was het helemaal niks. De bekende zeldzame planten kwamen we wel overal weer tegen, met soorten als purperorchis, gulden sleutelbloem, soldaatje en meer van dat soort Limburgse specialiteiten. Leuk was een nestje grote gele kwikstaarten bij ons verblijf, een koerende zomertortel en één van de bekende oehoe's in de ENCI-groeve. Het absolute hoogtepunt was voor mij een avondje rondrijden in de hoop op wilde kat, wat maarliefst twee exemplaren opleverde! Nadat we eerste al de nodige reeën, hazen en dassen hadden gezien, zagen we in het bos bij een poeltje opeens een wilde kat! Het beest bleef strak bij het poeltje zitten en leek het te hebben gemunt op twee aanwezige wilde eenden. Hierdoor konden we hem schitterend bekijken en lukte het zelfs ook om collega's die in andere auto's aan het zoeken waren om het beest te zien. Terwijl wij het dier volgden met warmtebeeldkijkers, verscheen opeens een tweede kat op het toneel. Ze hadden even aan de stok, waarna één van de beesten afdroop. De andere kwam weer terug en liet zich wederom goed bekijken, een erg gave waarneming! 

Wilde kat (Foto: Thomas Los)

zaterdag 12 april 2025

Druk weekje: poelruiter, havikarend, raaf...

Dat was me het weekje weer wel... Toen ik maandagochtend mijn telefoon opende, bleek dat er zondag een poelruiter was ontdekt in de Crezéepolder. Dat is pas de vierde voor IJsselmonde en de eerste twitchbare in ongeveer 20 jaar! Bovendien had hij zich gisteren uitstekend laten zien, dus mijn eerdere plan om vanochtend een broedvogeltelling te gaan doen ging niet door. Met het eerste licht stond ik dus in de Crezéepolder, waar toch wel enigszins verrassend verder nog niemand aanwezig was. Al vrij vlot bleek dat de vogel niet in het hoekje liep waar die gisteren aanwezig was, maar omdat ik nu toch op de telpost stond bleef ik daar nog wel even staan.

Het vloog niet slecht en was tot half negen leuk met een fraaie blauwe kiekendief, smelleken en wat nieuwe jaarsoorten als purperreiger en boompieper. Ook een groenpootruiter bleek aanwezig in de polder, maar van de poelruiter ontbrak ieder spoor. Omdat ik nog wel meer op de planning had, staakte ik de telling, om het resterende deel van de polder nog even uit te kammen. Eenmaal op de dijk langs de A15 zag ik vrijwel direct de poelruiter op korte afstand van de dijk met wat kemphanen foerageren. Nog aanwezig dus, en hij liet zich schitterend bekijken! Een bijzonder fraai ruitertje, die uiteindelijk nog best wel zeldzaam is ook. Een fijne nieuwe soort voor de IJsselmondelijst! 

Poelruiter

Na deze soort bracht ik de rest van de ochtend nog door in de Rhoonse grienden in de hoop op de vondst van een matkopnest. Dat lukte helaas niet, maar een mooi mannetje beflijster en een passerende zeearend zijn nog wel het vermelden waard. 's Middags zag ik vanuit kantoor nog de twee koereigers die kort daarvoor opvliegend werden gemeld in het Waalbos. Witte stipjes in de verte, net herkenbaar als 'kleine witte reigers'. 

In de avond las ik nog een serie geringde kieviten af in Reijerwaard en de dinsdag deed ik 's ochtends een bmp in De Brand, met o.a. bosruiter, gekraagde roodstaart, bokje en de eerste grasmus. En natuurlijk middelste bonte, kleine bonte en zwarte spechten. Blijft toch leuk om in allerlei gebieden buiten de regio de broedvogels te tellen. 

Geringde kievit

Dinsdagavond heb ik vervolgens de Zwijndrechtse Waard uitgeplozen op geringde kieviten, wat uiteindelijk nog één aflezing opleverde. Verder waren overal de scholeksters gearriveerd (de eerste op nest) en zongen de snorren langs de Devel weer fanatiek. Echter, tijdens het rustige avondje kwam ook de melding door van een vrij zekere havikarend in de duinen bij Egmond aan Zee. Al snel volgden meer meldingen en was de determinatie zeker! De vogel halen in de avond bleek ondoenlijk, maar de volgende ochtend zou het wel moeten gebeuren! Havikarend is een soort die nog steeds op mijn Nederlandse lijst onbreekt, omdat ik bij de vorige 'twitchbare' vogel in 2020 de melding te laat doorkreeg. Overigens was dat bizar genoeg op exact dezelfde plek als waar de vogel nu 's avonds is gaan slapen. In 2022 volgden overigens nog meer waarnemingen, waaronder één exemplaar wat over Zwijndrecht en tien dagen later over Alblasserdam vloog. Daar heb ik toen nog tevergeefs op staan posten, en later nog ergens te laat op een slaaplocatie.

Geringde scholekster

Lang verhaal kort: ik wilde havikarend maar al te graag zien en dus stond ik met Hans Bossenbroek om 7:00 in de duinen. We hadden de Oude Schulpweg uitgekozen, ten noorden van het bos waar de vogel was gaan slapen. We schatten de kans het grootst dat hij richting noord zou verdwijnen, dus ten noorden van de vogel posten leek logisch. We waren niet de enige die dat dachten, want uiteindelijk stond er een mannetje of dertig. Ook elders stonden rondom de plek dergelijke groepjes, zodat de vogel eigenlijk niet ongezien het duin kon verlaten. Om 9:50 was het plotseling alarm. Een berichtje met 'Vliegt' was voldoende om de vogel binnen luttele seconden boven het bos op te pikken. Ver. En dat bleef ook zo. Laag flappend, maar met de weinige zonnestralen al zeer snel hoogte makend om helaas voor ons in zuidelijke richting te verdwijnen. Zeker in het begin de vogel wel goed kunnen bekijken en hij leek toen ook pal onze kant op te vliegen, maar niks was minder waar. Na ruim tien minuten verdween hij als een stipje hoog en ver in de wolken richting het zuiden, om nooit weer terug te worden gezien... 

Uitzicht vanaf de Oude Schulpweg

Voor monitoring was ik vervolgens een groot deel van de dag in Amsterdam, de volgende dag de hele dag op Zeeuws-Vlaanderen. Dat laatste blijft een leuke plek om te zijn, met overal zwartkopmeeuwen, maar ook nog een graszanger, bokjes, blauwe kiekendief en een paartje zomertaling. Vrijdag deed ik akkervogeltellingen in de Hoeksche Waard en bracht daarna de kievitterritoria in kaart in Oud-Reijerwaard. De braakliggende gronden bleken weer goed gevuld! 
Smal longkruid op de terugweg uit Amsterdam

Vanochtend was ik ten slotte in Ambacht om nog weer geringde huismussen terug te zoeken. Het wijkje waar ik in 2021 huismussen heb gekleurringd is ondertussen volledig gesloopt en opnieuw opgebouwd, dus het is leuk om nu te zien waar de mussen naar toe verplaatst zijn. Veel mussen met ringen zijn er niet meer, maar elke aflezing is nuttig. Om 13:20 wordt dan opeens in de lokale app-groep een foto van een raaf gedeeld, boven het centrum van Ridderkerk. De vogel vliegt richting zuidoost, en een blik op de kaart leert me dat ik dus in Ambacht wel een serieuze kans moet maken. Enigszins besluitloos stap ik daarna op de fiets, waar moet ik heen? Zes minuten later worden ze samen (het blijken er twee) vanuit de Crezéepolder gemeld boven het Waalbos. En dan? Ondertussen ben ik op de Veersedijk en worden ze ook al vanuit Ambacht gezien, ver ten westen. Dat zicht wordt voor mij belemmerd door de bomen, maar ik besluit dus maar richting de waarneming te fietsen. Eenmaal onderweg blijken de vogels daar alweer uit beeld, en als ze dezelfde koers aanhouden moeten ze over Zwijndrecht gaan. Snel dus weer richting de dijk, en als ik daar ben blijken ze te zijn bijgedraaid en boven centrum Ambacht vliegen... Dan duurt het niet lang voordat ik een vogel op afstand in beeld heb, maar helaas ver en hoog. Ik hoop dat de vogel de koers richting het zuidoosten aanhoudt, maar niets is minder waar. Steeds verder verdwijnt hij richting het noordoosten, zodat de soort uiteindelijk later weer wordt gemeld in de Krimpenerwaard. Een mooie afsluiter en toch wel langverwachte nieuwe soort voor mijn IJsselmondelijst, maar wel eentje die ik graag nog eens wat beter zie... Al met al een geslaagd weekje met veel mooie waarnemingen en nieuwe soorten!  

maandag 31 maart 2025

Maart 2025

In maart zetten de verschillende soortonderzoekjes zich weer voort. Waterpiepers ving ik weer langs de Devel en ik kon de nodige exemplaren aflezen, bokjes bleken nog ter plaatse wat hele waardevolle zenderdata opleverde en ook de houtsnippen waren 's avonds nog aanwezig. Daarnaast was ik in maart vooral veel tijd bezig met het in kaart brengen van matkoppen in de regio, en ook al om de nesten te zoeken. Het ringen lukte dit jaar helaas een stuk minder, maar gelukkig bleken de aantallen op IJsselmonde nog goed! Na vele ochtenden zoeken lukte het eindelijk om eind maart het eerste nest te vinden. Erg leuk was ook dat het lukte om het groepje overwinterende baardmannetjes in het Klein Profijt te vangen en te ringen. Helaas zat er in tegenstelling tot afgelopen winter geen geringd exemplaar tussen. 

Baardman

Matkopnest (in de rechter, smalle stam)

Het uitzicht wat ik meestal zag in maart...

Afgelopen jaar zijn we in Meijendel gestart met een kleurringproject voor witte kwikstaart. Ook twee andere ringstations langs de kust doen mee, en dit voorjaar ging het goed met het kleurringen van witte en rouwkwikstaarten! Zelf kom ik altijd te weinig in het duin, maar eind maart lukte het toch nog te gaan en zowaar ook nog twee witte kwikstaarten te kleurringen. Het heeft ook al veel leuke terugmeldingen opgeleverd! 


Witte kwikstaart Rm/GWW

Ook de kieviten op IJsselmonde brachten we weer in beeld, dus het was in maart vooral veel vogelen in het kader van soortonderzoeken. Overigens leverde dat ook nog een leuke aflezing op van een vorig jaar in het Waalbos geringde kievit in de polders bij Dordrecht! Bij al dat zoekwerk loop je natuurlijk zo nu en dan tegen leuke verrassingen op. Langs de Essendijk had ik zo een schitterende foeragerende rosse vleermuis, midden op de dag! Op IJsselmonde zijn ze al schaars, dus zo'n waarneming (van waarschijnlijk een doortrekker) is tamelijk uniek. Ook zaten er nog een drietal middelste zaagbekken op de bouwdok bij Barendrecht, wat de laatste jaren steeds gewoner lijkt te worden. Hoelang zal het duren voordat we 'm hebben als broedvogel?

Op de Sophiapolder deden we nog een wintertelling. Naast de grutto's en kemphanen die natuurlijk weer massaal zijn teruggekeerd, was het niet heel noemenswaardig. Een aflezing van een eigen kluut was natuurlijk heel nuttig, want zo heel veel kluten zijn nog niet terug. Bovendien is het nog maar de vraag of ze dit jaar gaan broeden, nadat het afgelopen jaar volledig was mislukt... Ook kwam nog een schitterende zeearend over, dit deze maand nu wel echt is begonnen met broeden langs de Oude Maas. Hopelijk gaat het dit jaar wel lukken, zou erg gaaf zijn natuurlijk zo in de regio! 

In maart beginnen natuurlijk ook altijd de broedvogeltellingen weer. In mijn eigen tijd doe ik er geen dit jaar, om zo alle tijd in matkoppen te kunnen steken. Maar voor het werk mag ik er gelukkig de nodige doen, waaronder in De Brand in Brabant. Het eerste ochtendje bmp'en begon lekker, want ik was nauwelijks aangekomen in Brabant toen op IJsselmonde een kleine topper werd gemeld. 's Ochtends had ik de waarneming van een ingevoerde topper van de dag ervoor kort bekeken, maar met te weinig aandacht om te zien dat het niet klopte. Het bleek dus uiteindelijk een kleine topper te zijn die gelukkig ook nog steeds aanwezig was! Na mijn broedvogeltelling dus weer linea recta naar IJsselmonde en deze Noord-Amerikaanse dwaalgast bleek gelukkig nog rustig ter plaatse. In de regio waren er al wel meerdere gevallen van kleine topper gemeld, maar gelukkig nu dus een keertje op IJsselmonde! Uiteraard de eerste voor het eiland en een fijne nieuwe voor de IJsselmondelijst. 


Kleine topper

Naast de broedvogels in Brabant tel ik dit jaar ook gebiedjes in Zeeuws-Vlaanderen. Een leuke plek, alhoewel het natuurlijk niet helemaal om de hoek ligt. Het leukste aan Zeeuws-Vlaanderen zijn misschien wel de waterpiepers, die daar ook in flinke getalen zitten. Ze slapen langs de kreken en foerageren waarschijnlijk (dat is nog onbekend) op het omliggende akkerland. Erg leuk en leerzaam om te zien dat de hoge dichtheden daar op vergelijkbare manier worden behaald als op de Zuid-Hollandse Eilanden, maar dan nog flink hoger zijn. De zuidelijkere, warmere ligging draagt daar wellicht aan bij. 

Kleine bonte specht

Middelste bonte specht

Akker vol zwartkopmeeuwen

Al met al was het weer een soepele overgang van de winter naar het voorjaar. Benieuwd wat het voorjaar nog meer in petto heeft! 

vrijdag 28 februari 2025

Februari 2025

De bezigheden van januari hebben zich grotendeels doorgezet in februari. De afgelopen weken heb ik me uitstekend vermaakt met het zoeken naar slaapplaatsen van waterpiepers, maar natuurlijk ook het aflezen van waterpiepers. In de hoop op de terugkeer van de Siberische waterpieper in de Hoeksche Waard ben ik uiteindelijk nog een paar keer die kant op gegaan, maar dat wilde helaas niet lukken. Uiteindelijk zag ik daar met veel pijn en moeite nog wel een geringd exemplaar, maar in de Hoeksche Waard zijn deze winter eigenlijk geen goede percelen geweest om de waterpiepers goed te kunnen checken. Desalniettemin denk ik niet dat ik de Siberische dwaalgast gemist heb, terwijl daar overigens eind februari ook alweer een rouwkwikstaart in de groep liep. 

Op IJsselmonde kon ik natuurlijk nog wel veel aflezen en op het eiland van Dordrecht lukte het na meerdere pogingen ook om een groep van tientallen vogels goed te checken. Zonder resultaat helaas! Het vangen van houtsnippen ging deze maand ook weer door, terwijl de bokjes in verband met de zenders de rust kregen. Wel bleek het systeem van de zenders helaas niet optimaal te functioneren, maar desalniettemin kregen we wel de eerste data binnen! Heel leuk om de lokale verplaatsingen van een individu in te zien, wat we op korte termijn en met de data van meerdere vogels zullen uitwerken en publiceren! 

Bokjes habitat

Een houtsnip overdag op een kale akker: verrassend! 

In februari komt natuurlijk ook het voorjaar alweer een beetje op stoom. Ook dit jaar is het plan weer volop bezig te zijn met matkoppen, dus februari is een uitgelezen kans om de territoria al vast goed in beeld te brengen. Dat lukte dan ook goed en op IJsselmonde bleken de dichtheden in de Rhoonse grienden en Klein Profijt nog steeds hoog. Daarbuiten is het wel steeds lastiger om ze te vinden en zijn ook dit jaar weer matkoppen verdwenen op locaties, helaas! In de Rhoonse grienden konden we nog een exemplaar kleurringen, maar over het algemeen waren ze lastig te vangen. In het Klein Profijt zat ook nog steeds een groepje overwinterende baardmannen en bleken zeker twee territoria boomklever aanwezig. 

Matkop Ym/NY

Rhoonse grienden

En met dat het voorjaar eraan komt, is er dus ook weer de eerste trekbeweging. Op de Sophiapolder verschenen met de wintertelling weer de nodige grutto's en kluten, terwijl op 24 februari nog twee groepen kraanvogels schitterendover kantoor kwamen. De laatste groep werd al opgemerkt in Vlaanderen en bleek goed de wind in de zeilen te hebben, want binnen twee uur kwamen ze over kantoor. Blijft leuk om de kraanvogeltrek in Zuid-Holland te zien die steevast van dezelfde baantjes gebruik maakt! 

Ten slotte name ook de eerste kieviten weer de territoria in, en konden we alweer de nodige teruggekeerde gekleurringde kieviten aflezen. Zeker met de fikse aantallen die we afgelopen jaar konden ringen, was er behoorlijk wat af te lezen. Al met al zijn we heel benieuwd waar we dit seizoen alle gekleurringde vogels terug gaan zien en hoe dit seizoen natuurlijk verder zal gaan verlopen! 

Kievit uit Bleiswijk in de Crezéepolder

vrijdag 31 januari 2025

Januari 2025

Naast de twee succesvolle twitches naar de brileider en pacifische parelduiker, ben ik in januari vooral druk geweest met het in beeld brengen van slaapplaatsen van waterpiepers in Zuid-Holland. Menige ochtend en avond heb ik gepost bij potentiële plekken van Goeree-Overflakkee tot het Midden-Delfland. Dat leverde hier en daar inderdaad wat slaapplaatsen op, maar vaak ook niks. Leuke waarnemingen van soorten als blauwe kiekendief en ijsduiker, om maar wat te noemen, waar daar natuurlijk ook altijd bij. Op een zaterdagochtend leverde een wandeling met oud-studiegenoten nog een lang pleisterende kleine topper in de Kennemerduinen op, dat was voor mij alweer even geleden dat ik deze Noord-Amerikaanse dwaalgast zag...

Broekpolder bij Vlaardingen

Waterpieper Rm/NYR

Net als de afgelopen winters was ik ook weer actief met het vangen van waterpiepers op de slaapplaats, maar ook de wekelijkse rondes voor houtsnippen. Het vangen van bokjes stond de hele maand op een lager pitje, omdat het gelukt is om via het Huib Kluijverfonds en het IJsvogelfonds van de Vogelbescherming zenders te financieren. Daarvoor wilde we minimale verstoring en konden we eind januari totaal tien bokjes van een zendertje voorzien. We zijn natuurlijk razend nieuwsgierig wat deze zenders op zullen gaan leveren de komende weken, en hopelijk zelfs ook komende jaren! 

Bokje met zender

Ten slotte zijn begin januari nog een weekje in het Zwarte Woud in Duitsland geweest. Vogels en natuur hebben weinig aandacht gekregen, maar desalniettemin was een waarneming van een drieteenspecht erg leuk. Een exemplaar liet zich op een paar meter schitterend bekijken! Verder waren het de rode wouwen, zwarte specht, nog wat matkoppen, grote zaagbekken en vossen die we zagen.  



Drieteenspecht