vrijdag 28 juli 2017

Vakantie in het akkerland van Engeland

Van 14 t/m 28 juli zijn we met het gezin twee weken in Engeland geweest. We zaten in Wiltshire, een graafschrap in het zuidwesten van Engeland, nabij Trowbridge. Qua natuur is het altijd weer een verrassing wat je tegenkomt in die twee weken, dus dat was ook nu weer het geval. Al met al bleek er nog genoeg te zien, maar het begon natuurlijk met de bootreis van Duinkerke naar Dover.

Bij het oversteken van het Kanaal moet je maar denken dat alles kan, zo goed als al de zeevogels die we in Nederland zien komen hier immers doorheen. Dat bleek ook wel uit de waarneming van de Duitse wenkbrauwalbatros van een ferry in Belgisch vaarwater... De heenreis moest ik het echter doen met een kuifaalscholver, wat mooie jan-van-genten langs de boot en nog aardige aantallen drieteenmeeuwen. Toch niet onaardig.
Jan-van-genten
Bij aankomst in Engeland werden we natuurlijk verwelkomt door de mooie witte krijtrotsen, ook zeker niet onaardig.
Krijtrotsen
In de twee weken dat we op vakantie waren hebben we in twee huisjes gezeten, maar beide lagen in ongeveer hetzelfde type landschap. We zaten in beide gevallen namelijk aan de rand van het Salisbury Plain. Dit grootste kalkgraslandgebied van Noordwest-Europa is militair oefenterrein en helaas dus ontoegankelijk.



Langs de randen van dit reservaat liggen echter uitgestrekte akkers die ook val van vogelsoorten herbergden. Zo werd ik de eerste ochtend verrast door grauwe gorzen, waarvan ik deze vakantie genoeg exemplaren te zien kreeg. Fraaie vogels!

Grauwe gorzen
Ze waren overigens niet altijd even makkelijk te vinden, in graanvelden was dat soms nog verdraaid lastig...
Grauwe gors
Naast grauwe gorzen wordt het akkergebied en de randen van het militaire terrein bewoont door veel kneuen, putters, veldleeuweriken en hier een daar wat geelgorzen. Op een enkele plek trof ik een fraaie Engelse kwikstaart aan en liep ik een enkele rode patrijs tegen het lijf. Deze laatste zijn hier overigens ooit uitgezet voor de jacht en doen het volgens mij uitstekend.

Geelgors
Engelse kwikstaart
Het uitzetten van vogels is in Engeland niet alleen met de rode patrijs gedaan, maar ook nog met tal van andere soorten. Cirlgorzen, kraanvogels, zeearend, van alles wordt uitgezet in dit land. Op het Salisbury Plain zijn het de grote trappen die worden uitgezet, nadat hier in 1832 de laatste werd doodgeschoten.

Een bezoek aan dit programma, wat vlakbij ons vakantieadres bleek te zijn, was erg leerzaam en we zagen ook een uitgezette grote trap rondlopen. Dit exemplaar kwam nieuwsgierig kijken bij de 'nieuwe' vogels uit Spanje, die over enkele weken losgelaten zouden worden. Erg interessant om te kijken hoe deze vorm van natuurbeheer hier in z'n werk gaat!



Grote trap

Zie hier voor meer informatie over het uitzetten van deze prachtige vogels.
Bijna klaar om uitgezet te worden
Naast deze vorm van beheer voor de grote trappen, vind ik ander natuurbeheer plaats in de uitgestrekte akkergebieden. Zo worden op de akkers elk jaar stukjes braak gelaten, en wel voor grielen. Deze prachtige vogelsoort houdt namelijk van kale, braakliggende grond, en de 'patches' bleken naar verluid dan ook vrijwel allemaal bezet door een paartje. Op onze laatste dag zag ik pas echter mijn eerste grielen, en wel een groepje van vier!
Grieeln
Broedgebied griel
De hoop om ergens nog een geringde meeuw af te lezen zorgde ervoor dat ik de heel vakantie naar deze vriend uitkeek. Een ring leverde dat helaas niet op, wel zag ik in veel steden dakkolonies van deze, niet altijd erg geliefde, vogels.
Familie kleine mantelmeeuwen
Op deze industrieterreinen waren overigens ook vaak rouwkwikstaarten te vinden, die in Engeland voorkomen in plaats van de witte kwikstaarten in Nederland. Interessant om de variatie binnen deze soort te zien.
Rouwkwikstaarten
Naast vogels was het qua andere dieren niet heel spannend, overal zaten echter veel wel greppelsprinkhanen en kwam ik nog op een plek twee zoemertjes tegen terwijl de leukste vlinder van de vakantie langs vloog: een dambordje.
Greppelsprinkhaan
Man (boven) en vrouw (onder) zoemertje
Al met al een mooie en afwisselende vakantie gehad in Engeland!

Wiltshire

donderdag 13 juli 2017

Visdieven ringen in rustig zomerweer

De eerste dagen van mijn vakantie had ik nog genoeg verplichtingen om niet te gaan vogelen, maar vandaag is er gelukkig nog tijd. Het is zo begin juli nog wel echt zomer met veel jonge zangvogels overal, alhoewel de steltlopertrek bijvoorbeeld al in volle gang is. Goede soorten zitten daar helaas nog niet bij in de Crezée- of Sophiapolder, maar in Waalbos is het paartje steltkluut dat één jong heeft groot gebracht nog wel aanwezig. Daarnaast is het tam met wat gebruikelijke geelpoot- en pontische meeuw, groepjes gele kwikstaarten en in het zomerweer natuurlijk ook de nodige vlinders, zoals bruin blauwtjes en hooibeestjes. 
Bruin blauwtje
In dat nog rustige zomerweer is natuurlijk ook nog tijd voor extra zaken. Een maand geleden trof ik op de Sophiapolder namelijke een kolonie visdieven aan op het aangelegde schelpeneiland. Navraag om deze te kunnen ringen leidde tot de actie van vanavond, waarbij ringers Roel Meijer en Ad Kooij met Laurens van der Wind en mijn persoon naar de overkant varen. Als we bij de kolonie aankomen vliegen er genoeg vogels boven en schatten we het toch wel op 15-20 paar. Mooi! Ook de eerste jonge vliegen al rond, maar daarentegen liggen er ook nog nesten met eieren. 

De kuikens vinden die 'ringbaar' zijn valt echter nog niet mee, deze exemplaren verstoppen zich snel in de vegetatie. Ondanks dat weten we nog zes vogels te ringen. Mooi! Hopelijk gaan we deze nog terugzien, wie weet.
Visdief

Als het schelpeneiland nog wordt aangepast kan het volgend jaar wellicht nog beter worden met het ringen. Het is daarbij belangrijk om schuilplaatsen voor de jongen te creëren, zodat je ze makkelijk kan vinden als ze geringd moeten worden. We zijn in ieder geval benieuwd hoe het zich gaat ontwikkelen! 
Visdief

zaterdag 8 juli 2017

Mooie vangsten bij De Glinte

Als assistent ring ik normaal gesproken bij Vogelringstation Meijendel, maar soms is het leuk om even buiten de deur te kijken. Ringplaats De Glinte in de Kamperhoek, in Flevoland, leek me wel een leuke plek, dus om 4:00 stap ik vanochtend in de auto. Twee weken geleden ging het bezoek helaas niet door vanwege slecht weer, maar voor vandaag ziet het er prima uit. Niet teveel zon en ook niet teveel wind.

Bij aankomst op de ringbaan is het nog rustig in de netten, ik ben gelukkig op tijd! Soorten die we niet vangen in Meijendel zijn bijvoorbeeld blauwborst, baardman en appelvink, dat zijn dus de soorten waar ik wel op hoopte. Met name die laatste lijkt me fantastisch in de hand... Met de vaste ringers Mervyn Roos en Hans Wagenaar en een aantal vrijwilligers gaat het ringen van de vogels vlot, het zijn er immers genoeg. In de ochtend zijn het grote vangsten, maar ook in de middag loopt het nog lekker door. Uiteindelijk vangen 262 exemplaren, waarvan we ruim 200 nieuw ringen. Een prachtig resultaat!

Ook wat soortendiversiteit betreft is het goed met wel 23 soorten, helaas wel zonder appelvink... Baardmannetjes vangen we gelukkig wel, en ook in alle geslachten en kleden. Wat een fraaie beestjes zo in de hand, schitterend! De knalgele snavel is het kenmerk voor de man, dat hebben ze al in het nest, terwijl de vrouw een meer smoezelige snavelkleur heeft. De leeftijd van baardmannen is te bepalen aan de hand van p1, de onderste handpen (buitenste veren van de vleugel) op de foto. Deze is langer dan de handpendekveren, ofwel de veren die over de handpennen liggen.

Jonge baardman vrouw
Jonge baardman man
Oude baardman vrouw
Oude baardman man
We vangen ook nog een drietal blauwborsten, tevens een soort die ik nog niet veel heb. Het zijn wel allemaal jonge beesten, geen mooie mannetjes, maar dat mag de pret niet drukken.
Jonge blauwborst
Qua rietvogels is het dus een goed gebied, terwijl rietzanger en sprinkhaanzanger hier opvallend zeldzaam te noemen zijn. We vangen met name veel kleine karekieten, een enkele bosrietzanger, een tiental rietgorzen maar ook nog twee jonge cetti's zangers, een soort die hier dus ook broedt. In de Biesbosch zag ik al vaker cetti's zangers, maar nu dus ook de jonge exemplaren, met hun smalle staartpennen. Dat zijn er overigens slechts tien, de enige zangvogel met tien staartpennen.
Jonge cetti's zanger
In de loop van de ochtend denk ik een derde cetti's zanger uit het net te halen, maar dat blijkt toch niet te kloppen. Het beestje telt immers twaalf staartpennen en is toch over het geheel flink anders. Het is namelijk een snor! Ook pas mijn tweede vangst van deze soort, dus extra leerzaam allemaal.
Jonge snor
In dit relatief natte bos en wilgenland zitten ook matkoppen. In de duinen hebben we alleen glanskoppen, dus deze soort ving ik ook slechts eenmaal eerder. Gelukkig hangt er vandaag ook weer eentje in het net, mooi!

Matkop

In de opstelling van de netten staan hier ook twee hoge hijsnetten. Dit zijn de netten waar soorten als koekoek en appelvink worden gevangen, maar vandaag helaas niet. Wel hangt er een grote bonte specht in en ook een groepje van vijf spreeuwen. Vooral die laatste is nog redelijk nieuw voor me, we vangen ze niet veel in Meijendel, dus erg leerzaam ze zo te zien. Het zijn jonge beestjes die al beginnen met ruien. Het geslacht is overigens eenvoudig vast te stellen, de vrouwtjes hebben namelijk een lichte ring in hun oog, terwijl dat bij de mannetjes ontbreekt.
Grote bonte specht
Vrouw (links) en man spreeuw
De rui is begonnen
Als ik om 18:00 weer binnen stap in Hendrik-Ido-Ambacht heb ik een lange, maar zeer leerzame en productieve dag achter de rug. Voor de totale vangst, zie hier.

vrijdag 7 juli 2017

Van Amsterdammer tot sprinkhanen in de Crezéepolder

De Crezéepolder is toch wel waar het in deze tijd moet gaan gebeuren. De steltlopertrek is toch langzaamaan aangetrokken, dus een leuke strandloper moet toch hier wel lukken de komende tijd. Gisteren en vandaag loop ik dus de polder helemaal rond en check ik hem zo goed als mogelijk. Dat levert bijvoorbeeld honderden kemphanen op, 160 grutto's (waaronder 140 juvenielen), kleine en grote zilverreiger, zomertalingen, slechtvalk, weer nieuwe pullen van kievit, tureluur en kluut en ook de eerste bontbekplevier weer van het najaar. De trek zit toch in de lucht!
Kleine zilverreiger
Daarnaast heb ik gisterenmiddag de hele dijk geteld voor gouden sprinkhanen. In de polder zit namelijk de enige bekende populatie van deze soort in Zuid-Holland. Een telling gisteren leverde echter minimaal 96 baltsende individuen op, waardoor het toch ook wel een echt grote populatie is! Bijzonder dat ze hier zitten en in de omgeving verder niet!

Gouden sprinkhaan
In de polder zit verder ook al enkele weken een groeiend aantal lepelaars, tot wel zeventig exemplaren. Vanavond zag ik daar eindelijk een geringd exemplaar tussen. Na de vogel gemeld te hebben bleek het een jong te zijn van de Kinseldam, te Durgerdam (vlakbij Amsterdam). Kennelijk is het beest met zijn ouders aan het zwerven geslagen en zo in de voedselrijke Crezéepolder terechtgekomen. Leuk!
Geringde lepelaar uit Amsterdam