zaterdag 29 februari 2020

Onverwachte kraanvogels!!

Vanochtend moet ik met Yvonne de Geus een excursie leiden in het Waalbos, maar voordat ik die kant op ga stip ik eerst nog de nodige huismussen in Ambacht in. Er blijken er toch flink wat te zitten... In het Waalbos fiets ik eerst nog een rondje in de hoop op het eerste kievitsnest, maar dat blijkt helaas nog niet aanwezig. Wel zijn de kieviten al volop aanwezig en wordt ook al gebaltst!
Het Waalbos ligt er door de nattigheid prachtig bij! 
Met een klein groepje lopen we vervolgens rond 10u het gebied in, waarbij de verwachtingen niet erg hoog gespannen zijn. We kijken naar groenlingen, waterhoenen, scholeksters en een leuke winterkoning. Er is genoeg te zien, tot ik opeens een groep grote vogels opmerk. Met de kijker erop is het gelijk duidelijk wat het zijn: kraanvogels! De groep van 21 vogels komt vervolgens schitterend langs, erg gaaf! Met de zuidwesten wind van de laatste tijd had ik helemaal geen kraanvogels verwacht, maar kennelijk zegt dat toch niet alles.
Kraanvogels
De groep vliegt in de baan die ze vrijwel altijd pakken. 's Ochtends vroeg bleek de groep al opgemerkt in Zeebrugge (8:46) en ook in Zeeland werden ze opgemerkt. Mijn theorie is dat als ze de randstad naderen, dat ze hun koers verleggen richting noordoost om al de havens, schoorstenen en torens te mijden. Om dan ook nog om Dordrecht heen te vliegen is vaak net iets teveel van het goede, zodat ze precies tussen Ambacht en Ridderkerk doorvliegen. Over deze smalle strook komen in het voorjaar opvallend vaak de groepen kraanvogels, maar ook roofvogels lijken deze route te prefereren. Interessant! Na het Waalbos werd de groep nog tot in Lunetten (12:15) gezien, zodat ze gemiddeld 60 km/u hebben gevlogen.
Kraanvogels
Na deze bonus kan de excursie niet meer stuk en genieten we nog van de variatie tussen wintertalingen, tafeleenden, slobeenden en smienten. Prachtige vogels zijn dat eigenlijk!

Aangezien ik vanmiddag nog de tijd en een auto tot mijn beschikking heb, kam ik de Rotterdamse havens nog uit. Wie weet heeft het onstuimige weer nog een roodkeelduiker of iets dergelijks de havens in geblazen? Hoe ik ook zoek, een goede soort zit er weer niet in. Helaas... De score blijft steken bij roeken, slechtvalk, scholeksters, grote mantelmeeuwen, kneuen en dodaarzen. De leukste waarneming van de middag is wel een nijlgans, die geringd is in België. Mijn eerste aflezingen van deze soort uit dat land!
Belgische nijlgans R-CS

zaterdag 22 februari 2020

Leuke soorten tussen de bedrijven door

De laatste tijd heb ik vooral tussen de bedrijven door wat gevogeld, maar vooral ook tijdens het werk. Afgelopen week was ik bijvoorbeeld voor een vogeltelling op de Zandmotor, nabij Ter Heijde. Ondanks de harde wind was genieten! Op het strand kwam ik gelijk een groep van 18 sneeuwgorzen tegen, stond een groep drieteenstrandlopers met de kop in de wind en was zelfs een grote jager even kort ter plaatse. Heerlijk!
Sneeuwgors
Drieteenstrandlopers
Grote jager
Een telling afgelopen vrijdag op de Utrechtse Heuvelrug leverde juist weer andere soorten op, zoals boomleeuwerik, grote lijster en kleine bonte specht.
Boomleeuweriken
Grote lijster
Na de bedrijvigheden overdag was een poging om houtsnippen te vangen in de Zegenpolder helaas niet succesvol en kwam ik nog slechts één exemplaar tegen. Wel lukt het weer een waterpieper te ringen langs de Devel, waar naar schatting nog zo'n 90 waterpiepers sliepen. Overigens is het daar ook qua andere soorten nooit vervelend, met cetti's zangers, havik, ransuil en grote zilverreigers. 
Waterpieper
Heel opmerkelijk was ook de boerenzwaluw die afgelopen week werd opgemerkt bij de Gaatkensplas. Zo'n geval eind februari is werkelijk uitzonderlijk in Nederland, dus ook ik kon het niet laten om 'm op te zoeken. Tijdens mijn bezoek was hij honderden meters opgeschoven, waar hij foerageerde boven een zojuist gegierd perceel. Verrassend deze zomergast! 

Vanochtend heb ik nog wat over IJsselmonde gezworven, met name rond de Devel en in het Waalbos. Veel verrassends leverde dat niet op, maar twee grote zaagbekken op de Waal, de eerste baltsende kieviten weer in het Waalbos en twee keer een havik waren toch de moeite waard! 

zaterdag 15 februari 2020

Huismussen en een wintertelling

Op de zaterdagen ben ik de laatste tijd ook druk met andere zaken, maar vanochtend staat de wintertelling van de Sophiapolder nog op het programma. Het pontje ligt in het dok voor reparatie, dus vandaag doe ik de telling even vanaf de kan. Onderweg naar de Veersedijk ben ik echter nog druk met het instippen van huismussen. Dit broedseizoen wil ik al de huismussen in de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht in beeld hebben. Zo stip ik ook deze ochtend weer de nodige mussen in. Een leuke bezigheid en het zijn natuurlijk schitterende beestjes!
Huismussen
Eenmaal op de Veersedijk blijkt het water op de Sophiapolder nog flink hoog te staan. Het tellen vanaf de vaste kant gaat dan aanzienlijk makkelijker, omdat vrijwel het hele eiland dan goed te overzien is. De aantallen zijn zoals verwacht laag, omdat door het hoge water het eiland minder aantrekkelijker is voor vogels om te foerageren. Ook nauwelijks eenden zijn aanwezig. Op de vlonders rust een mooie groep van 33 scholeksters, maar ook een slechtvalk zit daar uit te rusten. Verder is een groep van 14 pijlstaarten altijd fraai en lopen er zowaar 8 kolganzen op de dijk. Deze tellen we niet vaak tijdens de wintertellingen!
Slechtvalk en afgekalfde oevers...

vrijdag 14 februari 2020

Meeuwen zijn schaars dit jaar, maar toch aflezingen

Door de zachte en natte winter is het een slechte winter geweest om veel ringen van meeuwen af te lezen. De meeste meeuwen blijven buiten de stad en ook het weer om door Rotterdam-Zuid te fietsen is niet ideaal. Daarnaast had ik veel minder tijd, maar vandaag kan ik alsnog een dagje de stad in. Met voldoende kruimels in de fietstassen leg ik de gebruikelijke ronde af, via Ridderkerk richting Keizerswaard. Het duurt even voor ik de eerste kokmeeuw aflees, maar uiteindelijk zitten op veel plekken toch nog wel meeuwen, alleen minder. Bij Keizerswaard tref ik zo een bekende Deense kokmeeuw en ook is een wilde eend weer present. Deze is geringd in de eendenkooi van Strijen.
Deense kokmeeuw
Wilde eend uit Strijen
Ook is op de meeste plekken alweer een enkele kleine mantelmeeuw aanwezig, maar de aantallen zijn nog laag. Ondanks dat tref ik bij Britsenburg alweer mijn eerste geringde exemplaar, een Nederlands beest uit vermoedelijk de Rotterdamse havens. Toch leuk! In het Zuiderpark is slechts één van de kokmeeuwen aanwezig die vorig jaar op deze plek zijn geringd, maar een Noorse kokmeeuw is zoals altijd wel trouw present.  
Nederlandse kleine mantelmeeuw
Langs de Boergoensevliet lees ik even later nog drie kokmeeuwen met metalen ringen af; allen bekende exemplaren. De Kroaat die hier normaal overwintert is niet aanwezig, maar als ik even later langs de Nieuwe Maas voer komt hij daar opeens aanvliegen. Leuk! Ook halsbandparkieten laten zich nog leuk bekijken, toch wel mooie beesten als je ernaar kijkt, maar dat doe je niet zo vaak eigenlijk... 
Halsbandparkiet
Kroaatische kokmeeuw W-S76E
Ook de rest van de plekken in de stad blijken rustig, maar hier en daar lees ik nog geringde meeuwen af. Met name bekende uit eerdere jaren en uiteindelijk zie ik vandaag slechts één kokmeeuw die ik nooit eerder heb gezien: een Pool, Y-TR7H. Al met al dus een relatief rustige dag, maar uiteindelijk toch nog 30 aflezingen!
Poolse kokmeeuw Y-TR7H

maandag 10 februari 2020

Hoog water in de Crezéepolder

Dankzij een harde westenwind en hoge afvoer over de rivieren, stond het water in de Noord vanmiddag bijzonder hoog. In de Crezéepolder, waar de dijk enkele jaren geleden is doorgestoken, stond het water op een hoogte die nog niet was voorgekomen. Blijft een prachtig gezicht om het water te zien komen en hoe de natuur daaronder kwijnt en profiteert.
Crezéepolder
Meeuwen waren volop bezig met het vissen van zwemmende muizen en mollen. Ze hingen in een flinke groep boven het veld dat steeds verder onder liep. Roodborsten, waterpiepers en cetti's zangers redden zichzelf op het drijvende riet en in de restanten van de kragen die nog boven het water uitstaken.
Roodborst
Crezéepolder
Cetti's zanger - zelfs nu nog lastig...
De steltlopers weten ook niet goed wat te doen. Een flinke groep scholeksters komt nog aan vanaf de Sophiapolder, waar waarschijnlijk ook geen droog plekje meer te vinden was. De overwinterende oeverloper had de brugleuning nog om droge voeten te houden.
Oeverloper
Al met al vallen de gevolgen voor het hoge water voor vogels nog wel mee, die vleugels zijn tóch wel handig natuurlijk...

zaterdag 8 februari 2020

O.a. appelvinken bij gebrek aan meeuwen...

De laatste weken is op IJsselmonde alles goed uitgekamd naar zeldzame soorten, zodat de kans niet groot is om een goede soort te vinden. Afgelopen zaterdag heb ik nog maar in wat onbekendere stukken gezocht zoals langs de Pruimendijk en in Polder Oud-Reijerwaard. Deze polder ligt momenteel voor een groot deel braak, waardoor het toch nog wel spannend vogelen is. In de natte stukken vond ik uiteindelijk vier verschillende bokjes, maar ook tal van watersnippen hielden zich op. In het gras liepen tegen de vijftig graspiepers en ook bleken enkele veldleeuweriken aanwezig. Wie weet dat ze hier nog een broedgeval gaan proberen?! Zou tof zijn!
Polder Oud-Reijerwaard
Met enige regelmaat probeer ik ook nog waterpiepers te ringen in de Devel, wat meestal toch wel resulteert in één of twee vangsten. Het blijven fantastische beesten! Terugvangsten heb ik helaas nog niet gehad. 
Waterpieper
Vandaag besluit ik weer eens een rondje te maken door Zwijndrecht, voornamelijk ook om kokmeeuwen af te lezen. Al snel blijkt dat er weinig meeuwen in de bebouwde kom zitten en dat ze al helemaal slecht reageren op de kruimels. Eén bekende Poolse kokmeeuw kom ik tegen, maar verder is het heel rustig. Leuk is wel de zwartkopmeeuw die in Ambacht overwintert en welke ik op een afwijkende locatie, in de Volgerlanden, tegenkom. 
Zwartkopmeeuw
In Zwijndrecht bezoek ik daarna nog het Develpark, waar deze winter enkele appelvinken verblijven. Het duurt niet lang voordat ik ze gevonden heb en een groepje van de boomknoppen zie eten. Een prachtige soort die gaaf blijft om te zien. 
Appelvink
Langs de Oude Maas check ik ook de haven waar enkele honderden kuifeenden verblijven en welke ook goed te zijn controleren. We dachten altijd dat deze groep, die foerageert bij een graansilo of iets dergelijk, onzichtbaar was, maar dat blijkt niet het geval. Tussen de eenden tref ik vanochtend echter geen zeldzaamheid zoals een topper of ringsnaveleend (je weet het nooit...), maar een slechtvalk laat zich op een loods nog leuk bekijken. Het exemplaar blijkt geringd, maar door de afstand is de ring helaas niet af te lezen. 
Slechtvalk
Vanavond hebben we met zo'n 15 vogelaars de overnachtende meeuwen op de Sophiapolder geteld. Door het eiland te omsingelen konden we een goed beeld krijgen waar de duizenden kokmeeuwen, ruim 900 zilvermeeuwen en andere meeuwensoorten ongeveer vandaan komen. Een nuttig en leuk projectje!

zaterdag 25 januari 2020

Een overwinterende geelgors

Afgelopen week heb ik me tussen de bedrijven door ook nog wel wat met vogels vermaakt, met name gisteren. Tellingen van akkervogels in de Utrecht en de Hoeksche Waard leverde als hoogtepunt een prachtige klucht patrijzen op. Die zie je eigenlijk veel te weinig en het gaat er ook niet best mee, ook niet in de Hoeksche Waard. Erg jammer natuurlijk en dit was in het deel waar de meeste territoria nog zitten, nabij Nieuw-Beijerland.
Patrijzen
Gisterenavond leverde een telling van de meeuwenslaapplaats op de Sophiapolder overigens nog hoge aantallen op. Zo kwam ik op bijna 1200 zilvermeeuwen, 5000 kok- en ca. 500 stormmeeuwen. Daartussen stonden nog eens min. 16 kleine mantelmeeuwen, 18 pontische en 6 geelpootmeeuwen. De kleine burgemeester die misschien nog steeds rondhangt in de buurt stond er helaas niet tussen, of althans, die zag ik niet staan... 

Vanmiddag heb ik weer eens tijd om het hele Waalbos door te struinen. Een flink gebied waar ook zomaar nog een verrassing kan zitten. Het is erg onoverzichtelijk, dus wie weet. Stiekem hoop ik daarbij nog op de geelgors die eind december in het gebied was gevonden. Het zou natuurlijk zomaar kunnen dat die nog rondhangt! 
Waalbos
Na enige tijd tref ik de grote groep spreeuwen, kramsvogels, koperwieken, vinken, putters en rietgorzen, die gezamenlijk rondtrekken door de polder. Zo lijkt het. Bij het opvliegen van een deel van de groep hoor ik het bekende 'prutteltje' van een geelgors. Leuk, die zit er dus nog! Even later laat hij zich op enige afstand ook nog aardig in een boompje bekijken.

Naast deze flinke groep zangvogels is het gebied ook nog steeds in trek bij muizeneters. Zeker 8 torenvalken en buizerds hangen nog rond, maar ook een blauwe kiekendief is kortstondig jagend ter plaatse. Wat een gave beesten zijn dat toch! Overigens laten de roofvogels (ik denk tenminste dat het de roofvogels zijn) ook nog andere sporen na. In het hek zag ik namelijk een rat en een egel hangen. Per toeval laten vallen of zit daar wat achter?! Ik kon het zo snel niet bedenken... 
Bruine rat
Egel
Als even later Matthieu en Rutger Plaisier zijn gearriveerd is het nog een hele zoektocht om de geelgors nog een keer terug te vinden. Uiteindelijk lukt dat toch nog en zit hij in z'n eentje een paar minuten in een boompje te roepen. Hij laat zich nu een stuk beter zien dan eerder vanmiddag. Een fraai beest en de eerste overwinteraar op IJsselmonde voor zover bekend! 
Geelgors

zaterdag 18 januari 2020

De midwintertelling op de Sophiapolder

De laatste tijd heb ik het ook in het weekend vaak druk met andere zaken, dus het vogelen is wat minder. Zeker ook de rondjes naar Rotterdam-Zuid voor meeuwen schieten er deze winter helaas bij in. Gisteren nog wel en dag door de Hoeksche Waard gezworven om wintervogels te tellen, maar dat leverde weinig verrassend soorten op. Vanochtend staat echter de wintertelling op de Sophiapolder weer op het programma, zodat Laurens van der Wind, Hans Bossenbroek en ik met het pontje weer overgezet moeten worden. Het water staat flink hoog deze keer, wat het tellen aanzienlijk makkelijker maakt.

Voor de telling begint post ik nog in de Crezéepolder voor slapende ganzen, maar daar slaapt deze winter vrijwel niks. Op de Sophiapolder blijken echter ruim 500 brandganzen de nacht te hebben doorgebracht. Leuk! We beginnen telling vervolgens op de noordpunt, waar we in de ruigte een houtsnip opstoten en waar de cetti's zanger nog steeds ter plaatse blijkt te zijn. Ook staat bij aankomst een prachtige pontische meeuw op de meerpalen ons op te wachten. Altijd leuk! Op het water drijven verder nog ruim 400 wintertalingen en de nodige krakeenden, smienten en 21 pijlstaarten. De meeste eenden zijn alweer prachtig op kleur! De talrijkste vogel van de ochtend betreft grauwe gans, waar we ruim 1100 exemplaren van tellen.
Wintertalingen
Als de meeste vogels op het water geteld zijn gaan we rustig richting het zuiden lopen. Voordat we de noordpunt verlaten komt echter een flinke groep rietganzen onze kant op. Als we de korte nekken en blauwgrijze bovenvleugels zien is het wel duidelijk dat het om kleine rietganzen gaat. Erg leuk, een groep van wel 92 exemplaren!

Op de dijk wandelend naar het zuiden wordt wel weer duidelijk wat een kracht het water en de wind heeft. De dijk kalft steeds verder af en het gaat geen jaren meer duren voordat die op sommige plaatsen is verdwenen, denk ik... Als er niks gebeurd qua maatregelen uiteraard.
't Is maar een smal dijkje met hoog water
De vlonders blijken goed vol te zitten met meeuwen, aalscholvers en kieviten. Daartussen rusten ook nog zeker 11 scholekster en een bonte strandloper. Toch leuk! Al met al weer een geslaagde telling met bijna 3000 vogels! Wat de aantallen betreft is de Sophiapolder daarmee toch het belangrijkste gebied voor watervogels op het eiland IJsselmonde.
Veel vogels op de vlonder (kokmeeuw, bergeend, scholekster, kievit, aalscholver)

maandag 6 januari 2020

Twee mooie vangsten!

Aan het eind van de middag ga ik na het werk weer eens een poging wagen om waterpiepers te ringen. De laatste keren lukte het telkens maar om slechts 1-2 exemplaren te vangen. Na oktober reageren ze aanzienlijk minder op geluid. Ondanks dat de aantallen weer traditiegetrouw hoog zijn op de slaapplaats (ik tel zeker 85  invallend exemplaren), vang ik weer slechts één exemplaar. Verder klinken in het riet weer overal de roepjes van cetti's zangers en foerageert nog een grote zilverreiger vlakbij de Devel. Kramsvogels en ook spreeuwen spoeden zich naar hun slaapplaatsen.
Waterpieper
Na het avondeten besluit ik vanavond weer eens richting de Zegenpolder te gaan. Er staat wat wind, waardoor het vangen van een houtsnip wellicht weer eens moet lukken. Al struinend door de polder zitten er inderdaad nog genoeg snippen, waaronder een bokje, ca. 20 watersnippen en uiteindelijk ook weer 8 houtsnippen. Ook lukt het weer om een exemplaar te vangen, prachtig! Het is de derde vangst deze winter, wat een schitterende vogels zijn het. 
O.b.v. de ruigrens (de meest rechste veer is oud) betreft het een 2kj vogel, geboren in 2019. 
Houtsnip
Al met al vanmiddag en vanavond dus slechts twee vogels geringd, maar wel van het soort exemplaren waarvan je er niet veel hoeft te hebben om een succesvolle vangst te hebben...

zaterdag 4 januari 2020

Rotterdamse havens weer uitgekamd, maar helaas...

In de leuke natuurgebieden op IJsselmonde komen met grote regelmaat vogelaars. In sommige delen worden daarentegen wat minder intensief gevogeld, met name richting het westen van het eiland. De havens rond Pernis vormen daarbij de grootste blinde vlek op het eiland. Daar komt zelden een vogelaar, wat ook weer niet geheel onterecht is... Ondanks dat denk ik toch dat het een locatie is waar nog wel eens een echte goede soort kan opduiken. Een roodkeelduiker ofzo, of opeens een verzwakte zeekoet... Vanaf het westelijke puntje is het tenslotte maar een krappe 20 km naar de kust. Niet veel, toch?!

De meeste kans op een goede soort maak je denk ik na een hevige westerstorm of een strenge vorstperiode. Beide scenario's zitten er voorlopig niet in, dus dan moet 't maar zonder theorie gebeuren. Een kuifaalscholver zou altijd toch wel moeten kunnen?! Om half tien begin ik vanochtend mijn zoektocht in het westelijke deel, langs de Vondelingenweg. Op de Oude-Maas zitten veel krakeenden, een enkele fuut en wat grauwe ganzen. Een groepje vinken vliegt langs en in wat ruigte stoot ik drie zanglijsters en nota bene een houtsnip op. Het exemplaar blijkt het echter niet helemaal meer te doen en is misschien tegen een hek gevlogen?!
Houtsnip
Langs de weg en in de spaarzame struikjes foerageren spreeuwen, vinken, zwarte kraaien en zilvermeeuwen. Ook kom je hier en daar nog wat houtduiven en natuurlijk eksters tegen. Een witte kwikstaart vliegt nog over, terwijl op het water van de Nieuwe-Maas eigenlijk niks te zien is. Op twee meerkoeten na dan.
Fuut
De daadwerkelijke havens zijn echter altijd lastig te overzien. De oevers staan compleet volgebouwd met installaties van Shell, helaas. Op enkele punten is nog over de 1e en 2de Petroleumhaven te kijken. Dat levert eigenlijk alleen de gebruikelijke soorten op: aalscholvers, futen, meerkoeten en krakeenden. Meer zwemt er niet rond.
2e Petroleumhaven
Op één van de installaties landt nog wel een slechtvalk. Een broedvogel van het terrein. Het blijkt een geringd individu, maar door de afstand lukt het me helaas niet om de kleurring af te lezen. Wel een leuke soort natuurlijk!
Slechtvalk
In wat groenere delen kom ik nog enkele fazanten tegen en in een klein haventje langs de Nieuwe-Maas dobbert zowaar een dodaars rond. 24 kieviten rusten op de basaltblokken en verder is het veel van hetzelfde. In de Waalhaven, ondertussen alweer kilometers naar het oosten, foerageren nog een aantal roeken die daar in een kolonie op Heijplaat broeden. Ook tref ik nog een dodaars aan. Verder vliegt nog een kneu over en tref ik uiteindelijk de leukste soort van de ochtend. Vanaf de oever vliegt opeens een oeverloper op. Altijd leuk zo'n overwinterend exemplaar!
Krakeend
Verder blijkt, hoe ik ook zoek, niks meer te vinden te zijn in dit grootst gegraven havenbassin van Europa. Het zit er gewoon niet, of in ieder geval niet op plekken waar je het kan zien. Toch maar hopen dus op die westerstorm of die strenge vorstperiode...
Aalscholver met paling
Vanavond post ik met anderen weer bij de Sophiapolder voor de kleine burgemeester. Het blijkt nu niet zo makkelijk te worden als gisteren, want omdat het water lager staat zijn de meeuwen onrustig. De kokmeeuwen vertrekken richting het zuiden om elders de slapen, terwijl de grote meeuwen rondvliegen en niet keurig op de steiger gaan staan... Tja... Opeens zie ik dan de vogel bij de noordpunt in de groep meeuwen staan. Het lukt een enkeling om de vogel op te pikken vanaf de kraan, maar dan vliegt hij alweer op. Snel spoeden we ons naar de noordelijke inlaat die beter is te zien vanaf de Karwei, maar door het invallende duister en de onrustige groep krijgen we de vogel helaas niet meer in beeld. Een makkie is 't niet...

vrijdag 3 januari 2020

Kleine burgemeester in Ambacht!

Na een dag telwerk voor de Grauwe kiekendief, blijkt 's middags een kleine burgemeester ontdekt te zijn op de vuiloverslag in Dordrecht. Aangezien meeuwen uit de grote omgeving op de Sophiapolder slapen, is de kans aanzienlijk dat dit exemplaar vanavond ook zal doen. Van veel meeuwen die o.a. op de vuiloverslag foerageren is bekend dat die op het eiland in de Noord (op IJsselmonde dus), slapen. Het zou in dat geval nog een nieuwe soort voor mijn 'Ambacht-lijst' betekenen. Reden te meer dus om het eind van de middag te gaan posten voor deze dwaalgast uit Noord-Amerika en Groenland!

Vanaf 16u zit ik op de kraan met o.a. Hans Bossenbroek en komen inderdaad volop meeuwen binnen vanuit het zuiden. Ook aan de overkant van de rivier wordt nog gepost, daar om 'm op de Alblasserwaardlijst te krijgen. Het eiland vult zich gestaag met duizenden meeuwen, waaronder ook de nodige geelpoot- en pontische meeuwen. Om 16:57 is het dan eindelijk zover en krijgen we het appje dat de vogel nú langs Papendrecht vliegt. Enkele seconden later zien we 'm boven het eiland komen en achter de vlonder in vallen. Mooi! Hij laat zich kort zwemmend zien, maar verdwijnt dan achter de vlonder en is door de invallende duisternis steeds slechter te zien.
Kleine burgemeester
Desalniettemin weer eens een nieuwe soort voor mij in Ambacht, nr. 217 om precies te zijn. Afgelopen jaar zag ik alleen rotgans nieuw, dus leuk om er weer eentje bij te schrijven!