zaterdag 9 mei 2020

Vele rietvogels weer langs de Devel

Vanochtend doe ik weer een BMP-ronde langs de Devel. In deze tijd van het jaar arriveren dagelijks nieuwe zomergasten uit het zuiden, maar nu zullen de meeste kleine karekieten gearriveerd zijn. Afgelopen week had ik geen tijd voor een BMP-ronde, maar kon ik in de polders van Rhoon wel weer kievitskuikens ringen en lukte het om een volwassen scholekster van kleurringen te voorzien. Erg leuk!
Scholekster
In alle vroegte trap ik de telling af langs de Devel en sommige stukken is het behoorlijk lastig om door het vele gezang de stippen op de juiste plaats te zetten. Desalniettemin levert de telling vandaag 66 kleine karekieten, 60 rietzangers, 14 snorren, 26 rietgorzen en 11 cetti's zangers op. Fantastische aantallen en ik ben uiterst benieuwd naar de uiteindelijke resultaten. Het magere aantal van 6 blauwborsten laat zien dat deze soort alweer stil is omdat ze waarschijnlijk nu volop jongen hebben.
Rietgors
Verder laten bruine kiekendieven zich weer fraai bekijken - waarschijnlijk zit er 4 paar - en zie ik ook weer een roerdomp langsvliegen. Het beest landt bovenin het riet, zodat die op afstand ook nog te bekijken is. Dit jaar zitten er twee territoria van deze geheimzinnige vogel, vorig jaar waren dat er drie.

Roerdomp
Bruine kiekendief
Daarnaast hoor ik nog twee waterrallen, ook zo'n geheimzinnige broedvogel, en blijkt de eerste bosrietzanger weer gearriveerd te zijn. Hij zit al volop te zingen!
Bosrietzanger
Net buiten de Devel tref ik een paartje graspiepers, waarvan het mannetje de afgelopen tijd ook zingend is waargenomen. Het is daarmee een territorium en het zou voor het eerst in jaren zijn dat er weer in de Zwijndrechtse Waard wordt gebroed door deze soort. Wie weet!
Graspieper

zaterdag 2 mei 2020

IJsselmonde Big Day 2020 - 115 soorten

Vandaag staat ondanks het coronagebeuren de jaarlijkse Big Day op IJsselmonde op het programma. De teams zijn over het algemeen wat kleiner en verder is ook de gezamenlijke afsluiting op de eindstanden door te geven opgeschort. Gevogeld kan er natuurlijk worden en dit jaar ben ik weer samen met Laurens van der Wind en Laurens van der Padt een team. De afgelopen dagen hebben we tussen de bedrijven door nog wat plekken gecheckt van broedvogels, maar van een goede voorbereiding was niet echt sprake. We gaan er natuurlijk wel voor en zijn benieuwd waar het schip gaat stranden.

Traditiegetrouw willen we gewoon lekker om 00:00 starten, dan hebben we in ieder geval alle tijd. Omdat dit jaar geen afsluiting is, is de eindtijd vastgezet op 21:00 in plaats van 19:00. Meer tijd, maar of het ook meer soorten gaat opleveren?! Met twee auto's rijden we naar de Gaatkensplas, zodat we later op de dag hier nog een auto ter beschikking hebben. Laurens van der Padt sluit om ongeveer 4:00 aan, dus hij is er niet bij als Laurens van der Wind en ik om 00:01 BOSUIL (1) als eerste soort van de dag kunnen bijschrijven. We horen een uilskuiken roepen uit het bosje waar we wisten dat ze zaten. Mooi!

In de Zegenpolder vliegt bij aankomst gelijk de KERKUIL (2) uit de schuur, maar lukt het ons niet om ransuil te vinden. Wel horen we hier nog KLEINE PLEVIER (3), SCHOLEKSTER (4), TURELUUR (5), KIEVIT (6), GRAUWE GANS (7), KRAKEEND (8) en MEERKOET (9) roepen. Een groepje BRANDGANZEN (10) komt roepend over. We zetten hierna koers naar Heijplaat, waar we in de kolonie eerst wat KAUWEN (11) horen en om 00:51 ook een ROEK (12). In Rotterdam zien we de OOIEVAAR (13) trouw op de paal staan, waar ook nog een WILDE EEND (14) aanwezig is. We rijden vervolgens naar Knooppunt Ridderkerk om wat nieuws te proberen. In het plasje willen we namelijk tafeleend in het donker doen, een soort waar overdag vaak nog tijd in gaat zitten. Het duurt even voor we 'm vinden, want eerst zien we nog KNOBBELZWAAN (15), SLOBEEND (16), BLAUWE REIGER (17), KUIFEEND (18), FUUT (19) en WATERHOEN (20). De DODAARS (21) die hier afgelopen jaar succesvol broedde laat nu gelukkig ook van zich horen, waarna we om 1:36 ook een fraai mannetje TAFELEEND (22) zien.

Binnendoor rijden we vervolgens naar de Devel. De Waalweg checken we nog tevergeefs voor ransuil, waarna we uit het riet RIETZANGER (23), SNOR (24), CETTI'S ZANGER (25), KLEINE KAREKIET (26) en gelukkig ook een WATERRAL (27) horen. Een ransuil komen we vervolgens weer niet tegen, maar wel zit nog een mooie kerkuil vlak langs de weg. Ook in Ambacht kunnen we vervolgens ransuil weer niet vinden rondom plekken waarvan we weten dat ze broeden. Blijft toch maar een lastige soort als je geen nest weet waarop gebroed wordt...

Zonder ransuil zitten we dus rond kwart over 3 op de fiets. De route gaat richting de Devel, waar we nog roerdomp moeten hebben. We fietsen door het Waalbos, waar diverse BLAUWBORSTEN (28) zingen, maar om 3:38 ook al een vroege GRASMUS (29). WATERSNIP (30) is hier gelukkig ook nog aanwezig, waarna we Laurens van der Padt ontmoeten bij de Devel. Hij had kort hiervoor al regelmatig de ROERDOMP (31) roepend, maar we moeten toch nog een flinke tijd wachten voor we 'm horen hoempen. Verder zingt al een vroege ROODBORST (32) en een RIETGORS (33), maar verder geen nieuws. We fietsen dus rustig richting het westen en horen onderweg nog een mannetje bosuil en de eerste WINTERKONING (34) van de dag. Rondom de Barendrechtse brug zingen diverse NACHTEGALEN (35) en horen we een ZANGLIJSTER (36). Bij de Jan Gerritsenpolder ratelt een SPRINKHAANZANGER (37) en worden we opgeschrikt door een appje. Een kwartel is gevonden in de Portlandpolder door het team van Richard van Vugt en Daniël de Jong! Daar zijn we al vlakbij en hij ligt keurig op de route!

Vanaf de dijk langs de Carnisse grienden horen we de KWARTEL (38) al snel in de verte roepen, maar even later hebben we hem slechts op enkele meters langs het fietspad door de polder. Schitterend om het geluid om zo'n korte afstand te horen! De vogel verplaatst zich zelfs ook nog over het fietspad, zonder dat we 'm zien. Het is helaas nog net te donker...

Het vogelkoor zwelt ondertussen aan en in de verte horen we een MEREL (39), ZWARTE KRAAI (40), ZWARTKOP (41) en in de polder een ROODBORSTTAPUIT (42). Als we richting het Klein Profijt fietsen vliegt een AALSCHOLVER (43) over en horen we nog een TJIFTJAF (44). In het Klein Profijt gaat het nu zoals altijd snel en volgen MATKOP (45), FITIS (46), TUINFLUITER (47), GEKRAAGDE ROODSTAART (48), KOOLMEES (49), HOUTDUIF (50), PIMPELMEES (51), BOOMKRUIPER (52), VINK (53), GROTE BONTE SPECHT (54), BERGEEND (55), OEVERLOPER (56), KLEINE MANTELMEEUW (57) en STORMMEEUW (58) zich snel achter elkaar op. Om 6:18 horen we vervolgens een APPELVINK (59) uit het wilgenbos roepen. Altijd een lastige soort!
Klein Profijt
We besluiten gezien het weer (er lijkt een flinke bui aan te komen), snel de grienden uit te fietsen om nog even een telling te doen op de dijk. Onderweg naar de dijk schrijven we nog KOKMEEUW (60), GAAI (61), KOEKOEK (62) en VISDIEF (63) bij. Als we op de dijk staat, waar we door de werkzaamheden in de Zegenpolder veel meer uitzicht hebben, vliegt gelijk een roepende WULP (64) langs. Een fijne soort! Aangezien de Zegenpolder nu veel leuker is met steltlopers etc., heeft de telpost een flinke meerwaarde gekregen. De soorten nemen dan ook snel toe, met eerst nog BOERENZWALUW (65) en KLUUT (66) in polder en natuurlijk de SLECHTVALK (67) op 3,7 km in de mast van de Waalhaven. Eén van de TAPUITEN (68) die gisteren in de Zegenpolder foerageerde, loopt er nu ook nog en de KNEUEN (69) vliegen af en aan. Boven de grienden cirkelt een BRUINE KIEKENDIEF (70) en we zijn heel blij met een overvliegende BOOMPIEPER (71). Uiteindelijk horen en zien we vier exemplaren overkomen in de tijd die we hier staan, terwijl we ze elders nergens meer hoorden. Zo trektelling blijkt dan altijd een meerwaarde...
'Telpost' Rhoon
Verder zien we nog HOLENDUIF (72), GROENPOOTRUITER (73), WITTE KWIKSTAART (74), GELE KWIKSTAART (75) en GIERZWALUW (76). Het checken van de polder levert nog verrassend een WINTERTALING (77) op en een groepje van drie TEMMINCKS STRANDLOPERS (78) terwijl een KOLGANS (79) een nog grotere verrassing blijkt! Een GRASPIEPER (80) die hier gisteren onder de dijk zat zit er ook nog steeds, maar ook vliegen nog twee exemplaren langs. Een TURKSE TORTEL (81), SPREEUW (82), ZILVERMEEUW (83), HAVIK (84), TORENVALK (85) en twee keer een REGENWULP (86) vliegen over. Ook een appelvink komt nog luid roepend langs, net als de tweede wulp van de ochtend. Als we in een grote groep kokmeeuwen nog twee ZWARTKOPMEEUWEN (87) opmerken houden we het voor gezien.
Kolgans (links) me grauwe ganzen
We lopen vervolgens nog even de griend in, in de hoop op nog een grauwe vliegenvanger of kleine bonte specht. De eerste horen we nog niet (het is ook nog vroeg in het seizoen), maar een KLEINE BONTE SPECHT (88) horen we daarentegen wel roffelen. Ook laat een GROENE SPECHT (89) zich zien en vliegen nog wat zwartkopmeeuwen over. Langs de golfbaan fietsen we terug richting het oosten, waarbij we een Buizerd (90) en om 8:44 al de 90ste soort kunnen bijschrijven, GROENLING (91). We zetten hierna door richting de Gaatkensplas, waar we OEVERZWALUW (92) bijschrijven en dan in de auto stappen richting Poortugaal voor enkele bijzondere broedvogels. We hebben wat haast in verband met opkomend tij op de Sophiapolder en een naderende bui, dus het moet nu even snel gaan. Voordat we bij een tuin met een bekende BEFLIJSTER (93) aankomen horen we al een HUISMUS (94), waarna we ook eindelijk EKSTER (95) zien. Toch een soort die altijd in de buurt van mensen huist.

In Rhoon horen we op een bekende plek een GOUDHAAN (96), zodat we toch maar weer goudvink gaan proberen. Die lukt helaas niet, maar wel horen we eindelijk HEGGENMUS (97) en komt een BOOMVALK (98) prachtig langs. Laurens van der Wind ziet 'm overkomen terwijl wij elders lopen, dus een snelle sprint is wel nodig... Ook schrijven we hier, nota bene al om 9:32, STAARTMEES (99) bij. Weer bij de auto krijgen we de melding van een krombekstrandloper in de Crezéepolder. Aangezien we toch met de auto zijn, besluiten we toch maar even een poging te wagen. We moeten toch ook die kant op voor het opkomend tij en dan zien we daarna wel weer even verder hoe we het doen... Voordat we daar zijn horen we echter al dat de vogel is opgevlogen in verband met het getij. Dat is dus een stuk eerder opgekomen dan verwacht, ai... We twijfelen niet en gaan gelijk door naar de Sophiapolder in de hoop op het laatste stukje slik waar nog steltlopers kunnen lopen. Vanaf de dijk schieten we auto uit en gritsen de telescopen uit de auto. We zijn inderdaad net getuigen om te zien hoe een groepje van vier ZILVERPLEVIEREN (100) opvliegt. Oefff.. Toch de moeite! Verder loopt nog een tweetal ZWARTE RUITERS (101) rond. Om 10:07 de 100 soorten, ongekend!

Goudhaan
Vanaf de kraan kijken we nog wat uitgebreider, wat LEPELAAR (102), HUISZWALUW (103), PONTISCHE MEEUW (104), IJSVOGEL (105), GROTE MANTELMEEUW (106) en PUTTER (107) oplevert. Vanaf nu wordt het echt sprokkelen en zijn eigenlijk al de makkelijke soorten binnen,, terwijl een aantal lastige zoals braamsluiper en zwarte roodstaart nog ontbreken. We rijden nog wel even naar de Crezéepolder, maar een paapje kunnen we daar niet vinden. Wel komt op grote hoogte een groep steltlopers over, maar het lukt ons niet goede foto's te maken of ze in de telescoop te krijgen. Helaas... Of het nu groenpootruiters, russe grutto's of wat anders geweest is?! We zullen het nooit weten...

Hierna zetten dus maar weer koers richting het westen van IJsselmonde, waar we op diverse plekken tevergeefs naar braamsluipers zoeken. In het Ruigeplaatbos zien we bij het nest van een BOOMKLEVER (108) na even wachten inderdaad het paartje. Ook horen we hier nog een goudhaan.

We rijden vervolgens nog naar de locatie van een broedgeval van grote lijster, waar ik 'm gisteren nog zag. We posten bijna een uur, maar van een grote lijster is geen spoor te bekennen. Kostbare tijd gaat verloren en levert enkel nog wat zingende matkoppen en een groene specht op. De RINGMUS (109) om 14:17 is wel zoals verwacht heel makkelijk, waarna we met de fietsen weer verder gaan richting het oosten. De route gaat langs de Oude Maas, de Devel en Polder de Hooge Nesse. De baardman die eerder op de dag werd gehoord langs de Devel, horen we niet, maar wel komen nog een roerdomp en boomvalk fraai voorbijgevlogen. Op diverse plekken checken we voor braamsluiper, maar het mag niet baten. Bij Van Leeuwen Buizen, langs de Lindtsedijk, zien we eindelijk ZWARTE ROODSTAART (110) en krijgen we weer een beetje moed. Het wil gewoon heel slecht deze middag... Op de Galgenplaat horen we om 16:37 ook eindelijk de eerste en enige BRAAMSLUIPER (111) van deze dag. En dan ontbreekt ook nog steeds sperwer... Voor ons ook altijd een verschrikkelijk lastige soort, die we ook nog met enige regelmaat missen op een big day. Vandaag gelukkig niet, want over de Veersedijk zien we op grote hoogte een SPERWER (112) overkomen. Gelukkig!

In de Crezéepolder hopen we vervolgens goede zaken te doen, maar grutto en kemphaan blijken helaas voor ons onvindbaar. Achteraf liep een grutto op een plek waar we niet/slecht gekeken hebben. Tja, achteraf... Een ENGELSE KWIKSTAART (113) is dan uiteindelijk de enige nieuwe, zodat we ook hier maar weinig zien. Laurens van der Padt houdt het dan ook voor gezien, maar geeft ons even later wel door dat bij de Ambachtsezoom een BONTBEKPLEVIER (114) loopt. Na een korte fietstocht zien we dat exemplaar inderdaad lopen. We rijden hierna nog terug naar de rivier, waar we de dag afmaken vanaf de kraan, kijkend over de Sophiapolder. Dat levert alleen de verwachte GEELPOOTMEEUW (115) op, maar verder geen enkele verrassing.
Zwarte ruiters
Bontbekplevier
Groenpootruiter
Na 21:00 worden vervolgens de eindstanden doorgegeven, waarbij het blijkt dat we eindelijk eens tweede zijn geworden en de eerste plaatst hebben moeten afstaan en Jeroen en René van der Giessen. Zij zagen vandaag totaal 117 soorten. Zo aan het eind van de dag komen ook de missers naar voren, waaruit blijkt dat het toch bij iedereen niet meeviel deze middag. Soorten die we gemist hebben en wel door andere teams waren gezien, zijn grutto (hadden we moeten hebben in Crezéepolder), kemphaan (verdwenen na de ochtend), rouwkwikstaart (broedgeval bij de Gaatkensplas, wisten we niet), vuurgoudhaan (oude plek Klein Profijt, wisten we niet), witgat, krombekstrandloper, zwarte stern, purperreiger, grote zilverreiger, baardman, grauwe vliegenvanger, ransuil en paapje. Een belangrijk deel verwijten van de missers verwijten we aan gebrek aan voorbereiding (vuurgoudhaan, ransuil, rouwkwikstaart), maar ook komt er natuurlijk het nodige geluk bij kijken (krombekstrandloper, zwarte stern, purperreiger, witgat, baardman). En dat hadden we zelf natuurlijk ook, want goede soorten die wij zagen een geen andere teams waren kolgans, wulp, zilverplevier en kleine bonte specht.
Sophiapolder
Al met al weer een prachtige dag, maar helaas zonder echte voorjaarsknaller voor IJsselmonde. Die laat nog steeds op zich wachten. En volgend jaar misschien toch die 120? Makkelijk is het niet, dat is duidelijk...

woensdag 29 april 2020

Planten op de Veluwe!

Nadat ik vanochtend weer een broedvogeltelling heb gedaan nabij Den Haag, zet ik koers richting de Veluwe voor een onderzoek. In de omgeving heb ik nog wat zeldzame plantjes in gedachte, je moet het werk natuurlijk nog leuker maken dan het al is... Bij Breda zie ik de eerste nieuwe plantensoort, eenjarige hardbloem, en dan kan het leuke tripje gaan beginnen! Ik start bij Radio Kootwijk, vlak langs de A1, waar ik op de heide de zeer zeldzame kleine schorseneer en heidezegge vind. Het is nog even zoeken, maar uiteindelijk vind ik beide soorten. Fraai! Na terugkomst bij de auto wordt ik vervolgens nog aangenaam verrast door een luid zingende draaihals! Een soort die ik eigenlijk nog nooit in Nederland had horen zingen. Erg leuk! Het natte pak neem ik maar voor lief...
Heidezegge
Kleine schorseneer
In Apeldoorn bezoek ik nog het trosglidkruid, waarna ik in de omgeving van Vaassen wat plekken met zeldzame soorten bezoek. In dit lage deel, net ten oosten van de Veluwe, treedt veel kwel op van regenwater afkomstig van de Veluwe. Door deze omstandigheden lopen veel beekjes door dit gebied en zijn specifieke habitats tegen voor bepaalde soorten. In een beekje tref ik zo bijvoorbeeld rossig fonteinkruid en gewoon bronkruid aan en midden in het bos groeit naast een beekje paarbladige goudveil. Onderweg komt nota bene ook nog een tweetal kraanvogels overzeilen, een aangename verrassing!
Kraanvogels
Groot bronkruid
Nabij Gortel vind ik na even zoeken een groeiplek van stekende wolfsklauw. Een opvallend plantensoort zo midden in het bos! Je vraagt je dan af wie ooit zo'n plek ontdekt...
Stekende wolfsklauw
Op een natuurontwikkelingsplek bij Tongeren heb ik na even zoeken de klimopwaterranonkel gevonden. Enkele leemputten, diepe plekken in het bos, leveren vervolgens nog rood peperboompje, voorjaarszegge en hartbladzonnebloem op. Knollathyrus kan ik dan weer niet vinden, maar het kan natuurlijk ook niet altijd meezitten.

Klimopwaterranonkel
Rood peperboompje
Voorjaarszegge
Al met al toch leuk om zo weer de nodige plantensoorten bij te kunnen schrijven. 100 nieuwe soorten dit jaar lijkt me een mooi streven!
Graspiepernest

dinsdag 28 april 2020

Regen - gelijk weer leuke stelten!

Gisterenochtend was ik weer met Maarten Verrips op VRS Meijendel voor de tweede ronde van het CES-onderzoek op de ringbaan. De vangsten waren magertjes en het leukste waren de oudere, terugkerende broedvogels. De oudste was een tuinfluiter van zeker vier jaar oud, toch leuk! Verder was het eigenlijk heel erg rustig met uiteraard met name andere broedvogels, zoals braamsluiper en nachtegaal.
Braamsluiper
Tuinfluiter
Voor de volledige vangst, zie hier.
Vanavond was ik weer eens op de Sophiapolder, omdat door het natte weer de omstandigheden goed zijn geworden voor steltlopers. Met regen en een westenwind komen in deze tijd van het jaar steltlopers die normaal langs de kust trekken, ook in het binnenland vaak 'naar beneden'. Goede omstandigheden dus voor zeldzame soorten die opduiken op slikkige gebieden. Met opkomend tij zat ik vanavond dus op de kraan vanaf de Veersedijk, en al snel had ik inderdaad een zilverplevier in beeld. Min of meer de algemeenste van de 'leuke' soorten, maar toch altijd leuk!
Zilverplevier
Verder zaten er bijna 20 groenpootruiters, een zwarte ruiter, zomertaling en de nodige pontische meeuwen. Als het water nog verder stijgt vliegen opeens twee grotere steltlopers door mijn beeld die vervolgens recht over de kraan komen. Het blijken twee rosse grutto's! Schitterend! Eind april is altijd dé doortrekpiek van deze soort, die zich lang niet elk jaar makkelijk op IJsselmonde laat zien. Erg leuk dus maar ze verdwijnen als stipjes boven de horizon.
Rosse grutto's
Als het water eenmaal al de slikplaten bedekt is het gedaan met de kans voor leuke steltlopers. Wel blijkt dat het schelpeneiland in trek is bij kluten en ook zitten de eerste visdiefjes in paartjes op het eiland. Dat gaat vast weer goed komen dit jaar. Mooi!
Schelpeneilandje

zaterdag 25 april 2020

Weer een drukte langs de Devel

Gisterenmiddag zag ik tussen de werkzaamheden door enkele planten van de grote wolfsklauw op de Utrechtse heuvelrug. Een opvallende soort! Verder kwam ik nabij Meerkerk bij toeval een paartje steltkluten tegen op een plas-dras en kon ik 's middags (tijdens werk) de eerste kievitskuikens van dit jaar ringen. Hopelijk gaan er nog velen volgen!
Grote wolfsklauw
Steltkluut
Kievit
Vanochtend doe ik weer de broedvogeltelling langs de Devel. Net als de vorige telling zijn de rietzangers weer in de overgrote meerderheid, met deze ochtend 66 zingende exemplaren. Verder zijn in de brede rietkragen op 14 plaatsen snorren te horen en kan ik totaal weer 12 zingende cettti's zangers instippen. Sprinkhaanzangers zijn schaars met slechts twee zingende exemplaren, daarvoor is het gebied denk ik te nat.
Rietzanger
Wel klinkt weer de roep van een roerdomp, zingt nog slechts één blauwborst en is de eerste lading (16 exemplaren) kleine karekieten weer gearriveerd. Gedurende het voorjaar komen zo weer telkens nieuwe soorten aan en neemt het aantal broedvogels sterk toe. Het begon met alleen rietgorzen, waarna de blauwborsten, rietzangers en snorren arriveerden. Nu de eerste kleine karekieten en over enkele weken de bosrietzangers... Gelukkig houden de meeste blauwborsten nu dus weer hun snavel, waardoor het overzicht nog enigszins te behouden is. Want wat een vogels zitten er, schitterend!
Snor

donderdag 23 april 2020

Balkankwikstaart in Lentevreugd!

Gisterenavond kwam mij ter ore dat een balkankwikstaart was ontdekt in Lentevreugd, een gebied aan de rand van de duinen bij Katwijk. Deze soort is slechts enkele malen eerder in Nederland gezien, waaronder eenmaal op exact dezelfde locatie. Aangezien ik 'm nooit eerder zag, besluit ik vanochtend in alle vroegte die kant op te reizen. Ruim voor zonsopkomst was ik aanwezig, zodat als hij te vroeg zou vertrekken, ik geen kans zou hebben om 'm te missen. Hij was ten slotte in de duindoorns naast een plasje gaan slapen.
Lentevreugd
Als ik op de plek arriveer, ben ik de eerste in het gebied. Sprinkhaanzangers, graspiepers, veldleeuwerik, rietzangers en rietgorzen laten echter al volop hun gezang horen. In het plasje foerageren verder ook nog wat witgatjes en een bosruiter, maar de balkankwikstaart ontbreekt nog op het toneel. Deze soort wordt overigens op de meeste plaatsen als ondersoort gezien van de gele kwikstaart en komt met name voor in de balkan, hoe verrassend...
Het plasje
Rond 6 uur ontwaakt de balkankwikstaart en loopt hij opeens plotseling in het plasje te foerageren. Een schitterende soort met een gitzwarte kop, erg fraai! Tijdens het opvliegen laat hij ook zijn kenmerkende, raspende roep horen.
Balkankwikstaart
Ondanks dat de vogel was doorgegeven, is het niet druk bij de vogel en kunnen zo'n 10 mensen op afstand van elkaar goed van de vogel genieten. Niks aan het handje. Wanneer de vogel richting een stel koeien vliegt vind ik het echter wel mooi geweest, en besluit aan het werk te gaan, maar wel met een fraaie nieuwe soort op zak!
Balkankwikstaart
Na een klus in Spijkenisse kom ik bij Poortugaal nog een blauwe kiekendief tegen, die rustig langs komt richting noordoost. Altijd leuk! Aangezien de rovertrek vandaag goed was, sta ik ook het eind van de middag nog even in de Crezéepolder. Dat levert vervolgens eigenlijks helemaal niks op qua overtrekkende vogels, maar ter plaatse zijn ten minste twee temmincks strandlopers nog wel leuk om te bekijken!
Temmincks strandloper
Blauwe kiekendief

dinsdag 21 april 2020

Afwisselend ochtendje in Waalbos

In het Waalbos probeer ik ook de weidevogels dit jaar weer te volgen, zodat ook met het beheer weer de juiste maatregelen genomen kunnen worden. Door de droogte zit het echter niet mee, en als ik vanochtend in het gebied kom is niet te merken dat kuikens van de ca. 35 aanwezige kievitsnesten nu rondlopen. Op slechts enkele plekken wordt gealarmeerd, wat erop lijkt te wijzen dat de kuikens al heel snel dood zijn gegaan of opgegeten. Erg jammer! Een poging om nog wat water in de greppels te zetten heeft ook niet gebaat, want op veel plaatsten staan ze toch nog aardig droog.
Waalbos
Tureluurs zijn daarentegen deze ochtend nog volop aanwezig en ik schat het aantal toch op zeker wel 10 territoria. Toch een flink aantal voor op IJsselmonde! Het leukste is daarbij wel een exemplaar dat afgelopen winter is geringd in Portugal, en luidkeels aan het baltsend is! Ook een regenwulp die op doortrek in het Waalbos is neergestreken, laat zich al foeragerend leuk bekijken!
Portugese tureluur
Regenwulp
De laatste hoop die ik nog had op een territoriale veldleeuwerik vervliegt overigens wel deze ochtend, want de zang van deze bedreigde soort hoor ik helaas niet. En dat in tegenstelling tot zeker 4 jaar dat wel door deze soort werd gebroed in dit recreatiegebied. Het verhaal van de oeverzwaluwen is dit jaar behoorlijk wat succesvoller, want nadat deze maand nog een kunstmatige wand voor deze soort werd geplaatst zie ik vanochtend dat al vele gaten bezet zijn. Ongekend hoe snel deze soort zo'n plek weet te koloniseren. Fantastisch!
Oeverzwaluwwand
Terwijl ik van de zwaluwen geniet zie ik in de verte een 'slanke kiekendief' aankomen. Al snel is duidelijk dat het om een (vrouwtje) grauwe kiekendief gaat die op enige afstand passeert en door de oostenwind mijn kant wordt opgeblazen. Uiteindelijk verdwijnt ze ten noorden van mij boven Ridderkerk, waar ze ook nog door andere vogelaars opgepikt kan worden. Altijd leuk en een aangename verrassing op deze ochtend!

Ten slotte hoor ik in relatief smalle rietkragen ook nog twee snorren zingen. Een rietvogel die het dit jaar goed lijkt te doen op IJsselmonde en ook deze nieuwe plek heeft weten te koloniseren!
Gele kwikstaart