dinsdag 21 augustus 2018

Twee leuke Oost-Europeanen!

Ondanks dat ik nu zelf al veel aan het ringen ben, wil ik toch zo nu en dan nog wel naar Meijendel. Vandaag komt dat eindelijk weer eens uit, zodat ik in de schemer samen met Eveline van der Jagt, die hier eens komt kijken, richting de hut loop. Daar hebben Rinse van der Vliet en Vincent van der Spek de netten al in gereedheid gebracht en zijn er nog twee porseleinhoentjes aanwezig die aan het eind van de nacht zijn gevangen. Een adult en een juveniele vogel. Prachtig om deze rallen zo te zien, ook al had ik vorig jaar ook al meerdere malen dat voorrecht...
1kj porseleinhoen
De netten zijn verder aan het begin van de ochtend tamelijk leeg, en ook zit er qua trek eigenlijk niks noemenswaardigs in de lucht. Wel vangen we gebruikelijke soorten als gekraagde roodstaart, bosrietzanger, kleine karekieten, rietzangers, wat fitissen en braamsluipers. Om half 10 hangt nog wel een vink in het net. Een soort die we hier toch niet veel vangen.
Vink
Later op de ochtend blijft de diversiteit aanhouden, met als leuke toevoeging een boompieper! Dat blijft toch altijd leuk om die te vangen. Hij werd overigens in een zakje binnen gebracht met 'nog een boompieper'. Twee zakjes dus. Als ik de tweede echter voel, blijkt die toch wel een tikkeltje zwaarder te zin. Groot is dan ook de verrassing als er een heuse draaihals uit komt! Een typisch ringersgrapje, maar niet minder leuk... En de soort al helemaal niet natuurlijk. Wat blijven dat toch bizarre beesten, die hun nek in allerlei bochten kunnen wringen.
Boompieper

Draaihals
En dan volgt nog de laatste ronde, waarin bijna alle netten leeg zijn, op een paar netten na. Daar is een flock vogels doorheen getrokken, wat niet alleen een bonte vliegenvanger oplevert, maar ook een sperwergrasmus! Net als draaihals een typische doortrekker vanuit Oost-Europa in deze tijd van het jaar, alleen dan toch nog net een tikkeltje zeldzamer. Een paar jaar terug kon ik er ook al eentje uit de nette halen, maar het blijft een fantastische soort!
Bonte vliegenvanger

Sperwergrasmus
Al met al dus gelijk een hele fijne dag in Meijendel, met uiteindelijk ook nog 24 soorten en natuurlijk die twee Oost-Europeanen! Voor de totalen zie hier.

maandag 20 augustus 2018

Drukke maar afwisselende dag

Vol goede moed begin ik vanochtend weer in de Zegenpolder met het opzetten van de vaste opstelling. Dagelijks vang ik nu, maar vanochtend blijft het helaas wat rustig in de netten. Ondanks dat is een gele kwikstaart toch nog wel een goede vangst! Overigens vliegt er ook vandaag weer een groep goudplevieren over. Van deze soort zie of hoor ik nu dagelijks exemplaren overtrekken, dus hopelijk volgt ook nog een keer die andere zeldzame plevier... Een morinelplevier zou toch wel erg leuk zijn...
1kj gele kwikstaart
In de loop van de middag ben ik weer thuis, waarna ik gelijk nog wat braakliggende terreinen afstruin in Ambacht. Meer dan een fraaie tapuit levert dat helaas niet op. Maar de aanhouder wint...

Vanavond was dan ook eindelijk eens een keer de wind noordelijk dit najaar. Dat betekent reigertrek! In deze tijd van het jaar trekken met name purperreigers naar het zuiden, die we jaarlijks vanuit de Crezéepolder kunnen tellen. Ze zijn daar goed te zien als ze opstijgen vanuit de kolonie in Kinderdijk. Met Rutger en Matthieu Plaisier tel ik vanavond weer voor het eerst, en met uiteindelijk nog 42 purperreigers viel het uiteindelijk niet tegen! Het blijft toch ook een mooi gezicht om die beesten te zien vertrekken. Ze gaan dan in één keer door tot over de Sahara. Bizar.
Purperreigers
Verder was de telling niet saai met nog 15 blauwe reigers, drie bruine kiekendieven, een regenwulp en twee groenpootruiters. Ook bleken zeggendoorntjes aanwezig te zijn op de telpost. Een klein sprinkhaantje dat ook nog de nodige aandacht opeiste.. Al met al weer een druk maar afwisselend dagje zo!
Zeggendoorntje
Voor de complete telling zie hier.

zaterdag 18 augustus 2018

Een plant als hoogtepunt...

Samen met onder andere Matthieu Plaisier sta ik vanochtend weer in de Crezéepolder te tellen. Het is een rustig onderhoudende telling, met wat aantallen van boerenzwaluwen, gele kwikstaarten en aalscholvers. Daarnaast maakten wat grote zilverreigers, goudplevieren, zwarte ruiters, bosruiter en gierzwaluwen de telling niet saai. Een krentje bleef echter uit. Zie hier voor de totalen.

Na de telling volgde nog een zoektocht naar bonte vliegenvangers in de Gorzen, maar dat leverde ze nog wel op. Een melding van een mogelijke kleine jager over de Lek naar west zette ons nog wel stevig op de pedalen richting de rivierenkruising bij Ridderkerk. Het mocht echter niet baten, want de jager was vermoedelijk een paar minuten eerder gepasseerd. We waren dichtbij, dat wel...

Verder leverde de dag ook in Ambacht geen gewenste bonte vliegenvanger op en kwamen we op de ruige terreinen niet verder dan wat boompiepers. Uiteindelijk werd het zelfs plantenkijken, waarbij de waarneming van stijf hardgras op een bekend stoepje in Ambacht (die helemaal nieuw is bestraat) toch wel de leukste was. Volgende week weer een poging voor die échte goede soort...
Stijf hardgras

donderdag 16 augustus 2018

Rivierrombout als hoofdprijs

In deze tijd begint het najaar met door het land de eerste gemelde draaihalzen, ortolanen en andere fraaie soorten. Reden temeer om weer met enige regelmaat ruige terreinen af te zoeken op zoeken aar wat leuks! Vandaag fiets ik zo wat rond met Laurens van der Wind, maar een echte leuke soort levert dat nog niet op. Wel komende we de eerste boompieper tegen op een geschikt terrein in de Volgerlanden, en zien we nog een tapuit. De Crezéepolder viel zoals het hele najaar tot nu toe bitter tegen, met niet veel meer dan wat zomertalingen. Uiteindelijk was een rivierrombout die we langs de Rietbaan vonden het leukste. Deze libel is sterk aan de rivier gebonden, maar meestal zie je ze alleen als ze net uitsluipen. Zo rond juni. Leuk om er nu dus eentje tegen te komen. Het blijven toch fraaie beesten!
Rivierrombout

woensdag 15 augustus 2018

De eerste goede vangst in de Zegenpolder

Deze eerste drie dagen van de week ben ik in de Zegenpolder bezig geweest, wat dus voorlopig nog op de planning staat. Elke dag heb ik vogels gevangen voor onderzoek, wat gelukkig nog niet tegenviel. Zo belandden met name zaadeters als rietgors en putter in het net, maar gelukkig ving ik ook nog een aantal gele kwikstaarten, wat grasmussen en zelfs een paapje! Erg leuk! Deze soort trekt momenteel door vanuit Scandinavië en lijkt de akkerranden buitengewoon interessant te vinden. Hopelijk gaat het me lukken om nog meer exemplaren van deze soort te vangen, om zo ook de poep te kunnen bemonsteren. Daar gaat het met het onderzoek immers om.

Paapje
Gele kwikstaart
Putters
In de polder is het verder ook niet saai te noemen, met dagelijks overvliegende goudplevieren en boompiepers. Een grote verrassing was ook het feit dat er wat gele luzernevlinders rond blijken te hangen. Een zuidelijke soort die het dit jaar goed lijkt te doen in Nederland. Voor mij was het zelfs een nieuwe soort voor IJsselmonde! Eenmaal kwam ik ook nog een oranje luzernevlinder tegen, die in deze contreien toch wel wat algemener te noemen zijn. 


Gele luzernevlinder
De boomvalken en haviken die dagelijks op de vele vogels in de polder komen jagen zorgen ook nog voor het nodige vermaak. Duiven en zangvogels immers in overvloed! Wie weet wat het de komende tijd nog gaat opleveren!

zaterdag 11 augustus 2018

Gemiste libel, een vlinder wél

Vanochtend loop ik met Laurens van der Wind rond half zeven in Polder Sandelingen, in de hoop om nog een waterrietzanger te vinden. Vorig jaar lukte dat me wel, maar vanochtend gaan we uiteindelijk weg zonder deze schitterende soort. Volgend jaar maar weer proberen...

Hierna staat echter nog meer op het programma, want we hebben met Sander Elzerman afgesproken om vandaag de noordse glazenmaker te gaan zoeken. De enige 'makkelijke' libellensoort die ik nog moet in Nederland, en enkel in het noorden van het land voorkomt. Maar makkelijk blijkt het helaas niet te zijn. Als we richting het noorden rijden verdwijnt de zon achter de wolken en komt er zo nu en dan zelfs regen uit de lucht. Ook de temperatuur zien we dalen tot onder de 20 graden. Ai...

Eenmaal op de plek in Drenthe blijkt het ook tegen te vallen. Weinig activiteit van libellen door de wind, regen en lage temperaturen. Helaas, helaas. Ondanks dat de temperatuur aardig stijgt als de zon doorkomt, worden de noordse glazenmakers niet actief. In de uren dat we zoeken zien we nog wel een venwitsnuitlibel, wat vuurlibellen en wat andere insectenleven, maar een troostprijs zou ik het nog niet eens willen noemen.
Heideblauwtje
Vuurlibel
Venwitsnuitlibel
Op de terugweg stond echter nog een goede soort op het programma, namelijk het resedawitje. Of beter gezegd, het resedawitje of het oostelijke resedawitje. Deze twee identieke soorten op basis van uiterlijk zijn dus niet te herkennen, maar het DNA verschilt wel in grote maten van elkaar. Net als ruim tien jaar geleden is nu weer een influx en op meerdere plekken zijn ze opgedoken. Eén van die plekken is bij Zalk, waar het niet lang duurt voordat we een exemplaar gevonden hebben. Even later zien we er nog wat meer. Fraai!
Resedawitje/Oostelijk resedawitje
De vraag is natuurlijk welke van de twee soorten het is. Een interessant vraagstuk, zeker gezien het feit dat elders in Nederland ook is vastgesteld dat eitjes werden afgezet. Voortplanting vindt dus plaats en voor (eventuele) bescherming is kennis over de soort cruciaal. Omdat in Duitsland momenteel een onderzoek loopt naar beide soorten en een Nederlands exemplaar daar ook voor hun welkom is, verzamelen we een exemplaar voor de wetenschap.
Zalkerbos
Al met al maakte de vlinder het missen van de bedreigde noordse glazenmaker aardig goed. Een andere keert dus maar weer terug richting het noorden voor die soort. Maar ach, het is ook niet leuk om álles al te hebben...

vrijdag 10 augustus 2018

Zegenpolder zorgt voor vermaak

De afgelopen dagen heb ik met name in de Zegenpolder uitgehangen, om de voorbereidingen voor mijn onderzoek af te ronden. Het leverde al wat vangsten op van kneuen en een groenling. Dat belooft in ieder geval wat!
Kneu
Groenling
Verder is het overigens ook niet saai in de polder, met dagelijks overvliegende goudplevieren en paapjes in de polder. Vanochtend kwam er nog zelfs een visarend prachtig over. Mooi! Op de heenweg zag ik overigens vandaag in Ambacht nog een bekende Kroatische kokmeeuw, W-SBA6. Een exemplaar dat ik al meerdere zomers in Ambacht tegenkom. Leuk om te zien dat zo'n vogel elk jaar dezelfde tussenstop maakt!
Visarend
Kroatische kokmeeuw W-SBA6

maandag 6 augustus 2018

Sporenkievit! Maar een wilde??

Op 16 juli werd langs de Slootweg, in de Wieringermeer (Noord-Holland) een sporenkievit gevonden. Deze soort vanuit het verre Zuid-Oosten, in de hoek van Griekenland en Israël, is echter al vaker in Nederland gezien, maar werd nooit als wild beschouwd. De exemplaren die Nederland aan deden mankeerden altijd wat, zoals kapotte veren of ring. Tekenen die op gevangenschap wijzen. Voordat ik op vakantie ging bleek dat dit exemplaar geen rare mankementen had, en dus zomaar als wild zou kunnen worden beschouwd.

Heel zenuwachtig word ik tegenwoordig niet meer voor nieuwe soorten, en al helemaal niet voor mogelijke ontsnapte, maar ik was toch wel blij dat het exemplaar nog steeds aanwezig bleek na mijn vakantie. Vanochtend begin ik echter eerst nog in de Zegenpolder van Rhoon met het opzetten van mijn afstudeeropdracht. In de polder aldaar hoop ik de komende twee maanden vogels te gaan vangen voor onderzoek, en vandaag zijn een aantal rietgorzen de eerste vogels die ik ring. Erg leuk!
Zegenpolder
Rietgors
In de loop van de middag ben ik thuis, waarna toch de autorit richting het noorden maar aanvaard gaat worden. Het is toch nu of nooit. Na een vrije lange rit, waarbij nog een stuk berm in de brand staat wat de nodige vertraging met zich meebrengt, komen we bij het bollenveldje aan. Het zit vol met vogels, maar de sporenkievit loopt helaas niet op de plek waar hij de laatste weken zat. Overdag tenminste. Ondertussen is het al half 7 en dan werd de soort meestal gezien ver op de akkers. Een stuk lastiger dus, maar wie weet.
Leuk bollenveldje
Het is niet saai met bosruiters, zwarte ruiters, grutto's en een slechtvalk, maar gelukkig zie ik om 19:00 toch opeens de sporenkievit tussen de kieviten staan. Fijn! De afstand is groot, maar de soort is gelukkig binnen! Het zou toch zonde zijn om dat hele stuk voor nop te hebben gereden... En nu nog wachten op het oordeel van de CDNA, anders was 't wellicht alsnog voor nop...
Sporenkievit

zaterdag 4 augustus 2018

Vakantie in de Hooglanden

Van 19 juli tot 3 augustus zijn we met het gezin twee weken in Schotland geweest. Het begon natuurlijk al met de heenreis vanuit IJmuiden naar New Castle, wat ook in het Nederlandse deel van de Noordzee al leuke soorten opleverden noordse stormvogel, veel zeekoeten met jongen, zelfs een alk, drieteenmeeuwen en natuurlijk jan-van-genten. Als we op 20 juli wakker worden in de EngelseNoordzee, komen daar ook nog wat kleine jagers en een fraaie noordse pijlstormvogel bij. Dolfijnen of dwergvinvissen lukken helaas niet. Op de terugweg zie ik overigens in het Engelse deel wel heel mooi twee dwergvinvissen! Dolfijnen zie ik dan ook niet, maar wel zie ik meerdere papegaaiduikers vlakbij de pont zwemmen. Prachtige beestjes zijn dat toch!

De eerste week zitten we vlakbij Fort William, aan de westzijde van Schotland in de Highlands. Weinig wegen dus, maar prachtige landschappen! Het enige probleem is dus dat het lastig is om diep de bergen in te trekken, omdat de paden er simpelweg niet zijn. Aangezien we bij de hoogste bergen van Schotland zitten, waaronder de Ben Nevis (1345 meter), hoop ik met name op 'hoge soorten' zoals alpensneeuwhoen, morinelplevier en sneeuwgors. Tweemaal kom ik boven de duizend meter, namelijk de Ben Nevis die we beklimmen en een andere willekeurige berg. De Ben Nevis levert wel hele mooie sneeuwgorzen op, die als musjes op de top scharrelen. De andere top, waar ik stiekem hoopte om morinelplevieren te vinden, leverde niet die prachtige vogels op, maar wel zag ik daar een paartje alpensneeuwhoen. Verder is het overigens boven op de bergen heel stil. Een enkele graspieper en zodra je wat lager komt zijn het niet meer dan wat bonte kraaien en met wat geluk wat grote lijsters. Eenmaal stootte ik in de hei korhoenen en Schotse sneeuwhoenen op! Een korte waarneming, maar laat ook wel zien dat het niet makkelijk is om die hoenen te vinden, terwijl er meer dan honderdduizend Schotse sneeuwhoenen in Schotland zouden moeten zijn...



Sneeuwgorzen op de Ben Nevis
Alpensneeuwhoenen
Raaf
Top - zonder morinellen helaas
Langs de beekjes vind je verder nog waterspreeuwen, grote gele kwikstaarten en oeverlopers, terwijl in de bossen in de dalen zo nu en dan de ijle roep van taigaboomkruipers klinkt. In ruige stukken kom ik nog een enkele keer een paapje tegen en laten regelmatig ook kleine barmsijzen van zich horen. Een blauwe kiekendief zie ik ook nog eenmaal, en twee keer kom ik een smelleken tegen. Deze roofvogels zwerven ook door de Hooglanden.
Waterspreeuw
Paapje
Ook steenarenden zwerven door de hooglanden, en één keer blunder ik tegen zo'n schitterende arend aan, terwijl hij langs de helling zeilt. Schitterend! Een andere keer zien we nog een exemplaar op het eiland Skye. Dat is verreweg de beste plek in Schotland voor de soort, waar we ook nog twee zeearenden tegenkomen. Tevens dé plek voor die soort. Visarend is wat wijder verspreid, maar ook die kom ik maar één keertje tegen. Op het eiland Skye kijken we ook nog even bij zee, waar op de rotsen de bekende soorten zitten, zoals zeekoeten, alken, zwarte zeekoeten, noordse stormvogels, drieteenmeeuwen en jan-van-genten. Boven op de kliffen foerageren fraters en tapuiten, terwijl boven zee af en toe een groepje noordse pijlstormvogels langs komen. Genieten dus!
Zeekoeten
Alk en zeekoeten
Noordse stormvogel
Langs zeehammen landinwaarts zitten dan weer andere soorten. Toen we de tweede week vlakbij Glasgow zaten, heb ik daar nog een keer gevogeld. Verder was er in die streek niet veel te beleven, maar bij de riviermonding was het leuk met groepen grote zaagbekken, brilduikers, veel eiders en in kleinere aantallen kuifaalscholver en zwarte zeekoeten. Op de blokken zaten nog wat oeverpiepers, die zich leuk lieten bekijken.
Oeverpieper
Eider
Kuifaalscholver
Zwarte zeekoet
Al met al een leuke twee weken met toch wel wat vogelsoorten die we in Nederland niet hebben. Dat maakt zo'n buitenlandse vakantie toch net wat leuker!
Noordzee